Herman II van Cuijk (±1100 – ±1167) was een Nederlands edelman.

Herman was broer van Godfried I van Cuijk (1100-1167) en zoon van Hendrik I van Cuijk (ca. 1070 - 1108), burggraaf van Utrecht, en Alveradis van Hochstaden (ca. 1080 - 1131). Zijn grootouders waren Herman van Malsen en Ida van Boulogne, en van Gerard I van Hochstaden (ca. 1055 - 1137) en Aleydis van Wickrath (ca. 1065 - ca. 1120).

In de jaren 30 van de twaalfde eeuw vochten Herman, Godfried en hun oom Andries van Cuijk, een conflict uit met Floris de Zwarte en zijn broer Dirk VI van Holland. Als gevolg daarvan werd Herman verdreven uit zijn kasteel bij Lexmond en werd zijn kasteel te Cuijk verwoest. Hij kreeg toestemming voor de herbouw van het kasteel, maar koos rond 1145 voor een locatie bij de Raam. Bij dit nieuwe kasteel zou het stadje Grave ontstaan.

Naast heer van Cuijk werd Herman uiteindelijk stadsgraaf van Utrecht en voogd van het kapittel van Sint-Servatius te Maastricht.

Herman was getrouwd met een onbekende dochter van Otto II van Chiny en Adelheid van Namen. Zij kregen o.a. de volgende kinderen: Hendrik II (ca. 1140 - 1204), heer van Cuijk, door huwelijk heer van Herpen, vermeld 1157-1204, stadsgraaf van Utrecht, voogd van Sint-Jan te Utrecht, kruisvaarder. Gehuwd met Sophia van Rhenen (ca. 1140 - 1191), erfdochter van Herpen. Albert (ca. 1140 - 1200), bisschop van Luik

Bronnen en referenties

Categorie:Huis Cuijk Cuijk, Herman