Ishtar is een Amerikaanse film uit 1987 van Elaine May met in de hoofdrollen Warren Beatty, Dustin Hoffman en Isabelle Adjani.
De film staat bekend als een van de grootste flops uit de geschiedenis van de film. De kritiek maakte gehakt van de film. Ondanks die kritiek opende Ishtar wel succesvol. Het eerste weekend bracht Ishtar gelijk 4 miljoen dollar op. Maar daarna ging het bergafwaarts en uiteindelijk bracht de film in totaal niet meer dan zo'n 14 miljoen dollar op, terwijl er 55 miljoen dollar was uitgegeven. Al voor de première waren er berichten over extreme budgetoverschrijdingen en ruzies op de set. Regisseur Elaine May werd het meest getroffen door het floppen van de film, zij mocht na Ishtar nooit meer een film regisseren.
Verhaal
Lyle en Chuck vormen een duo dat liedjes schrijft. De kwaliteit van de liedjes is echter verschrikkelijk, maar het duo zelf is ervan overtuigd dat ze de nieuwe Simon and Garfunkel zijn en dat op een dag de rest van de wereld dit ook zal zien. Hun beste nummer heeft de titel 'That a Lawnmower Can Do All That' en wordt uitgefloten door het publiek, dat ook 'The Echo Song' niet kan waarderen. De agent van het duo, Marty Weston, weet de twee te boeken in een hotel in Marokko om daar de troepen te amuseren. Eenmaal in Marokko raken de twee betrokken bij een complot om de emir van buurland Ishtar van de troon te stoten. Ze helpen de mysterieuze Shirra, lid van het verzet in Ishtar, die een kaart naar de opstandelingen moet smokkelen. Daarbij stuiten ze op Jim Harrison, een CIA-agent die bezig is om de revolutie tegen te houden. Harrison is ervan overtuigd dat Lyle samenwerkt met Shirra en Shirra gelooft dat Chuck een handlanger is van Harrison. Chuck en Lyle op hun beurt weten niet dat zowel de CIA als de opstandelingen achter hen aanzitten en plannen hebben het duo te doden.
Rolverdeling
||| Lyle Rogers |- ||| Chuck Clarke |- ||| Shirra Assel |- ||| Jim Harrison |- ||| Marty Freed |- ||| Willa |- ||| Carol |- ||| Yousef |- ||| Abdul |- ||| mr. Clarke |- ||| mrs. Clarke |- ||| Dorothy |- ||| generaal Westlake |- ||| Siri Darma |- ||| mr. Thomopoulos
Achtergrond Preproductie Begin jaren tachtig was Elaine May actief als actrice, regisseur, maar vooral als schrijfster van filmscenario's. Ze was verantwoordelijk voor een belangrijk deel van Heaven Can Wait (1978) indertijd een grote hit voor acteur Warren Beatty. Later zou ze ook betrokken worden bij filmhits als Reds en Tootsie. Voor beide films werd ze geprezen vanwege haar succesvolle bewerkingen van het scenario. Beatty zag in May de ideale regisseur/scenarioschrijver voor zijn eerste filmproject sinds Reds (1981) en nodigde haar uit voor een bespreking. May had interesse en zei dat ze graag een film wilde maken in de traditie van de Road to…films van Bing Crosby en Bob Hope. Beatty zou dan de stuntel spelen, de rol die Hope altijd speelde, terwijl zijn medehoofdrolspeler de ladykiller zou spelen, het knappe romantische personage (de rol van Crosby). Hiervoor had ze Dustin Hoffman in gedachten. Hoffman zag echter aanvankelijk weinig in een scenario over een talentloos zangduo dat verzeild raakt in een revolutie in Noord-Afrika (de werktitel was Blind Camel). May ging echter aan het werk en schreef de eerste versie van het scenario. Beatty en Hoffman lazen het en hadden het idee dat er een goede film in zat, al moest er nog wel wat worden aangepast. Beatty, die de film wilde produceren, ging naar Guy McElwaine, hoofd productie van Columbia Pictures om de film te bespreken. Maar McElwaine was niet zeker van de zaak. Hij had het idee dat er geen ruimte was voor de twee grote ego's van Hoffman en Beatty in een film. Zowel May, Hoffman als Beatty waren perfectionisten en het gevaar bestond dat de opnames hierdoor duurder zouden uitvallen. Beatty was zelf filmer en stond bekend om het feit dat hij kilometers film verschoot om een scène perfect te krijgen. May had dezelfde reputatie. Aan de andere was McElwaine bang dat Beatty een andere studio zou benaderen en ten slotte gaf hij het groene licht. De kosten begonnen gelijk op te lopen. Zowel de hoofdrolspelers als May ontvingen 5 miljoen dollar per persoon, nog voordat de opnamen begonnen waren. Het budget voor de film werd begroot op 27,5 miljoen dollar.
Productie De voorbereiding De kosten voor de film stegen al gelijk bij het begin van de opnames. Columbia, toch al bang voor budgetoverschrijdingen, eiste dat May de woestijnscènes zou schieten in de woestijnen in het zuidwesten van de Verenigde Staten. Maar May wilde liever naar Marokko. Ze werd hierbij gesteund door Coca-Cola, dat veel geld in de film had geïnvesteerd. Het bedrijf beschikte over fondsen in Marokko die ze niet konden vrijmaken en wilde de bevroren tegoeden losmaken door ze in te zetten voor Ishtar. Columbia Pictures gaf toe en de filmploeg vertrok begin oktober 1985 naar de Sahara. May had berekend dat er tien weken nodig waren voor de opnamen. Er zaten echter grote nadelen aan opnames in Noord-Afrika. Er waren grote spanningen tussen Israël en Palestijnse groeperingen die hun hoofdkwartier hadden in Tunesië. Israëlische vliegtuigen bombardeerden het hoofdkwartier van de Palestijnen in Tunis. Zeven dagen later kaapten de Palestijnen het cruiseschip de Achille Lauro en executeerden een Joodse Amerikaan. In Marokko zelf was het ook niet rustig. Het leger van Marokko was in gevecht met de rebellen van het Polisario. Daarbij waren er geruchten dat de Palestijnse beweging plannen had om Dustin Hoffman te kidnappen. De beveiliging van de filmploeg werd geïntensiveerd en filmlocaties werden vooraf gecontroleerd. Al snel waren er ook problemen met de overheid. Niemand had ervaring met het werken met grote filmploegen uit Hollywood en dat leidde over en weer tot frustrerend onbegrip. Verzoeken werden niet begrepen of niet gehonoreerd of verkeerd uitgelegd. Een verzoek om een paar figuranten bracht duizenden mensen op de been.
De opnamen in Marokko Maar ook de filmploeg zelf zat niet lekker in zijn vel. Elaine May bijvoorbeeld voelde zich totaal niet thuis in de woestijn. Ze had last van kiespijn, maar wilde haar tanden liever niet laten behandelen door een lokale tandarts. Ook was ze bang te verbranden in de felle zon en verbleef vrijwel de gehele tijd onder een parasol, gewapend met een zonnebril en haar gezicht bedekt met een sjaal. Vanwege haar ongemakken was May snel geprikkeld en stelde vaak onmogelijke eisen. Ze had een bepaald soort zandduinen voor ogen, maar was niet tevreden met de duinen die door decorontwerper Paul Sylbert waren gevonden. Na enige naspeuringen gooide ze plotseling het roer om en eiste dat er vlak landschap moest worden gecreëerd. Het kostte Sylbert en zijn ploeg tien dagen om een stuk woestijn van 2,5 km² te effenen. Een ander incident was de zinloze zoektocht naar een kameel met blauwe ogen. Deze dieren zijn uitermate zeldzaam, maar dat wist niemand binnen de ploeg. Toen er een werd gevonden op de markt van Marrakesh besloot men het dier niet te kopen omdat men hoopte op een handelaar met een lagere prijs. Op het moment dat het begon te dagen dat kamelen met blauwe ogen zeldzaam zijn, was de eerder gevonden kameel al geslacht. Ook op de set begon het te donderen. May kreeg ruzie met cinematograaf Vittorio Storaro over de cameraposities. Storaro, die geen ervaring had met komedies, ging voor de ideale compositie en May voor het ideale komische effect. Warren Beatty bemoeide zich als producer met het conflict en koos de kant van Storano, waarop de ruzie zich verplaatste. Dustin Hoffman probeerde in te grijpen en wierp zich op als bemiddelaar tussen Beatty en May. Hij kon echter niet voorkomen dat de regisseur en de producent van de film dagen niet met elkaar spraken. Isabelle Adjani, de hoofdrolspeelster naast Hoffman en Beatty, had ook een hekel aan May en dat was wederzijds. Adjani was in 1985 de vriendin van Beatty en de laatste koos ook partij voor haar. Er ontstond ook onvrede tussen Elaine May en de montageploeg. Ze maakte voortdurend uitgebreide notities bij het tonen van de dagelijks gemaakte ruwe opnamen, maar deelde ze met niemand. De studio was niet blij met de kilometers film die May verbruikte. Zo had ze vijftig opnames nodig voor de scène waarin gieren naast Beatty en Hoffman landden. Uiteindelijk vlogen Beatty en May elkaar bijna letterlijk in de haren. Beatty, die al behoorlijk spijt begon te krijgen van de film, werd woedend tijdens de opname van een belangrijke gevechtsscène. Het was duidelijk dat May te weinig ervaring had met dit soort scènes, en toen Beatty haar hier op aansprak barstte ze in woede uit. "Wil jij het doen? Ga je gang, film het zelf!", riep ze uit. Bij elke andere productie zou de producent de regisseur hebben ontslagen, maar Beatty was bang voor gezichtsverlies. Hij had May tenslotte aangezocht, bovendien had hij weinig zin om zelf de regie te doen. Dus bond hij in en bracht de gevechtsscènes terug naar een niveau dat May beter kon overzien. Maar de kosten begonnen meer en meer uit de hand te lopen. Als er een onderdeel nodig was voor een filmcamera werd het persoonlijk naar Marokko gebracht door een fabrieksvertegenwoordiger uit angst dat als het via de post zou gaan, de douane het onderdeel zou tegenhouden. De kosten voor de reis en het verblijf in het hotel van de vertegenwoordiger werden door Columbia betaald.
De opnamen in New York De filmploeg keerde terug naar de Verenigde Staten om in New York de rest van de film te schieten. Beatty klaagde tegenover Fay Vincent, studiobaas van Columbia Pictures, dat Elaine May niet kon regisseren. Hij wilde haar echter niet ontslaan omdat hij een voorstander was van de rechten van vrouwen in de filmindustrie. Vincent stelde voor dat hij May zou ontslaan, maar dat wilde Beatty niet. Hij stelde wel voor om elke scène twee keer op te nemen, op de manier van May en op zijn manier. Dat dit de kosten zou verdubbelen kon hem niet schelen. De opnames in New York begonnen pas begin 1986 nadat de productie maandenlang stil had gelegen. Er werd gefilmd in de Kaufman Astoria Studio's en op locatie. Er waren al gelijk problemen met de vakbond. De cinematograaf van de film, Vittoria Storano, werkte met een Italiaans camerateam, en dat werd alleen toegestaan als er tegelijk ook een lokaal team uit New York aanwezig was. De opnames werden enkele dagen stilgelegd toen Beatty en Hoffman hun liedjes moesten oefenen. In maart 1986 was het grootste deel van opnamen klaar. Niet lang daarna in april werd Guy McElwaine als hoofd productie van Columbia Pictures ontslagen door Fay Vincent. Hij werd vervangen door David Putman, een man die niet gesteld was op budgetoverschrijdingen. Hij had Beatty bekritiseerd over diens budgetoverschrijdingen bij de opnamen van Reds en Dustin Hoffman vanwege het aanwenden van zijn invloed om zijn rol in de film Agatha (1978) te vergroten. Gezien deze conflicten uit het verleden wilde Putman niet betrokken raken bij de postproductie van Ishtar. Beatty en Hoffman waren echter bang dat Putman zich bij voorbaat niet met een flop wilde inlaten en alvast bezig was de verantwoordelijkheid van zich af te schuiven. Ze kregen het idee dat het de film zou schaden als die voor Kerstmis 1986 zou worden uitgebracht.
Postproductie