thumb|Volgorde van dekolonisatie van Afrikaanse landen Dekolonisatie is het proces waarbij kolonies zelfstandig worden van een 'moederland'. De term verwijst doorgaans naar het proces waarbij niet-Europese koloniën van Europese koloniale mogendheden hun juridische onafhankelijkheid verwierven. Dit artikel gaat niet in op andere vormen van dekolonisatie, zoals het wijzigen van koloniale structuren en mentaliteiten.

Verloop Eerste dekolonisatiegolf De eerste golf van dekolonisaties vond plaats op het Amerikaanse continent. In 1776 verklaarden de Verenigde Staten zich onafhankelijk van het Britse Verenigd Koninkrijk. Een golf van dekolonisaties volgde tussen 1810 en 1821, toen Spanje, dat zelf bezet werd door napoleontisch Frankrijk, praktisch al haar Latijns-Amerikaanse koloniën verloor (met uitzondering van Cuba, dat pas in 1898 zou volgen). De bekendste vrijheidsstrijder van Latijns-Amerika is Simón Bolívar. In 1898 werden de VS zelf een koloniale mogendheid, door de Filipijnen van Spanje over te nemen tijdens de Spaans-Amerikaanse Oorlog.

Na de Eerste Wereldoorlog werden de koloniale gebieden van Duitsland en de voorheen tot het Ottomaanse Rijk behorende niet-Turkse gebieden in mandaatgebieden verdeeld, beheerd door de landen die als winnaar uit deze oorlog kwamen. De gedachte achter de mandaatgebieden was paternalistisch: de mogendheid zou het land geleidelijk voorbereiden op onafhankelijkheid. Door de bevolking werd dit overigens regelmatig anders gezien, namelijk als een de facto (re)kolonisatie. Irak was bijvoorbeeld nominaal onafhankelijk, maar toen dit zich in 1941 tegen de Britten wilde keren grepen deze hard in. Overigens verkregen tijdens het Interbellum verschillende Britse en Franse mandaatgebieden geleidelijk meer en meer zelfstandigheid, om uiteindelijk onafhankelijk te worden (waarbij uiteraard de voormalig mandataris een flinke vinger in de pap hield). Dit patroon was ook zichtbaar bij de Filipijnen.

Tweede dekolonisatiegolf Een tweede grote golf van dekolonisaties voltrok zich na de Tweede Wereldoorlog. Deze vond voornamelijk plaats in Azië en Afrika. Er zijn drie fasen te onderscheiden. Tussen 1946 en 1956 verwierven landen in Zuid- en Zuidoost-Azië (bv Indonesië en India) en het Midden-Oosten (bv Jordanië en Israël) hun onafhankelijkheid. Van 1956 tot 1965 volgde een grote hoeveelheid Afrikaanse landen (bv Congo). Na 1965 zijn het vooral de (ei)landen in het Caraïbisch gebied en Oceanië die onafhankelijk werden. Dit proces is nog altijd niet afgesloten.

In 1945 legde Soekarno de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië af, wat de opmaat werd voor een onafhankelijkheidsoorlog met Nederland. In 1947 werd India, geïnspireerd door Gandhi, onafhankelijk. Het belangrijkste jaar in het proces van dekolonisatie van Afrika is 1960. In dat jaar werden zeventien Afrikaanse landen onafhankelijk. 1960 wordt dan ook wel het Jaar van Afrika genoemd. Een van de achtergronden van deze dekolonisaties is de onvrede bij de inheemse bestuurlijke elites die een behoorlijke opleiding hadden genoten. De Indische leiders Mahatma Gandhi en Jawaharlal Nehru zijn daar goede voorbeelden van, evenals Soekarno en Mohammed Hatta voor Nederlands-Indië. Bovendien waren de Europese mogendheden volledig uitgeput door onderlinge strijd in twee wereldoorlogen.

De twee belangrijkste naoorlogse mogendheden, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, waren allebei tegenstanders (in ieder geval in naam) van het Europese imperialisme. De Sovjet-Unie en later China schermden met het communistische gelijkheidsideaal en emancipatie van onderdrukten. De VS was zelf vroeger een kolonie geweest en was bovendien beducht dat een halsstarrig vasthouden aan de oude situatie de verbolgen bevolking in de armen van de Sovjet-Unie en het communisme zou drijven. Ondertussen waren zij er wel op uit hun eigen invloedssferen op te bouwen in de pas onafhankelijk geworden gebieden, terwijl ook voormalige kolonisatoren invloed trachtten te behouden. Voor de Aziatische koloniën speelde ook nog het voorbeeld van Japan mee, dat al sinds 1905 met een overwinning in de Russisch-Japanse Oorlog had laten zien dat niet-westerse volken best een vuist kunnen maken tegen Europese mogendheden.

Lijst van koloniën die onafhankelijk werden (vanaf 1918) 1918 IJsland (van Denemarken) 1922 Egypte (van Verenigd Koninkrijk) Ierse Vrijstaat (van Verenigd Koninkrijk) 1931 Australië (van Verenigd Koninkrijk) Canada (van Verenigd Koninkrijk) Newfoundland (van Verenigd Koninkrijk) Nieuw-Zeeland (van Verenigd Koninkrijk) Zuid-Afrika (van Verenigd Koninkrijk) 1932 Irak (van Verenigd Koninkrijk) 1943 Libanon (van Frankrijk) 1945 Korea (van Japan) Indonesië (van Nederland, erkend in 1949) Vietnam (van Frankrijk, erkend in 1954) 1946 Syrië (van Frankrijk) Jordanië (van Verenigd Koninkrijk) Filipijnen (van Verenigde Staten) 1947 India (van Verenigd Koninkrijk) Pakistan (van Verenigd Koninkrijk) 1948 Birma (van Verenigd Koninkrijk) Sri Lanka (van Verenigd Koninkrijk) Palestina (van Verenigd Koninkrijk) 1949 Laos (van Frankrijk, erkend in 1954) 1951 Libië (van Italië) 1953 Cambodja (van Frankrijk) 1956 Soedan (van Verenigd Koninkrijk) Marokko (van Frankrijk en Spanje) Tunesië (van Frankrijk) 1957 Ghana (van Verenigd Koninkrijk) Maleisië (van Verenigd Koninkrijk) 1958 Guinee-Conakry (van Frankrijk) 1960 Kameroen (van Frankrijk) Senegal (van Frankrijk) Togo (van Frankrijk) Madagaskar (van Frankrijk) Somalië (van Verenigd Koninkrijk en Italië) Congo-Kinshasa (van België) Benin (van Frankrijk) Niger (van Frankrijk) Opper-Volta (van Frankrijk) Ivoorkust (van Frankrijk) Tsjaad (van Frankrijk) Centraal-Afrikaanse Republiek (van Frankrijk) Congo-Brazzaville (van Frankrijk) Cyprus (van Verenigd Koninkrijk) Gabon (van Frankrijk) Mali (van Frankrijk) Nigeria (van Verenigd Koninkrijk) Mauritanië (van Frankrijk) 1961 Sierra Leone (van Verenigd Koninkrijk) Koeweit (van Verenigd Koninkrijk) Tanganyika (van Verenigd Koninkrijk) 1962 West-Samoa (van Nieuw-Zeeland) Burundi (van België) Rwanda (van België) Algerije (van Frankrijk) Nederlands-Nieuw-Guinea (van Nederland overgedragen aan Indonesië) Jamaica (van Verenigd Koninkrijk) Trinidad en Tobago (van Verenigd Koninkrijk) Oeganda (van Verenigd Koninkrijk) 1963 Kenia (van Verenigd Koninkrijk) Sultanaat Zanzibar (van Verenigd Koninkrijk) 1964 Malawi (van Verenigd Koninkrijk) Malta (van Verenigd Koninkrijk) Zambia (van Verenigd Koninkrijk) 1965 Gambia (van Verenigd Koninkrijk) Maldiven (van Verenigd Koninkrijk) Rhodesië (van Verenigd Koninkrijk, niet erkend) 1966 Guyana (van Verenigd Koninkrijk) Botswana (van Verenigd Koninkrijk) Lesotho (van Verenigd Koninkrijk) Barbados (van Verenigd Koninkrijk) 1967 Zuid-Jemen (van Verenigd Koninkrijk) 1968 Nauru (van Australië) Mauritius (van Verenigd Koninkrijk) Swaziland (van Verenigd Koninkrijk) Equatoriaal-Guinea (van Spanje) Ifni (van Spanje, overgedragen aan Marokko) 1970 Tonga (van Verenigd Koninkrijk) Fiji (van Verenigd Koninkrijk) 1971 Bahrein (van Verenigd Koninkrijk) Qatar (van Verenigd Koninkrijk) Verenigde Arabische Emiraten (van Verenigd Koninkrijk) 1973 Bahama's (van Verenigd Koninkrijk) Guinee-Bissau (van Portugal, erkend in 1974) 1974 Grenada (van Verenigd Koninkrijk) 1975 Mozambique (van Portugal) Kaapverdië (van Portugal) Comoren (van Frankrijk) Sao Tomé en Principe (van Portugal) Papoea-Nieuw-Guinea (van Australië) Angola (van Portugal) Suriname (van Nederland) Oost-Timor (van Portugal, bezet door Indonesië tot 1999, onafhankelijkheid erkend in 2002) 1976 Seychellen (van Verenigd Koninkrijk) Westelijke Sahara (van Spanje, nu bezet door Marokko) 1977 Djibouti (van Frankrijk) 1978 Salomonseilanden (van Verenigd Koninkrijk) Tuvalu (van Verenigd Koninkrijk) Dominica (van Verenigd Koninkrijk) 1979 Saint Lucia (van Verenigd Koninkrijk) Kiribati (van Verenigd Koninkrijk) Saint Vincent en de Grenadines (van Verenigd Koninkrijk) 1980 Zimbabwe (van Verenigd Koninkrijk) Vanuatu (van Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) 1981 Belize (van Verenigd Koninkrijk) Antigua en Barbuda (van Verenigd Koninkrijk) 1983 Saint Kitts en Nevis (van Verenigd Koninkrijk) 1984 Brunei (van Verenigd Koninkrijk) 1986 Marshalleilanden (van Verenigde Staten) Micronesië (van Verenigde Staten) 1990 Namibië (van Zuid-Afrika) 1994 Palau (van Verenigde Staten) 1997 Hongkong (van Verenigd Koninkrijk, overgedragen aan Volksrepubliek China) 1999 Macau (van Portugal, overgedragen aan Volksrepubliek China) Panamakanaalzone (van Verenigde Staten, overgedragen aan Panama)

Externe link Honderden artikelen over dekolonisatie op de site Caraïbisch Uitzicht

Zie ook Dekolonisatie van Afrika Dekolonisatie van de Nieuwe Wereld Dekolonisatie van Azië Dekolonisatie van Oceanië

Categorie:20e eeuw Categorie:Geschiedenis van Afrika Categorie:Geschiedenis van Azië