Het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), ook wel afgekort als BuPo (Burgerrechten en Politieke rechten) (International Covenant on Civil and Political Rights, afgekort ICCPR) van de Verenigde Naties (VN) is een multilateraal verdrag dat staten die partij zijn verplicht de in het verdrag opgenomen burgerlijke en politieke rechten van individuen te respecteren, waaronder het recht op leven, vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, kiesrecht en het recht op een eerlijk proces. Het werd aangenomen middels Resolutie 2200 (XXI) van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 16 december 1966 en trad in werking op 23 maart 1976 na de vijfendertigste ratificatie of toetreding . In september 2019 heeft het Verdrag 173 partijen en nog eens zes ondertekenaars zonder ratificatie, met name de Volksrepubliek China en Cuba. Noord-Korea is de enige staat die heeft geprobeerd zich terug te trekken.

Het IVBPR wordt beschouwd als een baanbrekend juridisch kader in de geschiedenis van het internationaal recht en de mensenrechten, het maakt deel uit van wat de Verenigde Naties de International Bill of Human Rights noemt, samen met een ander verdrag van de VN, het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (ICESCR) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM).

De naleving van het IVBPR wordt gecontroleerd door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties , dat regelmatig rapporten van de staten die partij zijn beoordeelt over de manier waarop de rechten worden geïmplementeerd. Staten moeten een jaar na toetreding tot het Verdrag verslag uitbrengen en vervolgens wanneer het Comité daarom verzoekt (meestal om de vier jaar). Het Comité komt normaal gesproken bijeen in het VN-kantoor in Genève, Zwitserland en houdt doorgaans drie zittingen per jaar.

Geschiedenis thumb|260px|Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten Het IVBPR (Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten) heeft zijn wortels in hetzelfde pakket aan afspraken dat leidde tot de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. In 1945 is op de Conferentie van San Francisco voorgesteld te komen tot een algemene niet bindende "Verklaring over de essentiële rechten van de mens" die de basis zou leggen voor oprichting van de Verenigde Naties, en de Economische en Sociale Raad kreeg de taak om deze op te stellen.  Aan het begin van de ontwerp-procedure werd het document opgesplitst in een verklaring waarin de algemene beginselen van de mensenrechten zouden worden werden uiteengezet, en een verdrag met bindende verplichtingen. Het eerste document ontwikkelde zich tot de UVRM en werd op 10 december 1948 aangenomen.

Het werk aan het formuleren van bepalingen en de onderhandelingen over de inhoud van het verdrag met bindende verplichtingen liepen nog door want er bleven aanzienlijke verschillen van mening bestaan tussen VN-leden over hoe belangrijk de negatieve burgerlijke en politieke rechten waren (rechten voor burgers waar staten zich hebben te onthouden van inmenging) tegenover positieve economische, sociale en culturele rechten (rechten die staten burgers moeten verlenen). Deze verschillen leidden tot de diplomatieke oplossing dat het oorspronkelijke verdrag werd opgesplitst in twee afzonderlijke verdragen, "een om burgerlijke en politieke rechten te bevatten en de andere om economische, sociale en culturele rechten te bevatten."United Nations General Assembly Resolution 543, 5 februari 1952. De twee verdragen moesten zoveel mogelijk soortgelijke bepalingen bevatten en tegelijkertijd voor ondertekening worden opengesteld.  Elk verdrag zou ook een artikel moeten bevatten over het recht van alle volkeren op zelfbeschikking.United Nations General Assembly Resolution 545, 5 februari 1952.

Het eerste document werd het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het tweede het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. De ontwerpen werden in 1954 ter bespreking voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de VN en 12 jaar later, in 1966 aangenomen als resultaat van langdurige diplomatieke besprekingen en onderhandelingen. Het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten werd kort voor het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten aangenomen.United Nations General Assembly Resolution 2200, 16 december 1966. Samen worden de UVRM en de twee Convenanten beschouwd als de fundamentele mensenrechten in het hedendaagse internationale stelsel van mensenrechten.

Inhoud Het Convenant volgt de structuur van de UVRM en ICESCR, met een preambule en drieënvijftig artikelen, verdeeld in zes delen. De beschermde rechten van de mens zijn: art. 1: recht op zelfbeschikking voor de volken art. 3: gelijke rechten van mannen en vrouwen art. 6: recht op leven (mogelijke uitzondering: doodstraf) art. 7: verbod op folteringen en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing art. 8: verbod op slavernij en dwangarbeid art. 9: recht op vrijheid en veiligheid van de persoon, verbod op willekeurige arrestatie of gevangenhouding art. 10: menselijke en waardige behandeling van gevangenen art. 12: recht op vrije verplaatsing en vrije vestiging art. 13: bescherming van vreemdelingen art. 14: gelijkheid voor de rechter, vermoeden van onschuld, garanties voor verdachten, ne bis in idem art. 15: geen straf dan door een wet (ook geen terugwerkende kracht) art. 16: recht op erkenning door de wet art. 17: recht op privacy art. 18: vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst art. 19: recht op vrije meningsuiting art. 20: verbod op propaganda voor oorlog en racistisch geweld of discriminatie art. 21: recht op vreedzame vergadering art. 22: vrijheid van vereniging en vakbond art. 23: bescherming van het gezin en het huwelijk art. 24: bescherming van minderjarigen art. 25: recht op openbaar leven (o.a. deelname aan verkiezingen) art. 26: gelijkheid voor de wet art. 27: rechten voor minderheden (cultuur, godsdienst, taal)

Er zijn enkele aanvullende, facultatieve protocollen. Het eerste regelt behandeling van individuele klachten. Het tweede is gericht op de afschaffing van de doodstraf.

In veel gevallen geeft het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens de burger dezelfde of een ruimere bescherming.

Optionele protocollen Er zijn twee facultatieve protocollen bij het Convenant. Het eerste facultatieve protocol voorziet in een individueel klachtenmechanisme, waardoor individuen bij het Mensenrechtencomité een klacht kunnen indienen over schendingen van het Verdrag.  Dit heeft geleid tot de totstandkoming van een complexe jurisprudentie over de interpretatie en uitvoering van het Verdrag. In september 2019, had het Eerste Facultatieve Protocol 116 partijen.

Het tweede facultatieve protocol schaft de doodstraf af; landen mochten echter een voorbehoud maken voor het gebruik van de doodstraf voor de ernstigste misdaden van militaire aard, gepleegd in oorlogstijd. In september 2019 had het tweede facultatieve protocol 87 partijen.

Reserveringen Een aantal partijen heeft voorbehouden en interpretatieve verklaringen gemaakt bij hun toepassing van het Convenant.

Argentinië zal de in zijn grondwet gegarandeerde rechten op een eerlijk proces toepassen op de vervolging van degenen die beschuldigd worden van het schenden van de algemene wet van naties.

Australië behoudt zich het recht voor om de gevangenisnormen van artikel 10 geleidelijk toe te passen, om gerechtelijke dwalingen te compenseren met administratieve middelen in plaats van via de rechtbanken, en interpreteert het verbod op raciale opruiing als onderworpen aan de vrijheden van meningsuiting, vereniging en vergadering. Het verklaart ook dat de uitvoering ervan zal plaatsvinden op elk niveau van zijn federale systeem.

Bahama's behouden zich, vanwege problemen met de uitvoering, het recht voor om gerechtelijke dwalingen niet te compenseren.

Bahrein interpreteert de artikelen 3 (geen discriminatie op grond van geslacht), 18 (vrijheid van godsdienst) en 23 (familierechten) in de context van de islamitische shariawetgeving.

Bangladesh behoudt zich het recht voor om mensen bij verstek te berechten wanneer zij voortvluchtig zijn voor justitie en verklaart dat beperkte middelen betekenen dat het niet noodzakelijkerwijs gevangenissen kan scheiden of raadslieden voor beklaagden kan bieden.

Barbados behoudt zich het recht voor om geen gratis raadsman te bieden aan beschuldigden vanwege beperkte middelen.

België interpreteert de vrijheden van meningsuiting, vergadering en vereniging op een manier die in overeenstemming is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zij acht zich niet verplicht oorlogspropaganda te verbieden zoals artikel 20 voorschrijft, en interpreteert dat artikel in het licht van de vrijheid van meningsuiting in de UVRM. Verder maakte België bij artikel 3 het voorbehoud dat het staatshoofd (de Koning) van het mannelijk geslacht moet zijn.Voorbehouden bij het IVBPR (België)

Belize behoudt zich het recht voor om gerechtelijke dwalingen als gevolg van problemen met de uitvoering niet te compenseren en is niet van plan om gratis juridisch advies te geven om dezelfde redenen als hierboven. Het weigert ook om het recht op vrij reizen op elk moment te waarborgen, vanwege een wet die degenen die naar het buitenland reizen verplicht om belastinginklaringscertificaten te verstrekken.

Congo overeenkomstig het Congolese wetboek van burgerlijke, handels-, administratieve en financiële procedure, kunnen beslissingen of bevelen die voortvloeien uit bemiddelingsprocedures, in privaatrechtelijke aangelegenheden ten uitvoer worden gelegd door middel van een gevangenisstraf wegens schuld.

Denemarken behoudt zich het recht voor om de pers en het publiek uit te sluiten van processen volgens zijn eigen wetten. Voorts wordt voorbehoud gemaakt bij artikel 20, lid 1. Dit voorbehoud is in overeenstemming met de stem die Denemarken in 1961 in de XVI Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft uitgebracht toen de Deense delegatie, onder verwijzing naar het vorige artikel over de vrijheid van meningsuiting, tegen het verbod op oorlogspropaganda stemde.

Gambia zal, volgens de grondwet, alleen gratis juridische bijstand verlenen aan verdachten die worden beschuldigd van vermogensdelicten.

Nederland behoudt zich het recht voor om verdachten uit de rechtszaal te verwijderen wanneer dat nodig isVoorbehouden bij het IVBPR (Nederland), niettegenstaande artikel 14.3 (d).

Oostenrijk behoudt zich het recht voor om leden van het Huis Habsburg te blijven verbannen en beperkt de rechten van de beschuldigde en het recht op een eerlijk proces tot degenen die al in zijn rechtsstelsel bestaan.

Pakistan heeft verschillende voorbehouden gemaakt ten aanzien van de artikelen in het verdrag; "de bepalingen van de artikelen 3, 6, 7, 18 en 19 worden aldus toegepast voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van de grondwet van Pakistan en de shariawetten", "de bepalingen van artikel 12 worden zodanig toegepast dat zij in overeenstemming zijn met de bepalingen van de grondwet van Pakistan"; "Met betrekking tot artikel 13 behoudt de regering van de Islamitische Republiek Pakistan zich het recht voor om haar recht met betrekking tot buitenlanders toe te passen", "de bepalingen van artikel 25 worden aldus toegepast voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van de grondwet van Pakistan" en de regering van de Islamitische Republiek Pakistan "erkent niet de bevoegdheid van het comité bedoeld in artikel 40 van het Verdrag".

Verenigde Staten