thumb|Pink Floyd in 1971, v.l.n.r. Roger Waters, Nick Mason, David Gilmour en Richard Wright George Roger Waters (Great Bookham bij Leatherhead (Surrey), 6 september 1943) is een Britse rockmusicus en singer-songwriter. Waters werd bekend als de oprichter, basgitarist, co-leadzanger en conceptuele leider van Pink Floyd, maar sinds midden jaren 80 speelt hij solo.
Jeugd Waters werd in 1943 geboren als zoon van Mary (geboren Whyte; 1913–2009) en Eric Fletcher Waters (1914–1944), vijf maanden voordat zijn vader als tweede luitenant sneuvelde bij de geallieerde Landing bij Anzio in Italië. Eric Fletcher Waters was oorspronkelijk leraar, en was communist en pacifist. Het verlies van zijn vader had een grote invloed op Waters' leven en veel van zijn teksten zijn anti-militaristisch getint. Het album The Final Cut is opgedragen aan zijn vader. Het gemis van zijn vader komt tot uitdrukking in Another Brick in the Wall:
Pink Floyd Waters was in 1964 samen met Syd Barrett oprichter van Pink Floyd, de groep die door velen wordt beschouwd als een van de succesvolste psychedelische rockbands ooit. Onder aanvoering van Barrett maakte Pink Floyd na twee singles (Arnold Layne over een travestiet en See Emily Play) in 1967 een succesvol debuutalbum, The Piper at the Gates of Dawn. Barretts drugsgebruik leidde ertoe dat de gitarist/songschrijver uiteindelijk niet meer in groepsverband te handhaven was. Zijn plaats werd ingenomen door David Gilmour. Barrett sleet zijn verdere dagen cactussen kwekend, schilderend en televisiekijkend. Barrett overleed op 7 juli 2006. Het nummer Shine on You Crazy Diamond, van het album Wish You Were Here (1975) is aan hem opgedragen.
Met A Saucerful of Secrets (1968) werd duidelijk dat Waters de drijvende kracht achter Pink Floyd was geworden en het creatieve proces domineerde. In de periode van 1968 tot 1973 bracht de band met veel energie en creativiteit een aantal albums uit. Naast Waters hadden ook Rick Wright en Gilmour een duidelijke inbreng in de ontwikkeling van de groep. In 1969 werd het dubbelalbum Ummagumma uitgebracht, met live-opnamen op de ene plaat en studio-bijdragen van de vier bandleden afzonderlijk op de andere. Het album werd vooral in underground-kringen geroemd. Het live-gedeelte werd later in Pompeï op film geregistreerd, het decor van de door lava verwoeste stad paste wonderwel bij de muziek van het viertal.
Kort daarna werd Atom Heart Mother (1970) uitgebracht, waarbij Pink Floyd samenwerkte met het London Philharmonic Orchestra. Daarna volgde Meddle (1971), waarbij vooral het lange Echoes opviel door de glasachtige zang van Gilmour en Wright. Gilmour experimenteerde onder andere door het imiteren van albatrossen op zijn gitaar. Waters nam steeds meer het schrijven van de teksten voor zijn rekening. Pink Floyd had in die dagen al de status van absolute supergroep, die met een voor die tijd opzienbarende lichtshow de hele wereld rondreisde.
Na het album Obscured by Clouds, geschreven voor de film La Vallée, verscheen in 1973 Dark Side of the Moon. De invloed van Waters is duidelijk waarneembaar: zowel het concept als alle teksten zijn van zijn hand. De band sloeg met dit album muzikaal ook een andere richting in, van lange, ingewikkelde, etherische stukken tot pakkende, korte songs met een sombere, onheilspellende ondertoon en magisch-realistische teksten. Die combinatie maakte het album onmiddellijk tot een sensatie: het is nog altijd het best verkochte Pink Floyd-album, en tevens een van de best verkochte rockalbums aller tijden. In de VS staat Dark Side of the Moon bijna onafgebroken veertien jaar in de albumcharts. De klassieker Money werd een van de grootste hits.
Na het succes van Dark Side of the Moon volgde een rustpauze die twee jaar duurde, waarna Wish You Were Here werd uitgebracht. De plaat was in de voorverkoop al goud. De muzikale koers leek verlegd te zijn naar langere stukken met een symfonisch karakter. Waters zingt Shine on You Crazy Diamond. Dat ging hem echter niet gemakkelijk af, kritisch als hij is komt hij iedere dag naar de studio om een regel in te zingen.
Vervolgens bracht de band in 1977 Animals uit, mogelijk geïnspireerd door George Orwells Animal Farm. De sfeer is rauw en donker. Het cultuurpessimisme viert hoogtij, en het geeft met een gezonde artistieke knipoog een scherpe kritiek op de kapitalistische samenleving. Het meeste materiaal stamt uit de periode net na Wish You Were Here. De meningen over dit album verschillen, maar Bob Dylan liet zich ooit ontvallen dat hij Dogs een geweldig nummer vond. Hoewel de plaat goed verkocht, kon het zich - commercieel gezien - niet meten met zijn voorgangers.
Intussen waren Wright en Gilmour bezig met soloprojecten, en was Waters degene die het best zijn ei in het Pink Floyd-concept kwijt kon. Dat bleek in 1979 bij het verschijnen van The Wall. Waters was bijna geheel verantwoordelijk voor dit werk, met uitzondering van Gilmours Comfortably Numb. De laatste zou later fijntjes zeggen dat Waters weliswaar het meeste schreef, maar dat het mooiste nummer van hem was. Waters liet de band kiezen uit The Wall en de demo die later The Pros and Cons of Hitch Hiking zou worden. De overige bandleden vonden Pros and Cons te persoonlijk en kozen voor The Wall. Zowel het album als de single Another Brick in the Wall sloegen enorm aan, ook in Zuid-Afrika, waar het toenmalige apartheidsregime de muziek als "subversief" verbood. Op The Wall zijn korte, relatief simpele songs te vinden met een grote zeggingskracht. De rode draad is eenzaamheid, als gevolg van 'the wall', waaraan velen hun steentje bijdragen.
Nagenoeg onaangekondigd kwam in 1983 het laatste Pink Floyd-album onder Waters uit, met de profetische titel The Final Cut. Een benaming die ook voor andere interpretaties vatbaar is. Waters voerde de totale regie, met uitzondering van Not Now John, waarin ook Gilmour een aandeel had. Het is het minst succesvolle album van Pink Floyd. Duidelijk is hoorbaar dat de groep geen eenheid meer was, en de zwaarmoedige autobiografische bespiegelingen van Waters waren menigeen te veel. Rick Wright deed niet meer mee, hij was een paar jaar daarvoor ontslagen.
Solo In 1984 bracht Waters zijn eerste soloplaat uit, The Pros and Cons of Hitch Hiking, een plaat die destijds deels gelijktijdig met The Wall door hem was geschreven. De plaat ging onder andere over communicatieproblemen, een geliefkoosd onderwerp van Waters. Tekenend voor de plaat zijn de vele geluidseffecten en de lange, stevige gitaarsolo's van Eric Clapton.
Waters ondervond dat hij bij lange na niet zo bekend was als zijn voormalige band. Hij trad op in halfvolle zalen en het album zelf werd een matig succes. Hoewel het solowerk van Waters conceptueel goed in elkaar stak, miste het de verzachtende inbreng van Gilmour, vooral vocaal. De laatste weigerde destijds om, na The Final Cut, weer als sessiemuzikant mee te werken bij de uitvoering van The Pros and Cons. Het betekende het definitieve einde van de samenwerking tussen Waters en de rest van de band, en het begin van een langdurige controverse.
In 1986 werd Waters gevraagd om een paar nummers te schrijven voor When the Wind blows, een tekenfilm over een braaf Engels stel in de setting van een nucleaire ramp. Ook van Genesis zijn nummers op deze cd terug te vinden, terwijl de titelsong afkomstig is van David Bowie.
Er brak een periode aan van rechtszaken met als inzet het recht de naam Pink Floyd te gebruiken. Waters claimde het artistieke brein van de groep te zijn, maar Nick Mason en met name David Gilmour voerden aan dat zij ook gezichtsbepalend waren. De rechter stelde Waters in het ongelijk, maar kende hem een aandeel in de toekomstige royalty's toe. Dit voorrecht was al eerder Syd Barrett toegevallen, zij het dan zonder rechtszaak.
De groep profiteerde intussen van de sterke merknaam en Waters moest lijdzaam toezien hoe zijn oud-collega's volle stadions trokken. Pink Floyd, met frontman David Gilmour, baarde opzien met gigantische, wereldwijde shows ter promotie van A Momentary Lapse of Reason. Hoogtepunt was een show in Venetië die bijvoorbeeld in Nederland 'live' werd uitgezonden.
Ongeveer gelijktijdig verscheen Radio KAOS in 1987. Een plaat die weinig indruk achterliet. Het was alsof de inspiratie hem in de steek had gelaten: de hoogstandjes uit de Pink Floyd-periode leken voorbij. Thema’s zijn onder andere de overvloed aan informatie die we over ons heen krijgen en profetische angsten voor wederom een kernoorlog. Maar zelfs Waters eindigde optimistisch met het slotnummer The Tide is turning. De tijdens de tournee gebruikte affichering "Which one's Pink? " maakte weinig indruk op het matig opgekomen publiek.
In 1989 viel de Berlijnse Muur en Waters organiseerde in 1990 een "live” mega-show met The Wall als thema in Berlijn, met een all-star cast. Kosten (door Waters zelf betaald) noch moeite werden gespaard, maar dat verhinderde niet de technische problemen. Miljoenen kijkers waren getuige van een rommelige opvoering en de geluidsweergave was soms erbarmelijk. Waters ging zelfs biddend naar de grond, alsof hij zo nog erger wilde voorkomen. Later kwam Waters overigens wel uit de kosten dankzij de opbrengsten van de verfilming, getiteld: The Wall: Live in Berlin.
In 1992 kwam hij terug met het sterke Amused to Death, zijn magnum opus. Hoge noten halen kan hij nauwelijks meer, maar zijn “praatzingen” herbergt vele nuances en accentueert de veelal ingetogen songs. Waters leek weinig moeite te hebben met het vinden van waardige vervangers voor Gilmour. Na Eric Clapton was het nu Jeff Beck die de sologitaar bespeelde, op de voor hem kenmerkende wijze. Verder maakte Waters veelvoudig gebruik van de vocale kwaliteiten van Katie Kissoon en P.P. Arnold.
Opvallend op dit album zijn vooral de teksten. Waters vestigde hier voorgoed zijn reputatie als woordkunstenaar. Soms diep droevig en wanhopig, dan weer sardonisch, maar altijd gevat. Thema’s zijn de waanzin van de oorlog en de “vooruitgang” van de mens. Hij laakte het zich verschuilen van de mens achter God en religie, terwijl iedereen open stond voor de nieuwe religie: consumentisme. De plaat werd goed ontvangen door zowel critici als publiek. In hifi-kringen zou de geluidskwaliteit lange tijd een standaard blijven.
Na een lange stilte besloot Waters weer op te treden. Een opmerkelijke stap, omdat hij tijdens zijn Pink Floyd-periode een stevige weerzin voor tournees opgebouwd had. Een thema dat ook in The Wall naar voren komt. Hij was minzaam geworden en leek in weinig meer op de cynische Pink Floyd-voorman, maar zijn autoriteit was hij niet kwijt geraakt. Hij genoot duidelijk van het contact met het publiek.
The In the Flesh Tour Aan het eind van de twintigste eeuw trof Waters vanaf Barbados voorbereidingen voor een wereldtournee in het gezelschap van onder meer Andy Fairweather Low, Snowy White en Katie Kissoon. De tour, genaamd In the Flesh, startte op 2 juni 1999 in Tampa (Florida) en voerde in 2002 ook naar België en Nederland.
Met uitzondering van de bisnummers Each Small Candle (2000-2001) en Flickering Flame (2002) was er geen nieuw materiaal, maar dat leek het publiek weinig te deren. Waters kende nu ook de weelde van uitverkochte zalen en stadions. De songs, een mengeling van Pink Floyd-werk en eigen repertoire werden met groot enthousiasme en vakmanschap uitgevoerd. Ze hebben nog niets aan zeggingskracht verloren. Dat geldt tevens voor de live-cd In the Flesh, getuige de goede verkoopcijfers.
In 2001 werd ook Flickering Flame uitgebracht, een compilatie met onder meer Knockin' on Heaven's Door, een cover van Bob Dylan, maar met slechts twee nieuwe songs.
thumb|Roger Waters tijdens Arrow Rock Festival in 2006
Live 8 - Tour 2006 thumb|Pigs in Arnhem, NL