thumb|Elektrische trein van de NS van het type Materieel '24 te Amsterdam CS; circa 1927. Vooraan motorwagen BD 9012. Collectie van het Utrechts Archief. thumb|Trein bestaande uit buffermaterieel ('blokkendozen', mat '24) bij het Amsterdamse Centraal Station; 1953. thumb|Elektrische trein type Materieel '24 met stuurstandrijtuig voorop te Utrecht C.S.; 23 januari 1958. Materieel '24 was een serie elektrisch spoorwegmaterieel van de Nederlandse Spoorwegen. Na de komst van het elektrische stroomlijnmaterieel sinds 1935 werd de benaming van dit materieel Blokkendozen, naar het hoekige model. Sommige NS-ers en spoorwegbelangstellenden spraken steevast over "(elektrisch) buffermaterieel", ter onderscheiding van de gestroomlijnde, bufferloze elektrische treinstellen van de types Mat '35, Mat '36 en Mat '40.
Bij het ontwerp van dit materieel in 1924 werd gebruikgemaakt van de ervaringen die waren opgedaan met het eerste elektrische materieel in Nederland, het ZHESM-materieel uit 1908 dat gebruikt werd op de spoorlijn Rotterdam Hofplein - Scheveningen (Hofpleinlijn).
Kenmerken Met de motorrijtuigen en rijtuigen werden min of meer vaste combinaties (treinstammen) gevormd, meestal bestaande uit twee motorrijtuigen in treinschakeling en twee of drie tussenrijtuigen. De motorwagens waren aanvankelijk aan één zijde voorzien van een stuurstand. Ter vergroting van de inzetbaarheid werden later ook motorrijtuigen afgeleverd die waren voorzien van een vouwbalg, met daarnaast een (naar hedendaagse maatstaven krappe) bestuurderscabine.
Door de aanwezigheid van buffers en schroefkoppelingen kon dit materieel ook in getrokken treinen worden ingezet. Andersom konden ook andere typen rijtuigen, indien voorzien van een stuurstroomleiding, in blokkendoostreinen worden ingezet. Dit was vanaf 15 mei 1928 het geval in treinen op de Oude Lijn, waarin CIWL-restauratierijtuigen waren opgenomen.De blauwe WR in Nederland, Kees Wijnnobel. Op de Rails, , april 2008
Samenstelling en nummering De Blokkendozen zijn elektrisch buffermaterieel en bestaan uit een groot aantal verschillende soorten motorrijtuigen en volgrijtuigen. Het totaal aantal geproduceerde blokkendozen komt op 259 stuks. Hieronder een overzicht van deze verschillende deelseries:Seinarm.nl
Oorspronkelijke varianten Aanduiding Aantal Serie Uitvoering Opmerking mBD 30 9001 - 9030 Motorrijtuig met bagageafdeling en 2e klasse (40 plaatsen) met bagageruimte mCd 47 9401 - 9447 Motorrijtuig 3e klasse (88 plaatsen) met aan een zijde een stuurstand en doorgangsmogelijkheid mC 38 9001 - 9038 Motorrijtuig 3e klasse (88 plaatsen) met aan een zijde een stuurstand, zonder doorgangsmogelijkheid mABD 4 9001 - 9004 Motorrijtuig 1e en 2e klasse met bagageruimte Gebouwd voor de lijn Haarlem - IJmuiden mBD 11 9151 - 9161 Motorrijtuig met bagageafdeling en 2e klasse (32 plaatsen) met bagageruimte Aec 27 8501 - 8527 Tussenrijtuig 1e klasse (42 plaatsen) Bec 33 8501 - 8533 Tussenrijtuig 2e klasse (64 plaatsen) De 8503 - 8512 zijn de voormalige B 7501 - 7510, de eerste serie geheel stalen rijtuigen van de NS,gebouwd als proef voor de internationale dienst. Cec 55 8501 - 8555 Tussenrijtuig 3e klasse (88 plaatsen) ABec 11 8501 - 8511 Tussenrijtuig 1e en 2e klasse voorzien van midden-instapbalkon Gebouwd voor de lijn Amsterdam-Rotterdam Ces 3 8101 - 8103 Stuurstandrijtuig 3e klasse (88 plaatsen) met doorloopmogelijkheid Gebouwd voor de lijn Haarlem - IJmuiden
Verbouwingen jaren dertig In de jaren dertig werden enkele verbouwingen aan Mat '24 uitgevoerd, zodat het materieel beter voldeed aan de toenmalige vervoersbehoeften. De wit-groene kleurstelling van de treinen werd gewijzigd in groen, aangezien dit minder besmettelijk was voor vuil.
Nieuwe aanduiding Aantal Serie Oude aanduiding Verbouwing ABec 4 8521 - 8524 Aec Verbouwing van alleen 1e, naar 1e en 2e klasse Bec 3 8525 - 8527 Aec Verbouwing van 1e naar 2e klasse Ce8c 10 8522 - 8531 Bec Verbouwing van 2e naar 3e klasse
Verbouwing tot getrokken rijtuigen en losse dienstwagens Nadat in 1959 de laatste Blokkendozen als elektrisch buffermaterieel werden ingezet, was de rol van de diverse (motor)rijtuigen nog niet uitgespeeld op het spoorwegnet. Geleidelijk werd in de jaren vijftig een groot deel van het materieel blauw geschilderd en ingezet als getrokken rijtuigen. Hierbij werden van de motorrijtuigen de motoren en stroomafnemers verwijderd. Inzet vond hierbij plaats in verschillende reizigerstreinen. Daarnaast werden de rijtuigen ingezet in militaire verlofgangerstreinen. Rijtuigen met glijdlagers werden vanaf 5000 en die met rollagers vanaf 5500 genummerd.
Nieuwe aanduiding Aantal Serie Oude aanduiding A 16 5005 - 5008, 5501 - 5512 Aec AB 9 5611 - 5619 ABecm AB 13 5101 - 5111, 5601 - 5602 (AB 5751 - 5752) Bec B 8 5201 - 5208 (B 5351-5358) Bec, Ce8c B 4 5211 - 5214 Cesc B 41 5215 - 5241, 5701 - 5714 Cec Bz 2 5301 - 5302 Ces Bz 24 5831 - 5834, 5836 - 5839, 5841 - 5845, 5847 - 5849, 5858, 5860 - 5862, 5864 - 5866, 5871 mCd Bz 25 5801, 5805 - 5808, 5810 - 5812, 5814 - 5828, 5830, 5851 mC BDz 8 5901 - 5908 mBD
Naast de verbouwingen van een groot aantal rijtuigen en een deel van de motorrijtuigen tot getrokken rijtuigen, werd een deel van de motorrijtuigen met bagageruimte verbouwd tot dienstwagens voor de NS (mDW) en de PTT (Motorposten). De dienstrijtuigen werden onder meer gebruikt voor het wegleren van machinisten, ATB-meetrijtuig en als railslijpwagen. Met de indienststelling van 35 nieuwe Motorposten in 1965 werden de Blokkendoos-motorposten buiten dienst gesteld.
thumb|Motorpostrijtuig 9201 kort na de verbouwing te Haarlem; 24 september 1956. thumb|De mBD 9006 'Jules' bij de Wagenwerkplaats Amersfoort tijdens de Spoorparade Amersfoort. thumb|Motordienstwagen Jules (ex-mBD 9006) in Rotterdam. thumb|Blokkendozen-treinstel in Station Haarlem.
Nieuwe aanduiding Aantal Serie Oude aanduiding mP 13 9201 - 9213 mBD/mCD mP 8 9221 - 9228 mB4D mP 4 9231 - 9234 mABD mDW 5 169306 - 169310 mC
Inzet Het materieel was in eerste instantie bedoeld om gebruikt te worden op de spoorlijn Amsterdam - Rotterdam (Oude Lijn), die in 1924-'27 geëlektrificeerd werd. Daarnaast werd in 1927 de IJmondlijn geëlektrificeerd. In de loop der tijd was het materieel op een groot deel van het geëlektrificeerde net te zien.
Inzet voor 1931 Tot de elektrificatie van de Zaanlijn in 1931 waren er in totaal 193 rijtuigen beschikbaar. Deze rijtuigen werden in de volgende volgorde samengesteld: 6 zevenwagentreinstellen mBD + Bec + Bec + Aec + mCd + Cec + mC 11 zeswagentreinstellen mBD + Bec + Aec + mCd + Cec + mC 11 achtwagentreinstellen mBD + Bec + Aec + mCd + Cec + mC (waarvan 2 reservetreinen) 4 driewagentreinstellen mBD + CeC + mC (IJmondlijn)NVBS: Op de Rails. van Wijck Jurriaanse, N.J.: De materieelloop der electrische treinen. 3-1931.
Inzet na 1931 In 1931 kwam er nog een nalevering in verband met de elektrificatie van de spoorlijn Amsterdam - Alkmaar (Zaanlijn). Er werden tussen 1923 en 1932 door diverse fabrieken totaal 130 motorrijtuigen en 129 rijtuigen afgeleverd.
Elektrische trekkrachtenHuurman, C. (2001), Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939 - 1945 De NS had in de Tweede Wereldoorlog nog geen elektrische locomotieven in dienst, hoewel contacten met leveranciers al liepen en na de oorlog resulteerden in de 1000-serie. Al in de zomer van 1940 ontstonden tekorten aan stoomlocomotieven voor het trekken van goederentreinen. Doordat dieseltreinen buiten dienst werden gesteld wegens motorbrandstoftekort, materiaalgebrek in de werkplaatsen, verplicht onderhoud aan stoomlocomotieven van de Deutsche Reichsbahn en toegenomen vervoer waren meer trekkrachten nodig. Voor het trekken van zware goederentreinen op het Middennet en de Oude Lijn werden van het Blokkendoosmaterieel vijf formaties van drie motorrijtuigen gemaakt. Hiermee werden vooral de zware kolentreinen afkomstig van de Limburgse mijnen tussen Eindhoven en het westen van Nederland getrokken. In 1942 nam door een strenge winter en een dientengevolge hoge defectenstand het tekort aan locomotieven dusdanig toe, dat het aantal combinaties met acht werd uitgebreid.
Buitendienststelling Nadat in het midden van de jaren vijftig nieuw materieel van het type Mat '54 en getrokken rijtuigen Plan E werd afgeleverd, werd tussen 1955 en 1960 het grootste deel van de motorrijtuigen tot getrokken rijtuigen verbouwd, waarbij de tractiemotoren en de stroomafnemers werden verwijderd. In 1959 reden de laatste elektrische Blokkendoostreinen voor reizigersvervoer. De laatste getrokken Blokkendoosrijtuigen reden in 1972 in reizigerstreinen. Nadien zijn diverse rijtuigen verkocht aan museumspoorlijnen, onder andere de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij, de Stoomtrein Goes-Borsele en de ZLSM.
Tweede leven Duitsland Na de Tweede Wereldoorlog zijn diverse rijtuigen in het Oostblok achtergebleven. In de voormalige DDR zijn in de jaren tachtig en negentig nog diverse blokkendoosrijtuigen teruggevonden.
Museummaterieel thumb|Tweewagenstel mBD 9107 en Ces 8104 te Heerhugowaard. thumb|Museumblokkendoostrein met voorop stuurstandrijtuig Ces 8104, de Cec 8553 als middelste rijtuig en motorwagen mBD 9107 achteraan, tussen Halfweg en Spaarnwoude op een rit vanwege 175 jaarspoorwegen in Nederland tussen Amsterdam en Haarlem; 20 september 2014. thumb|Museum Blokkendoostreinstel als 'Heimwee Express' tussen Den Dolder en Soestduinen; 2014. thumb|NS mC 9002 tijdens een proefrit te Elst op 16 april 2023. thumb|Rijtuigen, met mC 9015 voorop, bij de SGB te Goes. In de jaren tachtig werd, uit onderdelen van diverse rijtuigen, een elektrisch museumstel geconstrueerd, bestaande uit een motorrijtuig en een rijtuig met stuurstand. Dit stel werd in 1989 geheel gerestaureerd in dienst gesteld. In 1994 werd nog een tussenrijtuig, voorzien van restauratieafdeling, toegevoegd om de verhuurbaarheid voor gezelschappen te vergroten. Dit materieel bevindt zich thans in de collectie van het NSM te Utrecht.
Het tweewagenstel bestond in eerste instantie uit het motorrijtuig mBD 9107 en het stuurstandrijtuig Ces 8104. Dit laatste rijtuig heeft voordien nooit bestaan: de serie bestond uit de Ces 8101 tot en met de Ces 8103, gebouwd door Beijnes te Haarlem. Voor het museumtreinstel is in de Hoofdwerkplaats Amersfoort uit diverse restanten van oude blokkendoosrijtuigen aan het eind van de 20e eeuw een "nieuwe" Ces aan deze serie toegevoegd: de Ces 8104.
Het later toegevoegde tussenrijtuig Cecr 8553 heeft de voordien nooit gebruikte aanduiding 'r' gekregen, voor restauratie.
Ook een der motordienstwagens (de Jaap) werd in de jaren negentig door de Hoofdwerkplaats Haarlem als museumrijtuig gerestaureerd. Dit rijtuig mC 9002 is teruggebracht in de oorspronkelijke kleurstelling crème-groen uit de jaren twintig en kan samen met het museumstel van het Spoorwegmuseum een vierrijtuigstel vormen. Op 10 oktober 2021 is de Jaap overgedragen aan Stichting 2454 CREW die de trein opnieuw heeft gereviseerd omdat deze enkele jaren had stilgestaan. Vanaf mei 2023 is het rijtuig ondergebracht bij de Stoomtram Hoorn-Medemblik. Vanuit Hoorn kunnen nu ritten worden gemaakt.
De Jules, van oorsprong motorrijtuig mBD 9006, de andere motordienstwagen die in 1968 eerst de naam Bromvlieg droeg, kreeg in 1966 het nummer 3084-9782-802-6. In 1969 werd deze omgedoopt tot Jules. Halverwege de jaren '60 werd er een experimentele thyristor-chopper van de Britse firma AEI (later GEC) ingebouwd voor de vermogensregeling van de tractiemotoren. In geval van een storing kon er omgeschakeld worden naar de reguliere vermogensregeling met rijweerstanden. De chopperinstallatie is later weer verwijderd. In 1976 is de Jules omgebouwd tot ATB-meetrijtuig en in de gele kleurstelling geschilderd. In 1992 werd dit rijtuig buiten dienst gesteld, waarna het in 1997 door de STIBANS werd verworven en in de bruine kleurstelling geschilderd als motorpostrijtuig mP 9204. Dit rijtuig is niet rijvaardig en staat op het terrein van de Wagenwerkplaats in Amersfoort.