De strijd in Zeeland is een episode in de Tweede Wereldoorlog in de periode van 10 tot 27 mei 1940, waarin Nederlandse, Franse en Belgische militairen weerstand boden aan de Duitse opmars in de provincie Zeeland.
Situatie Voor de verdediging van Zeeland waren in 1940 de Bathstelling nabij Bath, de Zanddijkstelling tussen Yerseke en Hansweert en de Eendrachtstelling op Tholen bezet. De haven van Vlissingen en haar logistieke voorzieningen diende als basis voor Nederlandse, Franse en Engelse oorlogsschepen in een wisselende samenstelling. De vliegvelden Vlissingen en Haamstede waren in gebruik als militaire vlieg-, respectievelijk als luchtwaarnemingsschool. Op het vliegkamp Veere lagen watervliegtuigen waarmee dagelijks verkenningen langs de kust werden gevlogen. De geschatte sterkteverhouding in Zeeland tussen de Duitse en de geallieerde troepen op 15 mei was naar schatting bijna 1:5. Daarbij zijn de Belgische troepen vanaf 19 mei niet meegerekend.
Nederlandse troepen in Zeeland De provincie Zeeland stond in zijn geheel afzonderlijk onder commando van de Commandant Zeeland (C.Z.), schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad, die rechtstreeks verantwoording verschuldigd was aan de opperbevelhebber, generaal Henri Winkelman. Op 10 mei 1940 waren de beschikbare eenheden van de C.Z. als volgt gelegerd:NIMH: Het aandeel van de Koninklijke Marine bij de verdediging van het Commando Zeeland in Mei 1940, p. 13-23
Eenheid Locatie Landmachteenheden Op Walcheren: Staf Commandant Zeeland (C.Z.) Middelburg 3-I-38 R.I.; 75 Peloton Lua Verdediging vliegveld Vlissingen 1-II-38 R.I.; 73 & 74 Peloton Lua; 16 Batterij Lua (3 x 7,5 cm Vickers); 2e sectie zoeklichten Verdediging haven Vlissingen 76 Peloton Lua Verdediging vliegkamp Veere Detachement kustartillerie Batterij Dishoek (3x 15 L 40) Batterij Westkapelle (3 x 12 L 40) Batterij Oostkapelle (3 x 15 L 40) Havenbatterij Vlissingen (3 x 7 L 40) Op Zuid-Beveland: 14 G.B. Bathstelling III-38 R.I.; I&III-40 R.I.; II-17 R.A. (3 x 7L40 ); III-17 R.A. (3 x 4 kanonnen 8 cm en twee beproevings-kanonnen 10L30); 109 Batterij Lua (3x 7 cm Krupp) Zanddijkstelling Op Tholen: 1&2-I-38 R.I. Eendrachtstelling Op Schouwen Duiveland: 3e Cie Bewakingstroepen, 162 Batterij Lua (3x 40 mm Bofors) Verdediging vliegveld Haamstede In Zeeuws-Vlaanderen: 3-II-38 R.I. Verdediging haven van Breskens 2-II-38 R.I. Verdediging haven van Terneuzen II-40 R.I. Beveiliging van de kust Retranchement-Breskens 14 Res. G.C. grensstreek West-Zeeuws-Vlaanderen 38 Res. G.C. grensstreek Oost-Zeeuws-Vlaanderen Batterij Nieuwersluis (3 x 7 L 40) Breskens Op Noord-Beveland: niet bezet Eenheid Locatie Marine-eenheden Staf I-Marinebataljon Middelburg 1-I Marine. Bat. Middelburg 2-I Marine Bat. Westkapelle 3-I Marine Bat. Dishoek 4-I Marine Bat. Oostkapelle Artillerieschepen Hr.Ms. Sumatra, Hr.Ms. Floris en Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau Mijnenleggers Hr.Ms. Hydra, Hr.Ms. van Meerlant, Hr.Ms. Bulgia, Hr.Ms. Vidar en Hr.Ms. Hulpmijnenvegers I en IIOnderzoekingsvaartuigen Hr.Ms. O.S. I, Hr.Ms. O.S. II, Hr.Ms. Bath I en Hr.Ms. Bath IIBewakingsvaartuigen Hr.Ms. B.V. 30, Hr.Ms. B.V. 31, Hr.Ms. B.V. 32, Hr.Ms. B.V. 33, Hr.Ms. B.V. 34, Hr.Ms. B.V. 35, Hr.Ms. B.V. 36, Hr.Ms. B.V. 37, Hr.Ms. B.V. 38, Hr.Ms. B.V. 39 en Hr.Ms. B.V. 40Hospitaalschepen Hr.Ms. Luctor en Hr.Ms. Emergo en Schouwen
Militaire autoriteiten gedurende de strijd in Zeeland: 20px Schout-bij-Nacht Hendrik-Jan van der Stad 20px Général Marcel Deslaurens 20px Commander Peter Cazalet 20px In Zeeuws-Vlaanderen: Generaal Maurice Keyaerts 20px In Noord- en Midden-Zeeland: SS-Standartenführer Felix Steiner 20px In Zeeuws-Vlaanderen: General Major Gerhard Kauffmann
Duitse inval Op 10 mei overschreden Duitse troepen ingevolge Fall Gelb de Nederlandse, Belgische, Luxemburgse en Franse grenzen. Vliegveld Souburg werd om 03:30 door Duitse vliegtuigen gemitrailleerd. Vliegveld Haamstede om 04:20 uur, waar bijna alle gestationeerde vliegtuigen werden vernield. Ook wierpen Duitse vliegtuigen in de vroege ochtend magnetische zeemijnen in zowel de Wester- als de Oosterschelde. In opdracht van de Commandant Zeeland (C.Z.) werd onmiddellijk begonnen om de voorgenomen inundaties uit te voeren. Verder werd ook de evacuatie van de bevolking van Zuid-Beveland ten oosten van de Zanddijkstelling opgedragen en begonnen met het in verzekerde bewaring stellen van Duitse en van verdachte personen.NIMH: S.b.N. van der Stad: Aa-9/2: Verslag over de gebeurtenissen na het uitbreken van den oorlog, deel 1: Commando Zeeland, p. 1-3
Bondgenoten Al in 1939 had Frankrijk diplomatiek contact gezocht met Nederland en België om een militaire samenwerking tegenover Duitsland te overwegen. De bedoeling was om gezamenlijk een verdedigingsplan te maken, maar daar wilde de Nederlandse regering niets van weten. Men wilde neutraal blijven zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog. Frankrijk ging toch verder met voorbereidingen om bij Duitse agressie buiten de landsgrenzen te kunnen optreden. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden werd onmiddellijk besloten tot uitvoering van het plan Hypothèse Hollande. Daarover bestond dus geen formele overeenkomst met Nederland, maar de komst van de Franse troepen op 10 mei werd onmiddellijk bondgenootschappelijk gedoogd.L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3: Mei ’40, De komst der Fransen, p. 143-148; Lerecouvreux: L’Armée Giraud en Hollande, Paris, 1949(?), p. 74-104 In de namiddag kwam de Franse gemotoriseerde Groupement Beauchesne in Zeeuws-Vlaanderen aan. Bij die gelegenheid werden verkenningseenheden van meerdere infanteriedivisies en van het legerkorps samengevoegd en bij Breskens en Walsoorden over de Westerschelde gevaren. Op 11 mei waren ze in westelijk Noord-Brabant.
Volgens Hypothèse l’Escaut moest gelijktijdig de Westerscheldemonding worden versterkt met troepen. Met die opdracht betrok het verkenningsbataljon van de 68me Division d’Infanterie (68 D.I.) in de namiddag van 10 mei posities aan de West-Zeeuws-Vlaamse kust. In Vlissingen ontscheepten in de loop van die avond de eerste Franse troepen onder leiding van de infanteriecommandant van de divisie, Général de Brigade Mary Durand. Het gemotoriseerde gedeelte van de 60 D.I arriveerde in de nacht van 10 op 11 mei in Oost-Zeeuws-Vlaanderen onder leiding van Général Marcel Deslaurens. Dat moest voorkomen dat de Belgen bij gelegenheid Zeeuws-Vlaanderen zouden annexeren.NIMH: Gevechtsberichten en verslagen mei 1940, A 12b: Memorandum samengesteld door den generaal-majoor D. Van Voorst Evekink, eertijds Militair Attache bij Hr. Ms. Gezantschap te Parijs in gesprek met de Franse opperbevelhebber, général Maurice Gamelin: ...waarvan 1 divisie Zeeuws-Vlaanderen zal bezetten opdat de Belgen daar wegblijven… Ondertussen had de Franse marine de kustbewaking naar het noorden uitgebreid, inclusief de Belgische kust, West-Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren. Deze werden deel van de sector van de marinecommandant Duinkerken van de Franse Contre Amiral Charles Platon. De Engelse militaire hulp bestond uit het sturen van een vernielingsploeg onder leiding van Commander (Cdr.) Peter Cazalet. De demolition party arriveerde tegen de middag van 10 mei in Vlissingen aan boord van HMS Verity om zo nodig te helpen met het vernielen van kustgeschut, haveninstallaties, olievoorraden, sluizen, bruggen, enz.
Vluchtende Peeltroepen Vanaf 11 mei trokken gedemoraliseerde troepen van de Peel-Raamstelling bij duizenden Zuid-Beveland binnen. De aanblik van de vluchtende troepen, de wanorde en de verhalen over hun belevingen ondermijnden in hoge mate het moreel van de troepen in Zeeland. Anderzijds maakten ze niet de indruk verslagen te zijn.NIMH: Aa 1/31: Kapt. Van Kervel: Verslag van de krijgsverrichtingen in het Commando Zeeland van 10 mei tot 2 juni 1940, p.7 Om demotivering onder de verdedigers te voorkomen, bracht men de uitgeweken soldaten onder aan de westzijde van het Kanaal door Walcheren. Ook kwamen duizenden Nederlandse soldaten vanuit Noord-Brabant via België in Zeeuws-Vlaanderen aan.
Zeeland vecht door
Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei capituleerde Nederland met uitzondering van Zeeland, omdat de Franse troepen er nog in gevecht waren met Duitse eenheden. Er was onbegrip over het vertrek van de Koningin en de Regering naar Londen. Ook de commissaris van de Koningin was vertrokken. Zonder medeweten van de Staten van Zeeland was Johan Quarles van Ufford in de loop van de avond van 14 mei met zijn gezin in Oostburg aangekomen om daar, naar eigen zeggen, het provinciaal bestuur onbelemmerd voort te kunnen zetten.GAO: uitgaande stukken nr. -3.17: Telegram Commissaris Koningin (Quarles) aan meerdere geadresseerden, d.d. 15 mei 1940 Al op 12 mei had de Commandant Zeeland (C.Z.) zijn troepen in Midden-Zeeland overgedragen aan gén. de brig. Durand en de troepen in Zeeuws-Vlaanderen aan gén. Deslaurens.CAD: Gevechtsrapporten en verslagen van de oorlog in de meidagen van 1940, pak E45: Verslag van C-Zvl.; NIMH: Het aandeel van de Koninklijke Marine bij de verdediging van het Commando Zeeland in Mei 1940, confidentieel, p. 39 Op 16 mei stak ook hij de Westerschelde over en vestigde zich in Breskens. Zijn staf bleef in Middelburg achter met de strikte opdracht om niets over zijn vertrek bekend te maken.NIMH: S.b.N. van der Stad: Aa-9/2: Verslag over de gebeurtenissen na het uitbreken van den oorlog, deel 1: Commando Zeeland, p. 22
De Duitse aanvallers Met de opmars door Midden-Zeeland werd het SS-Regiment “Deutschland” (SS-Rgt. “D”) belast onder leiding van SS-Standartenführer (SS-Staf.) Felix Steiner met twee infanteriebataljons, een verkenningsbataljon en een aantal ondersteunende eenheden. Daarnaast kon de regimentscommandant rekenen op één, later twee extra artillerieafdelingen. Het 2e bataljon (II-SS-Rgt. “D”) werd ingezet om samen met een mitrailleurbataljon en enige ondersteunende eenheden Schouwen Duiveland en Tholen in te nemen. Het regiment maakte deel uit van de SS-Verfügungsdivision van SS-Gruppenführer Paul Hausser die zijn staf ook op Zuid-Beveland vestigde. De andere twee regimenten van zijn divisie waren elders ingezet. Met gevechtservaring opgedaan in Polen, zou de eenheid met gemotiveerde soldaten een geduchte tegenstander blijken. Echter als aanvallers en door hun getalsminderheid zouden zij, mede door roekeloosheid relatief grote verliezen lijden.
Strijd op Zuid-Beveland miniatuur|Militaire situatie in Midden-Zeeland op 10 mei 1940 Na de capitulatie van Nederland besloot de Duitse legerkorpscommandant om ook de C.Z. tot capitulatie te bewegen. Een ultimatum daartoe omvatte de inzet van sterke land- en luchtwapens en de capitulatievoorwaarden als dreigement bij het verdere verloop van de Duitse opmars door Zeeland. In de nacht van 14/15 mei zocht de parlementair vanaf Woensdrecht vergeefs contact. Lopend in de nachtelijke uren bleek het gebied ontruimd, waarna werd afgezien van verdere onderhandelingen. Aan het mislukken werden geen consequenties verbonden.BA/MA: RH 24-26/37: Gen.Kdo.XXVI.AK, Korpsbefehl zur Inbesitznahme der Insel Walcheren und Zeeland am 15.5.1940; J.N. Houterman, “Deutschland” verovert Zeeland. 1991, p. 10-11 Gedurende de eerste oorlogsdagen werd de druk op de Nederlandse troepen steeds groter. Geruchten over gelande parachutisten waren de oorzaak dat voortdurend patrouilles werden uitgezonden en talrijke wachtposten bemand. Overdag werden de stellingen verder uitgebouwd terwijl Duitse vliegtuigen bijna dagelijks bommen afwierpen en laag over de grond de stellingen mitrailleerden. De voortdurende inzet van de soldaten en psychische druk was de oorzaak dat zij nog nauwelijks aan rust toekwamen. In de vroege ochtend van 15 mei begon de Duitse opmars door Zeeland.
Bathstelling