Economie van China CIA Factbook China, geraadpleegd op 2 februari 2024MunteenheidYuan (CNY)HandelsorganisatiesWTO, APEC, G-20StatistiekenBruto Binnenlands Product (BBP, 2019)US$ 14.327.359 miljardEconomische groei (BBP) (2021)8,1%BBP per hoofd (2021)US$ 17.600BBP per sector (2017)landbouw: 7,9%, industrie: 40,5%, diensten: 51,6%Inflatiepercentage (2021)1,0%Beroepsbevolking (2021)791,4 miljoenWerkloosheidspercentage (2021)4,8%voor 15-24-jarigen: 11,4%Belangrijke industrieënMijnbouw, ijzer, staal, aluminium en andere metalen, kolen, aardolie; machinebouw; wapens; textiel; cement; chemicaliën; meststoffen; consumentenproducten; telecommunicatie; voertuigen, locomotieven, schepen en vliegtuigen; ruimtevaart.HandelspartnersUitvoer (2019)US$ 2631 miljardBelangrijkste uitvoerpartners (2019)VS 17%, Hong Kong 10% en Japan 6%Invoer (2019)US$ 2499 miljardBelangrijkste invoerpartners (2019)Zuid-Korea 9%, Japan 8%, Australië 7%, Duitsland 7%, VS 7% en Taiwan 6% Openbare financiënStaatsschuld (% van BBP, 2017)47%
De Volksrepubliek China is sinds 2010 de een na grootste economie ter wereld. De Verenigde Staten staat op de eerste plek. In 2021 was China de grootste exporteur en de een na grootste importeur ter wereld.
1949-1978 In de eerste helft van de 20e eeuw had China al lichte industrie in de kuststeden onder westerse invloed en zware industrie in Mantsjoerije onder Japanse invloed.China nu: Balans van de Culturele Revolutie, redactie: E. Zücker e.a., uitgeverij: De Arbeidspers, Amsterdam (1973). Hoofdstuk: De Chinese economie: feiten en achtergronden, p.171-206 Het was een bescheiden onderdeel in een voornamelijk agrarische economie. De Chinees-Japanse Oorlog (1937-1945), de Russische ontmanteling van de Mantsjoerijse industrie in 1945, de burgeroorlog tussen nationalisten en communisten (1948-1949) en tot slot de hyperinflatie in diezelfde periode hadden de industriële productie sterk gereduceerd.
De communistische partij nam na deze ontwikkelingen krachtige maatregelen. De inflatie werd beteugeld, communicatie- en transportlijnen gerepareerd en in 1953 werden alweer de vooroorlogse productieniveaus bereikt. Dit proces ging gepaard met een socialisering van de economie, landhervormingen en collectivisatie op het platteland, het bankwezen, de mijnbouw en veel industrie werden genationaliseerd. China ontving hierbij veel financiële en technische steun vanuit de Sovjet-Unie. Het eerste vijfjarenplan (1953-1957) was geheel naar stalinistisch voorbeeld gemodelleerd. Het spaaroverschot werd afgeroomd en geïnvesteerd in vooral zware industrie, de lichte industrie en landbouw werden niet vergeten maar kregen duidelijk minder geld.
Omstreeks 1957 kwam het tot een breuk met het Sovjet model, de partij vond het niet bij de Chinese werkelijkheid passen. Er was te veel aandacht voor de stedelijke industriële sector en dit ging ten koste van de zeer belangrijke landbouw. Met de Grote Sprong Voorwaarts werd het model gewijzigd, een versnelling van de collectivisering van de landbouw, investeringen in kleine arbeidsindustrie industrie op het platteland en de grote mobilisatie van arbeidskrachten voor infrastructurele werken. In 1960 verbrak opeens de Sovjet-Unie zijn contracten voor technische hulp. Russische technici verdwenen met bouwtekeningen waardoor allerlei projecten half afgemaakt achterbleven en bestaande fabrieken minder produceerden door het vertrek van managers.
In antwoord op deze situatie richtte de Chinese leiders zich weer op de landbouw. De industriële productie van landbouwwerktuigen, kunstmest en irrigatiepompen kreeg veel aandacht. De landbouwproductie verbeterde en de industrie kon zich langzaam maar zeker herstellen. De buitenlandse handel verschoof van de Sovjet-Unie en andere communistische landen naar de kapitalistische westerse wereld. Er werd genoeg geld verdiend om de schulden aan de Sovjet-Unie af te lossen en zelfs bescheiden ontwikkelingshulp te verstrekken. De Culturele Revolutie (1966-1976) had een ingrijpend effect op de Chinese samenleving.
Na 1978 Na 1978 heeft de economie een snelle ontwikkeling doorgemaakt. China werd een kapitalistisch land onder communistische leiding. In 1978 was de primaire sector nog zeer belangrijk met een aandeel in het bruto binnenlands product (BBP) van bijna 30%, maar in 2013 was dit gedaald na 10% al blijft de sector een belangrijke werkgever. In 2013 werkte nog een derde van de beroepsbevolking in deze sector, een forse daling ten opzichte van 1978 toen dit nog zo'n 70% was. Vooral de tertiaire sector heeft van deze daling geprofiteerd en zag het belang stijgen van 24% in 1978 naar 46% in 2013. Het aandeel van de industrie en de bouwsector bleef ongeveer gelijk in deze 35 jaar.
Vooral tussen 1990 en 1995 liet de economie een zeer sterke stijging zien. Komende van een lage basis verdrievoudigde de omvang van de Chinese economie in vijf jaar, dat is met 26% op jaarbasis.
Na jaren van onderhandelingen werd China op 11 december 2001 lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Volgens de voorwaarden van zijn WTO-lidmaatschap stemde China ermee in zijn handels- en investeringsregimes aanzienlijk te liberaliseren. Binnen de WTO kreeg China de status van ontwikkelingsland, dit biedt meer mogelijkheden om de eigen markt te beschermen of minder stringente handelsovereenkomsten te sluiten. China vindt zichzelf nog altijd een ontwikkelingsland, maar het is de tweede economie en de grootste exporteur van de wereld geworden en de bezwaren tegen deze status nemen toe. In september 2025 gaf China te kennen deze status te willen opgeven om tegenmaatregelen van andere landen te voorkomen.
Ondanks de groei van de bevolking heeft de economie zo'n snelle groei doorgemaakt dat ook het inkomen per hoofd zeer sterk is toegenomen van 381 renminbi in 1978 naar 54.000 renminbi in 2016. Dit is een gemiddelde groeivoet van 14% over deze periode. Enkele honderden miljoenen Chinezen zijn in deze periode ook boven de armoedegrens uitgekomen.
Jaar National Bureau of Statistics of China 3.1 Gross Domestic Product, geraadpleegd op 21 september 2026Reële economische groei(jaar-over-jaar) IMF Data and Statistics. China: GDP at constant prices, percent change, geraadpleegd op 19 januari 2025BBP(in miljarden yuan)AandeelPrimaire sectorAandeelSecundaire sectorAandeelTertiaire sectorBBP per hoofd(in yuan) 1978-365 28,2%47,9%23,9%38119807,9%455 30,2%48,2%21,6%463198513,5%902 28,4%42,9%28,7%85819903,8%1.86727,1%41,3%31,5%1.644199510,9%6.07920,0%47,2%32,9%5.04620008,4%9.92215,1%45,9%39,0%7.858200511,3%18.49411,6%47,0%41,3%14.185201010,6%41.2129,3%46,5%44,2%30.80820157,0%68.8868,4%40,8%50,8%49.92220202,2%103.4887,5%36,9%55,5%73.33820218,5%117.3827,1%38,1%54,8%83.11120223,0%123.4037,1%37,9%55,0%87.38520235,3%129.4276,9%36,8%55,3%91.7462024 134.9086,8%36,5%55,7%95.749
In 2024 waren er 734 miljoen Chinese werkzaam. Hiervan was 22,2% actief in de primaire sector (in het jaar 2000: 50,0%), 29,0% in de secundaire sector (22,5%) en tot slot 48,8% in de tertiaire sector (27,5%). Sinds het jaar 2000 is er dus een duidelijk verschuiving geweest vanuit de landbouw en veeteelt richting de industrie en nog meer naar de dienstensector.
In het begin lag een sterke nadruk op de internationale handel. China had buitenlandse valuta nodig om de noodzakelijke machines en installaties te importeren om de eigen productiecapaciteit te moderniseren of op te bouwen. Een zwakke yuan hielp hierbij en dit maakte Chinese producten aantrekkelijk in het buitenland. De yuan deprecieerde van zo'n 1,7 yuan per dollar in 1978 naar 8,4 per dollar in 1995. Het handelstekort sloeg in de tweede helft van de tachtiger jaren om in een overschot. China boekte sindsdien grote overschotten op de handelsbalans en liet de waarde van de yuan langzaam maar zeker appreciëren en deze bereikt in 2019 een gemiddelde koers van 6,9 per dollar.
Jaar National Bureau of Statistics of China 11.2 Total Value of Import and Exports of Goods, geraadpleegd op 21 september 2026ExportImportExportImportHandels-overschot/−tekort(× RMB miljard)(× US$ miljard)197817 19 9,8 10,9 −1,1198027 30 18,1 20,0 −1,9198581 126 27,4 42,3 −14,91990299 257 62,1 53,4 8,719951245 1105 148,8 132,1 16,720002063 1864 249,2 225,1 24,120056265 5427 762,0 660,0 102,0201010.7029470 1578,01396,2181,8201514.11710.4342273,51679,6594,9202019.72914.2942590,02066,0524,0202121.42517.3143316,02697,4636,6202223.63418.3913544,42706,5837,9202323.76617.9843379,02556,9822,1202425.44418.3793575,82558,2995,6
Sectoren Industriële sector Staal In 1978 werd de Chinese staalproductie geraamd op bijna 32 miljoen ton. Op een wereldtotaal van 717 miljoen ton was het aandeel van China op de wereldmarkt zo’n 4,5%. In het jaar 2000 was de productie verviervoudigd en bereikte een niveau van 127 miljoen ton. Dit was equivalent aan een wereldmarktaandeel van 15%. In 2020 produceerden alle Chinese staalbedrijven 1065 miljoen ton staal en dat was 56% van het wereldtotaal. World Steel Organisation Steel Statistical Yearbook 2021, geraadpleegd op 19 januari 2025 Baowu was in dat jaar met 115 miljoen ton niet alleen de grootste staalproducent van China, maar van de hele wereld. ArcelorMittal stond op de tweede plaats wereldwijd met een productie van 78,5 miljoen ton.
Voertuigen De autoverkopen in China hebben een snelle groei doorgemaakt. In 2007 haalde het land Japan in en werd de op een na grootste automarkt ter wereld. In januari 2009 werd ook de Verenigde Staten ingehaald. Sinds 1999 groeide de autoverkopen in China met meer dan 10% op jaarbasis. In 2008, mede door de kredietcrisis, stegen de verkopen met slechts 6,7% tot 9,4 miljoen exemplaren.De Standaard China klopt VS als grootste autoland, 5 februari 2009, geraadpleegd op 7 oktober 2015 In 2017 werden er in China 29,0 miljoen (2014: 23,7 miljoen) voertuigen geproduceerd. OICA 2017 production statistics 2017, geraadpleegd op 19 maart 2017 Er werden in het jaar 24,8 miljoen (2014:19,7 miljoen) personenwagens gemaakt en 4,2 miljoen (2014: 3,8 miljoen) bedrijfswagens. De jaarproductie in het land ligt ongeveer driemaal hoger dan in nummer 2 (de Verenigde Staten) en/of nummer 3 (Japan).
Er zijn veel buitenlandse automobielfabrikanten actief in het land, zij werken altijd samen met een binnenlandse partner. Grote lokale producenten van personenwagens zijn SAIC Motor, FAW, Dongfeng Motor, Geely Automobile, Chery Automobile en BYD Auto. Vanaf 2018 zijn buitenlandse autofabrikanten die in China produceren niet langer verplicht om een joint venture met een Chinese fabrikant aan te gaan, zo heeft de Chinese Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming besloten.Automotive Management China schrapt 50/50 regel voor autofabrikanten, 18 april 2018, geraadpleegd op 20 mei 2018 Chinese fabrikanten zijn op hun beurt niet gehouden aan restricties, het moederbedrijf van Geely Automobile kon in 2010 zonder problemen het Zweedse Volvo Cars kopen.
Diensten sector Financiële sector De financiële sector wordt gedomineerd door vier grootbanken, dit zijn Bank of China, China Construction Bank (CCB), Industrial and Commercial Bank of China (ICBC) en Agricultural Bank of China. De Centrale Bank van de Volksrepubliek China is verantwoordelijk voor het monetaire beleid en stabiliteit van de financiële markten. In 1990 werden twee effectenbeurzen geopend, de Shanghai Stock Exchange en de Shenzhen Stock Exchange. Buiten het Chinese vasteland is er ook nog de Hong Kong Stock Exchange waar ook veel Chinese bedrijven een beursnotering hebben. In 2005 ging CCB, de derde grootste bank van China, naar deze laatste beurs en in 2006 volgden Bank of China en ICBC.