thumb|Astrid Oosenbrug, van 2018 t/m 2025 voorzitter van COC Nederland COC Nederland (officieel: Federatie COC Nederland) of kortweg COC, oorspronkelijk "Cultuur- en Ontspannings Centrum", is een Nederlandse belangenorganisatie van lhbti+-personen.https://www.coc.nl/over-ons "Over COC". Gearchiveerd op 29 maart 2023. Het is de oudste nog bestaande belangenorganisatie voor lhbti+'ers ter wereld. Onder de federatieve vereniging COC Nederland vallen anno 2025 negentien lokale COC-verenigingen, die tezamen ongeveer 8000 leden tellen.
De federatie COC Nederland is actief op velerlei gebied, met het accent op jong & school, 50plus, (politieke) belangenbehartiging, veiligheid, cultuur & geloof en internationale belangenbehartiging. De praktische uitvoering daarvan doen ook de lokale verenigingen, die daarnaast als ontmoetingsplaatsen voor de lokale lhbti-gemeenschap fungeren.
Geschiedenis Het COC kan gezien worden als de opvolger van het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK), dat in 1912 door jhr. Jacob Schorer werd opgericht. Dit comité had als doel de rechtsongelijkheid tussen heteroseksuelen en homoseksuelen te bestrijden en mensen te informeren over het wezen van de liefde van man tot man of vrouw tot vrouw. Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 werd het NWHK opgeheven.
Nauw betrokken bij het NWHK was Jaap van Leeuwen, die samen met Niek Engelschman en Hann Diekmann in 1939 een eigen blad voor homoseksuelen had gesticht onder de naam Levensrecht. In maart 1940 verscheen het eerste nummer, maar kort na verschijning van het derde nummer vond de Duitse inval plaats en werden de contacten tussen de leden van de prille beweging verbroken.
Oprichting Na het einde van de Tweede Wereldoorlog, in september 1946, begon het maandblad weer te verschijnen. Uit de lezerskring werd op 7 december 1946 de Shakespeare Club opgericht. Dit gebeurde met een bijeenkomst in café "De la Paix" aan de Leidsestraat 67-71 in Amsterdam, waarbij zo'n 150 mensen aanwezig waren, het grootste aantal homo's dat tot dan toe in Nederland bijeengekomen was., Homoseksualiteit in Nederland, Meppel 1982, p. 150.
De initiatiefnemers van de Shakespeare Club waren de eerdergenoemde Niek Engelschman en Jaap van Leeuwen, aangevuld met Jo van Dijk, die als penningmeester fungeerde. Niek Engelschman werd onder het pseudoniem Bob Angelo de eerste voorzitter. De Shakespeare Club werd in februari 1949 omgedoopt tot "Cultuur- en Ontspannings Centrum" (C.O.C.). De vereniging telde op dat moment ca. 1000 leden en was daarmee zowel absoluut als relatief de grootste homo-organisatie ter wereld.Rob Tielman, Homoseksualiteit in Nederland, Meppel 1982, p. 151.
De doelstellingen van het C.O.C. waren tweeledig: aan de ene kant wilde de beweging bijdragen aan sociale emancipatie, aan de andere kant wilde ze cultuur en ontspanning bieden aan homomannen en lesbische vrouwen.
De Kleine Kring Naast de instelling van de afdeling Amsterdam werd in 1949 door het landelijke bestuur ook een culturele commissie ingesteld, die in 1950 werd omgedoopt tot de Kleine Kring. Tot de drijvende krachten behoorden de hoofdbestuursleden Henri Methorst, Benno Premsela, Ton Dane en Rob Spaan. Doel was het organiseren van culturele avonden om verdieping te bieden aan een kleinere kring van geïnteresseerde Amsterdamse COC-leden, maar vanaf 1954 organiseerde de Kleine Kring ook bijeenkomsten waarbij buitenstaanders werden uitgenodigd, zoals journalisten of familieleden van homoseksuelen. Hiermee werd de koerswijziging van 1964 voorbereid en na de oprichting van de stichting Dialoog werd de Kleine Kring dan ook in het najaar van dat jaar opgeheven.Hans Warmerdam & Pieter Koenders, "Cultuur en Ontspanning. Het COC 1946 - 1966", Werkgroep Homostudies, Utrecht 1987, p. 157 e.v. en 319 e.v.
Jaren vijftig De sociale emancipatie richtte zich op afschaffing van artikel 248bis uit het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel was ingevoerd in 1911 en bestrafte seksuele contacten met iemand van hetzelfde geslacht tussen de 16 en 21 jaar met ten hoogste vier jaar gevangenisstraf. In de eerste jaren hielden de autoriteiten de activiteiten van de Shakespeare Club en het C.O.C. scherp in de gaten: de vereniging voelde de hete adem van artikel 248bis constant in de nek. De meeste bijeenkomsten werden door agenten in burger bespioneerd. Desondanks breidde het C.O.C. zich uit naar Den Haag en Rotterdam, en later ook naar Utrecht en Arnhem. In andere steden, zoals Groningen, Leeuwarden en Eindhoven, stootten pogingen van homoseksuelen om zich te organiseren in eerste instantie op tegenwerking van de lokale autoriteiten. De jaren vijftig kenmerkten zich echter door geleidelijke toename van de openheid en acceptatie. Een belangrijke rol speelde daarin het professioneel ogende maandblad Vriendschap (1949–1964).
In 1951 werd op initiatief van de voorzitter van het C.O.C in Amsterdam een internationaal congres van Europese homo-organisaties georganiseerd. Dit resulteerde in de oprichting van het International Committee for Sexual Equality (ICSE).
Jaren zestig: vernieuwing Een belangrijk gevolg van de activiteiten van het C.O.C. in de jaren 50 en 60 was het ontstaan van een subcultuur met bars en dancings, in tegenstelling tot de situatie voor de Tweede Wereldoorlog, waar homoseksuelen elkaar vooral in parken, op straat en in urinoirs moesten ontmoeten. In 1962 nam Benno Premsela - die nadrukkelijk geen pseudoniem wilde gebruiken - de fakkel van Bob Angelo als voorzitter van het C.O.C. over. Premsela was ook de eerste homoseksueel in Nederland, die in kranten, tijdschriften en op televisie herkenbaar in beeld kwam, dus zonder balkje over zijn ogen, of op de rug gefilmd, zoals gebruikelijk was. Onder zijn leiding trad de organisatie steeds prominenter naar buiten. Dit bleek onder meer uit de naamswijziging die in 1964 plaatsvond: het Cultuur- en Ontspanningscentrum werd de Nederlandse Vereniging voor Homofielen COC, waaruit voor het eerst duidelijk blijkt dat het om een vereniging voor homoseksuelen gaat. De bekende naam COC bleef, maar verloor met zijn puntjes ook de naar binnen gerichte betekenis.
Het maandblad Vriendschap werd in 1965 vervangen door een gedurfd modern, literair en politiek tijdschrift, niet speciaal voor homo's, maar wel voornamelijk over homoseksualiteit, met de veelzeggende titel Dialoog. Tot de redactieleden behoorden Gerard Reve en Johan Polak. Dit blad werd uitgegeven door de speciaal daarvoor opgerichte Stichting Dialoog. Het tijdschrift werd echter vanwege de hoge kosten in 1969 opgeheven. Daarmee kon ook afscheid worden genomen van de inventieve, maar nog steeds passend in de reeks eufemistische en verhullende titels voor een blad voor COC-leden, en stelde redacteur Theo Uittenbogaard voor, het nieuwe blad -een ietsje explicieter- Seq te noemen (1969-1971), dat werd opgevolgd door Sec (1971-1973), en het meer gedurfde Sek (1973-1992), XL (1992-2002) en neutrale Update (2002-2009).
Een stichting voor hulpverlening werd op 7 september 1967 vanuit het COC opgericht was de Schorerstichting ter exploitatie van consultatiebureaus voor homo's.
Jaren zeventig: erkenning en concurrentie In de jaren zeventig werd homoseksualiteit steeds breder geaccepteerd. In de kerken, de medische wereld en de samenleving als geheel nam de tegenstand af. Dit leidde tot de afschaffing van artikel 248bis in 1971 en de officiële erkenning van het COC in 1973: door toekenning van koninklijke goedkeuring verkreeg de vereniging nu, na eerdere afwijzingen in 1963 en 1967, rechtspersoonlijkheid, waardoor ook subsidies konden worden aangevraagd. Sinds 1971 heette het COC voluit Nederlandse Vereniging voor Integratie van Homoseksualiteit COC (N.V.I.H.- COC).
De jaren zeventig waren ook een periode van radicalisering. Het COC had zich tot dan toe vooral gericht op de aanpassing van homoseksuelen aan een heteroseksuele omgeving, maar er gingen steeds meer stemmen op die voor homoseksuelen een eigen plaats opeisten in de samenleving, naast de heteroseksuelen en met behoud van de eigen identiteit. Door de seksuele revolutie ontstond bovendien een levendige sekscultuur onder homo's.
Organisaties die de nadruk legden op het ontwikkelen van een eigen 'potten- en flikkeridentiteit' waren onder meer de Studenten Werkgroepen Homoseksualiteit eind jaren zestig en de vanaf midden jaren zeventig opgerichte radicaal-lesbische en flikkergroepen, zoals de Lesbische Beweging, de Rooie Flikkers (Nijmegen), de Roze Driehoek (Eindhoven) en het Flikkerfront (Amsterdam).
Het COC bleef weliswaar de grootste homo-organisatie, maar moest aan invloed inboeten en richtte zich steeds meer op de politiek. Het ontwikkelde zich meer en meer tot een soort homovakbond.
Jaren tachtig en negentig thumb|Niek Engelschman (l) krijgt van minister Brinkman een Koninklijke onderscheiding ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het COC; 7 december 1986. In de jaren 80 – de jaren waarin aids wereldwijd zijn intrede deed – accepteerde de Nederlandse overheid het COC als gesprekspartner op het gebied van homozaken. Na een lange strijd werd in 1993 de Algemene Wet Gelijke Behandeling aangenomen, waarin onder andere discriminatie op basis van seksuele voorkeur verboden werd. In 1991 introduceerde het COC de Bob Angelo-penning, een prijs die sindsdien jaarlijks wordt uitgereikt aan personen, groepen of organisaties die zich op bijzondere wijze op nationaal of internationaal niveau verdienstelijk hebben gemaakt voor de emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen.
Toch moet een van de grootste wapenfeiten uit de homo-emancipatie, de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht in 2001, vooral aan de Gay Krant worden toegeschreven. Het COC heeft, mede onder invloed van de vrouwenvleugel binnen het COC, tot halverwege de jaren 90 vastgehouden aan het standpunt dat het huwelijk als instituut moest worden afgekeurd.
Het COC liet eveneens nauwelijks van zich horen in de affaire rond het RPF-Kamerlid Leen van Dijke in 1996, die in een interview de vergelijking maakte tussen homo's en dieven. Deze beide zaken leidden tot de kritiek dat het COC geen rol van betekenis meer wist te spelen in het maatschappelijk debat. Sommigen spraken van het 'inhoudelijk faillissement' van een 'naar binnen gekeerde organisatie'. Daarbij stond het COC in 1996 financieel op de rand van een faillissement en verviel per 1 januari 1999 de structurele instellingssubsidie van het ministerie van VWS, waardoor voortaan per project geld moest worden aangevraagd.Groene.nl: 'Het COC doet niet meer mee' (10-6-1998)
Vanaf 2000 thumb|Voorzitter Vera Bergkamp tijdens de nieuwjaarsreceptie in de toneelzaal van Rozenstraat 14 in Amsterdam, 29 januari 2012. Bij tijd en wijle werd het COC-bestuur geplaagd door instabiliteit en financiële problemen. Als gevolg van een conflict over het functioneren van directeur Liane den Haan van het COC-kantoor moest in 2004 zowel de directeur als het bestuur het veld ruimen. Er kwam toen een interim-bestuur onder leiding van Wybren Bakker en een strategische denktank die tot taak hadden te zorgen voor een nieuwe koers voor het COC. Sinds die tijd heeft het COC weer een duidelijke agenda en is de belangenorganisatie veel meer zichtbaar in de media.
Dat begon toen Frank van Dalen in april 2005 voorzitter van COC Nederland werd en in die hoedanigheid nationale bekendheid als woordvoerder voor de homobeweging verwierf. In januari 2006 lanceerde hij de derde fase van de emancipatiestrijd als nieuwe visie van de homobeweging. Deze missie werd door onderwijsminister Plasterk, tevens verantwoordelijk voor homobeleid, in het najaar van 2007 als kabinetsbeleid omarmd.