thumb|Reusachtige regenboogvlag hangend aan de Westertoren tijdens de Amsterdam Gay Pride 2012 thumb|Feest op de Dam en met het paleis roze verlicht in het kader van de EuroPride 2016 Amsterdam als homohoofdstad beschrijft hoe Amsterdam in de tweede helft van de 20e eeuw enkele decennia lang als de 'homohoofdstad', oftewel Gay Capital, van Europa gold. Door een liberaal politiek klimaat, een pragmatische houding van de gemeente en het feit dat één op de zeven bewoners van het oude stadscentrum in 2009 homoseksueel was,O+S Amsterdam: Homoseksuelen in Amsterdam (statistisch onderzoek, maart 2009). Gearchiveerd op 24 april 2013. werd de homocultuur in Amsterdam prominent zichtbaar.
Rond 2010 waren er in totaal meer dan honderd voorzieningen, zoals cafés, discotheken, winkels en organisaties, die zich speciaal richtten op homoseksuele mannen en vrouwen.Actieprogramma Amsterdam Gay Capital 2009-2011, p. 3. Mijlpalen waren de oprichting van het COC in 1946, de bloei van de homohoreca in de jaren tachtig en negentig, het Homomonument uit 1987, de Amsterdam Gay Pride sinds 1996, de Gay Games van 1998 en de sluiting van het eerste homohuwelijk in 2001.
Hoewel het epitaaf 'homohoofdstad van Europa' al eerder gebruikt werd, kreeg het bredere bekendheid toen de Amsterdamse VVV in 1992 de stad onder die noemer ging promoten in het buitenland., ’Homo-hoofdstad van Europa’, in: Algemeen Dagblad, 18 september 1992, p. 19 (geraadpleegd op Delpher). In de 21e eeuw raakte Amsterdam haar positie als homohoofdstad geleidelijk kwijt aan andere steden.
Maatschappelijke emancipatie In Nederland begon de maatschappelijke homo-emancipatie niet in Amsterdam, maar in Den Haag, waar jhr. Jacob Schorer in 1912 het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK) oprichtte. Dat was de eerste Nederlandse homo-organisatie, die met name streed tegen de wettelijke discriminatie van homoseksuelen. Wel werd in 1932 in Amsterdam, in homocafé Bob's Bar-Bodega in de Nes, door Johan Ellenberger een eerste nummer van een homotijdschrift onder de naam Wij uitgebracht en de oprichting van een homo-organisatie voorbereid. Een grootscheepse politie-inval op 15 september 1932 maakte hier echter direct een eind aan.
Als opvolger van het in 1940 opgeheven NWHK werd op 7 december 1946 in Amsterdam door Niek Engelschman (alias Bob Angelo), Jaap van Leeuwen en Jo van Dijk de Shakespeare Club opgericht. Aanvankelijk nog verkapt als literatuurgezelschap is dit de oudste nog bestaande vereniging van homoseksuelen ter wereld. Deze club werd in 1949 omgedoopt tot Cultuur- en Ontspannings Centrum (C.O.C.) en heet sinds 1971 officieel Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit COC.
Omslag bij het COC In de eerste decennia stond de integratiegedachte centraal: homo's moesten zich niet afzonderen van de samenleving, maar zich aanpassen aan hun heteroseksuele omgeving. Pas sinds midden jaren 70 ging het COC meer een eigen plaats voor homoseksuelen opeisen, naast die van heteroseksuelen met behoud van de eigen identiteit.
Aanvankelijk was het COC dan ook geen voorstander van een demonstratieve Gay Pride Parade naar voorbeeld van die in New York. Mede daarom vond in Amsterdam pas in 1977 de eerste grote homodemonstratie plaats, niet vanwege de binnenlandse situatie, maar uit internationale solidariteit en met name tegen de antihomo-campagne van de Amerikaanse puritiste Anita Bryant. Dit werd een jaarlijks evenement, dat sinds 1979 Roze Zaterdag heet. Vanaf 1981 vond deze echter niet meer in Amsterdam plaats, maar elk jaar in een andere stad en kreeg toen ook thema's die betrekking hebben op de Nederlandse samenleving.
thumb|Bewerkte overzichtsfoto van het Homomonument bij de Westerkerk. Wel had op 4 mei 1970, tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam, al een kleine homodemonstratie plaatsgevonden. Twee leden van de Amsterdamse Jongeren Aktiegroepen Homoseksualiteit (AJAH) probeerden toen een krans te leggen ter herdenking van homoseksuele oorlogsslachtoffers, maar werden daarbij gearresteerd. Dit incident was aanleiding tot de oprichting van een eigen monument ter herdenking van alle homoseksuelen die zijn vervolgd vanwege hun geaardheid en om homoseksuele mannen en vrouwen te inspireren en te steunen in hun strijd voor erkenning, en tegen onderdrukking en discriminatie.
Homostudies In 1978 werd door Jim Holmes, met steun van gemeenteraadslid Annemarie Grewel, aan de Universiteit van Amsterdam als eerste in Europa, een werkgroep homostudies opgezet, die van 1984 t/m 2017 geleid werd door Gert Hekma, waarbij Dorelies Kraakman sinds 1987 de lesbische studies voor haar rekening nam. Tegelijk met de werkgroep werd het Dokumentatiecentrum Homostudies, of Homodok opgericht en via het tijdschrift Homologie werd in 1984 een homo-lesbische boekhandel onder de naam Vrolijk geopend. Vanaf 1986 vond in Amsterdam tweemaal het International Gay & Lesbian Filmfestival Holland plaats, dat in 1996 werd opgevolgd door de Roze Filmdagen.
Vanuit de werkgroep homostudies werd in 1983 ook het eerste internationale homostudiescongres, Among Men, Among Women, georganiseerd. Zowel bij dit congres als bij de opleiding lag de nadruk op de sociaal-historische ontwikkeling van homoseksualiteit. Later kwamen er ook homostudies aan de universiteiten van Utrecht en Nijmegen, maar een eigen leerstoel homostudies is er in Amsterdam nooit gekomen. Na een gasthoogleraarschap in 1988 van de Amerikaanse historicus George Mosse, is er sinds 2002 een naar hem genoemde jaarlijkse lezing over homo/lesbische onderwerpen. In 1987 werd ook aan de Vrije Universiteit een wetenschappelijk congres over de betekenis van homoseksualiteit georganiseerd onder de titel Homosexuality, which homosexuality?.IHLIA LGBTI Heritage: Levensboek Marty van Kerkhof, Amsterdam 2016, p. 73.
Homomuseum thumb|De tentoonstelling "Goed Verkeerd" in het Amsterdams Historisch Museum In het Amsterdams Historisch Museum was van oktober 1989 t/m februari 1990 onder de naam "Goed verkeerd" de eerste tentoonstelling over de geschiedenis van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen te zien. Om deze tentoonstelling een permanent vervolg te geven, pleitte gemeenteraadslid Bob van Schijndel voor de oprichting van een homomuseum.Het Parool: Van Schijndel pleit voor homomuseum, 23 juni 1989. Vervolgens kwam de Stichting Album Amsterdam onder leiding van Gert Hekma met een plan voor een gelijknamig expositie- en informatiecentrum voor lesbische en homoseksuele cultuur.Het Parool: Plan voor centrum voor homocultuur, 2 september 1992.
Dit plan werd in september 1992 gepresenteerd tijdens de opening van een tentoonstelling over de geschiedenis van de homoseksuele kroegcultuur, die onderdeel was van het eerste homo-lesbische festival dat de stichting Gay And Lesbian Association (GALA) op het Homomonument organiseerde met als doel de stad aantrekkelijker te maken voor homotoeristen. Een ander middel daartoe was het idee om een soort kamer van koophandel voor homobedrijven op te richten.Het Parool: Homo-lesbisch festival kleurt de stad bij met dans op de Westermarkt, 14 september 1992. Dit werd in 1995 opgepakt door de stichting Gay Business Amsterdam (GBA), die ondernemers samenbracht en ter promotie de Amsterdam Gay Pride organiseerde.
Daarentegen liet het homomuseum op zich wachten: in het jaar 2000 kwam Rob Tielman namens het COC met het plan om uit de gelden voor rechtsherstel van oorlogsslachtoffers een documentatiecentrum op te richten voor homo's die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog vervolgd waren.De Volkskrant: COC wil documentatiecentrum homo's, 11 september 2000. Dit voornemen en ook enkele latere plannen kwamen niet van de grond. In juli 2023 kwamen COC, IHLIA en Workplace Pride met een plan voor een World Queer Museum, dat in 2026 geopend zou moeten worden als ook de WorldPride in Amsterdam zal plaatsvinden.Workplace Pride: World Queer Museum, juli 2023.
Etnische minderheden Vanaf eind jaren zeventig begonnen ook homo's uit etnische en religieuze minderheden zich te organiseren. Naast Sjalhomo (1979-2002) voor Joodse homo’s en lesbiennes en SUHO (1980-1985) voor Surinaamse homo's werd voor Marokkaanse en Turkse homojongeren de groep Strange Fruit (1989-2002) opgericht.COC Amsterdam: ‘Wie doet er binnen een groep niet mee? Daar wil ik diversiteit in aanbrengen.’, 23 maart 2016; Joods Amsterdam: Sjalhomo. Gearchiveerd op 23 april 2021.
Naar aanleiding van de kritiek die Caraïbisch-Amerikaanse schrijfster Audre Lorde op het witte feminisme had, richtten Tania Leon, Gloria Wekker, Joice Spies en Tieneke Sumter in 1984 voor zwarte lesbische vrouwen de actiegroep Sister Outsider op, vernoemd naar de gelijknamige bundel van Audre Lorde. Sister Outsider organiseerde lezingen, feesten en literaire avonden, maar werd in 1987 al weer opgeheven.
Terugslag door Aids thumb|100px|left|Symbool van de bestrijding van hiv en aids Een tegenslag voor de homo-integratie was de ziekte aids, die vanaf 1983 ook in Nederland toesloeg. Met name in Amsterdam werd aids de belangrijkste doodsoorzaak voor homomannen tussen de 25 en 40 jaar, van wie enkele duizenden binnen korte tijd kwamen te overlijden. Binnen de homogemeenschap leidde dit tot sterkere onderlinge solidariteit, maar buitenstaanders zagen in deze nog onbekende en dodelijke ziekte een bevestiging van hun vooroordelen tegen homoseksuelen.
Doordat alle betrokken partijen zich al eerder met homoseksualiteit bezighielden, kon voor de bestrijding van aids snel een goede samenwerking van de grond komen tussen de overheid, de GG&GD, de Schorerstichting en de homobeweging. Hierdoor konden in Amsterdam de darkrooms en homosauna's open blijven, terwijl deze in San Francisco en New York aan strenge regels onderworpen of geheel gesloten werden. Daartegenover kwam er in de Amsterdamse gayscene uitgebreide voorlichting over veilig vrijen, waarbij met name de risicovolle anale seks werd afgeraden. Dit leidde in de tweede helft van de jaren tachtig tot safe sex-feesten die bijvoorbeeld door de groep Amsterdam Jacks in de Spijkerbar werden georganiseerd. Hierbij mochten de bezoekers elkaar alleen aftrekken, zodat deze feesten ook wel bekend stonden als jack-off parties.
thumb|Het op 1 december 2016 onthulde Aidsmonument in Amsterdam Ter bespreking van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van aidsbestrijding vond in juli 1992 de achtste internationale aidsconferentie in de RAI plaats. Hieraan werd deelgenomen door zo'n 10.000 wetenschappers, farmaceuten, journalisten en actievoerders uit bijna 130 landen.NRC.nl: Organisatie Aids-congres in Amsterdam klein wonder, 18 juli 1992. Gearchiveerd op 4 maart 2021. In juli 2018 werd onder de naam AIDS2018 de 22e editie van deze conferentie opnieuw in Amsterdam gehouden en, naast talrijke onderzoekers en beleidsmakers, ook bijgewoond door onder meer prins Harry, Bill Clinton, Elton John, Conchita Wurst en prinses Mabel.
Op wereldaidsdag (1 december) 2016 was op De Ruijterkade het eerste aidsmonument in Europa onthuld, bestaande uit een reusachtig telraam naar ontwerp van de Franse kunstenaar Jean-Michel Othoniel.
Politieke successen Als eerste openlijke homoseksueel werd in 1980 Bob van Schijndel voor de PSP tot lid van de gemeenteraad gekozen. Als raadslid zette hij zich in voor homo's en prostituees en vanaf 1983 ook voor de realisering van het Homomonument. Na een lange periode van voorbereiding werd dit uiteindelijk op 5 september 1987 onthuld. Het was ontworpen door Karin Daan en bestaat uit drie roze driehoeken van graniet op de Westermarkt, aan de voet van de Westerkerk. Dit was wereldwijd het eerste vrijstaande homomonument in de openbare ruimte.