thumb|Hebron, de tombe van de Patriarchen De Grot van de Patriarchen, of Grot van Machpéla (Hebreeuws: מערת המכפלה, Ma-arat Hamakhpelah, "de grot van de dubbele graven"), of Heiligdom van Abraham (Arabisch: الحرم الإبراهيمي, Al-Haram Al-Ibrahimi) is een groep grotten in het midden van het oude centrum van Hebron. Volgens de traditie van alle drie de abrahamitische religies werden op deze locatie de paren Abraham en Sara, Isaak en Rebekka, en Jakob en Lea begraven, terwijl sommige joodse tradities hier ook Adam en Eva aan toevoegen.MACHPELAH, Jewish Encyclopedia (1906). Gearchiveerd op 1 februari 2023.
Boven de grotten staat een rechthoekig gebouw uit de periode van Herodes de Grote (gebouwd tussen 31 en 4 vr Chr.). Toen Byzantijnse christenen het gebouw overnamen (tussen de periode begin 4e tot midden 7e eeuw n.Chr.), bouwden zij een basilica, die na de verovering door moslims (midden 7e eeuw n Chr.) werd bestemd tot de Ibrahimi-moskee.
Bijbelse traditie thumb|left|Houtsnede door Gustave Doré, De bijzetting van Sara in de tombe. In Genesis 23 van de Hebreeuwse Bijbel staat dat Abraham na de dood van Sara een stuk land kocht, met daarin de grot van Machpéla (in de Vulgaat: spelunca duplexGenesis 23 in de Vulgaat op biblegateway.com, "dubbele grot"). Hij kocht het terrein voor 400 sjekel zilver en begroef er zijn vrouw Sara. Na de dood van Abraham begroeven Isaak en Ismaël hun vader bij zijn vrouw Sara.
Toen Jakob, die naar zijn zoon Jozef in Egypte was getrokken, op sterven lag, vroeg hij aan zijn zonen om hem te begraven naast zijn vrouw Lea in de spelonk op de akker van Machpéla, waar hij Isaak en Rebekka had begraven (Genesis 49:29-33).
Geschiedenis Herodes de Grote bouwde een grote, rechthoekige omwalling over de grotten van 34 op 59 meter. Dit is het enige volledig bewaard gebleven Herodiaanse bouwwerk. De muren zijn tot 2,65 meter dik en opgebouwd uit immense stenen. Op het hoogste punt is de omwalling 18 meter hoog. Oorspronkelijk had de constructie geen dak, maar onder de Byzantijnse heerschappij werd aan de zuidoostelijke zijde een eenvoudige basilica gebouwd, en werd over de rest van de ruimte een dak gelegd, behalve over het midden.
In 614 veroverden de Perzen het gebied en werd het gebouw volledig verwoest. Toen de moslims het gebied in 637 veroverden, werd het gebouw herbouwd en kreeg het de functie van een overdekte moskee. In de tiende eeuw werd in de noordoostelijke muur een doorgang vrijgemaakt, ruim boven het grondniveau, en langs de noordzijde en de oostzijde werden trappen gebouwd naar deze ingang. Aan de zuidwestelijke zijde werd een gebouw opgetrokken, de kalah (kasteel)Nicolas Witsen, Noord en Oost Tartarye. Gearchiveerd op 30 november 2021. waarvan men niet met zekerheid weet wat de functie was.
Omstreeks 1100 werd de regio bezet door de kruisvaarders die van het gebouw een kerk maakten en de toegang aan de moslims verboden. De ruimte werd overdekt met gewelven en een nieuw puntdak, er werd een lichtbeuk toegevoegd. Toen Saladin het gebied heroverde werd het geheel weer omgebouwd tot een moskee, de Ibrahimi-moskee, maar het bleef christenen toegestaan om er te bidden. Saladin voegde minaretten toe op elke hoek van het gebouw, waarvan twee bewaard zijn gebleven, en een minbar.
Benjamin van Tudela (1130-1173)Een joods reiziger uit de middeleeuwen afkomstig uit Tudela in het koninkrijk van Navarra die Europa, Azië en Afrika bereisde in de 12e eeuw schreef:
Aan het einde van de veertiende eeuw werden onder het bewind van de Mammelukken twee extra ingangen gemaakt in de zuidwestelijke muur. De kalah werd opgebouwd tot hij even hoog was als de omwalling. Op de bovenste verdieping werd een cenotaaf geplaatst ter nagedachtenis van Jozef. De Mammelukken bouwden ook de noordwestelijke trap en richtten cenotafen op voor Abraham, Sara, Isaak, Rebekka, Jakob en Lea. Ze verboden de joden de toegang tot het monument.
Conflicten tussen Israëli's en Palestijnen left|thumb|De tombe van de Patriarchen in 1906 Het verbod voor joden bleef van kracht tot 1929. Joden mochten niet dichterbij komen dan de zevende trede van de trap die naar de tombes leidde. Na het bloedbad van Hebron in 1929 werd de toegang strikt beperkt door de Britse autoriteiten. Gedurende het bestuur door Jordanië vanaf 1949 werden op de Westelijke Jordaanoever geen joden toegelaten. Na de Zesdaagse Oorlog van 1967 kwam het gebied onder bezetting van Israël en werd het 14 eeuwen oude verbod op de toegang tot het heiligdom opgeheven. Israëlische kolonisten vestigden zich onder voorwendsels onmiddellijk in Hebron, wat sindsdien aanleiding geeft tot grote spanningen. Op 1968 vond er het eerste joodse huwelijk plaats.Hagai Hoberman, 2008, Keneged Kol HaSikuim, Sifrat Netzaim In dat jaar werd er door Israël ook een speciale regelgeving uitgevaardigd om vieringen toe te laten op het joodse nieuwjaar en op Jom Kipoer. Op 9 oktober werden 47 Israëli’s gewond toen op de trap die naar de tombes leidde een handgranaat werd gegooid.Esther Rosalind Cohen, 1967, Human Rights in the Israeli=occupied territories, Manchester University Press ND. Op 4 november was er een explosie bij de toegangspoort tot het complex waarbij zes mensen gewond raakten.Dishon (januari 1973). Middle East Record, John Wiley and Sons. p. 383. Aan de vooravond van Jom Kipoer op 3 oktober 1976 vernielde een Arabische groep een aantal Thora boekrollen en gebedenboeken bij de tombesMati Alon (2003). The Unavoidable Surgery, Trafford Publishing. p. 160. en in mei 1980 vielen bij een aanval op joodse gelovigen, die terugkeerden van het gebed aan de tombe, 6 doden en 17 gewonden.Ervin Birnbaum (1990). In the shadow of the struggle, Gefen Publishing House Ltd. p. 286.
De spanningen liepen op na de ondertekening van de Oslo-akkoorden in september 1993. De PLO kreeg toen een beperkte autonomie op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Hebron en andere grote centra op de Westelijke Jordaanoever waren niet opgenomen in het akkoord.William Quandt, Peace Process3rd edition, (Brookings Institution and University of California Press, 2005): 321-329. Een groot bloedbad in de Ibrahimi-moskee werd op 25 februari 1994 aangericht door een Joods-Amerikaanse kolonist Baruch Goldstein, die het vuur opende op biddende moslims in de moskee, waarbij er 29 gedood en 125 gewond werden. Bij de daaropvolgende rellen werd hij zelf gedood en kwamen nog eens negentien Palestijnen om het leven, en vijf Israëli's.
In 1998 kwamen de River akkoorden tot stand.Wye-river memorandum un.org, 23 oktober 1998. Gearchiveerd op 4 juni 2023. Hierin werd de toegang tot de site zowel voor moslims als voor joden beperkt en werd het beheer van een groot deel toevertrouwd aan een Islamitische “waqf”. Deze sectie omvat onder meer het zuidoostelijke deel met de toegang tot de spelonken en de cenotafen van Isaac en Rebecca. Joodse gelovigen mogen deze plaatsen bezoeken tijdens de sabbat “Hayei Sarah” wanneer het leven van Sara uit de Thora wordt voorgelezen. Christenen en niet-joodse/niet-islamitische toeristen mogen, onder begeleiding, beide delen van het gebouw betreden.
Op 21 februari 2010 maakte Israël bekend dat het de site wilde opnemen in zijn lijst van nationaal erfgoed."Israel to include West Bank shrines in heritage plan", Reuters persagentschap. Gearchiveerd op 7 juni 2023."US slams Israel over designating heritage sites", Haaretz. Hiertegen werd geprotesteerd door de Verenigde Naties, Arabische regeringen en de Verenigde Staten. In de UNESCO werd hierop in oktober 2010 een verklaring goedgekeurd die stelde dat de “Tombe van de patriarchen in al-Khalil/Hebron” integraal deel uitmaakt van de bezette Palestijnse Gebieden."Executive Board adopts five decisions concerning UNESCO’s work in the occupied Palestinian and Arab Territories", unesco.org. In 2017 heeft UNESCO Hebron/Al-Khalil dan ook officieel erkend als Palestijns werelderfgoed, inclusief de oude stad en de Ibrahimi-moskee/Grot van de Patriarchen, die van grote religieuze en historische waarde zijn voor zowel moslims als joden. De organisatie benadrukte het belang van het beschermen van deze eeuwenoude gebouwen, die unieke architectuur en cultureel erfgoed vertegenwoordigen. De Israëlische delegatie reageerde fel op deze beslissing, die een probeem ziet in het benoemde van deze gebieden als onderdeel van Staat Palestina.
Het gebouw De rechthoekige stenen ommuring van het gebouw ligt op een noordwest–zuidoost-as en is verdeeld in twee secties door een binnenmuur. Het gebouw werd vrijwel geheel gebouwd door koning Herodes en is het enige Herodiaanse bouwwerk dat vandaag de dag nog vrijwel intact bestaat. Een joodse synagoge beslaat ongeveer drie vijfde van de ruimte langs de noordwestelijke zijde. Het zuidoostelijk deel, twee vijfde van het totaal, wordt ingenomen door de Ibrahimi-moskee. thumb|Cenotaaf voor Abraham
In de synagoge bevinden zich vier cenotafen, elk in een achthoekige ruimte. Die voor Jacob en Lea bevinden zich aan de noordwestelijke zijde terwijl die voor Abraham en Sara zich aan de noordoostzijde bevinden, tegen de moskee aan. De cenotafen voor Abraham en Sara zijn zowel van de moskee als van de synagoge uit bereikbaar, maar worden afgesloten met een hek. De cenotafen zijn twee per twee door een gang met elkaar verbonden.
Een derde gang loopt langs de zuidwestelijke zijde van het gebouw. Hierlangs kan men de cenotafen en de moskee bereiken. Deze gang kan men bereiken via een doorgang in de muur aan de zuidwestelijke zijde, maar om deze doorgang te bereiken moet men door een moskee aan de buitenzijde van het gebouw. In het midden van de noordoostelijke wal is er een ingang waarlangs men de synagoge kan bereiken. Een lange trap langs de noordwestelijke wal leidt naar deze ingang.
Het moskeegedeelte bestaat uit een grote gebedsruimte, waarvan het dak wordt ondersteund door vier zuilen. Het interieur bevat islamitische architectonische elementen zoals mihrab (gebedsnis), minbar (preekstoel) en decoratieve inscripties uit de Mamlukse en Ottomaanse periodes. De vloer en muren zijn deels bedekt met tapijten en marmer. In de moskee bevinden zich ook de cenotafen voor Isaac en Rebecca, met daartussen bevindt zich de mihrab in de zuidoostelijke muur. Het moskeegedeelte kan worden bereikt via een reeks trappen die leiden naar de hoofdingang aan de zuidoostzijde van het complex, met sommige stenen van de trap stammen uit de Herodische periode.
De grotten De grotten zijn normaal niet toegankelijk uit respect voor de doden. Er zijn twee toegangen bekend. De eerste bevindt zich bij Abrahams cenotaaf in de moskee. Deze ingang is een smalle schacht die afgesloten is met een decoratief rooster dat op zijn beurt afgedekt is met een decoratieve koepel. De andere ingang is gelegen in het zuidoosten, vlak bij de mihrab, en wordt afgesloten met een grote steen, die meestal bedekt is met gebedsmatjes. Deze tweede toegang is vlak bij de zevende trede van de trap langs de buitenkant van het gebouw, de plaats tot waar de joodse gelovigen mochten komen tijdens het bewind van de mammelukken. In de tijd van de kruisvaarders waren de grotten wel (af en toe) toegankelijk. De beschrijving van rabbijn Benjamin van Tudela is hierboven aangegeven.