De Slag bij het Teutoburgerwoud, Varusslag of door Romeinse en latere geschiedschrijvers in het Latijn clades Variana (Varusramp)M.M. Winkler (2016): Arminius the Liberator. Myth and ideology, Oxford University Press, p. 2, n. 4 was een veldslag in het jaar 9 n.Chr. tijdens het bewind van keizer Augustus en mogelijk van 9 tot en met 11 septemberMurdoch, A., 2008. Rome's Greatest Defeat: Massacre in the Teutoburg Forest. Sutton Series. History Press volgens de huidige kalender.Today in history: How did Germans inflict Rome's most devastating defeat? Zoals recent bekend is geworden vond de slagMoosbauer, G.S., Wilbers-Rost, 2009. Kalkriese und die Varusschlacht, Multidisziplinäre Forschungen zu einem militärischer Konflikt, in S. Burmeister/H. Derks (eds.), 2000 Jahre Varusschlacht Konflikt, p. 56-67Rost, A.S., Wilbers-Rost, 2010. Weapons at the battlefield of Kalkriese, Gladius XXX, p.118-135 met grote waarschijnlijkheid plaats bij Kalkriese. Deze plaats ligt aan de oostkant van de huidige gemeente Bramsche (10 km ten oosten van de gelijknamige stad), ten noorden van Osnabrück. Deze veldslag – bij de mislukte Romeinse poging Germania Superior te onderwerpen – werd uitgevochten tussen enerzijds drie Romeinse legioenen onder aanvoering van de veldheer Publius Quinctilius Varus en anderzijds een daartegen opgetrokken coalitie van minstens vier Germaanse stammen onder leiding van de Germaanse edelman en aanvoerder Arminius. De Slag bij het Teutoburgerwoud leidde een zevenjarige oorlog in, aan het eind waarvan de Rijn gedurende ruim vier eeuwen als grens van het Romeinse Rijk werd vastgelegd.Ook na deze oorlog vonden er nog regelmatig Romeinse expedities voorbij deze grens plaats, maar niet meer met het doel het gebied blijvend te koloniseren

Historische achtergrond De Romeinse veldheer Publius Quinctilius Varus bevond zich in 9 n.Chr. met zijn legioenen en hulptroepen in de buurt van Osnabrück (zo'n kleine honderd kilometer ten oosten van het huidige Enschede). Zijn aanwezigheid in Germania maakte deel uit van een uitgebreid strategisch project voor de uitbreiding van het Romeinse rijk ten oosten van de rivier de Rijn en ten noorden van de Alpen. Dit project was in 15 v.Chr. door keizer Augustus in het leven geroepen. Hij had toen zijn stiefzonen Drusus en Tiberius aan het hoofd gesteld van een veldtocht tegen de Raeti en Vindelici. Dit nadat een jaar eerder het koninkrijk Noricum op vermoedelijk vreedzame wijze als de provincie Noricum aan het Romeinse Rijk was toegevoegd. Drusus, die vervolgens het bevel over de legioenen aan de Rijn overnam, leidde in de jaren van 12 v.Chr. tot zijn dood in 9 v.Chr. uitgebreide verkenningstochten ten oosten van de Rijn, waarbij hij onder andere de rivieren de Elbe en de Saale bereikte. Vanaf de Rijn kon de vloot over het Drususkanaal, en door het Flevomeer, de Waddenzee en de Noordzee deze militaire expedities logistiek ondersteunen.

Volgens de huidige algemene opinie van historici was het doel van de Romeinen om de gebieden tussen de Rijn en de Elbe, waar zich nederzettingen van Germaanse stammen bevonden, onder permanente Romeinse heerschappij te brengen. Daartoe bouwden zij vooral aan de Rijn (Rhenus), de Lahn (Laugona), de Lippe (Lippia) en de Eems (Amisia) en aan de Noordzeekust een aantal militair versterkte logistieke bases en probeerden zij tevens onder de stammen bondgenoten te winnen om zo een politiek van "verdeel en heers" in gang te kunnen zetten. De legerveldtochten onder leiding van Drusus vormden de eerste fase van een continue en militaire penetratie in de gebieden gelegen ten oosten van de Rijn. Deze politiek werd op 1 januari van het jaar 7 v.Chr. afgesloten met een triomftocht in Rome voor Tiberius.

Totdat hij in 6 v.Chr. om dynastieke redenen in Rhodos in zelf opgelegde ballingschap ging, zette Tiberius, die in de jaren daarvoor Pannonia had veroverd, na diens dood de politiek van zijn broer voort. Verdere successen in de pacificatie van het gebied tussen Rijn en Elbe bewerkten Lucius Domitius Ahenobarbus en Tiberius, nadat hij in 4 n.Chr. uit ballingschap was teruggekeerd. Als een bedreiging zagen de Romeinen de Marcomanni onder hun leider Maroboduus. Zij hadden zich ten tijde van Drusus onder druk van de Romeinen teruggetrokken in het gebied dat tegenwoordig Bohemen heet. In het jaar 4 n.Chr. viel onder Tiberius een Romeins leger het Germaanse gebied pal ten oosten van de Rijn binnen en onderwierp de Cananefaten, Chattuarii en de Bructeren. Hij voerde zijn leger tot aan de Weser. Voor het jaar 6 n.Chr. stond een grote aanval tegen Maroboduus gepland. Hieraan zouden maar liefst twaalf legioenen onder leiding van Tiberius en Gaius Sentius Saturninus meedoen. De grote Illyrische opstand (6-9 n.Chr), die tegelijkertijd in Pannonia en Dalmatia was uitgebroken, noopte echter tot een verandering in de plannen. De meeste van de twaalf legioenen werden ingezet om deze opstand te bestrijden.

Romeinse uitvalsbasis Omstreeks 1985 ontdekten archeologen door interpretatie van luchtfoto's de locatie van een groot Romeins legerkamp, waarna opgravingen volgden. Vermoedelijk is dit kamp ingericht rond het jaar 6, aan de Main, in de huidige gemeente Marktbreit. Het kamp is nooit geheel afgebouwd, en moet na enkele jaren overhaast zijn opgebroken. Vermoed wordt, dat het een uitvalsbasis voor de Romeinse legioenen was, die uiteindelijk in de Varusslag tenonder gingen.Zie het uitvoerige artikel Legionslager Marktbreit hierover op de Duitstalige Wikipedia.

Publius Quinctilius Varus In 7 na Christus werd Publius Quinctilius Varus tot proconsul (gouverneur) en legatus pro praetore van Germania benoemd, en tot de nieuwe Romeinse bevelhebber over minstens drie legioenen en hulptroepen aan de Rijn (het leger van Germania Inferior). Hij was een persoonlijke vriend van keizer Augustus. Eerder had Varus een gelijkaardige functie bekleed in Syrië, dat hij volgens de Romeinse geschiedschrijver Marcus Velleius Paterculus door zijn bewind arm maakte. Hij omschreef Varus als een hebzuchtig tiran, beïnvloedbaar en traag van lichaam en geest, maar hij was heel ervaren door het succesvol neerslaan van een opstand in Judaea in 4 v.Chr. Paterculus was ten tijde van de Slag bij het Teutoburgerwoud een Romeins cavalerie-officier die vele deelnemers aan de slag persoonlijk kende, waaronder Varus. Waarschijnlijk nam hij met Arminius deel aan de Romeinse veldtochten in de Balkan. Toen Varus zijn ambt in Germania opnam was het gebied al grotendeels onder Romeins gezag. Talrijke Germaanse soldaten maakten deel uit van de hulptroepen van het Romeinse leger en de Germaanse burgers werden gedwongen hun cultuur en hun zeden en gewoonten te verruilen voor het Romeins burgerrecht (civitas Romana), en moesten zich voorbereiden op een leven in nog te bouwen steden naar Romeins voorbeeld. Keizer Augustus was van plan om Germania uit te bouwen en te organiseren als een nieuwe Romeinse provincia en de Elbe tot rijksgrens te maken. Maar van vreedzaam samenleven was niet lang sprake, want er kwam een abrupt einde aan. Volgens sommigen door de latente barbaarsheid en de onbetrouwbare inborst van het Germaanse volk, volgens anderen echter door het gebrek aan tact en respect van Varus, en door zijn hebzucht. De meeste bronnen vermelden dat hij veel te haastig en te doortastend de romanisering wilde doorvoeren. Germaanse stammen vervielen in armoede doordat er hoge belastingen opgelegd werden, en door de invoering van het Romeins recht werden er talloze uitspraken gedaan en beslissingen genomen die tegen het traditionele eergevoel van de Germaan indruisten. In de hulptroepen van het Romeinse leger diende een vooraanstaande Germaanse aanvoerder en edelman die het vertrouwen van Varus genoot, maar die achter de schermen de aanzwellende gevoelens van opstand van zijn landgenoten kanaliseerde tot een coalitie van Germaanse stammen: Arminius.

Arminius Hij werd rond het jaar 18 of 17 v.Chr. geboren in de stam van de Cherusci en was een zoon van een van de leidende Cheruskische stamhoofden, Sigimer of Segimer. Volgens de geschiedschrijvers Paterculus en Lucius Cassius Dio speelde Segimer ook een rol in de opstand van zijn zoon. Met zijn jongere broer Flavus nam Arminius dienst in de hulptroepen van het Romeinse leger, meer bepaald de cavalerie. ArminiusDe naam 'Arminius' is vermoedelijk afgeleid van 'Armeens blauw' en verwijst misschien naar de kleur van de ogen. klom op tot bevelhebber van een ruitereenheid. Hij verwierf het Romeins burgerrecht en maakte zelfs deel uit van de Romeinse ridderstand, de Equites. Ook zijn broer Flavus bekwam het Romeins burgerrecht. Hij maakte eveneens deel uit van de Equites en bleef in tegenstelling tot Arminius trouw aan de Romeinen. Hij bevocht onder het bevel van Nero Claudius Germanicus zijn broer in de open veldslag bij Idistaviso (de Slag bij de Weser) in 16 n.Chr. in het leger van keizer Tiberius Julius Caesar Augustus, waarbij de Germanen zeer zware verliezen leden. In 7 n.Chr. keerde Arminius terug naar Germania waar hij deel uitmaakte van de militaire staf van provinciegouverneur Publius Quinctilius Varus. Hij leek een trouwe Romeinse officier, maar zijn Germaanse roots en gevoelens moeten geraakt zijn door de rampzalige gevolgen van de hoge belastingen die Varus de Germanen oplegde en door de neerbuigende en arrogante houding van de Romeinen jegens zijn landgenoten. Drie historische geschiedschrijvers (Paterculus, Florus en Lucius Cassius Dio) zijn het erover eens dat de belastingen die Varus oplegde de oorzaak van de Germaanse opstand waren.Teutoburg Forest (9CE). Jona Lendering (2019), livius.org Arminius begon met de voorbereidingen van een opstand met het doel een eigen koninkrijk te kunnen stichten en legde in het geheim contacten met de aanvoerders van verschillende belangrijke stammen. Buiten zijn eigen stam, de Cherusci, waren dat de Chatti, de Chauci, de Bructeri, de Sicambri, de Marsi en de Angrivarii.

Veldslag right|350px|thumb|Reconstructie van de Germaanse wal