De Taphrinales vormen een orde van Ascomycota binnen het rijk van de schimmels (Fungi). Ze behoren tot de klasse van de Taphrinomycetes.
Tot deze klasse behoren onder andere gallen en heksenbezem.
Levenscyclus Taphrinales onderscheiden zich van andere zakjeszwammen door hun tweekernige schimmeldraadcellen. Ze hebben ook een karakteristieke manier van voortplanting. Onder de cuticula van het blad waarin ze leven vormt zich een vlechtwerk van schimmeldraden, dat een proascus wordt genoemd. De twee haploïde kernen in een schimmeldraadcel versmelten tot een diploïde cel die de cuticula doet openbarsten. De diploïde cel wordt naar buiten gedrukt en vormt vervolgens een scheidingswand, waardoor twee cellen ontstaan. De onderste cel is de voetcel en de bovenste cel het sporenzakje. In het sporenzakje vindt de meiose plaats, gevolgd door een mitotische deling. Dat resulteert in acht haploïde ascosporen. Deze maken door knopvorming net zo lang secundaire sporen (conidiën) totdat ze op de gastheer komen. Dan vormt de secundaire spore een kiembuis, die tussen de epidermiscellen van het blad groeit. Vervolgens groeien door het gehele blad intercellulair schimmeldraden.
Taxonomie De taxonomische indeling van de Taphrinales is als volgtTaphrinaceae; Soortenbank: Klasse: Taphrinomycetes Subklasse: Taphrinomycetidae Orde: Taphrinales Familie: Protomycetaceae Burenia Protomyces Protomycopsis Taphridium Volkartia Familie: Taphrinaceae Taphrina Incertae sedis → Saitoëlla
Categorie:Schimmelorde