Voldemort, ook wel Heer Voldemort, Heer van het Duister, Jeweetwel, Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden en officiële naam Marten Asmodom Vilijn, is een personage uit de Harry Potter-serie van de Britse schrijfster J.K. Rowling.

Hij is de ultieme vertegenwoordiger van het kwaad en wordt gezien als de aanvoerder van de Duistere Zijde. Daarmee is hij de antagonist van onder anderen Harry Potter en Albus Perkamentus. Voldemort was op Zweinstein de leerling Marten Vilijn jr. (of in de oorspronkelijke, Britse versie Tom Riddle), zoon van Marten Vilijn Sr. en Merope Mergel.

Voldemort heeft later een kind gekregen met Bellatrix van Detta; zij heette Delphini Vilijn. Delphini komt alleen voor in het toneelstuk en het daarvan afgeleide boek Het Vervloekte Kind.

Afkomst en vroege jeugd Het geslacht Mergel was oorspronkelijk een oud en gerespecteerd tovenaarsgeslacht en stamde rechtstreeks af van Zalazar Zwadderich, maar door inteelt, het gebrek aan intelligentie en goede manieren had de familie het respect en de rijkdom verloren. Asmodom Mergel leefde samen met zijn zoon Morfin, die voornamelijk in sisselspraak sprak, en dochter Merope, die door de slechte behandeling die ze kreeg een deel van haar toverkracht was kwijtgeraakt, in een vervallen huisje in een vallei vlak bij Havermouth, een dreuzeldorp. Het enige van waarde dat ze hadden was het Medaillon van Zwadderich en de ring van de familie Prosper. De familie had net als de meeste 'bloedzuivere' toverfamilies een hekel aan dreuzels. Nadat Asmodom en Morfin allebei een misdaad hadden begaan tegen een dreuzel werden zij opgesloten in Azkaban. Merope leefde daarna alleen in het huisje. Ze was verliefd op Marten Vilijn, een rijke dreuzel die aan de overkant van de vallei woonde. Op een warme dag lokte ze hem waarschijnlijk het huis binnen en gaf hem een glaasje water te drinken waar een liefdesdrankje in was opgelost. (Het is ook mogelijk dat ze hem onder een Imperiusvloek hield.) Marten Vilijn werd daarop op slag verliefd op haar. Ze vluchtten samen weg en Merope raakte zwanger van hem. Ze was in de veronderstelling dat Vilijn nu ook echt van haar hield en dat het kind een reden was voor hem om bij haar te blijven, dus stopte zij met het gebruik van magie om hem bij zich te houden. Maar ze had hem verkeerd ingeschat, en meteen toen Vilijn uit zijn roes ontwaakte, vluchtte hij. Merope was hoogzwanger en zonder werk of geld. Het Medaillon van Zwadderich, het enige wat ze had, had ze voor een veel te lage prijs verkocht aan Odius en Oorlof. Op oudejaarsavond kwam ze totaal verwaarloosd aan bij een weeshuis, waar ze diezelfde avond een zoon baarde. Ze stierf in het kraambed, maar gaf vlak voordat ze stierf aan dat ze hoopte dat haar zoon op zijn vader zou lijken en dat hij Marten Asmodom Vilijn genoemd moest worden, naar zijn vader Marten en zijn grootvader Asmodom.

Marten Vilijn jr. was, zoals zijn moeder hoopte, inderdaad een knappe jongeman. Hij verbleef zijn hele kindertijd in het weeshuis. Nooit kwam er een familielid om hem op te zoeken. Hij was een eenling en anders dan de andere kinderen; hij praatte namelijk met slangen en kon dingen laten bewegen zonder ze aan te raken. Hij werd niet onzeker of bang door deze verschillen in geaardheid, maar gebruikte ze juist om de andere kinderen in zijn macht te krijgen. Het ultieme bewijs dat hij echt anders en in zijn ogen beter was kwam in de zomervakantie voor zijn elfde verjaardag. Albus Perkamentus zocht hem op en vertelde over zijn ware achtergrond en over de hele tovergemeenschap. Perkamentus ontdekte dat Marten een zeker gevoel voor sadisme had, dingen stal en op zeer jonge leeftijd al bijzonder dominant gedrag vertoonde. Maar bovenal zag Perkamentus dat Vilijn magisch zeer begaafd was, zij het nog ongecontroleerd.

Periode op Zweinstein De Geheime Kamer Zo kwam het dat, terwijl Armando Wafelaar schoolhoofd was, Marten Vilijn jr. aan zijn opleiding op Zweinstein begon. Hij werd ingedeeld in de afdeling Zwadderich, en vermoedelijk kwam hij er ook al snel achter dat hij een directe afstammeling was van Zalazar Zwadderich. Daarnaast bleek hij een zeer getalenteerde tovenaar te zijn. Hoewel er tijdens zijn schooltijd vreemde incidenten plaatsvonden, kon Marten nooit betrapt worden op een misstap. Hij studeerde hard, kon goed met de leraren overweg, met uitzondering van Perkamentus, en schopte het uiteindelijk tot klassenoudste in zijn vijfde jaar.

Hoe hij aan de informatie is gekomen, is niet bekend, maar Marten ontdekte de locatie van de Geheime Kamer. Deze kon alleen geopend worden door de erfgenaam van Zwadderich, die vervolgens de gruwel die er huisde kon loslaten in de school. Zwadderich vond namelijk dat alleen bloedzuivere tovenaars mochten studeren, een punt waarop hij van mening verschilde met de overige oprichters van Zweinstein. Na een ruzie met hen was Zwadderich opgestapt, maar pas nadat hij de Geheime Kamer had gebouwd. Zijn erfgenamen konden de gruwel uit de Kamer loslaten, om zo de school van de leerlingen te zuiveren die het volgens Zwadderich niet waard waren om er te studeren. Het geheim van de Geheime Kamer blijkt te schuilen in sisselspraak, het vermogen om met slangen te kunnen praten. Degenen die deze taal beheersen, de Sisseltongen, worden voor duistere tovenaars versleten. Het vermogen om sisselspraak te spreken is aangeboren en kan niet worden aangeleerd, behalve de uitspraak van de woorden in sisselspraak. Marten Vilijn was een Sisseltong. Zijn toenmalige 'schoolvrienden', de voorlopers van de latere Dooddoeners, waren niet op de hoogte van Martens bijzondere gave, zoals ze verder ook weinig van Marten afwisten.

Marten opende de Geheime Kamer en liet de gruwel, een basilisk, los in de school. De blik van een basilisk is dodelijk voor iedereen die hem direct in de ogen kijkt. In dit geval zou het gaan om leerlingen die niet bloedzuiver waren. Er vonden aanvallen plaats op leerlingen en de situatie werd onhoudbaar op Zweinstein. Nadat een van de leerlingen (Jammerende Jenny) de dood vond op een wc, zou de school weleens gesloten kunnen worden, tenzij de dader werd gepakt. Marten schrok hiervan, want hij beschouwde Zweinstein als zijn echte thuis. Om dit te voorkomen, besloot hij iemand anders te laten opdraaien voor zijn daden. Zijn keuze viel op Rubeus Hagrid, de latere jachtopziener en leraar Verzorging van Fabeldieren. Hagrids voorliefde voor fabeldieren werd door Vilijn tegen hem misbruikt. Hij beschuldigde Hagrid er namelijk van dat diens monsterspin Aragog de aanvallen had gepleegd. Marten Vilijn, die zich toen al Heer Voldemort liet noemen, kreeg een onderscheidingHarry Potter en de Geheime Kamer en werd in zijn zesde jaar benoemd tot hoofdmonitor. Hagrid werd als gevolg van Vilijns verraad in zijn derde leerjaar op Zweinstein van school gestuurd, maar op voorspraak van Perkamentus opgeleid tot terreinknecht en op het domein geïnstalleerd als jachtopziener.

Na de sluiting van de Geheime Kamer Zoals aangegeven werd Vilijn in zijn zesde jaar benoemd tot hoofdmonitor. Uiteindelijk studeerde hij af, met opmerkelijke resultaten. Omdat hij Zweinstein als zijn thuis beschouwde, solliciteerde hij bij professor Wafelaar als leraar. Deze vond hem echter nog te jong en vroeg hem op een later tijdstip terug te keren en het nog eens te proberen.

Een deel van de jonge Marten Vilijn werd door hem opgesloten in een dagboek, zijn eerste Gruzielement. Dit is tevens het eerste Gruzielement dat door Harry Potter vernietigd werd. Voordat Voldemort zijn opleiding voltooid had, bracht hij een bezoek aan Havermouth, waar zijn vader en grootouders woonden. Hij doodde hier zijn vader en grootouders en gebruikte daarvoor de toverstok van zijn oom, Morfin Mergel.

Heer Voldemort De naam Voldemort is door J.K. Rowling, die een universitaire graad in de Franse taal had behaald, verzonnen. Het is een samentrekking van het Franse Vol de mort - Vlucht van de dood. Deze naam is bewust gekozen vanwege Voldemorts angst voor de dood. Deze angst leiden we af uit zijn drang om onsterfelijkheid te bereiken. Hij maakte zes Gruzielementen, en samen met het deel in hemzelf had hij zijn ziel in zeven stukken verdeeld, omdat dit het krachtigste magische getal is. Onbewust creëerde hij echter nog een zevende Gruzielement, en wel in de vorm van Harry Potter. Hij maakte zoveel Gruzielementen, om te voorkomen dat hij ooit dood zou gaan. Hij vlucht dus weg van de dood. Hij is "Vol-de-mort".

Toch lijkt het erop dat Rowling zich vergist heeft. Het Franse woord "vol" betekent weliswaar "vlucht/flight" (en ook "diefstal"), maar dan in de zin van "vliegen/fly". Het Engelse en het Nederlandse woord kunnen ook "vluchten/flee" betekenen en dat lijkt hier bedoeld te zijn. De vlucht die Rowling bedoelt, wordt in het Frans met het woord "fuite" aangeduid. Correct zou "Vol-de-mort" dus "Fuite-de-mort" moeten heten, maar dat zit er nu niet meer in.

Wegens zijn afkeer van dreuzels en halfbloeden, verwierp Marten Vilijn jr. de naam die verbonden was aan zijn vader en nam een nieuwe naam aan. Hij maakte een anagram van zijn naam Marten Asmodom Vilijn, Mijn naam is Voldemort, en zo ontstond de naam van de meest gevreesde duistere tovenaar aller tijden. In de tovenaarswereld wordt zijn naam zelden of nooit uitgesproken. Meestal wordt er gesproken over Jeweetwel of Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden, en de Dooddoeners spreken eervol over de Heer van het Duister. Er is maar een aantal tovenaars dat de naam 'Voldemort' uitspreekt. Dit zijn Albus Perkamentus, Harry Potter, Hermelien Griffel, Remus Lupos, Ginny Wemel, Sirius Zwarts en Romeo Wolkenveldt: allemaal verbonden aan de Orde van de Feniks. Perkamentus is de enige die Voldemort nog bij zijn geboortenaam noemt; later neemt Harry dit van hem over. Het noemen van de naam 'Voldemort' wordt zelfs een methode om leden van de Orde van de Feniks op te sporen als Voldemort de macht over het Ministerie van Toverkunst heeft overgenomen. In het laatste boek worden Harry, Ron en Hermelien opgespoord door zogenoemde "bloedhonden" (aanhangers van Voldemort en het Ministerie van Toverkunst die Voldemorts tegenstanders opsporen en uitleveren in ruil voor geld), omdat Harry de naam 'Voldemort' uitsprak, waarop door het Ministerie een taboe was gelegd.

In alle talen waarin de boeken zijn verschenen is de naam Voldemort een anagram van zijn geboortenaam. De Nederlandse naam Vilijn is een variatie van vilein, wat kwaadaardig betekent.