thumb|245px|Rijkgedecoreerd omslag van Arabische koran De Koran of Qoer'ān (Arabisch: القرآن, al-qoer'ān) is het enige van de door moslims erkende islamitische heilige boeken dat zuiver zou zijn overgeleverd. Volgens de islamitische traditie zijn de woorden in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan de profeet Mohammed geopenbaard. De Koran wordt beschouwd als het eerste prozawerk uit de Arabische literatuur en heeft een grote invloed gehad op de literaire ontwikkeling van het Arabisch.
Het Arabische woord قرآن (qoer'ān) betekent oplezing, recitatie, voordracht. Koran wordt gebruikt voor de Nederlandse vertaling. Een vertaling wordt door moslims doorgaans niet als authentiek gezien, omdat vertalen automatisch interpreteren zou betekenen. Iedere vertaling is dus 'slechts' een interpretatie. Vertalingen vertonen, door de opbouw van de Arabische taal, op essentiële punten grote verschillen en worden dan ook niet als gezaghebbend erkend. Exegese op de Arabische Koran is wel mogelijk en wordt tafsir genoemd. Islamitische geleerden, de oelama, spreken dan over een 'exegetische vertaling'.
De Koran is de eerste bron van de islam, maar de Overleveringen (Hadith) zijn de tweede bron.Het Belang van de islam, oorspronkelijke titel: The need of islam, vertaald door Sannijja Jansen, Uitgeverij Noer Delft, , blz. 29 De Koran geeft geen specifieke antwoorden op elke vraag of elk probleem. Mohammed en zijn metgezellen worden gezien als de levende uitleggers in praktijk, vastgelegd in de Overleveringen. De Koran en de (minder absolute) Hadith samen vormen de basis van de islam.Wat moslims geloven, John Bowker, Uitgeverij Elmar bv Rijswijk, 2002, , blz. 20
Voor moslims is de autoriteit van de Koran absoluut. Het wordt gezien als het Woord van God. De Koran wordt echter wel geïnterpreteerd. Dit kan een dynamische interpretatie zijn die met de omstandigheden verandert.Wat moslims geloven, John Bowker, Uitgeverij Elmar bv Rijswijk, 2002, , blz. 43
Structuur thumb|245px|Geopende Arabische koran De Koran is niet chronologisch ingedeeld. Uit overleveringen leren we dat toen kalief Oethman ibn Affan rond 650 de teksten verzamelde, men de hoofdstukken (soera's), beginnend met de korte soera De Opening, verder min of meer aflopend volgens lengte heeft gerangschikt. De kortste soera omvat drie en de langste 286 ayat (verzen). In totaal bevat de Koran 114 soera's, bestaande uit 6.236Wat is de Koran. Gearchiveerd op 28 mei 2023. ayat (afhankelijk van de indeling), die met uitzondering van soera Het Berouw allemaal beginnen met de aanhef Bismillah ar-Rahmaan ar-Rahiem (In de naam van God, de genadevolle, de Barmhartige). Het aantal woorden is 77.439. Buiten eigennamen en geografische termen komen er zo'n 1875 verschillende woorden in de Koran voor.Prof.dr. Hans Jansen - Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten, Uitg. van Praag 2008,
thumb|245px|Opengeslagen Arabische koran In sommige uitgaven van de Koran worden de soera's in een afwijkende volgorde geplaatst. Dit was bijvoorbeeld het geval bij eerdere edities van de Koran in de Britse serie Penguin Classics. Wel is er een vaste nummering van 1 tot en met 114, die al of niet in combinatie met de naam gebruikt wordt in verwijzingen. Bij verwijzing naar een aya (vers) komt eerst de naam van de soera en het nummer van de soera met een dubbele punt en het versnummer erachter, bijvoorbeeld "soera Ahzab 33:59".
De eerste soera met zeven ayat (Al Fatiha, de Opening) wordt de kern van de Koran genoemd. Alle soera's hebben een naam, die vaak ontleend is aan een woord in het begin van de soera, zoals 'De Opening', 'De Koe' en 'Het geslacht van Imraan'. Het hoeft niet zo te zijn dat de naam de inhoud van de soera dekt.
De soera's kunnen verder onderscheiden worden qua periode: de Mekkaanse soera's, die uit de eerste periode stammen toen Mohammed nog in Mekka woonde en slechts geestelijk leider was voor een beperkte aanhang, voordat hij naar Medina migreerde, en de tweede periode met de Medinaanse soera's, na de Hidjra in Medina, waar Mohammed ook politiek leider werd. De soera's uit de tweede periode hebben een duidelijk meer wettisch karakter en er werd een oorlogsdoctrine van een tegenaanval toegevoegd. Ook de soera's geopenbaard na de terugkeer in Mekka in 630 vallen onder de Medinaanse soera's.
Inhoud thumb|245px|Eerste pagina van een Arabische koran
Mohammed leefde van ca. 571 tot 632; vanaf 609 of 610 zou hij zijn openbaringen hebben gekregen. De inhoud van de Koran is volgens moslims in 23 jaar geopenbaard. Halverwege die periode, rond het jaar 622, vertrok Mohammed met zijn volgelingen van Mekka naar Yathrib, de hidjra. Later werd Yathrib Medina genoemd. De emigratie van Mekka naar Medina is tevens het begin van de islamitische jaartelling.
De Koran is geschreven in naam van God, vaak in de directe rede, waarbij God in de eerste persoon meervoud spreekt, en soms in de indirecte rede, waarbij God met de derde persoon enkelvoud wordt aangeduid. De Koran bevat vermaningen en instructies voor moslims en vertellingen over voorgaande profeten en volken en hun lotgevallen. (Zie de Lijst van soera's). De Koran is een oproep tot onderwerping of overgave, 'islam', aan de ene God. De Koran benadrukt de mening dat de God van de islam dezelfde is als de God van Joden en christenen. Het woord Allah is geen eigennaam, maar de Arabische aanduiding voor de God.Allah. Gearchiveerd op 12 augustus 2023.
De toon van de openbaringen uit Medina verschilt van die uit Mekka. De Mekkaanse soera's zijn kort en gaan vooral over de grootheid van God en zijn schepping, het oordeel op de Laatste Dag en het resultaat daarvan: het paradijs of de hel. De oproep tot bekering is al aanwezig maar nog tamelijk vrijblijvend. De Medinaanse soera's, na de Hidjra, zijn langer, leggen meer de nadruk op regelgeving en sociale ordening en bevatten oproepen om geweld te gebruiken ter verdediging tegenover de 'ongelovigen' (kafirs), meer specifiek de bewoners van Mekka en andere stammen die de jonge moslimgemeenschap (oemma) in haar eerste jaren van bestaan bedreigden. In Soera Het Berouw, vers 1 t/m 13, wordt namelijk gesproken over de afgodendienaren die telkens hun vredesverdragen verbraken en de moslims aanvielen. Hiermee was de enige oplossing om deze afgodendienaren terug aan te vallen ter verdediging. Overigens dienden de moslims te stoppen met aanvallen en veiligheid te bieden aan de ongelovigen die stopten met vechten en veilig teruggebracht wilden worden.
Soms brengen de teksten verhalen uit de Bijbel in herinnering, zoals soera Jozef (Yoesoef), die een deel van het boek Genesis hervertelt en, volgens sommige commentatoren verwijst Zol-Qarnain (de twee-hoornige) in soera De Spelonk 86 naar Alexander de Grote. Echter is dit in tegenspraak met de realiteit, omdat Zol-Qarnain gezien wordt door de Koran als een rechtvaardige en monotheïstische volgeling, terwijl Alexander de Grote geen monotheïst was.
Maar zoals de christelijke leer op sommige punten van de joodse leer over God afwijkt, wijkt de islamitische leer af van de joodse én christelijke leer. Zo maakt de Koran op een aantal plaatsen melding van de profeet Isa 'de zoon van Maryam', maar ontkent stellig dat deze de zoon van God is. Wel worden de maagdelijke geboorte en het leven zonder zonde van Isa verteld. De joodse Messiasverwachting, zoals volgens de christenen vervuld door Jezus, komt in de Koran negen keerDe Koran, in de vertaling van prof. dr. J.H. Kramers, bewerkt door drs. A. Jaber en dr. J.J.G Jansen, uitgeverij de Arbeiderspers, 2003, blz. 594 Masih (Messias), voor, zoals in soera Het Geslacht van Imraan 45.
Boodschap thumb|245px|Andalusische koran De Koran brengt vier religieuze leerstukken telkenmale voor het voetlichtthe Qur'an: an encyclopedia, Oliver Leaman e.a., Routledge Taylor and Francis Group, 2006, blz. 521, Qur'an, the, : monotheïsme (tawhid), verwijzend naar de eenheid van God, het tegenovergestelde van het polytheïsme (shirk) waarbij anderen geassocieerd worden met God (onder andere soera De Koe 22, 255, soera Het Geslacht van Imraan 2, soera De Onderscheiding 2, soera De Opdrijving 23); profeetschap (al-nubuwwa), bevestiging van het profeetschap van Mohammed en dat de Koran het Woord van God is (onder andere soera De Onderscheiding 1, soera Het Geslacht van Imraan 31-32, soera De Bijen 64, soera De Vertelling 85-87, soera Ya Sin 2-3); eschatologie (al-ma'ad), verwijzend naar de wederopstanding en de Dag des oordeels (Qiyamah) (onder andere soera De Kantelen 187, soera Ta Ha 124, soera Ya Sin 51, soera De Consultatie 9, soera Qaaf 42-43); beloning en bestraffing (al-thawab wal-'iqab), gewoonlijk weergegeven door een tegenstelling, waar de gelovigen beloond worden met de tuin (al-djenna), maar de ongelovigen worden bestraft met het vuur (al-nar) in het Hiernamaals (onder andere soera De Koe 81-82, soera De Byzantijnen 15-16, soera De Onoverkomelijke Gebeurtenis 88-94, soera Het Bedrog 9-10).
Thema's thumb|245px|Pagina uit de koran (11e eeuw)
thumb|left|150px|Het schip van Noah, Zubdetü't-Tevarih.
De Koran kent een aantal terugkerende thema's: de gelovigen (soera De Koe 227, soera Het Uitsluitende Bewijs 7); de mensen van het Boek (soera De Koe 105, soera Het Geslacht van Imraan 64); de polytheïsten (soera De Koe 105, soera Het Geslacht van Imraan 151); de huichelaars (soera De Buit 49, soera Het Berouw 67); de profeten (soera De Vrouwen 163, Soera De Donder 27, soera Ta Ha 13); parabels over verschillende profeten (soera De Koe 40-93); parabels over verschillende volkeren (soera Ya Sin 31, soera Vergever 82-83); islamitische wetgeving (soera De Koe 226-237, soera De Vrouwen 19-25); rechtvaardigheid (soera De Tafel 42, soera De Kantelen 29, soera De Binnenvertrekken 9); het gevecht voor de zaak van God (soera De Koe 190, soera Het Berouw 38); liefdadigheid (soera De Koe 254, soera Het Bedrog 16); zorg voor wezen en behoeftigen (soera Het Berouw 60, soera De Bedevaart 28); geduld (soera Het Geslacht van Imraan 200, soera De Namiddag 3); gerechtigheid (soera Het Vee 153, soera De Kantelen 26) vermaning en moraal (soera De Vrouwen 112, soera Het Vee 151-152); respect voor de ouders (soera De Koe 83, soera Luqman 14); participatie in het goede, verbod op het verkeerde (soera Het geslacht van Imraan 114, soera Het Berouw 112); Almacht van God (soera De Gelovigen 12-22, soera Ya Sin 36-42).
Ontstaansgeschiedenis thumb|245px|De eerste soera in een oud manuscript Traditionele moslimgeleerden uit de islamitische wereld zijn het in grote lijnen eens over de ontstaans- en verspreidingsgeschiedenis van de Koran. Islamologen in de westerse wereld zetten echter een aantal kritische kanttekeningen bij die visie en enkele kritische geleerden vechten de door traditionele moslimgeleerden toegewezen authenticiteit van de Koran aan.
Johannes van Damascus, een van de persoonlijke adviseurs van de Syrische kalief, kende aan het begin van de 8e eeuw ten minste enkele van de tegenwoordig bekende soera's, wat blijkt uit zijn boek "Bron van Kennis", geschreven omstreeks 742/743. Hierin noemt hij de soera's De Koe (2), De Vrouw (4) en De Tafel (5). Ook gaat hij in op een verhaal met de titel "De Kameel van God", dat onder andere in soera De Zon aan bod komt.
Traditionele visie Volgens de islamitische overlevering werd de Korantekst in de periode 610-632 in delen, beginnend met de Laylat al-Qadr, door de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard. De openbaringen werden vervolgens door zijn volgelingen door middel van recitatie uit het hoofd geleerd en fragmentarisch opgeschreven op stukken perkament, hout en bot. Er wordt aangenomen dat Mohammed analfabeet was en dus zelf lezen noch schrijven kon.