Wearwell of Wearwell Stevens is een historisch Brits fiets- en motorfietsmerk waar ook motorfietsen met de merknamen Wolf en Wulfruna werden geproduceerd.
De bedrijfsnamen waren: Ca. 1860-1868: Temple Street Wheel Co., Wolverhampton, eigenaar: Henry Clarke 1868-1889: Cogent Cycle Co., Wolverhampton, eigenaar: Henry Clarke 1889-ca. 1900: Henry Clarke's Exors, Cogent Cycles, Wolverhampton (restant van het oude bedrijf), eigenaar: Joseph Parker 1889-1909: Wearwell Cycle Works, W. Clarke, Darlington Street, Wolverhampton (nieuw bedrijf gebroeders Clarke), eigenaar: familie Clarke 1899 Wearwell Motor Carriage Co., Wolverhampton, eigenaar: familie Clarke 1901-1905: Wearwell Stevens, dochteronderneming van Wearwell Cycle Works 1905-1911: The Wolf Engineering Co. Ltd., Wolverhampton, dochteronderneming van Wearwell Cycle Works 1911-1920: The Wulfruna Engineering Co. Ltd., Wolverhampton, eigenaar: familie Clarke 1920-1928: The Wulfruna Engineering Co. (1920) Ltd., Wolverhampton, eigenaar: familie Clarke 1928: The Wearwell Cycle Co. (1928) Ltd., Wolverhampton, eigenaar: Vulcan Manufacturing Co 1928-1933: Vulcan Manufacturing Co. Ltd., New Griffin Works, Wolverhampton, eigenaar: familie Waine 1933-1969: Wearwell Cycle Co. Ltd., Wolverhampton en Wearwell (India) Ltd., eigenaar: Vulcan Manufacturing Co
Voorgeschiedenis Henry Clarke was een smid en wielenmaker uit Wolverhampton die in 1855 bij het 38e infanterieregiment diende tijdens de Krimoorlog. Bij de aanval op Redan raakte hij gewond en werd hij uit de dienst ontslagen. Op zijn terugreis zag hij in Parijs voor het eerst fietsen, waarschijnlijk draisines met houten wielen die veel gelijkenis vertoonden met de karrewielen die hij zelf maakte en repareerde. Hij ging voor enkele Franse producenten wielen maken en toen hij thuis kwam richtte hij de Temple Street Wheel Company op. Hij produceerde wielen voor de export naar Frankrijk, waaronder enkele voor vélocipèdes. In die periode trouwde hij met Harriet Powney uit Wombourne met wie hij vier dochters en vijf zoons kreeg. Als smid had hij al snel de productie van complete fietsen onder de knie, en die ging hij ook zelf produceren.
Negentiende eeuw Jaren 60 Bedrijf: In 1868 richtte hij de Cogent Cycle Company op aan Darlington Street in Wolverhampton. Zijn vijf zoons Tom, George, William, Jack en Henry kwam ook in het bedrijf werken. Cogent fietsen: In 1869 kwamen de eerste Cogent fietsen op de markt. Dat waren nog hoge bi’s, die in Engeland penny-farthing werden genoemd. Ze werden al snel goed verkocht.
Jaren 70 Cogent fietsen: Rond 1870 leverde Cogent fietsdriewielers met twee voorwielen en één achterwiel. In 1877 kostten de Cogent penny-farthings tussen 8 en 10 pond en er werden al verschillende modellen geproduceerd. De naven werden in twee helften gemaakt en hadden conische lagers van gehard staal die de wrijving verminderden.
Jaren 80
Bedrijf: Toen Henry in 1889 op 56-jarige leeftijd overleed werd het bedrijf in eerste instantie door een van de zoons overgenomen, maar dat was waarschijnlijk niet naar de zin van zijn broers. Daarom kocht Joseph Parker het bedrijf via de executeur en Tom Clarke ging naar Manchester om daar de Express Cycle Company op te richten. George, William, Jack en Henry jr. richtten in Wolverhampton het merk Wearwell op, met William als directeur. Cogent fietsen: In 1883 bevatte de catalogus een aantal ingezonden brieven van tevreden klanten en een groot aantal versies van de hoge bi. De Special Cogent was leverbaar als toer- en racefiets en kon geleverd worden met een voorwieldiameter van 132, 137, 142, 147 en 152 cm. De topsnelheid van de fiets werd bepaald door de kracht van de berijder én de diameter van het voorwiel. Dit model had ook verstelbare lagers, 80 tot 104 spaken, geschutbronzen velgen, een verstelbare opstap en een zadel met een bladveer. Alle versies kostten 14 pond, behalve de 60 inch (152 cm)-fiets, die 15 pond kostte. Verder leverde men de Cogent Nr. 1, een lichte roadster met 52 tot 60 inch (132 tot 152 cm)-wielen. De goedkope maar stevige Cogent Nr. 2 die met het kleinere 48 inch (122 cm)-voorwiel leverbaar was kostte 11 à 12 pond en de nog goedkopere Cogent Nr. 3 kostte 8 à 10 pond. De Cogent Nr. 4 kostte 5 à 6 pond. De prijzen verschilden door de verschillende materialen en de accessoires die waren gemonteerd. In 1887 ging men ook veiligheidsfietsen (met gelijke wielen en kettingaandrijving) produceren. De hoge bi's kregen toen de toevoeging Ordinary (gewoon). De prijzen daalden uiteraard, want de veiligheidsfiets was de nieuwe mode, en ook aanmerkelijk gebruiksvriendelijker dan de hoogwielers. De Cogent Nr. 5 Ordinary kostte in 1887 nog slechts 4 pond, de Cogent Nr. 18 Safety met kettingaandrijving kostte 12 pond en de Cogent Nr. 20 tricycle kostte 15 pond, maar dit model had inmiddels één voorwiel en twee achterwielen. Na enige tijd verschenen ook fietsen met handremmen die alleen op het achterwiel werkten. Men kon de herenfiets Cogent Gents Popular voor 5 pond kopen en de Cogent Ladies Popular kostte 6 pond, maar die had dan ook een kettingkast om te voorkomen dat de lange rokken tussen ketting en tandwiel kwamen.
Jaren 90 Bedrijf: Door de onenigheid tussen de gebroeders Clarke ontstonden eigenlijk drie bedrijven: het oude merk Cogent, dat nu Henry Clarke’s Exors heette en nog ca. 10 jaar onder leiding van Joseph Parker bleef produceren, het bedrijf Express Cycle Company, eigendom van Tom Clarke en gevestigd in Manchester, en de Wearwell Cycle Works onder leiding van William Clarke en eigendom van William, George, Jack en Henry jr. De verkopen van Wearwell bleven stijgen en rond 1899 was het een van de grootste rijwielfabrikanten van Wolverhampton. In 1899 werd een nieuwe fabriek in Pountney Street geopend voor de productie van gemotoriseerde voertuigen van de juist opgerichte Wearwell Motor Carriage Company. Cogent fietsen: In de jaren 90 van de 19e eeuw bleef Cogent Cycles onder leiding van Joseph Parker nog steeds groeien. De fietsen stonden bekend om hun goede afwerking en desondanks lage prijs, en rond 1896 moest het bedrijf zelfs nog uitgebreid worden en werd het machinepark vernieuwd. In elk geval bestond het nog in 1899, toen nog een catalogus werd uitgebracht. Wearwell fietsen: Wearwell ging fietsen en driewielers met massieve, cushion- en luchtbanden produceren. In 1893 leverde men al negen modellen, waaronder een driewieler en een luxefiets met dubbele framebuizen, kogellagers en een Reynolds ketting. Luchtbanden waren toen nog een echt luxeproduct. Dit topmodel kostte 18 pond met massieve banden en 23 pond met luchtbanden. De verkopen bleven stijgen en Wearwell werd een van de grootste fietsproducenten van Wolverhampton. De Wearwell Safety modellen A en B waren herenfietsen met spatborden en een bandrem, het Safety model C was een damesfiets met jasbeschermers en een kettingkast, het Safety Model D was een stevig maar goedkoop model bestemd voor “those whose means are limited” en kostte dan ook slechts 10 pond, het Model E heette Youth’s Safety en was voor de jeugd bestemd, het Safety Model F was eigenlijk een model uit 1892 dat zo gewild was dat in dat jaar niet alle orders gevuld konden worden. Het Safety Model G was een sportieve roadster zonder spatborden, het Model H was een racefiets, waarschijnlijk voor baanwedstrijden, want remmen ontbraken volledig. Nog steeds leverde men een driewieler, die met cushionbanden 23 en met luchtbanden 29 pond kostte. Wearwell motorcarriage: In 1899 besloot William Clarke gemotoriseerde voertuigen te gaan maken. Daarvoor werd een nieuwe fabriek in Pountney Street geopend en de Wearwell Motor Carriage Company opgericht. Het eerste product was een vierwielig voertuig dat werd aangedreven door twee naast elkaar gemonteerde 2¼ pk Butler-motoren. Het sloeg echter niet aan.
Twintigste eeuw Jaren 00 Bedrijf: In 1901 werd de productie van motorfietsen opgestart, aanvankelijk onder de merknaam Wearwell-Stevens, later onder de merknaam Wolf. De productie van fietsen steeg naar 500 exemplaren per week, aan het einde van het decennium werden ook 20 motorfietsen per week gemaakt. In 1909 vergokte de secretaris van het bedrijf een groot deel van het bedrijfskapitaal, waardoor men uiteindelijk failliet zou gaan. Wearwell fietsen: In 1905 waren er al 15 modellen, zowel dames- als herenfietsen en racefietsen, naar keuze met versnellingen en massieve of luchtbanden. In 1908 produceerde men al 500 fietsen per week, waarvan een groot deel geëxporteerd werd, vooral naar Nederland. De Nederlandse importeur bestelde soms wel 10.000 fietsen tegelijk.
Wearwell-Stevens motorfietsen: William raakte geïnteresseerd in de nieuwe motor van de gebroeders Stevens. Het bedrijf van hun vader, J. Stevens Co., leverde al spaken, bouten en moeren aan Wearwell. Clarke sloot een contract met de gebroeders Stevens voor de levering van een vast aantal inbouwmotoren per week. Deze werden in stevige fietsframes gemonteerd en zo ontstond het merk Wearwell-Stevens. In 1901 verscheen de eerste motorfiets, voorzien van een 2½ pk luchtgekoelde Stevens kop/zijklepmotor met een snuffelklep. De motor zat boven de onderste framebuis, had accu-ontsteking, een oppervlaktecarburateur en een leren aandrijfriem rechtstreeks van de krukas naar het achterwiel. De Wearwell-Stevens-motorfiets werd verkocht voor 43 guineas en werd al snel populair. Tijdens de National Cycle Show in Crystal Palace van 1902 verscheen al een verbeterde versie, waarbij de klant nu ook kon kiezen voor een sproeiercarburateur. De prijs was verlaagd naar 40 guineas. In 1903 verdween de oppervlaktecarburateur en het achterwiel werd nu aangedreven door een Lincona V-snaar. Wearwell-Stevens Motette: In dat jaar leverde men ook de Motette, een forecar naar een idee van Harry Stevens. Die was aan de achterkant helemaal opgebouwd zoals de motorfiets, maar de voorvork was vervangen door een as met twee wielen, waar een rieten stoel boven zat. Deze driewieler kostte 53 guineas, maar er kon voor 16 guineas een ombouwset bij geleverd worden om er weer een gewone motorfiets van te maken. Bovendien kon men voor 75 guineas een 3¼ pk-versie bestellen. De forecar werd echter geen succes en verdween weer snel van de markt. Wolf motorfietsen: In 1905 werd de motorfiets helemaal herzien en bovendien kreeg hij de merknaam Wolf. Het motorblok hing nu op de normale plaats bij de trapas, en de 3¼ pk-versie was toegepast. In 1906 was er al meer dan een dozijn modellen en Stevens leverde nu ook frames en 1½ pk-clip-on motoren met de montageset voor fietsframes die via Wearwell voor 14 guineas verkocht werden. De prijzen van complete motorfietsen varieerden van 37 tot 42 guineas, maar de goedkoopste Wolf was de Featherweight, die eigenlijk nog was opgebouwd zoals de eerste modellen. Hij kostte nu nog slechts 19 guineas. In 1909 verscheen de Wolf Grand, die 35 pond kostte. Het idee van de driewielers was nog niet losgelaten, ondanks de mislukking van de Motette. Integendeel, men ging tricars maken als transportmotorfiets, maar ook als forecar, maar nu met een 4½ of 5 pk sterke watergekoelde paralleltwin met twee versnellingen. Wolf Carette: Er kwam zelfs een zeer zwaar en luxueus model van de forecar, de Wolf Carette, die veel van een driewielige auto weg had. Deze had een 6 pk watergekoelde paralleltwin van het merk Fafnir, twee versnellingen en een koppeling en asaandrijving naar het achterwiel. Er waren al behoorlijke remmen gebruikt en er was een grote tank van 27 liter aan boord. De bijrijder kon plaats nemen in een luxueuze zetel boven de vooras, de bestuurder had een luxueuze zitplaats met rondlopende rugleuning. Om de comfortabele zithouding te behouden was er een stuurwiel gebruikt. De techniek was vrijwel onzichtbaar door het vele plaatwerk en de machine woog dan ook ca. 170 kg. Hij kostte 90 guineas.