Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco (Ginneken, 31 maart 1920 – Amsterdam, 10 juli 2023), was een Nederlandse schrijfster van 'humoristische en absurdistische verhalen en suggestieve, sobere vertellingen'.Arjan Peters, '"Dingen die ik noteren moet": Acht vragen aan Marga Minco.' De Volkskrant, 3 oktober 2015. Haar veel vertaalde oorlogskroniek Het bittere kruid (1957) is een klassieker uit de Europese literatuur over de Tweede Wereldoorlog. Voor haar gehele oeuvre ontving zij in 2005 de Constantijn Huygensprijs en in 2019 de P.C. Hooft-prijs.
Minco werd vooral bewonderd om haar zuivere en sobere taalgebruik. 'Haar proza,' aldus criticus Michel Krielaars in 2015, 'leest bijna alsof het gisteren werd geschreven, zo helder en indringend is het, zo goed van sfeer en zo vol verdiepende waarnemingen.'Michiel Krielaars, 'Praten met de spoken.' [Recensie van Na de sterren.] NRC Handelsblad, 2 oktober 2015.
Naam In veel biografische bronnenZoals en . Gearchiveerd op 15 juli 2023. en necrologieënZo bijvoorbeeld in de NRC, 7-14-2023, . Gearchiveerd op 14 juli 2023. wordt gesteld dat Marga Minco als Sara Menco ter wereld kwam. De bevolkingsregistratie in Ginneken lijkt deze conclusie in eerste instantie te wettigen, maar deze blijkt achteraf wel aangepast te zijn. Op een gezinskaart te Ginneken zijn alle vier de naam dragende gezinsleden in eerste instantie als Menco ingeschreven, waarna dit later over de hele lijn is gecorrigeerd door alle e's te herschrijven als i's. Van Sara's oudere broer David Minco werd de naam nog in 1938 (verloving met Lotte Boas) en 1940 (ondertrouw) in krantenannonces als Dave Menco vermeld. Vergelijk ook 'Westerbork Portretten', . Gearchiveerd op 16 juli 2023. Blijkbaar is eerst achteraf vastgesteld dat het Minco had moeten zijn. Latere bronnen zijn op dit punt eenduidig.Zie onder meer het overzicht van oorlogsdoden Oldenzaal, . Gearchiveerd op 18 juli 2023.Ook de spelling van de tweede lettergreep wisselde soms: Menko/Minko. Een schrijffout in de 19e eeuw zorgde ervoor dat zowel Minco als Menco als achternaam worden gebruikt in dezelfde familie.Pointer, kro-ncrv.nl, . Gearchiveerd op 16 juli 2023. Sommige dragers van de naam Minco hebben daartoe ook zelf bijgedragen.Zie bijvoorbeeld Manus Minco/Menco, en Maurits Minco/Menco, . Gearchiveerd op 16 juli 2023. Marga Minco ontleende het eerste deel van haar schrijversnaam aan haar onderduiknaam (Marga Faes).
Biografie Geboorte en afkomst De later als Marga Minco bekend staande schrijfster werd op 31 maart 1920 in het gezin Minco als Sara geboren, in de Prins Hendrikstraat te Ginneken bij Breda (toen een dorp, sinds 1942 een stadsdeel).Stadsarchief Breda, registratienummers 1652, 1469 en 86 Sara was het derde kind van de koopman (handelsreiziger in kruiden), Salomon Minco (1887-1943), zoon van David Minco, een orthodox joodse kantoorbediende (boekhouder) uit Oldenzaal, en Grietje van Hoorn (1889-1943), dochter van een Groningse textielhandelaar uit 't Zandt.Johan P. Snapper, De wegen van Marga Minco, vertaling van The Ways of Marga Minco. Vertaald door Maaike Post en Arjen Mulder. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1999, , p. 19-29 Het jonge gezin was te Oldenzaal gehuisvest in het pand Op den Koem 2. De achtergronden van de verhuizing van het jonge gezin Minco-van Hoorn en de keuze voor Brabant zijn niet opgehelderd, maar Oldenzaal vormde voor joden een ernstig problematische omgeving.'Zwarte bladzijde in Oldenzaalse geschiedenis', Tubantia, 17-07-2023, . Gearchiveerd op 18 juli 2023.
Grootvader David Minco kwam uit Twente, waar ook andere families Menco/Minco woonden. Later herinnerde Sara zich haar grootvader 'als een soort kamergeleerde, altijd bezig met het bestuderen van oude Hebreeuwse geschriften. Als hij bij ons kwam logeren, moesten we niet vergeten onze gebeden te zeggen voor en na het eten en voor het naar bed gaan.'Adriaan van der Veen, 'Literaire ontmoeting met Marga Minco', AVRO-televisie, 27 september 1967. Tekst in: Dirk Kroon (red.), Over Marga Minco. Beschouwingen en interviews, 's-Gravenhage, Uitgeverij BZZZTôH, 1982, p. 137. Op zaterdag mochten de kinderen geen licht aansteken en niet fietsen.
Omstreeks 1925 verhuisde het gezin naar Breda (Bouwerijstraat 31a), waar de vader als parnas een vooraanstaand lid werd van de joodse gemeenschap aldaar.Bert Peene, Marga Minco: De val en De glazen brug. Memoreeks. Analyse en samenvatting van literaire werken. Apeldoorn: Walva-Boek, 1987, p. 5, De jaren daarop verhuisden ze nog tweemaal binnen Breda. De laatste woning (na Teteringenstaat 21) waar het volledige gezin woonde (tot 1941), was een fraaie, nieuw gebouwde eengezinswoning (uit 1928) aan de Loopschansstraat nr 22.Snapper (1999), p. 20 Elke zaterdag met een hoge hoed en zwart pak naar de synagoge, alleen op feestdagen door de rest van het gezin vergezeld. Salomon was een vroom man, die zijn religieuze en culturele waarden op zijn kinderen poogde over te brengen; Grietje was wat ruimdenkender en oefende een matigende invloed op haar man uit.Snapper (1999), 25 Sara's vijf jaar oudere broer Dave ontdeed zich van de voorschriften en verplichtingen van het geloof en effende zo de weg voor zijn jongere zusters. Na het behalen van zijn kandidaats economie moest hij zijn studie staken omdat het joden verboden werd te studeren. Bettie (Betje), Minco's één jaar oudere zuster, studeerde aan de Tilburgse Academie voor Beeldende Vorming, maar behaalde later haar praktijkdiploma verpleegkunde.Snapper (1999), p. 23-24
Jeugd en opleiding De vrome inslag van de vader is niet overgegaan op Minco: 'De sjoeldienst heeft mij nooit kunnen boeien.'Van der Veen (1967), p. 137. De kinderen voelden de orthodoxe aard van het gezin als een belemmering, omdat ze op zaterdag nergens aan mee mochten doen. Kinderen, aldus de auteur, 'willen nu eenmaal niet in een uitzonderingspositie worden geplaatst. Wij wilden zijn als iedereen.' Het was aan de liberalere inslag van de moeder te danken dat de vader inzag dat een strikt orthodoxe opvoeding de kinderen zou isoleren van hun omgeving.
Gedurende haar opleiding aan de Nutsschool voor Meisjes te Breda begon Minco met schrijven. In deze jaren maakte zij kennis met het werk van Couperus, 'wiens Boeken der kleine zielen mij voor het eerst het idee gaven wat literatuur kon zijn.' Ook las zij J. Slauerhoff, Hendrik Marsman en Martinus Nijhoff.
Journalist (1938-1940) Na schooltijd werkte Minco aan een bundel verhalen, op grond waarvan zij in 1938 werd aangenomen bij de Bredasche Courant. Ze verrichtte correctiewerk, versloeg lokale gebeurtenissen zoals branden en de opening van een ziekenhuis en schreef toneel- en filmkritieken, alsmede literaire stukjes onder het pseudoniem 'Hus'. De dag na de capitulatie werd zij ontslagen, volgens haar latere echtgenoot Bert Voeten, omdat de directie geen joods redactielid in dienst durfde te houden, hoewel de bezetter toen nog geen enkel verbod had uitgevaardigd. Zo werd Minco de eerste Nederlandse journalist die vanwege haar joodse afkomst werd ontslagen.Snapper (1999), p. 30
Tweede Wereldoorlog (1940-1945) Van het begin af aan vormde de opkomst van het nazisme gespreksstof in het gezin. Een oom van Minco was met een Duitse vrouw getrouwd, wier familieleden al vroeg in concentratiekampen terechtkwamen: 'Wat er met de joden in Duitsland gebeurde, wisten we maar al te goed.'Van der Veen (1967), p. 138. De dag nadat Nederland capituleerde, werd Minco op last van Duits-gezinde commissarissen ontslagen bij de krant, nog voordat de Duitsers hun anti-joodse maatregelen afkondigen. Vervolgens maakte ze de Vlucht uit Breda mee.
In het begin van de Duitse bezetting verbleef zij in Breda, Amersfoort en Amsterdam. Minco kreeg een lichte vorm van tuberculose (tbc) en belandde in ziekenhuizen in Utrecht en Amersfoort. In het najaar van 1942 keerde ze terug in Amsterdam en trok zij in bij haar ouders, die door de Duitse bezetters gedwongen waren om in de Jodenbuurt te gaan wonen. Later tijdens de oorlog werden haar ouders, broer en zus gedeporteerd. Minco is de enige overlevende door aan arrestatie te ontsnappen en de rest van de oorlog onder te duiken. Minco kreeg toen ook een nieuwe naam: Marga Faes waarvan ze de voornaam later aanhield. thumb|Marga Minco met haar man Bert Voeten en dochters in 1958 Op 29 augustus 1945 trouwde Minco in Amsterdam met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992), die zij in 1938 bij de krant had leren kennen. In de oorlog zat zij bij hem ondergedoken. Minco en Voeten kregen twee dochters, Bettie en de publiciste Jessica Voeten.
Het adres Na de Tweede Wereldoorlog ging Minco naar het adres dat haar moeder haar had gegeven, waar zij (kostbare) eigendommen in bewaring had gegeven (bij zogenaamde bewariërs), om die spullen weer op te halen. Maar de familie weigerde de spullen terug te geven (ze nam alleen wat theelepeltjes mee. Minco vertelt in de documentaire "De Schaduw van de herinnering" uit 2010 dat zij de theelepeltjes (die nog van haar oma geweest waren) uit de kast had gepakt en in haar zak gestoken, op een moment dat zij even alleen in de kamer was. In de documentaire laat zij de betreffende theelepeltjes zien. Achter de andere spullen ging zij verder niet meer aan, vertelt Minco in de documentaire, omdat die spullen hun betekenis voor haar verloren hadden, doordat het gezin van wie die spullen waren, niet meer bestond, vermoord was, op haarzelf na. Minco beschreef dit voorval in het korte verhaal Het adres, dat van 'mevrouw Dorling', dat in 1957 voor het eerst verscheen en, als beste, bekroond werd door een firma die haar 25-jarig bestaan vierde en bij die gelegenheid een novelleprijsvraag had uitgeschreven. De familie bleek die te zijn van de grootouders van voorzitter van de jury die haar de P.C. Hooftprijs had toegekend, Gillis Dorleijn: Rijksbelastingambtenaar Gillis Dorleijn (1890-1974) en Alida Helena Margaretha Blom (1899-1989). Toen zij in 2018 vernam dat Dorleijn haar zou gaan bellen over die voorgenomen toekenning, had zij laten weten dat zij verkoos dat iemand anders haar dat zou gaan meedelen; dit laatste gebeurde en de prijs werd haar op 18 januari 2019 thuis overhandigd door de secretaris-penningmeester van de stichting, met bijbehorende oorkonde, ondertekend door die laatste en de voorzitter welke "wegens familieomstandigheden" niet bij de prijsuitreiking aanwezig was. Dit alles raakte bekend op 4 juni 2019 toen dit verhaal, samen met het juryrapport en Minco's dankwoord, alsmede een reconstructie van dit gebeuren door haar dochter Jessica Voeten, verscheen. Dorleijn en zijn familie gaven daarop te kennen dat het verhaal hen "pijnlijk heeft geraakt en ons in feite sprakeloos maakt"; ze gaan alsnog de nog aanwezige eigendommen teruggeven.
Na 1945 werkt Minco aanvankelijk bij een aantal kranten en tijdschriften.
4 meiherdenking In 2015 werd Minco gevraagd naar haar opvattingen over het herdenken van Duitsers en andere oorlogen tijdens de jaarlijkse herdenking van de oorlog op 4 mei. Verwijzend naar de overlevenden antwoordde ze 'Laat het maar zoals het is, zolang wij er nog zijn'.Peters (2015).
Overlijden Op 15 juli 2023 werd door middel van een rouwadvertentie in de NRC bekendgemaakt dat Minco vijf dagen eerder, op 10 juli, op 103-jarige leeftijd was overleden. Ze was toen al in besloten kring begraven. In haar rouwadvertentie stonden ook de namen van haar ouders, broer en zus en hun partners, die om het leven waren gekomen tijdens de Holocaust en op wie Minco personages uit haar werk had gebaseerd, zoals de familieleden van de hoofdpersoon in Het bittere kruid.
Schrijfster In 1957 debuteerde Minco als literair auteur met Het bittere kruid, waarvoor haar de Vijverbergprijs werd toegekend, die toen ƒ 1500.- bedroeg. Op de opening van de 24e Boekenweek in 1959 maakte zij kennis met koningin Juliana, waarvan een foto bestaat.
Werk Tussen 1950 en 1954 verschenen korte verhalen van Minco in periodieken als Mandril, Haarlems Dagblad en Het Parool.