Star is een Brits historisch merk van fietsen, tricycles, motorfietsen en auto's.

De bedrijfsnaam was Sharratt & Lisle, later Star Cycle Co. Ltd., Star Motor Co. Ltd., Star Engineering Co., Star Cycle Co. en the Star Motor Company Lt. Wolverhampton.

Geschiedenis Edward Lisle en Edwin John Sharratt Edward Lisle was in 1852 geboren aan Dudley Road 106 in Wolverhampton. Hij ging tot 1866 naar St. Luke's School, en op 14-jarige leeftijd ging hij waarschijnlijk, net als zijn broer, bij de spoorwegen werken. Lisle was geïnteresseerd in fietsen, indertijd waren dat nog de Penny-farthings (de veiligheidsfiets van John Kemp Starley verscheen pas in 1895). In zijn vrije tijd bouwde hij zijn eigen fiets, in de kelder van het nieuwe huis van de familie aan Park Street in Wolverhampton. Hij nam deel aan wedstrijden die gehouden werden op het terrein van het Molineux Hotel, en die soms tot 20.000 toeschouwers uit het hele land trokken. Edward had hiermee hij veel succes. Dat leidde ertoe dat andere wielrijders hem vroegen een fiets voor hen te bouwen. In elk geval is bekend dat hij al driewielers met een groot voorwiel en kleinere achterwielen bouwde in 1869. Bij de volkstelling van 1871 stond hij geregistreerd als machinebankwerker. Bij dezelfde volkstelling werd Edwin John Sharratt genoemd als werkloze koetsier. Edwin John Sharratt kocht in 1876 de voormalige Humber fabriek aan Pountney Street. Die fabriek stond al bekend als "Star Cycle Works". Samen richtten Edward en Edwin daar hun eigen bedrijf Sharratt & Lisle op. In 1879 ging Sharratt zijn eigen weg, hij begon in een deel van de fabriek zijn eigen fietsmerk Sharratt and Company. Edward Lisle bleef aan de leiding van Star staan, samen met zijn zoons. Op 14 februari 1921 pleegde hij zelfmoord door verdrinking nadat hij een zenuwinzinking had gekregen. Hij was juist uit het bedrijf van zijn zoon Edward Jr. (Briton Motor Company) gestapt. Toch had hij het te somber ingezien: Briton werd kort hierna verkocht en Star zou in de jaren na zijn dood nog sterk groeien. Edward woonde voor zijn dood aan "The Oaklands" in Tettenhall in het historische centrum van Wolverhampton.

Jaren tachtig Bedrijf In 1883 richtte Edward Lisle de Star Cycle Company op, maar de fietsen werden nog tot 1896 als "Sharratt & Lisle" verkocht. In dat jaar ontstond Star Cycle Company Limited, met een beginkapitaal van 120.000 Pond. In 1889 werd een fabriek aan Stewart Street in Wolverhampton gekocht. Daar werden grote aantallen fietsen geproduceerd, maar ook losse onderdelen voor fietsen.

Fietsen In 1889 beschreef Harry Hewitt Griffin in zijn artikel "Bicycles & Tricycles of the Year 1889" de " Star Dwarf Safety Roadster", een veiligheidsfiets met slechts twee framebuizen: een van het balhoofd naar het achterwiel en een van het zadel naar de trapperas. De trapperaslagers waren zodanig geconstrueerd dat ze de smeerolie binnen hielden.

Jaren negentig Bedrijf In maart 1891 registreerde Lisle de zespuntige ster als merk. In 1896 werd de Presto Gear Case Company omgevormd tot de Presto Gear Case & Components Company Limited. Ze was gevestigd aan Fleet Street in Coventry. Het beginkapitaal was 30.000 Pond en de directeuren waren C.E. Shaw, Edward Lisle, E.A. Wilson, L. Johnson, A. Goodby en H. Lisle. Dit bedrijf maakte kettingkasten die met twee schroeven op vrijwel elke fiets gemonteerd konden worden en eenvoudig te demonteren waren voor het smeren of repareren van de ketting en de tandwielen. Daarnaast produceerde men accessoires en onderdelen voor fietsen.

Fietsen In 1896 leverde Star al tien fietsmodellen, variërend van racefietsen tot heren- en damesmodellen en tandems. Daarnaast leverde men fietsbellen, zadels, jasbeschermers, verlichting, kettingen, naven, remmen, lagers en montagelijm voor banden. In 1898 leverde men ook de bijzondere Dursley Pedersen fiets als "Star Pedersen (Cantilever) Cycle". In 1899 maakte men 10.000 fietsen per jaar.

Auto's Over de manier waarop Star met de productie van auto's is begonnen, zijn de bronnen het niet eens, maar in elk geval werd de basis gevormd door een 3½ pk Benz die in 1897 werd aangeschaft. Het meest populaire verhaal is dat de oudste zoon van Edward Lisle, Joseph, een bezoek aan Nederland bracht en daar leerde autorijden. Hij kocht meteen de Benz en reed ermee naar Wolverhampton. Joseph was echter pas 17 jaar, en het moet dus een hele onderneming voor hem zijn geweest. Daarom geloven een aantal leden van de familie Lisle dat de auto bij een Benz dealer in Londen werd gekocht en via het spoor werd bezorgd. De auto werd gedemonteerd en alle onderdelen werden opgemeten, waarbij de maten moesten worden omgezet naar het Imperiale maatsysteem. Hier en daar werden ook modificaties en verbeteringen aangebracht en al in april 1897 verliet de auto de fabriek. Star kocht de licentierechten en ging de Benz in Wolverhampton produceren. De eerste Star-Benz verscheen in oktober 1898, maar waarschijnlijk werden er in dat jaar slechts twee gebouwd. Dat kwam door het gebrek aan carrosseriebouwers in Wolverhampton. Meestal maakten autofabrieken gebruik van koetsbouwers, maar de eerste zes auto's van Star hadden carrosserieën van gevernist hout die gebouwd waren door Strouds, meubelmakers aan Villiers Street in Wolverhampton. Het waren vis-à-vis modellen. Ze hadden een horizontaal geplaatste, watergekoelde 3½ pk eencilinder met een buitenliggende krukas, riemaandrijving naar de versnellingsbak en kettingaandrijving naar beide achterwielen. Er waren twee versnellingen vooruit, elektrische ontsteking (in die tijd was gasvlamontsteking nog gangbaar), helmstokbesturing en twee handremmen. Er waren twee benzinetanks die genoeg brandstof konden bevatten voor ongeveer 160 kilometer. Carbidlampen, een knijpclaxon, een set boordgereedschap en een oliekannetje hoorden tot de standaarduitrusting. De auto kostte 189 Pond, maar in 1900 was de prijs al gedaald tot 168 Pond. Als extra's kon men een leren kap, een achteruitversnelling of een korte "klimversnelling" bestellen. Aanvankelijk duurde de productie een week per auto, maar dat werd al snel opgevoerd tot zes auto's per week.

Tricycle thumb|250px|Star tricycle uit 1899 In 1899 bouwde Star een tricycle. Zoals bijna alle tricycles uit die tijd was de machine gebaseerd op een De Dion-Bouton.

Jaren nul Bedrijf Edward Lisle richtte in 1900 de Star Motor Company Co. Ltd. op, een dochteronderneming die zo veel mogelijk auto-onderdelen in eigen huis moest vervaardigen. Uiteindelijk werden ook de carrosserieën in eigen huis gefabriceerd. In 1902 werd de Star Motor Company omgebouwd tot de Star Engineering Company, en men ging motorfietsen en tricars produceren. Het bedrijf groeide snel. Men betrok auto-onderdelen van toeleveranciers. Men moest zelfs fabrieksgebouwen aan Ablow Street en Dobb Street in gebruik nemen en in 1903 werd een nieuwe autofabriek aan Frederick Street gebouwd. In 1905 daalden de verkopen van Britse fietsen sterk door import uit Duitsland en de Verenigde Staten. Vanaf 1906 was de Stuart Hub Company een dochteronderneming van Star. Ze produceerde aanvankelijk versnellingsnaven voor de fietsen. In 1906 ging het financieel nog steeds niet goed, het was zelfs het eerste jaar dat aandeelhouders geen dividend uitgekeerd kregen. Men introduceerde de goedkope "Starling" auto, die via de fietsdealers verkocht kon worden om hen op die manier te steunen. In 1907 ging het iets beter en maakte men 5.000 Pond winst, maar de vraag naar fietsen daalde nog steeds. In januari 1909 werd een vergadering gehouden in het Star and Garter Hotel, waarbij werd besloten de Star Engineering Company om te bouwen tot een limited liability company. Joseph Lisle werd directeur. Deze firma nam de Star Cycle Co. Ltd. over en richtte een nieuwe dochteronderneming op: de Star Cycle Company. Voor de productie van fietsen maakte dat vooralsnog geen verschil. In 1909 kocht Edward Lisle Jr. de fabriek in Stewart Street en hij ging daar auto's onder de merknaam Briton produceren.

Fietsen In 1902 stonden elf rijwielmodellen in de catalogus, die inmiddels sterk verbeterd waren. Sommige hadden Star's eigen vrijloopnaaf, de Star ball clutch free-wheel, die geruisloos en wrijvingloos liep. Door de vrijloop waren betere remmen nodig, waardoor Star de Bowden bandrem op het achterwiel monteerde. Die werd al bediend met een handremhendel. De modellenserie was A t/m E genummerd, maar binnen alle modelaanduidingen waren heren- en damesmodellen te vinden. De "D"-serie bestond uit racefietsen. Naast al deze series waren er ook nog fietsen voor de jeugd, zowel jongens- als meisjesfietsen. In 1904 was Star de grootste producent van fietsen in Wolverhampton. De topmodellen waren de "La Grande" dames- en herenfietsen die respectievelijk 16- en 15 Pond kostten. In 1906 ontwikkelde men de eerste versnellingsnaven, die de merknaam "Stuart" kregen doordat de Stuart Hub Company een dochteronderneming van Star was. De dure "La Grande" modellen verdwenen. De modellen met versnellingen waren zelfs nog goedkoper dan de "gewone" modellen eerder waren geweest. De Stuart tweeversnellingsnaaf werd in 1907 vervangen door een Stanley drieversnellingsnaaf. Intussen maakte men ook goedkope modellen, die minder dan 10 Pond kostten.

Auto's thumb|250px|"Little Star" uit 1904 Waarschijnlijk kon men in 1900 al twintig auto's per week maken. In 1900 verscheen het "Model A", met een tweecilinder motor en drie versnellingen. De passagiers keken nu ook vooruit, ze zaten eigenlijk "op de bok". Het "Model C" verscheen gelijktijdig en had waarschijnlijk een voorin zittende bestuurder en een echt stuurwiel. In totaal werden ongeveer 250 exemplaren van de Star-Benz gebouwd. In 1903 waren ze nog steeds te koop. Al snel liet men het Star-Benz ontwerp los en ging men zelf nieuwe modellen ontwerpen. In 1903 waren er al 10-, 15- en 20 pk viercilinders en 7- en 10 pk tweecilinders. In 1904 kwam de "Little Star" uit, een kleine Panhard-type auto met een 7 pk tweecilindermotor die slechts 175 Pond kostte, maar men leverde ook een 12 pk viercilinder voor 450 Pond. Door de tegenvallende fietsverkopen in 1905 was men gedwongen zich meer op de export te richten, maar om de fietsdealers te steunen maakte men ook de zeer goedkope "Starling" auto, die via deze dealers voor 110 Pond verkocht kon worden. De Starling had een eencilinder De Dion motor en twee versnellingen. Vanaf 1906 werden de Starling auto's onder de merknaam "Stuart" verkocht. Stuart Hub Company was een dochteronderneming van Star en de naam Stuart werd vanaf dat moment ook gebruikt voor Star modellen die naar Nieuw-Zeeland verscheept werden. Vreemd genoeg kreeg de auto in 1907 de naam "Starling" weer terug en zo bleef hij tot 1909 in productie. De "Stuart" auto had een andere motor, een 7 pk tweecilinder, drie versnellingen vooruit en één achteruit en cardanaandrijving. Er waren drie versies te koop: een tweezitter, een driezitter en een vierzitter. Latere Starlings hadden nog steeds een eencilinder van 6 pk maar drie versnellingen plus achteruit en kettingaandrijving. In 1907 verscheen de eerste Star zescilinder, die ongeveer 600 Pond kostte. In 1909 kwam het populaire 15 pk viercilindermodel. Dit had een 2,8 liter motor met dubbele ontsteking en cardanaandrijving en kostte 300 Pond.

Autosport