thumb|Binnenaanzicht van het Binnenhof, met in het midden de Ridderzaal
Het Binnenhof (historische naam: Hof van Holland) is een gebouwencomplex in het centrum van de Nederlandse plaats Den Haag, dat al eeuwenlang het middelpunt is van de Hollandse en Nederlandse politiek. Het complex heeft een oppervlakte van bijna 90.000 m² en bevat vierduizend kamers.Kosten renovatie Binnenhof lopen op naar 'gigantisch bedrag': 2 miljard euro, nos.nl, 16 april 2024 Hier zetelen en vergaderen de Eerste en Tweede Kamer, de twee colleges die samen het parlement vormen. Ook de minister-president houdt hier kantoor, in het Torentje. Ten slotte is er de Afdeling advisering van de Raad van State (AARvS) gevestigd, die als openbare taak heeft om regering en parlement onafhankelijk te adviseren over wetgeving en bestuur.Een andere afdeling van de Raad van State, die fungeert als het hoogste algemene rechtscollege in het bestuursrecht, zetelt aan de nabijgelegen Kneuterdijk.
Het ontstaan van het Binnenhof gaat terug tot de bouw van een kasteel door de graven van Holland, die er sinds de dertiende eeuw hun residentie hielden. Later werden zij in deze keuze opgevolgd door stadhouders, de Staten van Holland en West-Friesland, de Staten-Generaal van de Nederlanden en, sinds 1815, de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden. Het Binnenhof is het oudste parlementscomplex in Europa dat nog als zodanig dienstdoet, waarbinnen de vergaderzaal van de Eerste Kamer, rond 1655 gebouwd als vergaderzaal van de Staten van Holland en West-Friesland, kan worden gezien als de oudste in gebruik zijnde parlementaire vergaderzaal.
Het huidige Binnenhof is het resultaat van tal van verbouwingen door de eeuwen heen, waarbij steeds nieuwe onderdelen zijn toegevoegd en bestaande gewijzigd. De meest recente verbouwing werd voltooid in 1992. Daarbij werd het Tweede Kamercomplex uitgebreid en werd onder meer de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer verplaatst. In 2021 werd gestart met een grootscheepse renovatie van het Binnenhof.
De stad Den Haag dankt haar ontstaan aan het Binnenhof, dat in de loop van de eeuwen zorgde voor een aanwas van bestuurders en werklieden, die zich in de nabijheid vestigden. Het wordt gerekend tot de Top 100 van Nederlandse rijksmonumenten. Het woord "Binnenhof" staat in het Nederlandse taalgebruik vaak synoniem voor Nederlandse parlement. Het Buitenhof is een aangrenzend plein, vroeger ook wel ‘Nederhof’ genoemd.
Geschiedenis Oorsprong thumb|Impressie van het Binnenhof in de 13e eeuw volgens architect Cornelis Peters, Over het ontstaan van het Binnenhof is niets met zekerheid bekend. Volgens een hypothese zou het terrein en omgeving in 1229 door graaf Floris IV van Holland zijn gekocht. In een akte uit 1229 bevestigde heer Dirk I van Wassenaer dat hij zijn bezit van de rechtspraak over het hof van wijlen vrouwe Meilendis, inclusief alle aanwezige "mannen en hoevenaars", had verkocht aan graaf Floris.Dr. J.G. Kruisheer; Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299; Deel II, 1222 tot 1256; pagina 90; Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen; Uitgeverij Van Gorcum, Assen/Maastricht, 1986; Volgens sommige hedendaagse historici was vrouwe Meilendis waarschijnlijk de weduwe van Filips van Wassenaer, de vader van heer Dirk.Dr. J.C. Kort; Meilendis en de hof van Den Haag; Jaarboek Die Haghe, Pagina 13 e.v.; Den Haag, 2002Dr. J.C. Kort; Archief Familie Van Wassenaer van Duvenvoorde, 1226-1996; (Nationaal Archief: NL-HaNA, Wassenaer van Duvenvoorde, van, 3.20.87); Den Haag, 2002Dr. A. Janse; Ridderschap in Holland: Portret van een adellijke elite in de late Middeleeuwen; pagina 141; Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2001; Dr. E.H. ter Kuile; De bouwgeschiedenis van het grafelijk paleis op het Binnenhof; p. 316/317 van: Tijdschrift Holland; 10de jaargang, december 1978
Over de exacte plek waar deze hof heeft gestaan, bestaat geen documentatie. In de loop van de geschiedenis werd door historici gesproken over met name drie mogelijke locaties: de plek van het huidige Binnenhof, de nabij gelegen Plaats en de Pastoorswarande in het Kortenbos.
Veel historici zijn het erover eens dat de bouw van het grafelijk hof op het Binnenhof in direct verband staat met de verbouwing van de grafelijke villa "Losdun" tot Abdij van Loosduinen, die rond dezelfde tijd plaatsvond. De bouw van een nieuw grafelijk hof op relatief korte afstand maakte het bezit van de villa overbodig, waarna de graaf deze schonk aan de cisterciënzer kloosterorde. In de nog steeds bestaande middeleeuwse Abdijkerk van Loosduinen is bouwkundige verwantschap herkenbaar met het grafelijk hof op het Binnenhof.
thumb|Het Binnenhof en omgeving aan het eind van de zestiende eeuw thumb|De bebouwing van het Binnenhof langs de Hofvijver met een watersteekspel op het water; omstreeks 1625.
Eerste grafelijke kasteel De eerste bebouwing door de graaf van Holland bestond naar alle waarschijnlijkheid uit het huidige Rolgebouw als woonkwartier, met de Haagtoren, alsmede een vrijstaande zaal op de plek van de nog bestaande oudste kelder onder de Ridderzaal. In die tijd was het Rolgebouw waarschijnlijk een etage lager. Deze conclusie werd reeds getrokken in 1907 door de Commissie van Advies, na bouwkundig onderzoek in verband met de restauratie van het complex.Ir. C. Muysken, Ir. F.J. Nieuwenhuis, Ir. C.H. Peters, Ir. D.E.C. Knuttel, Dr. P.J.H. Cuypers: Beschrijving van de Grafelijke Zalen op het Binnenhof te 's Gravenhage, Uitgeverij Mouton & Co., Den Haag, 1907
Op 7 april 2025 werd bekendgemaakt dat er bij archeologische opgravingen in het Binnenhof, in de omgeving van het Buitenhof, tussen de Mauritstoren en de Stadhouderspoort, bijna 800 jaar oude bouwsporen zijn gevonden. Geconcludeerd werd dat het complex in de 13e eeuw veel groter was dan tot nu toe werd aangenomen. Al in de oudste bouwfase was er veel meer bebouwing dan gedacht, waaronder een poortgebouw. Al kort na het ontstaan omstreeks 1230 was het "Een hof met koninklijke architectuur en een nog grotere ambitie als keizerlijk paleis.", aldus de onderzoekers.Bijzondere bouwsporen uit 13e eeuw gevonden bij renovatie Binnenhof; www.nos.nl; 7 april 2025
Uitbreiding Zeker is dat de zoon van Floris IV, graaf Willem II, begon met de uitbreiding tot een kasteelcomplex waar ook het toen ommuurde Buitenhof inclusief de Gevangenpoort deel van uitmaakte. Tussen 1248 en 1280 bouwde Willem de hofkapel en de gotische Ridderzaal. Links en rechts, haaks op de Ridderzaal, staat een muur die de ruimte voor en achter het gebouw splitste. Beide muren hebben een poort. Aan het einde van de muur, bij de Hofvijver, werd de hofkapel gebouwd, en vlak daarbij het Ridderhuis, waar bezoekende ridders onderdak kregen; aan de zuidkant kwamen keukens. De zuiderpoort werd de Keukenpoort genoemd, en daarachter lag de Keukenhof ('Cokenplein').Geschiedenis van Den Haag - Binnenhof: het grafelijk kasteel
Achter de ridderzaal werden woonvertrekken aangebouwd. Een poort (later de Maurits- of Grenadierspoort genoemd) en brug gaven toegang tot de kooltuin en een boomgaard. Daar zijn nu het Mauritshuis en het Plein.
Vermoedelijk werd het kasteel voltooid tijdens de regering van Willems zoon, graaf Floris V, en was het Binnenhof waarschijnlijk korte tijd residentie van de graven van Holland. De graven van Henegouwen woonden slechts tijdelijk op het Binnenhof. Desondanks breidden zij het kasteel uit met nieuwe gebouwen. Onder enkele graven van Beieren was het kasteel weer wel residentie. Met name Albrecht van Beieren heeft er lang gewoond.
Behalve de Hofvijver werd het Binnenhof eeuwenlang omringd door grachten, die ook via het Spui toegang gaven naar Delft. Dat was onder meer belangrijk voor de aanvoer van bier, want alleen steden met stadsrechten mochten bier maken. Tegenwoordig is van al dat water alleen de Hofvijver overgebleven en een klein stukje gracht naast het Torentje.
Bijna afgebroken thumb|De buitenkant van het Binnenhofcomplex met een prinselijke statie-koets met paarden op de voorgrond (centsprent van ca. 1780). Tot twee keer toe zijn er plannen geweest om het Binnenhof af te breken.Aldus blijkt uit een lopend promotieonderzoek van historicus Diederik Smit, dat hij in 2013 (het jaar dat het huidige Koninkrijk der Nederlanden zijn tweehonderdjarig bestaan viert) wil publiceren. Website Nu.nl Tussen 1806 en 1810 werd het land bestuurd vanuit Amsterdam: koning Lodewijk Napoleon verplaatste zijn zetel naar Amsterdam. Koning Lodewijk stelde het complex ter beschikking aan het Departement van Oorlog, dat in een groot deel van het gebouwencomplex een militaire opleiding vestigde met ruim 1.500 leerlingen. Op andere delen van het Binnenhof werden vertrekken gebruikt door lokale verenigingen, of ze dienden als opslagruimte. Een deel stond leeg.
thumb|links|Luchtfoto van het Binnenhof in 1938 nog zonder de uitbreiding van de Tweede Kamer De koning stuurde zijn minister van Financiën Alexander Gogel naar Den Haag om een rapport op te stellen over de staat van het Binnenhof. Gogel stelde dat het Binnenhof in een zeer slechte staat was en adviseerde zelfs om grote delen af te breken, waaronder de Ridderzaal, alle grafelijke vertrekken, de stadhouderlijke vleugel en de overige bebouwing aan de zuid- en oostzijde van het Binnenhof. Het sloopmateriaal kon dan worden verkocht aan de meestbiedende, concludeerde Gogel.
Het zou er echter niet van komen, aangezien koning Lodewijk in 1810 aftrad en Nederland door zijn broer keizer Napoleon Bonaparte bij Frankrijk werd gevoegd. Onder de keizer werd het gebruik van het Binnenhof door het Departement van Oorlog verder geïntensiveerd. Napoleon was continu in oorlogen verwikkeld en maakte daarom dat gebruik noodzakelijk. Hij vestigde op het Binnenhof onder meer de Hoge Militaire Vierschaar en een militair ziekenhuis. Het Binnenhof werd daarbij afgesloten voor het algemeen publiek, dat boos reageerde.Smit, Dr. Dirk Erik Jan: Het belang van het Binnenhof: twee eeuwen Haagse politiek, huisvesting en herinnering, doctoraal thesis, Universiteit Leiden, 2015 De in 1813 aangetreden koning Willem I besloot het Binnenhof weer in gebruik te nemen, waardoor het weer werd beschermd tegen afbraak.
In de laatste dagen van het Franse bewind en het herstel van de monarchie, bestond een kortstondige periode waarin het Driemanschap van 1813 werd opgericht. Dit Driemanschap werd op 17 november 1813 opgericht en bestond uit Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. De reden voor deze oprichting geschiedde nadat de Franse gouverneur Charles-François Lebrun en een belangrijk deel der Franse troepen het gebied van de Hollandse departementen halsoverkop verlieten en regeringloos achterlieten. De terugtrekking van de Franse troepen was het resultaat van de rampzalige campagne van Napoleon tegen Rusland, zijn nederlaag in de Slag bij Leipzig en het terugdrijven van de Franse troepen naar Frankrijk door de troepen van de Zesde Coalitie. In deze periode speelde het Binnenhof een belangrijke rol: op de dag van het uitroepen van het Algemeen Bestuur (zoals het Driemanschap bekend stond), liet de Franse generaal Joseph Bouvier des Éclaz zijn leger van ongeveer 500 man terugtrekken op het Binnenhof, om de volgende dag uiteindelijk de aftocht in te zetten. De prinsenvlag werd daarna van de stadhuistoren uitgehangen.
De tweede keer dat er dreiging was om het Binnenhof af te breken was in 1848. De toenmalige Staten-Generaal wilden een duidelijk signaal afgeven dat de grondwetsherziening van 1848 de macht bij de Staten-Generaal legde in plaats van bij de koning, en het leek de leden een goed idee om als gebaar het oude machtscentrum af te breken en nieuwe regeringsgebouwen neer te zetten. De lokale bevolking had echter meer oog voor de historische waarde van het Binnenhof en kwam met succes in verzet tegen de plannen.