thumb|Alchemie, de voorloper van de moderne scheikunde, werd door de historicus James Pettit Andrews beschouwd als een "fantastische pseudowetenschap" thumb|Astrologie werd eeuwenlang als een wetenschap geaccepteerd thumb|Wichelroedeloper, 18e eeuw Pseudowetenschap is een verzameling opvattingen of praktijken die worden gepresenteerd als wetenschappelijk, maar niet voldoen aan de criteria van de wetenschappelijke methode, zoals toetsbaarheid, falsifieerbaarheid en empirisch bewijs.
Etymologie Het woord pseudowetenschap is een vernederlandsing van het Frans-Engelse pseudo-science, dat een samenstelling is van Oudgrieks ψευδής, pseudēs ("vals, onwaar") en Latijn scientia (oorspronkelijk: "kennis"), hetgeen vertaald wordt met het Nederlandse woord wetenschap.
Hoewel de term minstens sinds de 18e eeuw bestaat (in 1796 gebruikt om te verwijzen naar alchemieHet oudst bekende gebruik van het woord "pseudowetenschap" dateert uit 1796 toen de historicus James Pettit Andrews naar alchemie verwees als een "fantastical pseudo-science" (Oxford English Dictionary, volgens Stanford Encyclopedia of Philosophy: "Science and Pseudo-Science").), lijkt het concept pseudowetenschap als onderscheiden van echte of juiste wetenschap midden 19e eeuw te zijn opgekomen. Het oudst bekende gebruik van het begrip was van de Franse fysioloog François Magendie in 1843. Magendie noemde de frenologie "een hedendaagse pseudowetenschap" ( "a pseudo-science of the present day"; merk het koppelteken op). Een van de eerste vermeldingen van het woord pseudowetenschap in het Engels was in 1844 in het Northern Journal of Medicine, I 387: "Dat tegenovergestelde soort innovatie van wat men erkend heeft als een tak van de wetenschap, waarvan men zegt dat het een pseudowetenschap was, slechts samengesteld met zogenaamde feiten, verbonden door misvattingen onder het mom van natuurwetten"."That opposite kind of innovation which pronounces what has been recognized as a branch of science, to have been a pseudo-science, composed merely of so-called facts, connected together by misapprehensions under the disguise of principles". Vanaf de 20e eeuw wordt het woord pseudowetenschap gebruikt om een praktijk aan te wijzen die zich een wetenschappelijke status heeft aangemeten of die zo'n status ten onrechte heeft verkregen en behouden. In een sociologische context kwam dit begrip rond 2004 in gebruik om erop te wijzen dat niet alleen wetenschapsmensen toegang tot betrouwbaar onderzoek en feitelijke waarheid hebben: de eenstemmigheid is onder hen niet zo groot is als men aanneemt.
Pseudowetenschap versus wetenschap De criteria voor het afgrenzen van wetenschap en pseudowetenschap hebben binnen de wetenschappelijke gemeenschap geleid tot discussie: nodig werd geacht een nadere specificatie van de criteria voor valide onderzoeksmethoden. De verschillende ingebrachte mogelijkheden hiertoe hebben in de wetenschapstheoretische discussies van de laatste decennia tot controversiële debatten geleid.Imre Lakatos, Science and Pseudoscience, in: Godfrey Vesey (Ed.), Philosophy in the Open, Open University Press, 1974; ook in: John Worrall / Gregory Currie (Ed.), Introduction to Lakatos's The Methodology of Scientific Research Programmes: Philosophical Papers Volume 1, Cambridge University Press, 1978. Hierbij werden criteria aangevoerd als falsifieerbaarheid, intersubjectieve controleerbaarheid of openheid ten opzichte van de mogelijkheid tot correctie of aanpassing van theoretische en paradigmatische modellen.Kuhn, T., De wetenschapsgeschiedenis, in: De noodzakelijke spanning, Meppel 1979 Als criteria voor het aan het licht brengen van pseudowetenschap ontstond onder meer wetenschappelijke discussie over de volgende thema's: systematische immunisering tegen kritiek, ongerechtvaardigde selectie van en selectiecriteria ten opzichte van empirische gegevens, het voorstaan van een gesloten alternatief (waar of niet waar) in plaats van een stap voor stap voortgaande uitbouw van huidige theorievorming en onderzoekspraktijk.Kuhn,T., The structure of scientific revolutions, Chicago 1962
Hierbij dient tevens gewezen te worden op het belang van voortgaande theorie- en methodenaanpassing, omdat zogenaamde 'feiten' wetenschapsfilosofisch gezien, alleen 'betekenis' kunnen krijgen of zelfs als feit onderkend, wanneer ze passen binnen reeds bekende theoretische kaders. Hier ligt ook een probleem in de discussie over de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap of bijvoorbeeld tussen reguliere en alternatieve geneeswijzen: immers als wetenschappelijke theorie- en paradigmavorming zich voortdurend vernieuwt, kunnen feiten of onderzoeksresultaten die daar nú niet in passen, dat in de toekomst wel gaan doen.H. Kunneman, De waarheidstrechter, Meppel 1986
De grens tussen pseudowetenschap en 'echte wetenschap' is dus vaak gradueel en daarom niet altijd duidelijk. Daarom is er gezocht naar een zogenaamd demarcatiecriterium: een criterium dat de grens ('demarcatie') tussen wat voor het ogenblik tot echte wetenschap wordt gerekend en wat behoort tot het domein van de pseudowetenschap.
Het demarcatiecriterium van Karl Popper is erg bekend geworden. Popper stelde dat de wetenschap falsifieerbare uitspraken dient te produceren. Als een bepaalde theorie getoetst kan worden, dan kan het echte wetenschap zijn, hoe vreemd of verbazingwekkend de uitspraken of voorspellingen ook zijn. Popper spreekt van wetenschap als er een situatie kan worden bedacht - zonder dat die zich noodzakelijk voordoet - die een hypothese eventueel zou kunnen ontkrachten. Anders gezegd: wanneer niet wordt aangegeven op welke manier een hypothese ontkracht kan worden, is er sprake van onwetenschappelijkheid. Zo was de overtuiging dat atomen de kleinste deeltjes zijn van materie dus een zeer wetenschappelijke hypothese: ze werd pas ontkracht door de ontdekking van subatomaire deeltjes als elektronen en protonen. Popper gebruikt dus het argument van de falsifieerbaarheid van hypotheses om wetenschap van pseudowetenschap te onderscheiden.Wetenschap versus pseudo-wetenschap - Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen - Katholieke Universiteit Leuven Ook de wijze van toetsen kan echter in voorkomende gevallen als pseudowetenschappelijk worden beoordeeld (zie onder), of er kan een fout zitten in het experiment. Het handhaven van een theorie die in strijd is met de uitkomsten van bepaalde wetenschappelijke experimenten is niet noodzakelijk pseudowetenschap.
Er zijn ook gevallen bekend van studiegebieden die oorspronkelijk werden beschouwd als pseudowetenschappelijk, maar die nu, doordat de wetenschappelijke kennis erover sterk is toegenomen, aanvaard worden als geldige hypothesen. Voorbeelden hiervan zijn: de continentverschuiving,William F. Williams, editor (2000) Encyclopedia of Pseudoscience: From Alien Abductions to Zone Therapy Facts on File p. 58 kosmologie,Lezing van Stephen Hawking aan het Isaac Newton Instituut: "Cosmology used to be considered a pseudo-science and the preserve of physicists who may have done useful work in their earlier years but who had gone mystic in their dotage. There are two reasons for this. The first was that there was an almost total absence of reliable observations. Indeed, until the 1920s about the only important cosmological observation was that the sky at night is dark. [However, in recent years] the range and quality of cosmological observations has improved enormously with the developments in technology." bolbliksemHenry H. Bauer, "Scientific Literacy and the Myth of the Scientific Method", p 60 en stralingshormese.R. Hickey (1985). "Risks associated with exposure to radiation; science, pseudoscience, and opinion". Health Phys. 49 (5): 949–952
Thomas Kuhn trachtte het grijze gebied tussen pseudowetenschap en 'echte wetenschap' meer vanuit een historisch-relativistisch dan een streng-methodologisch perspectief te benaderen en introduceerde daartoe omstreeks 1970 het begrip protowetenschap:
In any case, there are many fields – I shall call them proto-sciences – in which practice does generate testable conclusions but which nevertheless resemble philosophy and the arts rather than the established sciences in their developmental patterns. I think, for example, of fields like chemistry and electricity before the mid-eighteenth century, of the study of heredity and phylogeny before the mid-nineteenth, or of many of the social sciences today. In these fields, too, though they satisfy Sir Karl's [ Popper's] demarcation criterion, incessant criticism and continual striving for a fresh start are primary forces, and need to be. No more than in philosophy and the arts, however, do they result in clear-cut progress. I conclude, in short, that the proto-sciences, like the arts and philosophy, lack some element which, in the mature sciences, permits the more obvious forms of progress. It is not, however, anything that a methodological prescription can provide. Unlike my present critics, Lakatos at this point included, I claim no therapy to assist the transformation of a proto-science to a science, nor do I suppose anything of this sort is to be had. – Thomas Kuhn, Criticism and the growth of knowledgeMaarten Speekenbrink, De Ongegronde Eis tot Consensus in de Psychologische Methodologie
Sinds Kuhn is er minder aandacht voor het demarcatiecriterium. Betwijfeld wordt of er eenduidige criteria zijn die beschrijven wat wetenschap is. De wetenschapsfilosoof Feyerabend was een belangrijk criticus van het uitgangspunt dat er universele methodologische regels van wetenschapsbeoefening zouden bestaan. Het streven te werk te gaan volgens dergelijke regels staat volgens Feyerabend zelfs de voortgang van de wetenschap in de weg.
Pseudowetenschap versus protowetenschap thumb|19e-eeuwse frenologische kaart. Frenologen beweerden dat ze persoonlijkheidskenmerken konden aflezen aan de vorm van de schedel
Pseudowetenschap is te onderscheiden van protowetenschap door te bekijken of een wetenschappelijke methode is gebruikt. Protowetenschap kan worden gedefinieerd als speculatie of een hypothese waarvan een adequate toetsing volgens de wetenschappelijke methode nagestreefd wordt maar nog moet plaatsvinden. Pseudowetenschap daarentegen wordt gekenmerkt door toetsen met (al dan niet verborgen) sturende aannames, met voorgeselecteerde gegevens, met fouten in de gehanteerde logica of waarvan de uitkomsten op vooringenomen wijze worden geïnterpreteerd. In andere gevallen wordt toetsing opzettelijk nagelaten of onmogelijk gemaakt. Toch is het vaak moeilijk om pseudowetenschap te ontmaskeren aangezien zij zich meestal immuniseert tegen kritiek.
Identificatie van pseudowetenschap Een theorie of opvatting kan als pseudowetenschap geclassificeerd worden wanneer deze voldoet aan de volgende voorwaarden: zij wordt gepresenteerd alsof zij consistent is met de gangbare criteria voor wetenschappelijk onderzoek, maar het is aantoonbaar dat zij niet aan de wetenschappelijke criteria voldoet, met name door verkeerd gebruik van de wetenschappelijke methode.Cover JA, Curd M (Eds, 1998) Philosophy of Science: The Central Issues, 1-82
Bepaalde onderwerpen kunnen om verschillende redenen als pseudowetenschappelijk beschouwd worden. Karl Popper beschouwde de astrologie als pseudowetenschappelijk, omdat astrologen hun beweringen vaak zo vaag houden, dat ze nooit kunnen worden weerlegd. Paul Thagard daarentegen beschouwt de astrologie als pseudowetenschappelijk omdat de beoefenaars niet of nauwelijks inspanning leveren om hun theorie verder te ontwikkelen, hun theorie niet kritisch evalueren in relatie tot andere theorieën, en omdat ze selectief omgaan met bewijzen. Bovendien stelde Thagard dat pseudowetenschap meer focust op overeenkomsten dan op oorzakelijke verbanden.