Thomas Sebastiaan (Tom) Dumoulin (Maastricht, 11 november 1990) is een voormalig Nederlandse wegwielrenner die vooral bekend stond als tijdritspecialist en klassementsrenner. Dumoulin won in 2017 twee meerdaagse wedstrijden op WorldTour-niveau, te weten de Giro en de BinckBank Tour en hij werd in 2017 twee keer wereldkampioen, in de ploegentijdrit en in de individuele tijdrit. In 2018 werd hij tweede in zowel de Giro als de Tour. Hij won in alle Grote Rondes etappes (vier in de Ronde van Italië, drie in de Ronde van Frankrijk en twee in de Ronde van Spanje) en droeg in twee van de drie grote rondes in totaal 23 dagen de leiderstrui (17 roze truien in de Ronde van Italië en zes rode truien in de Ronde van Spanje). Vanaf 2023 is Dumoulin aan de slag als commentator/wieleranalist.
Biografie Opleiding en begin Dumoulin groeide op in Maastricht en behaalde in 2009 zijn vwo-diploma aan het Bonnefanten College aldaar.Jimmy Leenders: Examenterugblik: 'Was nooit de vraag of ik zou slagen' (18 mei 2015); Geraadpleegd op 28 mei 2017 van 1limburg.nl. Hij begon pas op vijftienjarige leeftijd met wegwielrennen. Nadat hij uitgeloot was voor de studie geneeskunde, besloot hij het te zullen maken als wegwielrenner.Marije Randewijk: Tom Dumoulin geniet en volgt zijn eigen weg (17 juli 2013); Geraadpleegd op 28 mei 2017 van volkskrant.nl. Als belofterenner won hij in 2010 de derde rit én het eindklassement in de Portugese rittenkoers GP van Portugal U23. In hetzelfde jaar won hij ook de individuele tijdrit in de Girobio, de Ronde van Italië voor beloften. In 2011 won hij het eindklassement van de Belgische rittenkoers Triptyque des Monts et Châteaux.
2012 – Overstap naar Argos-Shimano In het begin van het jaar 2012 verhuisde Dumoulin van Rabobank Continental Team, de continentale opleidingsploeg van Rabobank, naar de Nederlandse pro-continentale formatie Argos-Shimano. In zijn eerste seizoen bij de profs behaalde hij in het voorjaar een zesde plek in het eindklassement van de Ruta del Sol en een vijfde stek in de eindrangschikking van de Ronde van Luxemburg, waar hij achter Wout Poels bovendien tweede werd in het jongerenklassement.
Door een sterke Ronde van Burgos (10e) en wederom een 2e plaats in het jongerenklassement achter Esteban Chaves, dwong hij zijn debuut in een Grote Ronde af. In de Ronde van Spanje moest hij na acht dagen opgeven, nadat hij de ergste val van zijn carrière had meegemaakt. Een renner voor hem schatte in een afdaling een bocht verkeerd in, waarna Dumoulin niet kon uitwijken, tegen een vangrail klapte en erover sloeg. Hierna had hij een gapende wond in zijn buik die geniet moest worden. Vanaf toen was hij altijd bang als hij in het wiel zat tijdens afdalingen. Bij de wereldkampioenschappen wielrennen in zijn thuisprovincie Limburg mocht hij meedoen in de beloftencategorie. In de wegwedstrijd werd hij 85e en in de individuele tijdrit tiende.
2013 – Debuut in de Tour en op het WK voor elite In 2013 trad Argos-Shimano toe tot de UCI World Tour, waarmee het automatisch een startbewijs kreeg voor alle belangrijke wedstrijden. Dumoulin maakte zijn debuut in een monument; en wel in een barre en deels geneutraliseerde editie van Milaan-San Remo die hij uitreed als 126e. Verder behaalde hij in het voorjaar onder meer de bergtrui in de Ruta del Sol en eindigde hij als zesde in de sterk bezette Driedaagse De Panne-Koksijde. Ook debuteerde hij in de Amstel Gold Race (62e) en Luik-Bastenaken-Luik (121e). In de individuele tijdrit in de Ronde van België eindigde hij na wereldkampioen Tony Martin als tweede, maar verloor hij zijn podiumplek in de afsluitende koninginnenrit en zakte naar plaats vijf in het eindklassement. Wel bleef hij de beste in het jongerenklassement.
Tourdebuut en podium in de Eneco Tour Bij het grote publiek maakte Dumoulin naamsbekendheid door zijn resultaten op het Nederlandse kampioenschappen wielrennen in Kerkrade met een bronzen medaille in de individuele tijdrit en een zilveren medaille in de wegwedstrijd. Daarna maakte hij zijn debuut in de Ronde van Frankrijk. Hij maakte deel uit van de succesvolle sprinttrein van Marcel Kittel, die vier etappezeges boekte, en reed zelf tweemaal top-10, te weten in de lange individuele tijdrit halverwege -waar hij voor Bauke Mollema de beste Nederlander was- en in de door Rui Costa gewonnen zestiende etappe, een glooiende overgangsetappe waarin hij ten aanval trok.
Na de Ronde van Frankrijk volgde een ijzersterke Eneco Tour, waarin Dumoulin zijn eerste podiumplek in een grote World Tourkoers bemachtigde. Mede dankzij een sterke individuele tijdrit -die hij achter Sylvain Chavanel als tweede afsloot- en een vierde plek in de voorlaatste etappe, startte hij op de slotdag als klassementsleider. De lastige finale met daarin de Muur van Geraardsbergen werd hem echter te machtig en hij moest zijn naaste belager Zdeněk Štybar laten wegrijden, waarmee hij de zevendaagse World Tourkoers als nummer twee afsloot.
Debuut op het WK voor elite en contractverlenging Zijn goede rijden werd door bondscoach Johan Lammerts beloond met een plek in de selectie voor de wegwedstrijd van het wereldkampioenschappen wielrennen in Florence. In de wegwedstrijd haalde hij de finish niet; de ploegentijdrit sloot hij met Argos-Shimano af als veertiende (het beste seizoensresultaat van de ploeg in deze discipline); voor de individuele tijdrit kreeg hij geen startbewijs.
Een week later besloot hij zijn seizoen in de Ronde van Lombardije -de koers waar hij een jaar eerder in zijn debuutexpeditie opgaf- te vervolgen. Tussen grote namen als Greg Van Avermaet en tweevoudig winnaar Philippe Gilbert eindigde hij als achttiende. Aan het einde van het seizoen maakte zijn ploeg bekend dat Dumoulin zijn contract bij Argos-Shimano, dat in 2014 door het leven zou gaan als Giant-Shimano, met een jaar verlengde.
2014 – Vestiging bij 's werelds tijdrittop Dumoulin begon zich in 2014 voor het eerst echt te meten met de wereldtop van het tijdrijden. Zo hoefde hij in de proloog van de Ruta del Sol enkel de in bloedvorm verkerende Alejandro Valverde voor zich te dulden en werd hij in de afsluitende individuele tijdrit van de Tirreno-Adriatico vijfde in een veld van internationale toppers. In een individuele tijdrit boekte hij ook zijn eerste overwinning bij de profs. In het Internationaal Wegcriterium versloeg hij zowel Rohan Dennis als Bob Jungels en ging zodoende als klassementsleider de slotdag in. In de afsluitende bergrit moest hij zijn gele trui echter weer prijsgeven en belandde hij op een zestiende plek in het eindklassement.
Dumoulin toont ook klassementscapaciteiten Ook in de klassiekers liet Dumoulin zich steeds meer gelden. In de Strade Bianche werd hij twaalfde en ook in de finales van de Amstel Gold Race (20e) en de Waalse Pijl (21e) deed hij van zich spreken. Met die uitslagen op zak begon Dumoulin met de nodige aspiraties aan Luik-Bastenaken-Luik, maar de loodzware finale werd hem er toch te veel aan en hij eindigde uiteindelijk als 65e.
Na een prima klassiekercampagne deed Dumoulin ook van zich spreken in het rondewerk. In de Ronde van België eindigde hij in de individuele tijdrit net als een jaar eerder als tweede achter Tony Martin, maar ditmaal kon hij die plek wel vasthouden tot het eind, wat hem ook nog de overwinning in het jongerenklassement opleverde. Even later maakte hij nog meer indruk in de Ronde van Zwitserland. De ronde kende twee tijdritten en in beide tijdritten werd hij tweede (beide keren achter Tony Martin). In het slotweekend handhaafde hij zijn positie in het klassement door zich in de twee aankomsten bergop kranig te weren; hij besloot de ronde als vijfde.
Driemaal top-5 in de Ronde van Frankrijk In aanloop naar zijn tweede Ronde van Frankrijk kroonde Dumoulin zich in Zaltbommel voor het eerst tot Nederlands kampioen tijdrijden. In de Ronde van Frankrijk was de Giant-Shimanoploeg wederom zeer succesvol met Marcel Kittel die net als in 2013 vier massasprints wist te winnen.
Dumoulin sprintte in de openingsweek tweemaal naar een vierde plek in de daguitslag, maar zijn grote doel was de individuele tijdrit daags voor Parijs. De individuele tijdrit was 54 kilometer lang en ging over hoofdzakelijk vlakke wegen. Hoewel Dumoulin voor de eerste keer in de nationale driekleur mocht starten, kon hij het gat naar ongenaakbare Tony Martin niet dichten. Ruim anderhalve minuut achter de regerend wereldkampioen werd hij tweede.
Veel dichte ereplaatsen in het najaar In het najaar vestigde Dumoulin zijn naam definitief in de wereldtop van het tijdrijden. In elke wedstrijd waar hij na de Ronde van Frankrijk startte, mengde hij zich in het koersverloop. In de Eneco Tour versloeg hij in de individuele tijdrit door Breda Fabian Cancellara (Dumoulins eerste World Tourzege) en kwam twee dagen later in Geraardsbergen een luttele seconde te kort op Greg Van Avermaet om zijn tweede rit te winnen. Wel pakte hij die dag de leiding, om zijn leiderspositie een dag later weer uit handen te geven aan een ontketende Tim Wellens. Hij mocht na afloop van de slotrit tweemaal het podium op: hij eindigde achter Wellens en Lars Boom als derde in het eindklassement en won de rode puntentrui.
In de Ronde van Alberta won hij met speels gemak de proloog en zijn leiderspositie leek de rest van de week niet meer in gevaar te komen, maar op de slotdag stak Daryl Impey hem door de bonificatieseconden nog net voorbij in het eindklassement; Dumoulin bleef steken op één tel. Ook in de Grote Prijs van Quebec was het net niet voor Dumoulin. In de laatste kilometer plaatste hij een late uitval en leek daarmee de sprinters te foppen, maar Simon Gerrans kwam in de laatste twintig meter voorbijstuiven en verwees Dumoulin alsnog naar een tweede plek. Een week later in Grote Prijs van Montreal pakte hij nog een zesde plek mee.
Op het wereldkampioenschap tijdrijden in Ponferrada veroverde Dumoulin zijn definitieve plek bij de tijdrittop. Het duel om de regenboogtrui ging tussen Bradley Wiggins en Tony Martin, maar in de strijd om het brons wist hij de rest van het veld achter zich te laten. Eerder behaalde hij met de Giant-Shimanoploeg een achtste plek in de ploegentijdrit en in de wegrit haalde hij voor het eerst de finish (22e). Een week later sloot hij met de Ronde van Lombardije (43e) zijn seizoen af.
2015 – Ontdekkingstocht als ronderenner thumb|Dumoulin in de Nederlandse kampioenstrui tijdens de proloog van Parijs-Nice 2015. Dumoulin begon 2015 met een vierde plaats in het eindklassement van de Tour Down Under. Ook in Parijs-Nice had hij klassementsaspiraties, maar een ziekte gooide roet in het eten. Even later in de Ronde van het Baskenland bleek hij weer hersteld. Hij reed geen klassement, maar richtte zich -met succes- op de afsluitende individuele tijdrit. Op een glooiend parcours versloeg hij eindwinnaar Joaquim Rodríguez. In de voorjaarsklassiekers reed Dumoulin redelijk, maar echte topklasseringen bleven in Milaan-San Remo (25e), de Amstel Gold Race (26e) en Luik-Bastenaken-Luik (25e) uit.
Dumoulin mist de gele leiderstrui in de Ronde van Zwitserland In 2015 lag het zwaartepunt voor Dumoulin op de openingstijdrit in Utrecht in de Ronde van Frankrijk. In aanloop daarnaartoe reed hij de Ronde van Zwitserland. Hij versloeg Fabian Cancellara in de openingstijdrit en droeg nadien vier dagen de gele leiderstrui. Die moest hij inleveren in de etappe naar de Rettenbachferner. Op de aankomst bergop zakte hij naar de zevende plaats, maar startte door de beperkte achterstand als kanshebber voor het podium in de afsluitende individuele tijdrit. Dumoulin won de individuele tijdrit afgetekend, waardoor hij op negentien seconden van eindwinnaar Simon Špilak als derde in het eindklassement eindigde.