De prachtvlamhoed (Gymnopilus junonius) is een paddenstoel uit de familie Galerinaceae. De soort vormt grote, geel- tot oranjebruine vruchtlichamen en groeit meestal in bundels op hout. In Nederland wordt hij vooral gevonden op stronken, stammen, wortels en aan de voet van loofbomen.Gymnopilus junonius – Prachtvlamhoed. NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen. Geraadpleegd op 1 oktober 2026.

De soort leeft op dood of afstervend hout en kan zowel saprotroof als necrotroof parasitair optreden. Vruchtlichamen verschijnen vooral in de zomer en herfst. Loofhout is het belangrijkste substraat; op naaldhout wordt de soort veel minder vaak gevonden.Gymnopilus junonius, Spectacular Rustgill. First Nature. Geraadpleegd op 1 oktober 2026.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft doorgaans een diameter van 4 tot 20 cm en kan bij uitzonderlijk grote exemplaren nog groter worden. Aanvankelijk is de hoed gewelfd met een ingerolde rand; later wordt hij vlakker en kan een brede, lage umbo aanwezig blijven. Het oppervlak is droog en vezelig tot fijn aangedrukt schubbig. De kleur varieert van goudgeel en oranjegeel tot oranjebruin en wordt bij oudere vruchtlichamen meestal donkerder.

thumb|Prachtvlamhoed (Gymnopilus junonius)

Lamellen De lamellen staan dicht opeen en zijn breed aan de steel aangehecht. Ze zijn aanvankelijk geel tot okergeel en worden bij het rijpen van de sporen roestkleurig. De sporenafdruk is roestbruin.

Steel De steel is stevig, vezelig en doorgaans ongeveer dezelfde kleur als de hoed of iets lichter. De basis kan knotsvormig of enigszins gezwollen zijn. Het gedeeltelijke velum vormt meestal een duidelijke, vliezige ring aan de bovenste helft van de steel. Deze ring wordt bij oudere exemplaren vaak bruin door neerdalende sporen.

Vlees Het vlees is dik, stevig en lichtgeel tot geeloranje. De geur is zwak tot enigszins fruitig of radijsachtig. De smaak is sterk bitter.Muñoz, J.A. (2025), Gymnopilus junonius (Fr.) P.D. Orton. Sociedad Micológica Barakaldo. Geraadpleegd op 1 oktober 2026.

Microscopische kenmerken De basidiosporen zijn ellipsoïd tot amandelvormig en meten ongeveer 8–10 × 5–6 µm. De wand is duidelijk tot vrij grof wrattig. De sporen zijn geel- tot okerbruin onder de microscoop en vormen in massa een roestbruine sporenafdruk. In Melzers reagens reageren de sporen dextrinoïd.Gymnopilus junonius. Mycopedia. Geraadpleegd op 1 oktober 2026.

De cheilocystiden zijn meestal flesvormig (lageniform) tot lecythiform en hebben vaak een duidelijk verdikte of knopvormige top. Ze meten ongeveer 25–45 × 6–12 µm. De pileipellis is een cutis van min of meer liggende, gepigmenteerde hyfen; het pigment kan deels incrusterend zijn. Gespen zijn aanwezig.

Ecologie De prachtvlamhoed groeit meestal in groepen of dichte bundels op stronken, dikke stammen, dode wortels en begraven hout. Ook komt hij voor aan de voet van levende of verzwakte bomen. In Nederland is de soort vooral met loofbomen verbonden en wordt hij onder andere aangetroffen in loof- en gemengde bossen, parken, lanen en houtwallen. Groei op naaldhout komt eveneens voor, maar is veel minder gebruikelijk.

De NMV Verspreidingsatlas classificeert de soort als een necrotrofe parasiet, waarbij wordt aangetekend dat hij mogelijk ook saprotroof leeft. Nederlandse waarnemingen zijn vooral afkomstig van stronken, de voet van levende bomen, dode stammen, stobben en ondergronds hout.

Taxonomie Elias Magnus Fries beschreef de soort in 1821 als Agaricus junonius. Peter D. Orton bracht haar in 1960 onder in het geslacht Gymnopilus. De geaccepteerde wetenschappelijke naam is Gymnopilus junonius (Fr.) P.D. Orton.Gymnopilus junonius (Fr.) P.D. Orton. Index Fungorum. Geraadpleegd op 1 oktober 2026.

De naam Gymnopilus spectabilis is lange tijd voor dezelfde of zeer vergelijkbare paddenstoelen gebruikt en wordt in een deel van de literatuur als synoniem behandeld. De nomenclatuur rond deze naam is echter ingewikkeld. Moleculair onderzoek ondersteunt het gebruik van de oudere naam G. junonius voor de Europese soort.

Verspreiding De prachtvlamhoed is wijdverbreid in Europa. Moleculair onderzoek heeft daarnaast genetisch nauw verwante of overeenkomende exemplaren uit Zuid-Amerika en Australazië aangetoond.

Oudere literatuur vermeldt de soort ook op grote schaal uit Noord-Amerika. DNA-onderzoek van Thorn et al. uit 2020 liet echter zien dat geen van de onderzochte Noord-Amerikaanse sequenties daadwerkelijk tot G. junonius behoorde. Verschillende Noord-Amerikaanse vondsten die vroeger onder G. junonius of G. spectabilis werden geplaatst, behoren onder meer tot Gymnopilus luteus, G. subspectabilis, G. ventricosus, G. voitkii en G. speciosissimus. De oude omschrijving van de soort als eenvoudigweg „wereldwijd verspreid” is daarom niet meer goed houdbaar.

In Nederland is de prachtvlamhoed algemeen en verspreid over het gehele land aanwezig.

Gelijkende soorten De prachtvlamhoed kan worden verward met andere soorten uit het geslacht Gymnopilus: De dennenvlamhoed (Gymnopilus penetrans) is doorgaans veel kleiner, heeft geen stevige vliezige ring en wordt relatief vaak op naaldhout aangetroffen. de goudhoed (Phaeolepiota aurea) kan door zijn geel- tot oranjebruine kleur en grote vruchtlichamen oppervlakkig op de prachtvlamhoed lijken. Deze soort groeit echter terrestrisch, heeft een korrelig oppervlak en behoort tot een ander geslacht.

Categorie:Galerinaceae Categorie:Schimmelsoort