Het bombardement op Middelburg vond plaats in de Meidagen van 1940, op 17 mei 1940 tijdens de strijd in Zeeland. Een groot gedeelte van de historische binnenstad van Middelburg werd door de ontstane brand verwoest. Hoewel het een bombardement wordt genoemd, betreft het voornamelijk een artilleriebeschieting. Welke van de strijdende partijen hiervoor verantwoordelijk was, is echter nooit volledig duidelijk geworden.
Wat voorafging
Na de Duitse aanval op Nederland in 1940 volgde op 14 mei het bombardement op Rotterdam. De mogelijkheid van meer bombardementen op andere steden noopte de Nederlandse opperbevelhebber, generaal Henri Winkelman de volgende dag tot capitulatie te Rijsoord. De provincie Zeeland was echter een afzonderlijk commando onder leiding van de Commandant Zeeland (C.Z.), schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad, die rechtstreeks verantwoording verschuldigd was aan Winkelman. Van der Stad capituleerde niet; hij had zijn troepen aan de Fransen overgedragen.
Franse hulptroepen waren vanaf de eerste oorlogsdag vanuit Duinkerke en vanaf de Frans-Belgische grens in Vlissingen en Breda aangekomen. Vanaf de eerste oorlogsdag werden in Vlissingen Franse troepen ontscheept onder leiding van brigadegeneraal Mary Durand, als onderdeel van het plan Hypothèse Hollande. Als onderdeel van dat plan moest de Scheldemond met troepen worden versterkt, maar daarover bestond geen formele overeenkomst met Nederland. De komst van de buitenlandse troepen werd echter onmiddellijk bondgenootschappelijk gedoogd. Op 12 mei droeg de Commandant Zeeland zijn troepen in Midden-Zeeland over aan brigadegeneraal Durand, en in Zeeuws-Vlaanderen aan brigadegeneraal Maurice Beaufrère. Op 15 mei vielen Duitse eenheden van het SS-Regiment "Deutschland" Zeeland binnen. In de ochtend van 17 mei waren Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen nog niet in Duitse handen.
Op 14 mei had de commissaris van de Koningin in Zeeland, Johan Willem Quarles van Ufford, de burgemeesters van de steden Middelburg, Veere en Vlissingen bijeengeroepen om te overleggen over de evacuatie van de bevolking. Zonder verder contact met de Staten van Zeeland vertrok hij nog diezelfde avond naar Oostburg. De volgende dag motiveerde hij vanuit Zeeuws-Vlaanderen dat hij het provinciaal bestuur en zijn werkzaamheden …op vrijen Nederlandschen en gewestelijken bodem onbelemmerd en vrij van buitenlandsche invloeden… wilde uitoefenen.Gemeentearchief Oostburg, uitgaande stukken nr. -3.17: Telegram Commissaris Koningin (Quarles) aan meerdere geadresseerden, d.d. 15 mei 1940 Burgemeester van Middelburg was Jan van Walré de Bordes. Die drong er vanaf 15 mei bij het provinciebestuur en de Nederlandse en Franse militaire autoriteiten tevergeefs op aan om Middelburg tot open stad te verklaren. Ook de Commandant Zeeland vertrok naar Zeeuws-Vlaanderen nadat hij zijn troepen op Walcheren aan de Franse contre-amiral Charles Platon had overgedragen. Op 16 mei kwam hij zonder zijn staf aan in Breskens. Door die situatie voorzagen de Franse militaire autoriteiten een bestuursvacuüm op Walcheren en besloten ze admiraal Platon tot 'Gouverneur van Walcheren' te benoemen.Service Historique de la Defensie, Vincennes: TTE-3: Amiralité française, réservé 133, circulation 9679, (en accord avec le général commandant la 7ème Armée), n.a.v. Télégramme Amiral Nord, Nr. 1545/17/5, d.d. 17 mei 1940 Daarmee kreeg een Franse marineofficier soeverein gezag op Nederlands grondgebied, dat zo de status kreeg van bezet gebied.
Bombardement, terreurbombardement of beschietingen? De aanwezigheid van de Franse troepen in Zeeland had verregaande consequenties toen het Nederlandse leger op 15 mei capituleerde en de strijd in Zeeland verder ging. In de avond van 16 mei werd de Sloedam door Franse troepen in staat van verdediging gebracht, in een poging de Duitse opmars te stuiten. Door de Duitse druk moesten zij hun posities al de volgende dag verlaten - eerder dan voorzien. Die situatie werd funest voor Middelburg. Over de manier waarop de binnenstad op 17 mei is verwoest en wie daaraan schuld had, bestaan echter meerdere opvattingen en theorieën.
Verondersteld Duits bombardement In de ochtend van 17 mei zijn boven Middelburg drie Luftwaffe vliegtuigen van Kampfgeschwader 4 (KG 4) van het type Heinkel 111 (He 111) waargenomen.”Deutschland” verovert Zeeland, J.N. Houterman, Middelburg, 1991, p. 86 Deze vliegtuigen hadden opdracht om militaire doelen te verkennen en hebben Middelburg niet gebombardeerd. In de loop van de namiddag werden delen van de eerste en de tweede bommenwerpergroep (I.&II./KG 4) boven Walcheren ingezet om met hulp van luchtverkenners Franse en Nederlandse troepenconcentraties en artillerieopstellingen te bombarderen. In 1945 wordt in een publicatie verklaard: Het noodlot naderde evenwel de stad in den vorm van een eskader Duitsche bommenwerpers, dat zonder dwingende noodzaak - de stad was niet in staat van verdediging - plotseling tot den aanval overging…. Hoewel ooggetuigen beweren dat ze in de verte bombarderende vliegtuigen zagen, zijn er onderzoekers die daaraan twijfelen omdat bewijs daarvoor ontbreekt.Aanval Middelburg mogelijk vergissing, NRC Handelsblad, 24 juli 1990Ingezonden brieven, NRC Handelsblad, 28 juli 1990 In de late namiddag werd I./KG 30 ingezet als ondersteuning van de derde en finale Duitse aanval over de Sloedam. Die eenheid vloog in bommenwerpers van het type Junkers 88 (Ju 88).
Verondersteld Duits terreurbombardement Uitgaande van een bombardement werd ook een verband gelegd met het bombardement op Rotterdam op 14 mei. Daar was om tactische redenen een ultimatum aan voorafgegaan. Een ultimatum ontbrak voor Middelburg, met als gevolg dat er werd getwijfeld aan de rechtmatigheid om bommenwerpers als geweldsmiddel in te zetten. De stad als geheel kon immers onmogelijk een militair doel zijn geweest en dus was er ook geen militaire noodzaak om de onverdedigde stad aan te vallen. Veel mensen zagen het bombardement dan ook als een terreurdaad. Een paar decennia later bleek er toch een ultimatum te bestaan. Dat noemde de inzet van sterke land- en luchtwapens en de capitulatievoorwaarden als dreigement bij het verdere verloop van de Duitse opmars vanaf Bath. Middelburg werd daarin niet genoemd. Het ultimatum had overigens geen consequenties, omdat de Duitse parlementaire commissie geen verbinding kon krijgen met de Commandant Zeeland.Bundesarchiv/Militärarchiv, Freiburg: RH 24-26/37: Gen.Kdo.XXVI.AK, Korpsbefehl zur Inbesitznahme der Insel Wacheren und Zeeland am 15.5.1940
Veronderstelde Duitse artilleriebeschietingen Tijdens de tweede Duitse aanval over de Sloedam bereikten Duitse troepen de westzijde, maar ze liepen daar tegen de middag opnieuw vast. De 800 meter lange dam was destijds de enige verbinding door het slikkengebied van Zuid-Beveland met Walcheren en gemakkelijk te verdedigen. Om het verzet te breken besloot de Duitse regimentscommandant SS-Standartenführer Felix Steiner zijn drie artillerieafdelingen in te zetten.Bundesarchiv/Militärarchiv, Freiburg: RH 24-26/37: Gen.Kdo.XXVI.AK: Tagesmeldung SS-V.Division, d.d. 17.5.1940 Intensieve beschietingen op de Franse stellingen aan de oostzijde van Walcheren zorgden voor een beginnende vlucht, in de loop van de middag gevolgd door complete eenheden naar aanleiding van geruchten.Service Historique de la Defensie, Vincennes: 32 N 264: Capitaine Bichon: Récit de la mort du Général Delaurens, p.9-10 Zonder bewijzen hiervoor aan te voeren concludeert de Documentatiegroep Walcheren 1939-1945 na jaren onderzoek: ...De verwoesting van de Middelburgse binnenstad was in de eerste plaats een gevolg van de zware Duitse artilleriebeschietingen vanuit Zuid Beveland….Gemeentearchief Vlissingen: 489: Collectie Tuijnman: Verwoesting binnenstad Middelburg Ook een schrijverscollectief van het project het Vergeten Bombardement bevestigt in 2010 dat de grote brand in het centrum van de stad is ontstaan door ...(voornamelijk Duits) artillerievuur... en suggereert als oorzaak dat de stad in lijn lag met het doelgebied bij Arnemuiden.
Veronderstelde Franse artilleriebeschietingen Volgens plan zouden de Franse troepen zich in de nacht van 17 op 18 mei geordend terugtrekken in een poging om via Vlissingen naar Breskens te ontsnappen. Daarvoor waren voorbereidingen getroffen, maar de overhaaste terugtocht verliep toch als een vlucht en in een totale chaos. Er was voorzien dat de operatie zou worden gedekt door een zware mobiele Franse marinebatterij die als zeegeschut was opgesteld bij Breskens. Door organisatorische problemen was de batterij niet in staat de gevraagde artilleriesteun te verlenen. Dat had vooral te maken met het ontbreken van een artilleriewaarnemer, en met communicatiemiddelen die niet op elkaar waren afgestemd.Service Historique de la Defensie, Vincennes TTE-1: Batteries mobiles 1940-1941: Rapport No. 1 van Lieutenant de Vaisseau Jabet aan Capitaine de Corvette Hamelin, d.d. 27 mei 1940 Het gevolg was dat Middelburg als oversteekplaats over het Kanaal door Walcheren een willekeurig doel werd. Door gebrek aan brisantgranaten werden uitsluitend granaten tegen zeedoelen (Obus de perforation flottant) gebruikt om bij tussenpozen Middelburg te beschieten. Er zijn 30-40 inslagen in de stadskern geïnventariseerd.Zeeuws Archief: 1060.1/58: Brandweer Middelburg: De brandramp van mei 1940 te Middelburg, juni 1940: bijlage met een overzicht van de inslagen; Zeeuws Documentatiecentrum: CW 28/1: Overzicht van de granaatinslagen Door het gebruik van dat type granaat was de directe oorlogsschade minimaal, maar de hoge hoeveelheid energie die vrijkwam bij de inslagen zorgde ervoor dat de stad op meerdere plaatsen ging branden.Nood-Courant, gezamenlijke uitgave van de Vlissingsche en Middelburgsche Courant, d.d. 20 mei 1940 met daarin een proclamatie van burgemeester van Walré de Bordes met de strekking dat de stad volgens zijn eigen waarneming weinig schade had opgelopen door het bombardement
Stadsbrand Door de beschietingen braken vanaf 13:30 uur in korte tijd tientallen kleine branden uit. De vrijwillige brandweer kon die onmogelijk allemaal bestrijden.Zeeuws Archief: 1060.1/58: Brandweer Middelburg: Verslag van de verrichtingen van de brandweer gedurende het tijdvak van Vrijdag 10 mei tot en met Dinsdag 21 Mei 1940 De stad was vanaf 14 mei op vrijwillige basis geëvacueerd en daardoor was er gebrek aan hulp. Haperende blusmiddelen en een harde noordoostenwind zorgden gaandeweg voor een onbeheersbare stadsbrand. Toen een dag later, na hulp van de brandweerkorpsen van de omliggende dorpen, het sein 'brand meester' werd gegeven, was de binnenstad uitgebrand.Maneblussers in oorlogstijd, B. van der Weel, Middelburg, 2002, p. 12-26 Er waren bijna 600 panden verloren gegaan, waaronder een groot aantal onvervangbare monumentale gebouwen. Daken en de houten tussenverdiepingen waren ingestort; wat restte waren zwartgeblakerde muren. Het Middelburgse gemeentearchief ging voor het grootste deel verloren, en ook een deel van het Rijksarchief.Middelburg verliest haar geheugen, Anneke van Waarden-Koets, Zeeuws Archief, 17 mei 2010 Het aantal doden bleef beperkt tot 11 personen. Aan de dappere brandweerlieden werd in 1940 een particuliere onderscheiding, de Herinneringsmedaille van het blusschen van de brandramp te Middelburg uitgereikt.
Capitulatie