De politieke crisis in Curaçao draaide om de integriteit van enkele ministers uit het kabinet-Schotte, onder wie minister Abdul Nasser El Hakim van Economische Zaken en Ontwikkeling, minister George Jamaloodin van Financiën en premier Schotte, die allemaal lid van de partij Movementu Futuro Korsou (MFK) zijn.
De crisis begon in 2010 tijdens de ontmanteling van de Nederlandse Antillen, toen de regering van de Nederlandse Antillen haar bevoegdheden en ambtenaren overdroeg aan het eilandgebied van Curaçao. In 2011 vroeg premier Schotte de Rijksministerraad om een onderzoek te starten naar deze crisis en de beschuldigingen van corruptie, die door directeur Emsley Tromp van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten werden gedaan aan het adres van het kabinet-Schotte. De regeringscoalitie, die een meerderheid had in de Staten van Curaçao, weigerde echter iets met de uitkomsten van het onderzoek te doen.
De screeningsaffaire, de Trompgate en de affaire-Monk maken deel uit van deze politieke crisis.
Aanleiding
Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen als autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden opgeheven. Hierbij werden de bevoegdheden en ambtenaren van de regering van de Nederlandse Antillen en het eilandgebied van Curaçao overgedragen aan het nieuwe land Curaçao. Wegens staatkundige principes kon de eilandsraad niet anders dan abrupt de bevoegdheden overnemen van de Antilliaanse regering, omdat het eilandgebied dan belangrijker zou (kunnen) zijn dan het land. Ook waren landsambtenaren nog bevoegd voor zaken op de andere eilanden en het was staatkundig onmogelijk en onwenselijk dat het eilandgebied Curaçao macht zou krijgen over de overige eilandgebieden. Om deze reden trad premier De Jongh-Elhage van de Nederlandse Antillen staatsrechtelijk af in de laatste minuut van 9 oktober 2010 (een minuut later zouden de Nederlandse Antillen immers niet meer bestaan), terwijl pas om 11:00 uur de volgende ochtend (op 10 oktober) Gerrit Schotte werd benoemd als premier van Curaçao.
Om middernacht van 9 op 10 oktober verschoven de landsbevoegdheden van de Nederlandse Antillen naar respectievelijk de bestuurscolleges van Sint Maarten en Curaçao en de Nederlandse regering (voor Caribisch Nederland). Waar op Sint Maarten al voor de ontmanteling begonnen kon worden met de nieuwe invulling van het (al bestaande) ambtenarenapparaat, kon op Curaçao hiermee pas begonnen worden nadat de Nederlandse Antillen opgeheven waren, omdat het oude landsbestuur en het eilandsbestuur op Curaçao samengevoegd moesten worden in het nieuwe landsbestuur van Curaçao.
Daarnaast was op 10 oktober 2010 de screening van de kandidaat-ministers van Curaçao niet geheel afgerond door de Veiligheidsdienst Nederlandse Antillen (VNA)Rapport Doe Het Zelf, Commissie Onderzoek Curaçao (Commissie-Rosenmöller), 30 september 2011 en dus werd er afgesproken dat de onderzoeken zouden worden afgerond door de nieuwe Veiligheidsdienst Curaçao (VDC) nadat de Nederlandse Antillen waren opgeheven en de kandidaat-ministers op hun post zaten. Daarmee ontstond een situatie waarin de zittende ministers gescreend werden door hun eigen ambtenaren. Toen het erop leek dat het onderzoek niet voltooid zou worden, oefende gouverneur Frits Goedgedrag op 26 oktober druk uit op de VDC om het onderzoek toch af te ronden.
Geen gevolgen na screening De volgende dag ontsloeg premier Schotte het hoofd van de Veiligheidsdienst Curaçao. Het hoofd van de VDC kreeg daarbij een toegangsverbod opgelegd voor het gebouw van de veiligheidsdienst. Schotte stelde daarop een interim-hoofd aan, maar op 23 november oordeelde het Gerecht in Ambtenarenzaken dat het ontslag onjuist was. Het interim-hoofd van de veiligheidsdienst bood op diezelfde dag nog het eindrapport van de screening aan aan gouverneur Goedgedrag.Conclusies screening naar Gouverneur Versgeperst.com, 3 december 2010, geraadpleegd op 20 oktober 2011
Op 6 december meldt premier Schotte aan de Staten van Curaçao dat het screeningsrapport geen nieuwe feiten heeft opgeleverd en dat eventuele (vroegere) misstappen reeds zijn bijgelegd door middel van regelingen met de officiële instanties. Premier Schotte zegt daarover:
Ondanks dat de grootste oppositiepartij Partido Antiá Restrukturá (PAR) kritiek heeft op de manier waarop de screening is verlopen, blijft de regeringscoalitie volhouden dat er niets aan de hand is. PAR schreef daarna een brief aan gouverneur Goedgedrag met de vraag om in te grijpen.PAR: Interventie gouverneur noodzakelijk, Versgeperst.com, 27 februari 2011, geraadpleegd op 21 oktober 2011
Beschuldigingen van corruptie In mei 2011 uit de president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, Emsley Tromp, in navolging van de Vereniging Bedrijfsleven Curaçao (VBC) voorzichtige kritiek op het economische beleid van de Curaçaose regering. Tromp pleit hierbij voor het voeren van een economisch beleid.Tromp pleit voor economisch beleid Versgeperst.com, 21 mei 2011, geraadpleegd op 20 oktober 2011 In dezelfde week doen echter geruchten de ronde in de media op Curaçao over een door Tromp afgesloten lening. Hij zou deze lening van 3 miljoen Antilliaanse Gulden hebben geleend aan een vriendin, maar een deel van het bedrag, ongeveer 400.000 gulden, op een eigen privérekening hebben gezet.Haal Tromp in Pyjama uit bed Versgeperst.com, 31 mei 2011, geraadpleegd op 20 oktober 2011 Tromp kreeg de persoonlijke lening zonder borg bij Banco di Caribe. De krant Vigilante, die deze lening onthulde, schreef ook dat Tromp geen persoonlijk profijt van deze lening had.
Trompgate Tijdens een vergadering op 25 mei 2011 tussen bankdirecteur Tromp, premier Schotte en de ministers El Hakim en Jamaloodin over deze vermoedens verliet Tromp boos de vergadering. Hierna uitte bankdirecteur Tromp beschuldigingen in de media over mogelijke corruptie van premier Schotte, minister El Hakim van Economische Zaken en Ontwikkeling en minister Jamaloodin van Financiën.President-directeur Centrale Bank en Curaçaose Ministers beschuldigen elkaar van corruptie - UPDATE Kiva Curaçao, 26 mei 2011, geraadpleegd op 21 oktober 2011
Tromp beschuldigde premier Schotte ervan persoonlijke betalingen te verrichten op kosten van het benzinestation Vanddis. Daarnaast beschuldigde Tromp minister El Hakim ervan dat hij een wederdienst voor het verstrekken van bepaalde fiscale faciliteiten voor een onderneming had geëist. El Hakim zou een stuk grond bij en van het Blue Bay Resort eisen in ruil voor het aanbieden van deze fiscale faciliteiten aan het Blue Bay Resort.Tromp wil ministers aanklagen, Versgeperst.com, 25 mei 2011, geraadpleegd op 21 oktober 2011 Daarnaast zou minister Jamaloodin druk hebben gezet op de directie van de Girobank om alle geldtransporten te laten uitvoeren door zijn eigen bedrijf Speedy Security. Girobank zou hierdoor de huisbankier van de Curaçaose overheid zijn geworden. Het Openbaar Ministerie onderzocht uiteindelijk alle aantijgingen en kwam tot de conclusie dat deze politiek gemotiveerd en ongegrond waren.Hakim reageert op resultaat OM, Versgeperst.com, 11 oktober 2011, geraadpleegd op 21 oktober 2011
Het Handboek voor Aantredende Bewindspersonenhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/richtlijnen/2013/04/16/handboek-voor-aantredende-bewindspersonen.html voor de Nederlandse ministerraad en de Rijksministerraad schrijft voor dat de bovenstaande handelingen niet gewenst zijn en dat elke schijn van het verrichten van deze handelingen vermeden moet worden.Het handboek wordt door het secretariaat van de ministerraad alleen uitgedeeld aan aantredende leden van de Nederlandse ministerraad en de Rijksministerraad, en niet aan de ministerraden op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze landen hebben hun eigen manier van informatieverstrekking aan hun aantredende bewindspersonen.
Weerlegging Nog diezelfde dag belegde premier Schotte een persconferentie, waarin Schotte verklaarde dat de beschuldigingen van bankdirecteur Tromp tegen hem, El Hakim en Jamaloodin ongegrond waren. Ook verklaarde Schotte dat de werkrelatie tussen de Curaçaose regering en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten onder druk staat door de uitlatingen van Tromp. De botsing tussen de leden van het kabinet-Schotte en bankdirecteur Tromp werden breed uitgemeten in alle Nederlandstalige media, wereldwijd.
Commissie-Rosenmöller Verzoek van Curaçao Op 1 juni 2011 vond er een Rijksministerraad plaats in Den Haag, waarbij naast de gebruikelijke gevolmachtigde ministers ook premier Schotte aanwezig was. In tegenstelling tot de gevolmachtigd ministers hebben overige aanwezige bewindspersonen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten geen stemrecht, maar een raadgevende stem. In deze Rijksministerraad werd onder andere de situatie tussen het kabinet van Schotte en de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten besproken.Rijksministerraad onderzoekt ruzie Curaçao NOS, 1 juni 2011, geraadpleegd op 22 oktober 2011 Tijdens deze bijeenkomst vroeg premier Schotte de Rijksministerraad en minister Donner van Koninkrijksrelaties in het bijzonder om een onderzoek in te stellen naar de integriteit van Tromp en de beschuldiging van de bankdirecteur aan het adres van het kabinet-Schotte. Daarop besloot de Rijksministerraad - in diezelfde vergadering - een onafhankelijke commissie in te stellen, die de situatie op Curaçao ging onderzoeken.
Een week na het besluit van de Rijksministerraad schreef premier Schotte vanuit Willemstad een brief aan minister Donner in Den Haag, waarin hij schreef dat de regering van Curaçao toch afzag van het verzoek om een onderzoek. Minister Donner liet daarop weten niets in het plan van Curaçao te zien om het onderzoek af te blazen en het onderzoek door te zetten. De regering van Curaçao werd daardoor boos en maakte bekend niet mee te willen werken aan het onderzoek.Curaçao boos door onderzoek Rijksministerraad, NOS, 13 juni 2011, geraadpleegd op 22 oktober 2011
Instelling en onderzoek Op 8 augustus 2011 werd per Koninklijk Besluit een onderzoekscommissie in het leven geroepen:Koninklijk Besluit van 8 augustus 2011 tot instelling van een Commissie, Staatscourant, Nr. 15210, 17 augustus 2011, geraadpleegd op 22 oktober 2011
In dit Koninklijk Besluit werd ook aangegeven dat minister Donner en premier Schotte in overleg de leden van de commissie zouden benoemen en dat het rapport van de commissie aangeboden zou worden aan zowel Donner als Schotte.
Donner en Schotte benoemden oud-GroenLinksleider Paul Rosenmöller en Cees Maas, voormalig Thesaurier-generaal van het ministerie van Financiën en oud-topman van de ING Groep, tot leden van de Commissie (van) Onderzoek Curaçao. Rosenmöller werd tot voorzitter benoemd en zodoende draagt de commissie, zoals gebruikelijk, zijn naam: de commissie-Rosenmöller.
De commissie is totaal drie keer op Curaçao geweest. Van 23 tot en met 28 augustus, 7 tot en met 9 september en 28 tot en met 30 september heeft de commissie met ongeveer 40 verschillende mensen gesproken. Deze mensen waren niet alleen publieke vertegenwoordigers, maar ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, het maatschappelijk veld en religieuze instellingen. Daarnaast werd ook in Nederland gesproken met een (beperkt) aantal vertegenwoordigers, onder wie minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Tijdens het ontvangst van Rosenmöller en Maas heeft premier Schotte kenbaar gemaakt dat het voor de commissie niet mogelijk was om met ministers of Statenleden van de coalitiepartijen te praten, omdat zij het niet eens zijn met het onderzoek. Op 19 september is dit door de secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken van Curaçao nogmaals bevestigd.
Over de uitvoering van het onderzoek en de gesprekken met de verschillende vertegenwoordigers schrijven Rosenmöller en Maas het volgende:
Gelekt verslag Rijksministerraad