miniatuur|Verschillende rijken in de Perzische geschiedenis
Het Perzische Rijk of Iraanse Rijk (Perzisch: شاهنشاهی ایران, Šâhanšâhiye Irân, letterlijk: "Keizerrijk Iran") is de benaming voor een aantal keizerrijken in de geschiedenis van Iran.
Dit waren uitgestrekte rijken in West-Azië waarover een aantal Iraanse dynastieën hebben geregeerd. De kern ervan bestond uit het huidige Iran, ook wel bekend als Perzië. De belangrijkste residenties van de heersers waren Babylon, Susa, Persepolis, Ctesiphon, Isfahan, Tabriz en Teheran.
Het rijk van de Achaemeniden onder Cyrus de Grote wordt gewoonlijk als het eerste Perzische keizerrijk beschouwd. Het rijk van de Sassaniden was een van de landen, die door de Arabieren werden veroverd.
Na het verval van de Arabische kalifaten kwamen er nieuwe islamitische Iraanse rijken van onder andere de Samaniden-dynastie en de Safawieden-dynastie. De laatste dynastie die over een Iraans rijk regeerde was de Pahlavi-dynastie (1925-1979).
Naamgeving De naam Perzië werd tot 1935 gebruikt door het Westen om de natie Iran, een deel van de oude bevolking daarvan, of het oude imperium ervan te beschrijven. Deze naam is afgeleid van de oude Griekse naam voor de regio Persis, tegenoordig de provincie Fars in het zuiden van Iran. Deze provincie was de kern van het oude Perzische Rijk.
Na 1935 werd internationaal de naam Iran aangehouden op verzoek van de toenmalige sjah Reza Pahlavi. Iran betekent in het Oudperzisch 'Het land van de Ariërs'. In 1959 kondigde Mohammad Reza Pahlavi aan dat zowel Iran als Perzië formeel mochten worden gebruikt.
Oudheid miniatuur|Meden en Perzen afgebeeld in de 5e eeuw v.Chr. in Persepolis. De Meden dragen ronde hoeden. miniatuur|Kunst van het Perzische Rijk in het Metropolitan Museum of Art, New York thumb|330px|Perzische Rijk rond 500 voor Christus
Achaemeniden
Cyrus II de Grote volgde zijn vader Cambyses I rond 559 v.Chr. op. Op dat moment waren de Perzen nog onderworpen aan de Meden. Cyrus verenigde de Perzen, kwam in opstand tegen de Meden en stootte hun koning Astyages van de troon. Hij veroverde de rest van Medië rond 550 v.Chr. en nog meer veroveringen volgden spoedig. In 546 v.Chr. veroverde hij Lydië in Klein-Azië en in 539 v.Chr. marcheerde Cyrus triomfantelijk door de oude stad Babylon. Na deze overwinning kreeg hij naam als welwillende veroveraar. Hij stelde een beroemd manifest op, de Cyruscilinder. In dit handvest beloofde de koning om Babylon niet te terroriseren of zijn instellingen en cultuur te vernietigen. Cyrus sneuvelde volgens Herodotus tijdens een veldslag tegen de Massageten.
De zoon van Cyrus, Cambyses II, voegde Egypte toe aan het Perzische Rijk. Het imperium bereikte zijn grootste omvang onder Darius I. Hij liet Persepolis bouwen en leidde legers naar de Indusvallei en naar Europa. Zijn invasie van Griekenland werd gestopt na de Slag bij Marathon. Zijn zoon Xerxes probeerde ook om Griekenland te veroveren, maar hij werd in 480 v.Chr. verslagen in de Slag bij Salamis.
Het Perzische Rijk van de Achaemeniden was het grootste en krachtigste imperium tot dan toe. Wat nog belangrijker was, het werd goed geleid en werd efficiënt georganiseerd. Darius verdeelde zijn koninkrijk in ongeveer twintig provincies onder satrapen of gouverneurs, van wie velen een persoonlijke band met de sjah hadden. Hij stelde een belastingsysteem op om elke provincie geld en middelen te laten afdragen aan de regering. Hij nam het geavanceerde postsysteem van de Assyriërs over en breidde het uit. Geheime agenten, de Ogen en Oren van de Koning, die hem informeerden over de stand van zaken in het rijk, werden ook uit het Assyrische Rijk overgenomen. Darius I legde de beroemde Koninklijke Weg aan om de oude handelsroutes te verbeteren. Daardoor werd handel met landen ver van het imperium mogelijk. Hij verplaatste het beleidscentrum van Perzië naar Susa, dicht bij Babylon en dichter bij het centrum van het koninkrijk. De Perzen stonden toe dat lokale culturen intact bleven. Dit kwam het imperium op den duur ten goede, aangezien de veroverde volkeren geen behoefte voelden in opstand te komen.
Tijdens de periode van de Achaemeniden, werd het zoroastrisme de godsdienst van de heersers en de meeste mensen in Perzië. De profeet Zoroaster heeft vermoedelijk rond 600 v.Chr. geleefd. De nieuwe godsdienst was een vervanging van de verering van traditionele Arische goden, het benadrukte een universele strijd tussen goede en kwade goden. Zoroastrisme en zijn mystieke leiders, de magi, zouden een bepalend element in de Perzische cultuur worden.
Achaemenidisch Perzië verenigde mensen en koninkrijken van elke belangrijke beschaving uit die tijd, behalve China. Voor het eerst waren de mensen van zeer verschillende culturen, Griekse, Egyptische en Mesopotamische culturen in het westen en de hindoeïstische en boeddhistische culturen van het oosten, onder een heerser met elkaar in contact gebracht.
Seleuciden (330-129 v.Chr.)
De latere jaren van de dynastie van de Achaemeniden werden gekenmerkt door verval. Het machtigste imperium in de wereld stortte in slechts acht jaar in toen het onder vuur van de jonge Macedonische koning Alexander de Grote kwam.
Iran kwam onder Griekse invloed in 401 v.Chr., toen de satraap van Sardis tienduizend Griekse huursoldaten inhuurde om te helpen hem te beveiligen. Dit duidt zowel op de politieke instabiliteit als de militaire zwakheid van laat-Achaemenidisch Perzië.
Philippus II van Macedonië, de leider van het grootste deel van Griekenland, en zijn zoon Alexander wisten deze zwakheid in hun voordeel te gebruiken. Philippus II maakte al plannen voor de 'bevrijding van de Ionische Griekse steden van het Perzische juk' maar overleed voor hij tot actie kon overgaan. Zijn zoon en opvolger Alexander liet zijn oog eveneens vallen op Perzië. Het leger van Alexander kwam in 334 voor Christus in Klein-Azië aan. Zijn legers trokken pijlsnel door Lydië, Fenicië en Egypte, alvorens zij alle troepen van Darius III versloegen en de hoofdstad in Susa belegerden. De laatste weerstand van de Achaemeniden was bij de "Perzische Poorten" dicht bij het koninklijke paleis in Persepolis. Het Perzische Rijk kwam nu in Griekse handen.
Langs zijn route van verovering richtte Alexander vele koloniesteden op, die hij 'Alexandrië' noemde. Daarna volgden verscheidene eeuwen waarin de Griekse invloed in Perzië zeer werd uitgebreid, met name op cultureel gebied.
Het imperium van Alexander raakte korte tijd na zijn dood verdeeld, maar Perzië bleef in Griekse handen. Alexanders generaal Seleucus nam de controle over Perzië, Mesopotamië, en later Syrië en Klein-Azië over. Zijn nakomelingen, de Seleuciden, bleven gedurende de Griekse heerschappij de regerende dynastie.
Het hellenisme deed zijn intrede. De Griekse taal, de filosofie, en de kunst kwamen met de kolonisten mee. In het vroegere imperium van Alexander werd het Grieks de algemene taal van diplomatie en literatuur. De handel met China was ten tijde van de Achaemeniden langs de zogenaamde zijderoute begonnen, maar tijdens de hellenistische periode begon de handel pas echt menens te worden. De handel over land bewerkstelligde fascinerende culturele uitwisselingen. Het boeddhisme kwam uit India overwaaien, terwijl ook het zoroastrisme zich naar het westen uitbreidde. Dit beïnvloedde uiteindelijk het jodendom. Vanuit de andere richting, Griekenland en het Midden-Oosten, verspreidde zich de hellenistische cultuur naar het oosten. Er zijn reusachtige standbeelden van Boeddha in klassieke Griekse stijl gevonden in Perzië en Afghanistan, die de mengeling van culturen illustreren, hoewel het mogelijk is dat deze 'Grieks-boeddhistische' kunst al dateert uit de tijden der Achaemeniden toen de Griekse kunstenaars voor de Perzen werkten.
Het reusachtige Seleucidische koninkrijk had al snel te lijden onder desintegratie en interne dynastieke strubbelingen. Al tijdens het leven van Seleucus werd de hoofdstad verplaatst van Seleucië in Mesopotamië naar Antiochië in Syrië waardoor het machtscentrum (te) ver naar het westen verschoof. De oostelijkste provincies lagen toen eigenlijk te ver van de hoofdstad om nog goed onder controle te houden en Bactria en Parthia braken al met het koninkrijk in 238 voor Christus. Wel bleven nog enige tijd Griekse of gehelleniseerde koningen hier aan de macht. Bactria veroverde zelfs kortstondig een flink deel van het gebied rond de Indus.
Na de overwinning van de vijfde Syrische Oorlog en zijn bemoeienissen tijdens de Tweede Macedonische Oorlog kwam Antiochus III de Grote in conflict met het Romeinse Rijk, de Romeins-Seleucidische Oorlog (192-188). Met de Vrede van Apamea speelde Antiochus een groot deel van Klein-Azië kwijt. Onder dwang van de Romeinen moest Antiochus IV de zesde Syrische Oorlog afbreken. Bij zijn terugtocht plunderde hij Jeruzalem, het begin van de Makkabese opstand.
Na Demetrius I Soter (162-150), de laatste grote Seleucidische koning, werd de invloed van Rome steeds groter. De dood van Antiochus VII Euergetes na de Slag bij Ecbatana in 129 v.Chr. tijdens de Seleucidisch-Parthische Oorlogen kan worden beschouwd als het eindpunt. Het imperium viel uiteindelijk uiteen door dynastieke twist en werd ingepalmd door de Parthen.
Parthen (250 v.Chr. - 226 na Chr.)
Parthië was het gebied ten noorden van het huidige Iran. Zijn heersers, de Arsacidische dynastie, behoorden tot een Iraanse stam die daar tijdens de tijd van Alexander was gevestigd. Zij verklaarden hun onafhankelijkheid van de Seleuciden in 238 voor Christus, maar hun pogingen om zich verder uit te breiden werden tegengewerkt door de Seleuciden tot ze ca. 170 voor Christus onder Mithridates I de Grieken beslissend versloegen. Vervolgens volgde een snelle expansie tot aan Mesopotamië.
Het rijk van de Parthen liep uiteindelijk van het Romeinse Rijk, langs de rivier de Eufraat, tot aan de rivier de Indus in hedendaags Pakistan. De twee imperiums werden belangrijke rivalen. De Parthen hadden goede schutters en bleken gelijkwaardig te zijn in strijdkracht aan de Romeinse legioenen, zoals bleek in de Slag bij Carrhae waar de Romeinen een verpletterende nederlaag leden. De oorlogen kwamen zeer frequent voor. Meestal diende Mesopotamië als slagveld. Het Kushanrijk was in het oosten de belangrijkste rivaal.
Tijdens de periode van de Parthen namen de hellenistische gewoonten geleidelijk af en een heropleving van de Iraanse cultuur volgde. Maar het imperium was geen hechte politieke eenheid: de machtigste Parthische edelen waren een factor waarmee de sjah rekening moest houden. In de eerste eeuw voor Christus werd Parthië verder gedecentraliseerd en werd uiteindelijk geregeerd door een los/vast verbond van feodale edelen. De oorlogen met Rome in het westen en het Kushanrijk in het noordoosten zorgden voor een langzame uitputting van de middelen van het land.
Sassaniden (226-650)
Tijdens de regering van de Parthen was Perzië een enkele provincie in een groot, losjes gecontroleerd imperium. De lokale koning van Fars, Ardashir, leidde in 224 een succesvolle opstand tegen het keizerlijk gezag van het Parthische Rijk en werd na twee jaar tot de opperste koning, tot sjah, van een nieuw Perzisch Rijk gekroond.
De Sassanidische dynastie, die naar de grootvader van Ardashir werd genoemd, was de eerste inheemse Perzische dynastie sinds de Achaemeniden. Zij zagen zich als opvolgers van Darius en Cyrus en streefden een agressief imperialisme na. Zij wisten veel van het oostelijke land terug te veroveren dat de Kushans tijdens de laatste en tevens zwakke regeringsperiode van de Parthen hadden ingenomen. De Sassaniden bleven eveneens oorlog tegen Rome voeren en boekten ook tegen hun enkele belangrijke overwinningen.