thumb|thumbtime=255|260px|Polygoonjournaal over de demonstratie bij Borssele naar aanleiding van het nucleaire ongeluk in Three Mile Island
De Kerncentrale Borssele is een Nederlandse kerncentrale. De Kerncentrale Borssele staat bij het Zeeuwse plaatsje Borssele in de gemeente Borsele.
De kerncentrale Borssele heeft in de eerste 50 jaar van zijn bestaan (1973 t/m 2023) een totaal van 172 miljoen MWh (megawattuur) emissievrije elektriciteit opgewekt, meldde het jaarverslag 2023 van EPZ.
Bouw In 1969 bestelde de Provinciale Zeeuwsche Electriciteits-Maatschappij (PZEM) een kerncentrale. De reactor, een drukwaterreactor, werd in 1973 in gebruik genomen. De centrale werd gebouwd door Siemens KWU. De directe aanleiding voor de bouw was een contract van eigenaar PZEM met de aluminiumproducent Pechiney, dat voorzag in levering van grote hoeveelheden elektriciteit tegen een lage prijs. In 1990 ging het eigendom van de centrale over op de Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ).
De kernenergiecentrale is in grootte vergelijkbaar met een doorsnee kolen- of gascentrale met een (netto) elektrisch vermogen van 449 MW. De centrale werd in 1997 ingrijpend gemoderniseerd en naar een post-Tsjernobyl gangbaar veiligheidsniveau gebracht.Martijn Van Calmthout & Broer Scholtens,Beperkte modernisering Borssele gaat altijd ten koste van veiligheid, De Volkskrant, 25 november 1994. De modernisering werd uitgevoerd, mede naar aanleiding van de kernramp van Tsjernobyl. In 2006 werd een nieuwe stoomturbine geïnstalleerd waardoor het vermogen steeg tot 485 MW.
Brandstof Volgens de beschikking brandstof diversificatie uit 2011Definitieve beschikking brandstofdiversificatie NV EPZ, ANVS, 24 juni 2011. Gearchiveerd op 25 september 2022. en de beschikking fabricagetolerantie MOX uit 2013Beschikking fabricagetolerantie MOX, ANVS, 5 september 2013. Gearchiveerd op 25 september 2022. heeft Borssele vergunning voor gebruik van de volgende soorten splijtstof: Verrijkt uranium: ENU (Enriched Natural Uranium) dat bestaat uit 4,4% splijtbaar uranium-235 (en 95,6% uranium-238). ERU (Enriched Recycled Uranium) dat bestaat uit 4,4% uranium-235 (en ca. 94,9% uranium-238 + ca. 0,7% uranium-236 afkomstig uit verbruikte splijtstof). c-ERU (compensated Enriched Recycled Uranium) dat bestaat uit 4,6% uranium-235 (en 95,4% uranium-238 + ca. 0,7% uranium-236 afkomstig uit verbruikte splijtstof). MOX-brandstof, mengoxide afkomstig uit verbruikte splijtstof die bestaat uit 5,41% splijtbaar plutonium-239/241 en 0,25% splijtbaar uranium-235 ± 0,05% U-235 (en 2,6% plutonium-240 + ca. 92% uranium-238).
In de reactor van kerncentrale Borssele is sinds 2019 40% MOX aan splijtstofelementen aanwezig, de overige 60% is bij voorkeur c-ERU, maar kan naargelang marktomstandigheden ENU of ERU zijn.
De reactorkern bevat ongeveer 40 ton uranium, verdeeld over 121 splijtstofelementen met elk ongeveer 330 kg uranium, elk verdeeld over 205 splijtstofstaven met elk ongeveer 1,6 kg uranium. De splijtstofstaven zijn dichtgelaste buizen met zwarte porseleinachtige tabletten.
Tijdens het kernsplijtingsproces wordt een klein deel van het uranium-238 omgezet in plutonium-239. Een deel daarvan wordt gespleten en draagt zo bij aan de warmteopwekking.
Het verrijkte uranium moet na vier jaar (dan vallend onder de term bestraalde kernbrandstof) vervangen worden. Het wordt dan in Frankrijk opgewerkt (gerecycleerd en opnieuw verrijkt) waardoor het weer vier jaar gebruikt kan worden. Van de in de eerste vier jaar ontstane splijtingsproducten, plutonium en uranium-236, worden de splijtingsproducten, die kernafval vormen, verwijderd, teruggebracht naar Borssele, en daar opgeslagen bij COVRA. Het plutonium wordt ook verwijderd en gebruikt in nieuwe splijtstof. Het uranium-236, dat enigszins nadelig is, kan niet verwijderd worden. Ter compensatie wordt verrijkt tot een iets hoger gehalte uranium-235, 4,65%.
In Borssele wordt MOX sinds 2014 gebruikt. Volgens de vergunning die EPZ daarvoor heeft gekregen, mogen 48 van de 121 splijtstofelementen in de reactor MOX bevatten.Splijtstof, EPZ De MOX voor Borssele wordt gefabriceerd in de MELOX-fabriek in Zuid-Frankrijk. In de toekomst zal de uitgewerkte MOX, net zoals de andere oude splijtstofelementen uit Borssele, in Frankrijk worden opgewerkt, zodat het uranium en plutonium dat nog over is, opnieuw gebruikt kan worden. Hiervoor hebben Nederland en Frankrijk een verdrag gesloten.Tractatenblad jaargang 2014, nr. 17 MOX-staven zijn echter wel een stuk duurder dan verrijkt uranium.Gerard Reijn, Waarom wilde Borssele de omstreden brandstof Mox gebruiken?, De Volkskrant, 1 juli 2019. Gearchiveerd op 21 mei 2022.
Het gebruik van gerecycleerd uranium en plutonium beperkt het verbruik van natuurlijk uranium tot 30 ton per jaar.
Herkomst uranium Borssele gebruikt uranium dat deels gedolven wordt in Kazachstan, en deels verkregen wordt door herverrijking van "tails" (verarmd uranium). Het in Kazachstan gedolven uranium wordt geproduceerd met behulp van zogenaamde in-situ leaching, waarbij het uraniumerts via een boorgat wordt opgelost in een zwavelzuuroplossing en, na oppompen, bovengronds wordt opgezuiverd.De herkomst van EPZ's uranium, EPZ. Geraadpleegd op 15 december 2021. Gearchiveerd op 25 december 2021.
Opwerking en kernafval De centrale had een doorlopend contract met de opwerkingsfabriek in La Hague, dat afgelopen is in 2015. Sinds 2006 is het als gevolg van een wetswijziging in Frankrijk echter onmogelijk de uitgewerkte brandstofstaven naar de fabriek te transporteren. Die wet stelde eisen aan de terugkeer van het geproduceerde kernafval, dat binnen zekere tijd naar Nederland diende terug te keren. Het aanpassen van de wet door het parlement en het afhandelen van alle bezwaren tegen het verlenen van nieuwe vergunningen voor transporten door de Raad van State nam echter bijna 5 jaar in beslag. Hierdoor raakte het bassin met uitgewerkte brandstofstaven bijna geheel vol. In de jaren 2012 tot 2015 waren er tien transporten voorzien waarbij telkens 50% meer afval, dan voorheen gebruikelijk, werd vervoerd naar La Hague. Het uranium dat na opwerking terugkwam, werd in Rusland verrijkt, door het te mengen met hoogverrijkt uranium afkomstig uit afgedankte kernonderzeeërs, die na het einde van de Koude Oorlog zijn opgelegd. Een kwart van dit verrijkte uranium kwam naar Borssele terug, de rest bleef in Rusland en werd daar in kerncentrales gebruikt.Borssele kan nucleair afval net op tijd kwijt, Volkskrant, 5 mei 2011. Het eerste transport vertrok op 7 juni 2011 naar Frankrijk en arriveerde de volgende dag op bestemming,Gebruikte splijtstofelementen gearriveerd in Frankrijk, persbericht EPZ, 8 juni 2011. ondanks blokkades van activisten.
De kerncentrale produceert ongeveer 4,5 m³ aan hoogradioactief afval per jaar. Dit is vergelijkbaar met 1/16e van een zeecontainer. Bij de ontmanteling van de centrale aan het eind van zijn levensduur zal echter een grote hoeveelheid hoogradioactief afval vrijkomen dat nog duizenden jaren en sommige stoffen zelfs miljoenen jaren radioactief blijft en waarvoor nog geen veilige opslag beschikbaar is.
Eigendom In 2009 werd Essent overgenomen door RWE, waardoor het tevens eigenaar werd van EPZ en daarmee ook voor de helft van Kerncentrale Borssele. Door de overname van Essent door RWE ontstond een geschil over de eigendomsverhoudingen van EPZ. DELTA verzette zich tegen de overname van het belang van Essent in EPZ naar RWE. De zaak werd in kort geding voor de rechter gebracht. De voorzieningenrechter van de rechtbank oordeelde op 10 juli 2009 – in afwachting op de uitslag van een bodemprocedure – dat de aandelen niet aan RWE mogen worden overgedragen. In hoger beroep werd deze uitspraak bevestigd. Op 17 mei 2011 werd bekend dat RWE genoegen neemt met een minderheidsbelang van 30% in de huidige centrale. Als tegenprestatie mag het nu meedoen aan de ontwikkeling van Borssele 2.RWE voor 30% eigenaar Borssele, NOS, 17 mei 2011. Gearchiveerd op 1 oktober 2022.Kerncentrale Borssele deels in Duitse handen. Transport Online, 17 mei 2011
KCB is nu in eigendom van EPZ. EPZ is op zijn beurt eigendom van DELTA (als opvolger van de PZEM) en Energy Resources Holding. Anno 2025 is 70% van de aandelen in het bezit van de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). Die is in handen van decentrale overheden zoals de provincie Zeeland en diverse Zeeuwse gemeenten. Die hebben de voorkeur uitgesproken om de aandelen te verkopen aan de Nederlandse staat. Het kabinet heeft daarom besloten dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat verkennende gesprekken start over een eventuele aandelenoverdracht. De mogelijke overname houdt verband met de wens van het toenmalige kabinet om de kerncentrale na 2033 open te houden.Rijksoverheid start verkennende gesprekken over eigendom kerncentrale Borssele. Rijksoverheid, 4 juni 2024. Gearchiveerd De overige 30% van de aandelen is in handen van RWE. Op 23 september 2026 kwam naar buiten dat de Nederlandse Staat inderdaad een bod uitbrengt op 70% van de aandelen van ZEH voor € 115 miljoen, inclusief andere bijdragen aan kosten komt de totale overnamesom uit op € 244 miljoen. Parlement en aandeelhouders moeten nog instemmen met deze transactie.
Incidenten en problemen
De overheid brengt vanaf 1980 jaarlijkse overzichten uit van storingen en ongevallen in nucleaire installaties (waaronder de kerncentrale Borssele en de inmiddels gesloten kerncentrale Dodewaard). Gegevens van daarvoor zijn beperkt beschikbaar. Uit de overzichten blijkt dat zich tot eind 2009 in de kerncentrale Borssele 372 bedrijfsstoringen hebben voorgedaan.Kerncentrale Borssele: 372 bedrijfsstoringen vanaf 1980, OnJo, 25 maart 2011.Over de jaren voor 1980 zijn er geen officiële gegevens bekend. De minister van Sociale Zaken, Wil Albeda, lichtte bij het eerst gegeven overzicht in mei 1981 toe dat "de opgetreden storingen in de beide kerncentrales in 1980 globaal qua aantal en ernst overeenkomen met de voorgaande jaren". Daarbij vielen regelmatig een aantal belangrijke veiligheidsvoorzieningen uit. In 1981, 1984, 1986, 1987, 1989 en 2006 zijn er problemen geweest met de noodstroomvoorziening en de dieselaggregaten.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceert in 2011 een rapportage waaruit blijkt dat er voor Borssele geen adequaat rampenplan bestaat.Rapport RIVM bij nucleaire ramp is Nederland niet goed voorbereid, Vrij Nederland, 22 maart 2011. Zo zou het voornamelijk ontbreken aan ervaring en dat op alle niveaus.
Eventuele ongevallen met de kerncentrale zijn verzekerd met behulp van een zogenaamde atoompool. In Nederland een groep van zestien verzekeringsmaatschappijen die garant staan voor een hoeveelheid risico's. De kerncentrale Borssele is voor een bedrag van maximaal €340 miljoen verzekerd. Overige schade moet de Nederlandse overheid vergoeden.
In 2011 blijkt dat de dijk bij de centrale niet bestand is tegen een stormvloed, een storm die statistisch eens in de 4000 jaar voorkomt. Waterschap Scheldestromen en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zullen samen werken aan een verbetering van de dijk.Dijk bij kerncentrale te zwak, Provinciaal Zeeuwse Courant, 21 april 2011.
In 2011 werd naar aanleiding van de kernramp van Fukushima door de kerncentrale een extra zelfonderzoek uitgevoerd, op basis van SOER 2011-2, een lijst met concrete punten voor de controle van kerncentrales. Dit onderzoek werd uitgevoerd naast de tienjaarlijkse zelfonderzoeken. Bij dit zelfonderzoek kwamen vijftien procedurele verbeterpunten naar voren.
Op 19 september 2013 werd de centrale stilgelegd nadat er schade aan de generatorkoelers was geconstateerd.Kerncentrale Borssele ligt stil door kapotte koelers, NU.nl, geraadpleegd 3 oktober 2013. Omdat het herstellen niet mogelijk bleek zou het vervangen van de koelers ongeveer 2 maanden in beslag nemen.Kapotte kerncentrale Borssele ligt nog 2 maanden stil, Algemeen Dagblad, 9 oktober 2013