thumb|VAE, een valkenier in een woestijn thumb|Konradijn von Hohenstaufen (1252–1268) tijdens de jacht (afbeelding uit de Codex Manesse) thumb|Een les in valkerij met woestijnbuizerds (Parabuteo unicinctus) thumb|Valk met huif om hem rustig te houden Valkerij is oorspronkelijk de kunst van het vangen en africhten van valken ten behoeve van de jacht. Valkerij is dan ook het jagen met getrainde roofvogels in een voor hen geschikt terrein op voor hen natuurlijke prooien.
Tegenwoordig heeft de valkerij een bescheiden omvang. Nog steeds worden valken afgericht voor de jacht, maar het is doorgaans meer hobby dan beroep. Naast jacht zijn er andere doelen, in het bijzonder recreatie (vogelshows) en verjaging/overlastbestrijding van bijvoorbeeld meeuwen.
Iemand die de valkerij beoefent wordt een valkenier genoemd. Men is pas valkenier als men de kennis en ervaring heeft om een roofvogel zodanig te trainen, dat deze op conditie is en in staat is om prooien te bemachtigen.
Kritiek op de valkerij is er vanuit natuur- en dierenbeschermers.
Soorten valkerij De valkerij wordt onderscheiden in de "hoge vlucht" en de "lage vlucht". Bij de hoge vlucht wordt gejaagd met een hoog in de lucht, boven de valkenier, aanwachtende valk al dan niet in combinatie met een hond die het wild opspoort. Bij de lage vlucht vertrekt de jachtvogel vanaf de handschoen van de valkenier om zo een eventuele prooi door middel van een snelle achtervolgingsvlucht te binden.
Geschiedenis Reeds in de Oudheid werd de valkerij in het Midden-Oosten beoefend en nog steeds is dit een met passie beoefende sport in Dubai.
In de Lage Landen ontwikkelde de valkerij zich in Kempense Brabant, gelegen op de trekroute van de slechtvalk. In Arendonk zou al vanaf de 10e eeuw sprake zijn geweest van valkenvangst.
Vooral aan keizerlijke en koninklijke hoven was het een belangrijk en prestigieus tijdverdrijf. Brabanders speelden een aanzienlijke rol in vangst en handel van de valken. De naam van het Valkhof in Nijmegen verwijst eveneens naar de valkerij. De 12e-eeuwse keizer Frederik Barbarossa (die hier ook de burcht liet bouwen) was in Europa een van de eerste grote beoefenaars van deze sport.Nijmegen – Valkhof, Spannende Geschiedenis Keizer Frederik II, zelf een enthousiast valkenier, heeft in de 13e eeuw een standaardwerk over de valkenjacht geschreven: De Arte Venandi cum Avibus (Over de kunst van het jagen met vogels). De valkerij van Maria van Hongarije (1505-1558) was een van de meest gerenommeerde en leverde valken aan Europese hoven.Infobord in de tentoonstelling over Margaretha van Parma in het MOU Museum op 31 december 2024
In de 15e en begin 16e eeuw werd in de beeldende kunst, zoals op schilderijen en in tekeningen, soms een toespeling op sodomie c.q. mannelijke homoseksualiteit gemaakt door een (rijkere, oudere) man af te beelden in gezelschap van een (jongere) valkenier met een roofvogel op zijn hand.Herman Pleij, Pompejus Occo en het zieke Amsterdam, Uitg. Prometheus, Amsterdam 2025, p. 227-229.
Vlak over de grens in Nederland ontwikkelde de valkerij zich in Valkenswaard, Leende en Leenderstrijp vanaf de 16e eeuw. In de 17e, 18e en 19e eeuw waren Valkenswaardse valkeniers werkzaam aan bijna alle Europese vorstenhoven, waar de valkenjacht een geliefd tijdverdrijf was.
Teloorgang Met de Franse Revolutie en de moderniseringen van de 19e eeuw kwam ook het einde van de valkerij. De laatste Valkenswaardse valkenier was Karel Mollen (1854-1935). De familie Mollen is wereldwijd bekend, onder andere vanwege de door hen ontwikkelde "Mollenhuif", een specifiek model valkenkapje dat tegenwoordig nog steeds gebruikt wordt.
Tegenwoordig wordt de valkerij vooral bedreven door mensen in hun vrije tijd. Maar beroepsvalkeniers worden steeds meer ingezet ter bestrijding van overlast van grote aantallen vogels, bijvoorbeeld op industrieterreinen. Ook geven zij roofvogeldemonstraties, roofvogel- en valkerijworkshops om zo het oude ambacht levend te houden.
Vaak worden de gebruikte valken voor de vlucht voorzien van een radiotelemetriezendertje, zodat zij op afstand terug te vinden zijn mochten ze verloren vliegen. Wanneer een valk niet hoeft te jagen wordt, tijdens het transport, zijn kop vaak afgedekt met een huif (een soort kapje), zodat hij rustig blijft zitten.
Op 5 januari 2023 werd de valkerij in Nederland ingeschreven bij de Unesco als immaterieel erfgoed.
Valkenier worden en zijn in Nederland Om zich valkenier te kunnen noemen, moet men echt jagen met de roofvogels (wat iets anders is dan een vogelshow). Voor het mogen jagen dient men in Nederland te beschikken over een valkeniersakte, volgens artikel 3.30 van de Wet natuurbescherming. In Nederland mag gejaagd worden met de slechtvalk en met de havik. Daarnaast mag de woestijnbuizerd ingezet worden voor de bestrijding van schade of ter voorkoming daarvan.
Om de valkeniersakte te verkrijgen dient er een schriftelijk theorie-examen te worden gedaan bij de Stichting jachtexamens. Ook dienen er twee stages van elk een jaar te worden doorlopen waarna een mondeling examen volgt, het jachtexamen (valkeniersexamen) bij diezelfde stichting.
In Nederland zijn er in 2023 circa 200 houders van een valkeniersakte in Nederland. Deze zijn grotendeels georganiseerd in verenigingsverband.
Nederland kent drie valkeniersverenigingen: het Nederlandse Valkeniersverbond "Adriaan Mollen" (1938), Equipage Jacoba van Beieren (1987) en Orde der Nederlandse Valkeniers (2000). De drie verenigingen worden gezamenlijk richting de overheid (wet en regelgeving en opleiding) vertegenwoordigd door het Nationaal Overlegorgaan Valkerij Nederland (NOVO).
Internationale organisatie De Nederlandse valkerij was een van de medeoprichters van de IAF, de International Association for Falconry and Conservation of Birds of Prey. Hierbij zijn 110 organisaties uit 90 landen aangesloten.
Valkenvangst In de Benelux werd vooral de slechtvalk gevangen. Grote valken als de geervalk (giervalk) werden gevangen in de Scandinavische landen en IJsland. In de Kempen bestond het gewoonterecht dat inhield dat de bewoners mochten jagen op klein wild en gevogelte buiten de vrije warande. Omdat de Leenderheide op de trekroute van de slechtvalk lag, en daar ook de voor de valkenvangst benodigde klapekster voorkwam, was dit gebied erg geschikt. Het vangen ging als volgt:
Op een stille plaats op de heide, liefst in de buurt van een moeras, werd de vangplaats of legge ingericht. Een ingegraven plaggenhut met een karrenwiel als zoldering, en voorzien van kijkgaten, camoufleerde de vanger. Dit was de tobhut. Op vijftig meter afstand van de tobhut stonden drie palen, de tobroeden. Op de eerste roede was een houten valk, de dove, bevestigd, die met een lijn in beweging kon worden gebracht. Op de tweede roede zat een tamme valk, de zege, en was tevens een bos veren bevestigd. Op de derde roede zat een tamme lokduif.
Op 90 meter van de tobhut waren vangnetten gespannen en een hokje met een tamme duif, maar een eindje verder was ook een hutje met daarin een tamme klapekster die aan een lijntje zat. Dit was het handwerk. De klapekster kon al vanaf grote afstand waarnemen dat er een roofvogel in aantocht was, vandaar de naam, die van verklappen komt. De klapekster reageert op elke soort anders, wat voor de vanger belangrijke informatie geeft.
Voor zonsondergang ging de valkenvanger naar de tobhut. Als er een valk in aantocht was sloeg de klapekster alarm en vluchtte in zijn hutje. De valkenvanger trok aan de lijn en tobde (bewoog) daarmee de dove. Hierdoor werd de wilde valk aangetrokken. Vervolgens werd de tamme valk met de veren omhooggetrokken, waardoor de wilde valk het idee had dat deze valk een prooi had geslagen. Als de wilde valk naderbij gekomen was, liet de vanger de tamme valk in de heide zakken, en trok aan de lijn waaraan de duif bevestigd is. De duif ging fladderen en de wilde valk trachtte de duif te vangen, maar deze zakte nu de heide in. De valk ging zoeken naar de duif en op een gegeven ogenblik trok dan de vanger de tamme duif uit het hutje. De valk stortte zich op de duif en werd, samen met deze, naar het slagnet getrokken en gevangen.
Als de valk gevangen was moest ze nog wennen aan de mens(zeeg maken) en afgericht worden (treinen).
Toepassingen Valkeniers worden in het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw nog ingezet om de luchtvaart veiliger te maken, landbouwgebieden te beschermen tegen bovenmatige graaf- en vraatschade en de veiligheid op onder meer begraafplaatsen en vuilnisbelten.
Kritiek Er is in de loop van de tijd op verschillende aspecten van de valkerij kritiek geuit. Zo gingen vroeger bij het transport van giervalken vele vogels verloren. Het bestand van giervalken liep bovendien sterk terug door het vangen van dieren voor de valkerij. Ook verliep het trainen niet altijd zachtzinnig: dieren moesten soms hongeren en oogleden werden soms tijdelijk vastgenaaid om het trainen te vergemakkelijken. Recentere kritiek richt zich op het houden van dieren in gevangenschap en het verplaatsen van valken naar een veel warmer klimaat dan wat zij gewend zijn, bijvoorbeeld naar het Midden-Oosten. Door het kruisen en ontsnappen van valken vindt soms faunavervalsing plaats.
Galerij
Begrippen uit de valkerij Valkeniers hebben in de loop der eeuwen een eigen taalgebruik ontwikkeld. Onderstaande lijst geeft een overzicht van algemeen gebruikte valkerij-termen.
A Aanleggen Jachtvogel trainen op een bepaalde wildsoort.
Aanspreken Het wild zien en bepalen of er gejaagd mag/kan worden en er dan de vogel opzetten
Aansteken Zie "stiften"
Aansteeknaald Naald van metaal, glasvezel of bamboe, vaak driehoekig, die gebruik wordt om gebroken veren te herstellen.
Aanwachten Wanneer een valk hoog boven de valkenier gaat vliegen en pas aanvalt in duikvlucht wanneer een prooi wordt opgejaagd.
Aas Het vlees dat men een roofvogel te eten geeft.
Aasnagel Zie "Talon".
Afazen De roofvogel de rest van het voedsel geven na een training of jacht.
Afdragen Het "tam" maken van roofvogels door ze veel te dragen.
Afstrijken Wegvliegen
Afvliegen Proberen van de vuist of zitplaats weg te vliegen.
Appél De snelheid waarmee een roofvogel komt als deze "teruggeroepen" wordt.
Aylmeri (Nederlands) schoentjes en kortveters (uitgevonden door majoor Guy Aylmer).
Aylmeri (Belgisch) manchet en schoentjes (uitgevonden door majoor Guy Aylmer).
B Baard Donkere streep van veren onder de ogen van een valk.
Balg Imitatieprooi van haarwild. Bedoeld voor training en appel.
Bekleden Het aanleggen van schoenen en bellen bij de vogel
Bewits Leren riempje om een bel mee aan de poten vast te maken.
Bidden Het ter plaatse blijven hangen in de lucht.
Binden Grijpen of vasthouden van een prooi, balg of loer tot op de grond.
Blaatvalk Lannervalk / "Blauwe poot", meestal duidend op Geer- of Sakervalk
Bloedpen Nieuwe nog niet volgroeide veer waarbij er nog bloed in de schacht zit.
Blok Ronde, verhoogde zitplaats voor roofvogels (meestal valken).
Boog Zie: Sprengel
Braakbal Haar, veren, beentjes en ander onverteerbaar materiaal dat enige tijd na de maaltijd wordt uitgebraakt door de roofvogel.
Brauwen Voordat de huif gebruikt werd maakte men gaatjes in de oogleden die met een dun draadje dat onder of boven de kop werd vastgeknoopt konden worden gesloten
Breel In de lengte doorsneden lederen riempje dat om de vleugel (elleboogsgewricht)van een onrustige valk wordt geschoven zodat deze de vleugels niet meer kan uitslaan.
Broek Veren bekleding aan de buitenzijde loopbeen. Functioneel bij afremmen van de vogel en ter verwarming bij opgetrokken poot.
Bumblefoot Bacteriële infectie, meestal onder de klauw.
C Cagie Traditioneel rechthoekig rek die gedragen kan worden om jachtvogels in het veld te vervoeren.
Casting jacket "Dwangbuis" voor roofvogels. Wordt gebruikt als er bepaalde handelingen aan de vogel moeten worden uitgevoerd.