David Warren (Dave) Brubeck (Concord (Californië), 6 december 1920 – Norwalk (Connecticut), 5 december 2012) was een Amerikaans jazz-pianist en -componist. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste exponenten van de westcoastjazz, het type cooljazz zoals het gespeeld werd aan de westkust van de Verenigde Staten. Veel van zijn composities zijn jazzstandards geworden, waaronder "In Your Own Sweet Way", "Unsquare Dance" en "The Duke". Brubecks stijl varieerde van verfijnd tot bombastisch en weerspiegelt zowel de klassieke opleiding van zijn moeder als zijn eigen improvisatievaardigheden. Zijn muziek staat bekend om het gebruik van onregelmatige maatsoorten, polytonaliteit, polyritmiek en polyfonie. Door zijn studies bij Darius Milhaud en Arnold Schönberg komen zijn harmonisaties zeer dicht bij die van de dodecafonisten.Berendt, Joachim-Ernst. (1978), p. 194-195. Photo-Story des Jazz. Wolfgang Krüger Verlag, Frankfurt am Main. Zijn harmonieën zijn een bron van inspiratie geweest voor latere musici als Cecil Taylor, een van de pioniers van de freejazz.VandenBerg, Erik, de Volkskrant, 21 april 2000
Brubeck experimenteerde gedurende zijn hele carrière met maatsoorten en nam "Unsquare Dance" op in -maat, "World Fair" in - en "Blue Rondo à la Turk" in -maat. Brubeck was tevens componist van balletmuziek en religieuze muziek en schreef soundtracks voor televisie, zoals voor Mr. Broadway en de miniserie This is America, Charlie Brown.
Biografie Brubeck was voorbestemd om de ranch van vader Pete over te nemen.Ramsey, Doug. (1992), p. 35-93 Time Signatures: A Career Retrospective. Sony Music COL 495201 2 Zijn oudere broers Howard (geboren in 1916) en Henry (geboren in 1910) waren de muziek in gegaan: Henry was drummer bij de band van Gil Evans en Howard studeerde compositie en was bezig zich te settelen als leraar muziek. Na een korte studie diergeneeskunde van een jaar, besloot ook Dave muziek te gaan studeren.
Brubeck kreeg de eerste muzieklessen van zijn moeder, Elizabeth Ivey, die piano had gestudeerd bij Myra Hess. Naast piano kreeg hij ook celloles. In 1941 en 1942 leidde hij zijn eerste band bestaande uit 12 leden, College of Pacific. Brubeck studeerde compositie aan het Mills College in Oakland bij Darius Milhaud en tijdens zijn dienstplicht heel kort bij Arnold Schönberg. In 1944 leidde hij een band in Europa voor het ondersteunen van de troepen. Na de oorlog studeerde hij verder bij Darius Milhaud. In 1946 formeerde hij zijn eerste Octet samen met Cal Tjader. In 1949 zette hij zijn pianostudie voort en richtte een trio op met Cal Tjader en Ron Crotty dat hij in 1951 uitbreidde tot een kwartet, het Dave Brubeck Quartet, dat tot 1967 vrijwel ongewijzigd bleef en daarmee samen met het Modern Jazz Quartet het langst bestaande combo uit de jazzgeschiedenis is. Het kwartet kreeg door uitgebreide concerttournees over de hele wereld een enorme bekendheid en populariteit.Bohländer, Carlo., Holler, Karl Heinz., Pfarr, Christian. (2000), Reclams Jazzführer. Phlipp Reclam, Stuttgart.
In 1954 was Brubeck al een jazzlegende. Hij stond in dat jaar op de omslag van Time, de tweede jazzmuzikant die deze eer te beurt viel (de eerste was Louis Armstrong op 21 februari 1949). Brubeck vond dat Duke Ellington er meer recht op had dan hij en was ervan overtuigd dat hij erop stond vanwege zijn witte huidskleur. Toen Duke Ellington op de deur van Brubecks hotelkamer klopte en hem het tijdschrift liet zien, zei Brubeck: "Jij had het moeten zijn."Sample Liner Notes door Darius Brubeck. Dave Brubeck Live in '64 & '66. 2007. Opnieuw gepubliceerd op 23 december 2012.
Met het kwartet realiseerde Brubeck zijn idee om een synthese tot stand te brengen van kamermuziekjazz, de cooljazz, en de compositietechnieken die hij geleerd had bij Milhaud en Schönberg. Deze synthese van (moderne) jazz en concertante muziek is het handelsmerk geworden van Brubeck. In 1959 bracht Brubeck met zijn kwartet de legendarische lp Time Out uit, waarop hij zijn twee belangrijkste kenmerken demonstreert: schatplichtigheid aan de klassieke muziek en ritmische originaliteit.Cooke (2013), p. 147 "Blue Rondo à la Turk" is een klassiek rondo met een knipoog naar Mozarts beroemde "Turkse rondo", het derde deel ('Alla Turca') van Sonate voor piano nr. 11 in A-majeur, KV 331. Brubeck speelt het rondo echter niet in -maat zoals Mozart doet, maar in een onregelmatige -maatsoort met accenten op tel 1, 3, 5 en 7 in plaats van op tel 1, 4 en 7. Het nummer "Take Five", een compositie van Paul Desmond, groeide uit tot een hit en werd het eerste jazznummer in de Amerikaanse top 100: van 11 september tot en met 27 november 1961 stond het nummer twaalf weken lang in de top 100 met als hoogste positie plaats 25.The Miles Chart Display (1973), p. 7872 Convex Industries, Cheyenne, Boulder. CO. USA In 1976 vond er een groot reünieconcert plaats van het kwartet ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan. Tijdens dit concert onderstreepte Brubeck nog eens zijn status als populairste en invloedrijkste artiest uit de cooljazz.Cooke (2013), p. 189 In de jaren 70 en 80 trad Brubeck veelvuldig op met zijn zoons, Darius, Chris en Dan. Ook met zijn zoon Matthew, cellist, maakte Brubeck enkele cd's. Na het overlijden van Paul Desmond in 1977 trad Brubeck geregeld op met Bill Smith, Gerry Mulligan en Jerry Bergonzi.
Behalve vanwege hun eigen geluid was het Dave Brubeck Quartet (DBQ) ook baanbrekend door zijn multiraciale samenstelling. Hierdoor werd het DBQ in heel wat clubs in de Verenigde Staten niet toegestaan te spelen en vroegen tv-zenders voor opnames van optredens om de zwarte bassist Eugene Wright buiten beeld op te stellen, iets wat Brubeck altijd weigerde.
Tot op hoge leeftijd bleef Brubeck actief als pianist en als componist. In 2007 bracht hij zijn laatste solo-cd uit, Indian Summer, in 2008 werkte hij nog mee aan de cd Songs of Joy and Peace(Sony 88697-33336-2) van Yo-Yo Ma, waarop hij samen met zijn zoon Matthew de nummers "Joy to the World" en "Concordia" speelt, en in 2011, op 91-jarige leeftijd, begeleidde hij Roberta Gambarini nog met zijn trio in de nummers "Some Day My Prince Will Come" en "Alice in Wonderland" op het album Everybody Wants to Be a Cat in 2011.Disney Jazz Volume I
In 1980 bekeerde hij zich tot het katholicisme. "Ik heb me niet tot het katholicisme bekeerd, omdat er niets te bekeren viel. Ik werd gewoon lid van de katholieke kerk", gaf hij als commentaar. Brubeck stierf aan hartfalen, op 5 december 2012 in Norwalk, Connecticut, een dag voor zijn 92e verjaardag. Hij was op weg naar de cardioloog met wie hij een afspraak had en werd vergezeld door zijn zoon Darius. Een verjaardagsfeestje voor hem met familie en vrienden was al gepland.
Dave Brubeck trouwde in september 1942 met jazztekstschrijver Iola Whitlock; het paar was 70 jaar getrouwd, tot aan zijn dood in 2012. Iola stierf op 12 maart 2014 aan kanker in Wilton, Connecticut, op 90-jarige leeftijd. Het echtpaar kreeg zes kinderen. Vier van Brubecks kinderen zijn beroepsmusici geworden. Darius, de oudste, is pianist, producer, pedagoog en uitvoerend musicus. Hij is vernoemd naar Dave Brubecks mentor Darius Milhaud en geeft les op de Universiteit van Natal in Durban, Zuid-Afrika. Dan is drummer en percussionist, Chris is multi-instrumentalist en componist en Matthew, de jongste, is cellist en componist. De tweede zoon, Michael, overleed in 2009. Hij heeft veel teksten geschreven voor zijn vader ("Once When I Was Very Young"). Het zesde kind, Catherine, is de enige dochter en inspiratiebron voor "Kathy's Waltz" op het album Time Out uit 1959. Brubecks kinderen vergezelden hem vaak bij concerten en in de opnamestudio.
Muziek en stijl
thumb|left|Blue Rondo a la Turk: opeenvolgende septiemakkoorden thumb|Optreden van The Dave Brubeck Quartet in 1967. Van links naar rechts: Joe Morello, Eugene Wright, Dave Brubeck en Paul Desmond. thumb|Dave Brubeck in Ludwigshafen (2005) thumb|De Kennedy Center honorees van 2009 samen met Michelle en Barack Obama. Brubeck is de derde van links. Brubeck kon lange improvisaties opbouwen tot een grote climax. Het lyrische en soms polyfone samenspel van Brubeck en Desmond is in de hele jazzgeschiedenis uniek. Wat Brubeck onderscheidt van veel andere jazzmuzikanten, is zijn muzikale achtergrond. Dat is niet zoals bij Miles Davis en John Lewis, de andere twee pioniers van de cooljazz, de bebop, maar de klassieke muziek van Milhaud en Schönberg.Cooke, Mervyn. (2013), p. 189 The Chronicle of Jazz. Thames & Hudson, London. Deze muzikale achtergrond maakte het Brubeck mogelijk de clichés van de bop uit de jaren 50 te vermijden en zo zijn eigen stijl te creëren met composities die uitblinken in originaliteit in zowel vorm, structuur als harmoniek. Zijn muziek doet een beroep op het intellect en de emotie van de luisteraar zonder sentimenteel te zijn en werd wereldwijd populair door grote tournees die hij met zijn kwartet heeft ondernomen. Brubecks vroege werk wordt het best vertegenwoordigd door het niet aflatend populaire album Time Out uit 1959 met daarop de hit "Take Five" van Paul Desmond. Het is de eerste keer dat een onregelmatige -maat in de jazz wordt gebruikt. Maar er staan meer nummers op het album die de gebruikelijke -maat in de jazz vermijden. Critici, die aanvankelijk vonden dat het pianospel van Brubeck niet swingt, begonnen tijdens zijn optredens op het Newport Jazz Festival en het Concord Jazz Festival in 1980 en 1982 het lyrische en het polyfone element in het spel van Brubeck te ontdekken en te waarderen.
Brubeck heeft sterk onder invloed gestaan van de barok (met als ijkpunt J.S. Bach), het impressionisme (met als ijkpunten Debussy en Ravel) en het neoclassicisme (met als ijkpunten Stravinsky en Prokofjev).Anthonissen, Juul. (1992), p. 97-99 Time Signatures: A Career Retrospective. Sony Music Entertainment. COL 495201 2 In al zijn muziek, zowel zijn jazz als zijn concertante werken, zijn de melodische structuren, obsessieve ritmes, voortdurende maatwisselingen en sfeerveranderingen van deze drie richtingen duidelijk waarneembaar. Daarnaast is invloed te horen van Carl Orff, maar ook van Béla Bartók en Francis Poulenc.
Kenmerkend voor de muziek en de stijl van Brubeck zijn dan ook: Het gebruik van de scherpe dissonanten zoals het groot septiem en de kleine none (octaaf plus een kleine secunde) en de daarmee samenhangende groot septiem- en noneakkoorden (bijvoorbeeld c-e-g-b-des/d) en de overmatige kwart (c-fis), tritonus. Het ballet Points on Jazz bijvoorbeeld is gebaseerd op de grote septiem en "Blue Rondo a la Turk" begint in de eerste maat met een F groot septiemakkoord,Dave Brubeck, Deluxe Piano Album (1965), p. 43. ed. Howard Brubeck. Derry Music Company. San Francisco. Cal. USA "Cantiga Nova Swing" met het subdominant, kleinakkoord op G (g-bes-d-f),Dave Brubeck, Deluxe Piano Album (1965), p. 57. ed. Howard Brubeck. Derry Music Company. San Francisco. Cal. USA "Strange Meadow Lark" met het groot septiemakkoord op Es,Dave Brubeck, Deluxe Piano Album (1965), p. 78. ed. Howard Brubeck. Derry Music Company. San Francisco. Cal. USA "Blue Shadows in the Street" begint met een grote septiem,Dave Brubeck, Deluxe Piano Album (1965), p. 87. ed. Howard Brubeck. Derry Music Company. San Francisco. Cal. USA "Lamento" begint met een groot septiemakkoord op As.Dave Brubeck, Deluxe Piano Album (1965), p. 92. ed. Howard Brubeck. Derry Music Company. San Francisco. Cal. USA