René Noël Girard (Avignon, 25 december 1923 – Stanford, 4 november 2015) was een Frans-Amerikaans antropoloog, filosoof, historicus, vergelijkend literatuurwetenschapper en emeritus-hoogleraar aan Stanford University (Stanford, Californië) en Duke University (Durham, North Carolina). Hij wordt als een van de grootste vernieuwers in de hedendaagse menswetenschappen beschouwd.: , , 2006. Zich baserend op de uitspraak van de wetenschapsfilosoof Michel Serres noemen Pierre-André Boutang en Benoît Chantre Girard in hun lange interview met hem "de nieuwe Darwin van de menswetenschappen".: "," 15.12.2005. Tijdens zijn plechtige begroetingsrede in de Académie française in 2005 noemde Serres Girard de "Darwin van de menswetenschappen"., 1978, p. 172. Reeds in 1978 beschreef de bekende Franse historicus Chaunu Girard als de "Einstein van de menswetenschappen".
Levensloop Girard studeerde paleografie en middeleeuwse geschiedenis aan de École Nationale des Chartes te Parijs, nadat hij eerder zijn Europees baccalaureaat in de filosofie gehaald had. Girard was een geboren Fransman, maar vertrok in 1947 naar de Verenigde Staten, waar hij aanvankelijk een grotere erkenning kreeg en in de jaren 1960 professor werd aan verscheidene belangrijke universiteiten. In 1995 werd hij emeritus-professor aan de Universiteit van Stanford.
René Girard overleed in 2015 op 91-jarige leeftijd.Stanford professor and eminent French theorist René Girard, member of the Académie Française, dies at 91, website Stanford University, 5 november 2015.
Mimesis en interdividuele psychologie Het basisbegrip van de theorie van Girard is de mimesis of het mimetisme. Beide begrippen betekenen bij hem nabootsing in menselijk gedrag en verlangen. Het menselijk verlangen is, volgens Girard, complexer dan de eenvoudige rechte lijn die subject en object verbindt. Het verlangen is niet louter subjectief, noch louter objectief, er speelt steeds een derde dimensie mee: het model van het verlangen. In tegenstelling tot instincten zijn menselijke verlangens bemiddeld door een model dat onbewust nagebootst wordt.
Zo ontstaat wat Girard de mimetische driehoek noemt. Hij heeft de mimetische hypothese over het menselijk gedrag voor het eerst in 1961 naar voren gebracht in zijn essay De romantische leugen en de romaneske waarheid. Daarin onderzoekt hij een aantal van de grootste literaire werken van de laatste eeuwen die hij romanesk noemt in tegenstelling tot de romantische teksten. In de romaneske literatuur wordt het verlangen aan een model verbonden. Dat is al het geval bij het eerste grote meesterwerk van de moderne tijden: Don Quichot. Zijn hele bestaan is een imitatie van de legendarische ridder Amadis de Gaula. Zoals Girard stelt, is het een karikatuur van de imitatie van Christus door een gelovige.
Girard heeft het mimetische verlangen voor het eerst ontdekt door twee literaire teksten met elkaar in verband te brengen, namelijk De eeuwige echtgenoot van Dostojewski en De misplaatste nieuwsgierige, een novelle uit Don Quichot van Cervantes. In beide werken staat een driehoeksrelatie centraal die op een identieke manier evolueert. De ene held van het verhaal probeert zijn verlangen naar zijn vrouw of aanstaande op te drijven, door een andere man te overtuigen die vrouw ook te begeren. De structurele overeenkomst tussen de teksten trof Girard.
Interdividuele psychologie Interdividueel is een neologisme van Girard.bezinningscentrum.nl - Zie 2.1.1. De begeerte overeenkomstig de Ander Girard onderscheidt externe en interne bemiddeling of mediatie. Wanneer de afstand tussen model en subject voldoende groot is, is het onmogelijk dat ze elkaars rivalen worden. Don Quichot verlangt de daden te stellen die Amadis ook deed, maar hij kan geen concurrent worden van zijn model. In dat geval spreekt Girard over externe bemiddeling. Wanneer de afstand zo klein wordt dat model en subject elkaar het object kunnen betwisten, spreekt Girard over interne bemiddeling. Afstand moet hier niet verstaan worden als fysieke of ruimtelijke afstand, al kan dat ook een rol spelen. Het gaat over de geestelijke afstand waardoor iemand niet het object wil verlangen dat een potentieel model heeft. Een soldaat kan naast zijn generaal de wacht houden, maar hij zal niet het voedsel of de vrouw van zijn generaal verlangen en betwisten. Het mimetisme van de soldaat zal normaal extern zijn. Dat wil zeggen dat hij enkel de bevelen en de strijdlust van zijn generaal zal opvolgen of imiteren.
Wanneer de afstand klein is kan het oorspronkelijke model op zijn beurt het verlangen dat hij aan het subject gesuggereerd heeft imiteren. Daardoor wordt het verlangen van dat oorspronkelijke model sterker. Het verlangen van het oorspronkelijke subject wordt door de imitatie van het heviger verlangende model eveneens sterker. En zo ontstaat er een escalatie van verlangen naar het object. De termen model en subject zijn dan eigenlijk niet meer van toepassing. Beide antagonisten zijn gefascineerd door elkaar in hun verlangen naar het object dat ontaard is in een rivaliteit. Door de steeds toenemende imitatie van elkaar, worden ze steeds meer aan elkaar gelijk.
Het moderne verlangende subject schrijft aan zijn model een metafysisch prestige toe. Dat metafysische prestige straalt af op het object. Wanneer een van de rivalen in de strijd het object definitief verwerft, is ontgoocheling van die persoon waarschijnlijk omdat de kloof tussen de gebruikswaarde van het object en het prestige dat het in de strijd verworven had zo groot is.
Tevens argumenteert Girard dat het object minder belangrijk wordt naarmate de strijd tussen de rivalen escaleert, omdat het verlangen - dat het instinct overtroeft en in een bepaalde richting kan sturen - door het verlangen van de ander aangevuurd wordt, niet door het object! In een moderne context wordt die strijd vaak niet met wapens gevoerd. Iedere rivaal meet zijn winst of verlies af aan kleine tekens die hem nu eens het gevoel geven dat hij een winnaar is met een fenomenaal metafysisch prestige en dan weer het idee geven dat hij een mislukkeling is. Het gaat hier dan om een manisch-depressieve ziekte. De rivalen hebben daarbij de illusie dat een essentieel verschil hen scheidt, terwijl ze eigenlijk volkomen aan elkaar gelijk zijn door de op de spits gedreven imitatie. Ze zijn wat Girard 'de dubbels' noemt.
Het zondebokmechanisme In La violence et le sacré (1972) heeft Girard voor het eerst zijn mimetische theorie toegepast op het ontstaan van de menselijke cultuur. Hij stelt dat de toename van de hersenmassa bij de mensachtigen betekende dat ze steeds beter werden in nabootsing. Dat impliceerde een toename van het leervermogen, maar eveneens een toename van de rivaliteit. Uiteindelijk waren de dierlijke instinctieve dominantiepatronen niet meer in staat om zich te handhaven onder druk van het mimetische geweld. Er ontstonden zogenaamde mimetische crises waarbij alle leden van een groep zich tegen elkaar richtten in collectief geweld.
Door het mimetische karakter van dat geweld evolueerde de vijandigheid van allen tegen allen zich naar een toestand waarbij de hele groep zich verenigde tegen een enkel slachtoffer, de zondebok. Die zondebok werd door het mimetisme de enige vijand en dus gedood. Als bij wonder was de groep bevrijd van zijn geweld wat als een ontzettende opluchting ervaren werd. Aan die zondebok werd door de groep dan niet alleen de oorsprong van het vreselijke geweld toegeschreven, maar ook de bevrijding ervan. Dat verklaart de vergoddelijking van de zondebok.
Door het zondebokmechanisme ontstonden de eerste menselijke culturen en de vele "heidense" godheden. Om zich tegen de terugkeer van het vreselijke collectieve geweld te behoeden, hanteerden de mensachtigen twee middelen. In de eerste plaats werden allerlei gedragingen die hen herinnerden aan het ontstaan van het geweld verboden. Dat zijn de taboes. Het incestverbod is daar een van. Ten tweede werd het zondebokmechanisme herhaald, en dus geïmiteerd, door de groep om nieuwe crises te voorkomen of te genezen. Dat is de instelling van het offer dat, wellicht begonnen met het mensenoffer, ook vaak evolueerde naar een offerdier en van daaruit naar een bloemenoffer.
Het unieke van de Bijbel In Des choses cachées depuis la fondation du monde (1978) spreekt Girard voor het eerst over het unieke karakter van de Bijbel. Daar waar de meeste culturen de zondebok steeds als schuldig beschouwen en er stereotype beschuldigingen zijn zoals incest en vadermoord ten overstaan van de zondebok, is er in het Oude Testament een tendens merkbaar om het onschuldige slachtoffer te rehabiliteren. Die evolutie mondt uit in de evangelies waar Christus door een mimetisch opgefokte massa gedood wordt, maar er staat geschreven: "Zij hebben mij zonder reden gehaat". Christus is het onschuldige lam.
Opdat het zondebokmechanisme en de oude offerpraktijken zouden kunnen blijven werken in een cultuur is het noodzakelijk dat de hele groep oprecht gelooft in de schuld van de zondebok. Een zondebok hebben is niet weten dat je hem hebt. Het evangelie toont echter duidelijk de onschuld aan van het slachtoffer en de illusie van de mimetische massa: "Vader, vergeef hen want ze weten niet wat ze doen." De teksten van de evangelies oefenen een ondermijnende werking uit ten overstaan van de heidense sacrale structuren die op de taboes en offercultus gebouwd zijn. Zij zijn volgens Girard verantwoordelijk voor de langzame desacralisatie van het oorspronkelijk heidense Europa. Hij beklemtoont dan ook het uitzonderlijke karakter van de Bijbel ten overstaan van andere religies. Ten gevolge van zijn vergelijkend religieus onderzoek bekeerde Girard zich tot het katholicisme.
Receptie werd reeds met verschillende invloedrijke denkers vergeleken. De Franse intellectueel noemde in 1981 "de Hegel van het Christendom".,1981. noemde Girard in 2000 "de Einstein van de menswetenschappen"., 1978, p. 172. noemde hem in 2005, bij diens opname in de , "de Darwin van de menswetenschappen".: "," 15.12.2005. Deze laatste vergelijking inspireerde tot de titel van zijn documentaire , waarin hijzelf en spreken met .: , , 2006. Niettemin is er ook scherpe kritiek op Girards werk. Volgens verdraait soms de teksten die zijn hypothesen zouden moeten ondersteunen.: . , 2010.: "", 295 (april 2011).: "," 216 (juni 2010).
De interdisciplinaire belangstelling voor de hypothesen van is sterk toegenomen. Opmerkelijk is dat heel recente en revolutionaire ontdekkingen in de experimentele psychologie en de neurowetenschappen de basisintuïties van het denken van Girard lijken te bevestigen. De Amerikaanse experimentele psycholoog omschreef het als volgt:
In 2005 werd Girard verkozen als lid van de Académie Française, de hoogste eer voor Franse intellectuelen.
Bibliografie