thumb|Joep van den Nieuwenhuijzen als woordvoerder bij de ontvoering van Toos van der Valk (1982) Josephus Antonius Johannes (Joep) van den Nieuwenhuijzen (Vught, 17 november 1955) is een Nederlandse zakenman die in 1982 landelijke bekendheid verwierf door te onderhandelen met de ontvoerders tijdens de ontvoering van Toos van der Valk, zijn schoonmoeder. Hierna maakte hij naam door slechtlopende en failliete bedrijven op te kopen en weer winstgevend te maken.

Loopbaan en bedrijven Na het behalen van het diploma Atheneum-B aan het St. Jans Lyceum in 's-Hertogenbosch in 1974, studeerde Van den Nieuwenhuijzen van 1974 tot en met 1976 Business Administration aan de Technische Universiteit Eindhoven, waarna hij tot 1980 Economie studeerde aan de Universiteit van Tilburg.

Van den Nieuwenhuijzen begon zijn professionele loopbaan in 1981, als manager International Affairs, bij de Van der Valk Groep, een keten van meer dan 100 hotels en restaurants.

Van 1983 tot 1994 was Van den Nieuwenhuijzen CEO, bestuursvoorzitter, van de Koninklijke Begemann Groep, een Nederlands industrieel conglomeraat, genoteerd aan de Amsterdamse Effectenbeurs. Begemann's voornaamste investeringsfocus lag op industrieel gebied. De Groep nam bedrijven over, die vervolgens werden gereorganiseerd en binnen de groep werden geherpositioneerd, waardoor de winstgevendheid en de aandeelhouderswaarde van deze bedrijven toenam. De Begemann-groep groeide in enkele jaren uit tot een concern met 140 dochterondernemingen in 32 landen met een waarde van 1,35 miljard gulden. P. de Witt Wijnen, Joep! Van held tot hoofdverdachte. Biografie van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam (2010), pp. 301-305. Hij kreeg er de bijnaam bedrijvendokter mee. Na een reeks van schandalen, processen en faillissementen bestond deze groep hooguit nog op papier.Laatste stuiptrekkingen van Koninklijke Begemann Groep. BN DeStem, 23 december 2009 In 1996 haalde Van den Nieuwenhuijzen de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij uit de Begemann-groep, en bouwde het uit tot een concern met ruim veertig dochtervennootschappen. Deze BV's, die alleen nog in naam aan de scheepswerf RDM herinnerden, werden gebruikt voor diverse activiteiten in de wapenindustrie en deels daarmee samenhangende financiële transacties van Joep van den Nieuwenhuyzen. In 2008 was er een reverse takeover van Ego Lifestyle waarmee de naam Begemann van de beurs verdween.Quote Overname Ego door Begemann rond, 4 november 2008, geraadpleegd op 30 maart 2024

Voorts had en heeft Van den Nieuwenhuijzen ook bedrijven buiten de Begemann-groep en het RDM-concern.

Onderscheidingen In 1989 realiseerde Van den Nieuwenhuijzen de eerste buitenlandse industriële privatisering in de voormalige Sovjet-Unie, waarvoor hij werd onderscheiden met dienstmedailles van Krasnagorsk, district Moskou, en de Medal of Freedom van president Poetin.

Vrijspraken misbruik van voorwetenschap Begin jaren 90 werd Van den Nieuwenhuijzen verdacht van misbruik van voorwetenschap in de zin van artikel 336a (oud) Sr en valsheid in geschrifte in de zin van artikel 225 (oud) Sr rond het automatiseringsbedrijf HCS en misbruik van voorwetenschap bij de overname van het bedrijf Rotterdamsche Droogdok Maatschappij B.V. van de overheid door de Royal Begemann Group. In beide zaken werd Van den Nieuwenhuijzen bij afzonderlijke dagvaarding door het Openbaar Ministerie vervolgd.

In de HCS-zaak sprak de rechtbank Amsterdam Van den Nieuwenhuijzen bij vonnis van 7 april 1994 vrij voor zowel misbruik van voorwetenschap als valsheid in geschrifte. In hoger beroep werd Van den Nieuwenhuijzen in deze zaak door het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 17 oktober 1994 veroordeeld voor misbruik van voorwetenschap. Dit arrest werd door de Hoge Raad bij arrest van 27 juni 1995 vernietigd, waarna de zaak werd verwezen naar het gerechtshof Den Haag ten einde deze opnieuw te behandelen en af te doen.HR 27 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD1070, NJ 1995, 662 m.nt. T.M. Schalken. Na verwijzing rekwireerde het Openbaar Ministerie tot vrijspraak van Van den Nieuwenhuijzen, omdat niet kon worden bewezen dat sprake was van voorwetenschap en misbruik daarvan. Bij arrest van 8 maart 1996 oordeelde ook het gerechtshof Den Haag dat geen sprake was van misbruik van voorwetenschap en sprak het gerechtshof Van den Nieuwenhuijzen vrij. Het gerechtshof baseerde – net als de rechtbank Amsterdam – zijn oordeel op de rapporten van deskundigen waaruit bleek dat de informatie waarover Van den Nieuwenhuijzen zou beschikken, niet als koersgevoelig viel aan te merken. In de zaak met betrekking tot de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij B.V. werd Van den Nieuwenhuijzen in eerste aanleg door de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 29 januari 1996 vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat de kennis van de onderhandelingen over de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij B.V. niet koersgevoelig was. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.Zie (vgl.) Rb. Den Haag 4 april 2001, ECLI:NL:RBSGR:2011:AB0850; Hof Den Haag 14 oktober 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3880 en HR 27 juni 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD1070, NJ 1995, 662 m.nt. T.M. Schalken.

Op 22 juni 1996 hebben Van den Nieuwenhuijzen en de Royal Begemann Group de Nederlandse Staat en de Vereniging voor de Effectenhandeling Amsterdam aansprakelijk gesteld voor de door Van den Nieuwenhuijzen respectievelijk de Royal Begemann Group geleden schade als gevolg van het optreden van politie en justitie en van de Vereniging voor de Effectenhandeling in zowel de zaak omtrent HCS als de zaak omtrent de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij B.V. De vorderingen van Van den Nieuwenhuijzen en Begemann op de Nederlandse Staat en de Vereniging voor de Effectenhandeling werden bij akte van 8 april 1997 aan de speciaal daarvoor opgerichte Stichting Begaclaim verkocht. Tevens werden de Begemann-aandelen gesplitst in een A- en een B-aandeel, waarbij de B-aandelen onder de naam 'Begaclaim' de vordering vertegenwoordigden.

Bij vonnis van 4 april 2001 verklaarde de rechtbank Den Haag voor recht dat de Nederlandse Staat door het aanvangen en voortzetten van de vervolging van Van den Nieuwenhuijzen in de zaak omtrent de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij B.V. onrechtmatig had gehandeld jegens Van den Nieuwenhuijzen en dat dit onrechtmatig handelen aan de staat kon worden toegerekend.Rb. Den Haag 4 april 2001, ECLI:NL:RBSGR:2011:AB0850 In hoger beroep wees het gerechtshof Den Haag bij arrest van 14 oktober 2004 echter alle vorderingen van de stichting Begaclaim af. Ten aanzien van de zaak omtrent de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij B.V. oordeelde het hof dat de onschuld van Van den Nieuwenhuijzen was gebleken, maar dat geen sprake was van onevenredig nadelige gevolgen.Hof Den Haag 14 oktober 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3880 In cassatie vernietigde de Hoge Raad bij arrest van 13 oktober 2006 dit arrest van het gerechtshof, omdat het alleen aankomt op het gebleken zijn van de onschuld en de evenredigheid er dan niet meer toe doet. Het oordeel van het hof gaf bovendien blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de vereisten voor een redelijk vermoeden van schuld aan misbruik van voorwetenschap, althans het oordeel was niet toereikend gemotiveerd. De Hoge Raad verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.HR 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6956 Eind 2007 besloot Begaclaim de procedure te beëindigen.‘Stichting Begaclaim stopt procedure tegen staat’, Trouw 27 november 2007. Gearchiveerd op 6 mei 2022.

Vermoeden betaling steekpenningen Chili In september 2005 werd Van den Nieuwenhuijzen genoemd in verband met gestelde betalingen door RDM Holding N.V. van 1,6 miljoen dollar aan Oscar Aitken, een juridisch adviseur van RDM Holding N.V. en tevens een vermeende adviseur van de Chileense oud-dictator Augusto Pinochet.‘Vermoedens smeergeld RDM sterke r’, NRC 23 september 2005. Gearchiveerd op 4 april 2022. Vermoed werd dat steekpenningen betaald werden aan de Chileense legerleiding, om tweedehands Leopard 1-tanks van de Nederlandse Landmacht aan Chili te verkopen.‘Een ‘faire vergoeding’ voor Pinochet’, NRC Handelsblad 3 juni 2006. Gearchiveerd op 30 mei 2023. Volgens Van den Nieuwenhuijzen ging het hier echter om commissies betaald door RDM Holding N.V. aan Aitken voor geleverde diensten aan RDM Holding N.V. Voormalig algemeen directeur Walter Luijten van RDM Technology B.V. ontkende dat Aitken diensten heeft verricht voor RDM Technology B.V. Volgens onderzoek van een Amerikaanse Senaatscommissie zijn de betalingen aan Aitken niet door RDM Technology B.V. maar door RDM Holding N.V. gedaan. In april 2008 werd Van den Nieuwenhuijzen op verzoek van de Chileense autoriteiten gehoord in de smeergeldverdenking rond de levering van tanks aan het land.‘Joep van den Nieuwenhuyzen gehoord over smeergeldzaak’, NRC Handelsblad 22 april 2008. Gearchiveerd op 26 maart 2023.

RDM-concern, faillissementen en civiele procedure

Als gevolg van onder meer geannuleerde en ingetrokken orders inzake pantservoertuigen, helikopters en het onderhoud aan onderzeeboten en het uitblijven van nieuwe orders, failleerden in 2004 en 2005 verschillende vennootschappen binnen het RDM-concern.

Op 15 november 2006 werd in een civiele procedure RDM Holding N.V. door de rechtbank ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot terugbetaling van 6,8 miljoen euro aan de curator van het gefailleerde bedrijf SP Aerospace and Vehicle Systems B.V. (eveneens een bedrijf in het conglomeraat van Van den Nieuwenhuijzen). Aanleiding hiervoor was het oordeel van de rechtbank op vordering van de curator dat een tussen SP Aerospace and Vehicle Systems B.V. en haar grootmoeder RDM Holding N.V. gesloten overeenkomst terecht door de curator wegens paulianeus handelen was vernietigd.Rb. ’s-Hertogenbosch 15 november 2006, ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ2683 Tegen deze uitspraak is Van den Nieuwenhuijzen in hoger beroep gegaan. Voorafgaand aan het hoger beroep werd het beroep door RDM Holding N.V. ingetrokken, omdat partijen tot een schikking waren gekomen, waarin partijen overeenkwamen dat Van den Nieuwenhuijzen en RDM Holding N.V. geen schuld erkenden en alle betwiste activa en vorderingen door RDM Holding N.V. werden teruggekocht van de curator in het faillissement van SP Aerospace and Vehicle Systems B.V.‘Nieuwenhuyzen schikt alsnog in SP’, Eindhovensdagblad 3 september 2009.

Rotterdamse havenaffaire en strafrechtelijk onderzoek faillissementsfraudes Toen na de faillissementen bleek dat het Havenbedrijf Rotterdam garanties ter waarde van in totaal circa 180 miljoen euro aan het RDM-concern had verstrekt, ontstond een nieuwe verdenking tegen Van den Nieuwenhuijzen.

Op 23 oktober 2007 werd Van den Nieuwenhuijzen in Zwitserland aangehouden op verzoek van de Nederlandse autoriteiten naar aanleiding van vermeende faillissementsfraudes bij drie van zijn voormalige ondernemingen. Op 19 november 2007 werd hij aan Nederland uitgeleverd. Een voormalig directeur van enkele van zijn bedrijven en een secretaresse werden eveneens aangehouden.‘Van den Nieuwenhuyzen gearresteerd’, Trouw 25 oktober 2007. Gearchiveerd op 6 mei 2022. Op 4 december werd het voorarrest van Van den Nieuwenhuijzen met 2 maanden verlengd, maar voor een borg van 10 miljoen euro en inlevering van zijn paspoort werd hij op 11 januari 2008 in afwachting van het strafrechtelijk onderzoek vrijgelaten.‘Van den Nieuwenhuyzen mag op borgtocht vrij’, Trouw 8 januari 2008.

Vrijspraken faillissementsfraudes en veroordeling omkoping