Crosby, Stills & Nash (CSN) was een Amerikaans-Britse supergroep die folkrockmuziek speelde. De leden waren David Crosby, Stephen Stills en Graham Nash. Wanneer zij werden geflankeerd door Neil Young werd de groep Crosby, Stills, Nash & Young (CSNY) genoemd.
De band ontstond aan het einde van de jaren zestig en stond bekend om de complexe zangharmonieën van de leden, hun tumultueuze onderlinge verstandhoudingen en hun politiek activisme. Voor velen golden zij als de verpersoonlijking van de hippiecultuur. Bekende nummers zijn Teach your children, Ohio en Our house.
Hun eerste succes behaalden ze in 1969 met het album Crosby, Stills & Nash, gevolgd door een tournee. Later dat jaar kregen ze als CSNY hun vuurdoop op het festival in Woodstock en brachten ze als viertal het album Déjà vu uit. In 1970 viel de groep uiteen na drank- en drugsproblemen en gingen de leden alle vier hun eigen weg.
Deze scheiding duurde vier jaar; toen begonnen ze aan een succesvolle tournee door de VS en Engeland. Na die tour eisten onderlinge problemen opnieuw hun tol en gingen de musici verder als duo's of solo, waarna ze later weer als trio of kwartet bijeenkwamen. Dit proces herhaalde zich een aantal malen, met een laatste gezamenlijk optreden van CSNY in 2013 en van CSN in 2015. In 2016 deelde Nash in interviews mee dat het doek voor de groep definitief gevallen was.
Crosby, Stills & Nash wonnen in het muziekjaar 1969 een Grammy Award en alle vier werden tweemaal in de Rock and Roll Hall of Fame opgenomen.
Biografie Ontstaan Voordat de bandleden van CSN elkaar ontmoetten en de groep werd opgericht, speelden zij elk in een andere prominente band. Zo was David Crosby gitarist bij The Byrds; was Stephen Stills gitarist, toetsenist, zanger en songwriter bij Buffalo Springfield (waarvan ook Neil Young deel uitmaakte); en speelde Graham Nash bij The Hollies als gitarist, zanger en songwriter.
Young had binnen Buffalo Springfield voortdurend ruzie met Stills. In mei 1967 verliet hij de band, maar na vier maanden keerde hij terug. Tijdens zijn afwezigheid speelde Buffalo Springfield onder meer op het Monterey Pop Festival en werd hij al eens vervangen door Crosby.
Als gevolg van frictie binnen The Byrds werd Crosby eind 1967 uit deze band gezet.Zimmer en Diltz, p. 54 Korte tijd later hield Buffalo Springfield op te bestaan, nadat de groep het album Last time around had uitgebracht. Hierdoor kwam Stills zonder werk te zitten. Sindsdien kwamen beide musici vaak bijeen om samen muziek te maken en drugs te gebruiken. In de studio van Wally Heider namen ze voor het eerst samen een aantal liedjes op, waaronder Long time gone en Guinnevere.Zimmer 2008, p. 78. Het resultaat van een van die jamsessies, op Crosby's schoener in Florida, was het nummer Wooden ships, dat werd gecomponeerd in samenwerking met de in 2016 overleden Paul Kantner van Jefferson Airplane.Zimmer en Diltz, p. 65
Crosby leerde Nash in 1966 in Los Angeles kennen. Cass Elliot van The Mamas and the Papas stelde Nash aan hem voor, zonder te vertellen wie Nash was. Ze wilde dat Crosby de man Nash zou leren kennen en niet de Hollie Nash. De onderlinge chemie was er vanaf het eerste moment. Toen Crosby de dag erna van Elliot hoorde dat hij Graham Nash van The Hollies had ontmoet, reageerde hij verrukt: "Ahhhh! Nog een meesterlijk harmoniezanger."Zimmer 2008, p. 48-49 Ze ontmoetten elkaar op initiatief van Nash weer toen The Hollies in 1968 naar Californië kwamen.Crosby en Gottlieb, p. 103 Toen ze beiden in juli 1968 op een feest waren waar ook Stills aanwezig was, lieten Stills en Crosby een nieuw nummer horen, You don't have to cry. Op verzoek van Nash speelden de twee het nummer nogmaals, waarbij Nash hen bijviel met zijn karakteristieke derde stem.Zimmer en Diltz, pp. 72-3 Ze waren erg onder de indruk van hun eigen drieklank en ontdekten dat ze samen een unieke vocale chemie hadden.
miniatuur| Omdat Nash een andere creatieve richting op wilde dan The Hollies, besloot hij de band te verlaten en met Crosby en Stills in zee te gaan. Toen deze twee bij Nash in Londen waren, nodigden ze George Harrison uit om te komen luisteren naar hun muziek. Ze waren nog op zoek naar een platenlabel en The Beatles hadden net hun eigen label Apple Records opgericht. Harrison wees het trio echter af.Zimmer 2008, p. 86. Ze kregen wel een contract van Ahmet Ertegün, de oprichter van Atlantic Records. Ertegün was een fan van Buffalo Springfield en erg teleurgesteld door het uiteenvallen van die band.Crosby en Gottlieb, pg.144
Ze kozen ervoor om zichzelf niet onzichtbaar te maken onder een bandnaam. Ze gebruikten hun achternamen om er zeker van te zijn dat de band niet verder zou kunnen zonder een van de drie, in tegenstelling tot hoe het hen was vergaan bij The Byrds en The Hollies. Crosby, Stills en Nash kozen Elliot Roberts en David Geffen als hun managers om hun bestaansrecht in de muziekindustrie een zo groot mogelijke kans te geven.McDonough, pg. 252 Roberts hield de band gefocust en de ego's bij elkaar en Geffen was volgens Crosby de 'haai' die ze nodig hadden voor hun zakendeals.Zimmer en Diltz, pg. 79
Stills had vanwege zijn werk met Buffalo Springfield al een contract met Atlantic Records. Crosby werd binnen The Byrds gezien als onbelangrijk en onmogelijk om mee samen te werken, waardoor hij zonder moeite van zijn contract met Columbia af kon. Nash daarentegen had met The Hollies nog altijd een contract met Epic Records. Ertegün maakte een deal met Clive Davis om Nash te ruilen voor Richie Furay met zijn nieuwe band Poco. Furay – ook werkloos geworden door het uiteenvallen van Buffalo Springfield – tekende in ruil bij Columbia.
De weg naar Woodstock Het eerste album van het trio, Crosby, Stills & Nash genaamd, werd in mei 1969 uitgegeven en werd een groot succes. Het bereikte een nummer 6-notering in de albumlijst van Billboard en ontving viermaal platina van de RIAA voor hogere verkoopcijfers dan $ 4 200 000. De singles Marrakesh Express en Suite: Judy blue eyes bereikten respectievelijk nummer 28 en 21 in de singlelijst. Voor het muziekjaar 1969 won het drietal in maart 1970 een Grammy in de categorie "Beste nieuwe artiest", vóór de bands Chicago en Led Zeppelin. thumb| In de tournee die volgde wilden Crosby en Nash optreden zoals Simon & Garfunkel, met harmoniezang die alleen begeleid zou worden door akoestische gitaren. Stills was het daar niet mee eens en wilde optreden met een rockband.Zimmer 2008, p. 101. Het trio besloot om de concerten te verdelen in een gedeelte met akoestische muziek en een gedeelte met elektronische muziek.Rogan 2001, p. 199. In hun debuutalbum had Stills het leeuwendeel van de instrumentale partijen op zich genomen, behalve de drumpartijen – die door Dallas Taylor werden ingespeeld.Durchholz 2012, p. 54-55. Om tijdens de tournee de muziek van hun debuutalbum live te kunnen spelen hadden ze meer muzikanten nodig. Crosby en Nash lieten het aan Stills over om die te vinden.Rogan 2001, p. 201-202. Voor de toetsen benaderde Stills Steve Winwood, maar die bleek al afspraken gemaakt te hebben met de nieuwe supergroep Blind Faith.Zimmer en Diltz, p. 92
Atlantics-eigenaar Ahmet Ertegün stelde hierop voor om voormalig Buffalo Springfield-lid Neil Young te benaderen, die zich eveneens onder de hoede van Elliot Roberts bevond.Crosby en Gottlieb, pp. 163-4 Stills en Nash reageerden terughoudend; Stills vanwege zijn ervaringen met Young bij Buffalo Springfield en Nash omdat hij Young niet kende. Stills vroeg toen John Sebastian van The Lovin' Spoonful, maar deze weigerde."Crosby, Stills, Nash and Young" in Rolling Stone's Encyclopedia of Rock & Roll (2001), p. 224-225. Uitg.: Rolling Stone Press, . Na toch een aantal keer samengekomen te zijn met Young besloot het trio om met hem verder te gaan, waarna Young het kwartet als volwaardig partner completeerde. Het contract dat Young tekende gaf hem de vrijheid om parallel aan CSNY ook de werkzaamheden met zijn nieuwe begeleidingsband Crazy Horse te blijven uitvoeren. Bassist Bruce Palmer was de eerste keuze voor de ritmesectie, omdat die met Young en Stills bij Buffalo Springfield had gespeeld. Hij viel echter snel weer af en voor hem in de plaats werd op aanraden van Rick James de negentienjarige Motown-bassist Greg Reeves aangenomen.Zimmer en Diltz, p. 94
Met Young aan boord stak de nieuwe supergroep van wal met een tournee die duurde van het einde van de zomer van 1969 tot januari van het jaar erop. Hun eerste gezamenlijke optreden was op 16 augustus 1969 in het Auditorium Theater in Chicago, met Joni Mitchell als openingsact. Ze vertelden dat ze de volgende dag naar het plaatsje Woodstock zouden gaan, zonder te weten waar dat precies lag. Het Woodstockfestival bleek hun vuurdoop te zijn. Het publiek daar bestond behalve uit honderdduizenden bezoekers ook uit een aantal mensen uit de muziekindustrie. Voor de nerveuze bandleden was dit enigszins intimiderend, of zoals Stills tegen het publiek zei: "Dit is pas de tweede keer dat we voor een publiek optreden. We schijten zeven kleuren". Het optreden op het festival, de verfilming ervan en Mitchells pennenvrucht Woodstock die zij coverden leverden de groep grote bekendheid op.
De samenwerking tussen Crosby, Stills, Nash en Young bleek later even succesvol als broos. De contrasterende karakters van de muzikanten botsten regelmatig, waardoor de groep zich gedurende de actieve jaren verschillende malen opsplitste, om daarna in diverse samenstellingen weer bijeen te komen.
Dames, drugs en Déja vu CSNY verscheen dat jaar op verschillende andere bekende festivals. Twee optredens op het Big Sur Folk Festival op 13 en 14 september 1969 werden later uitgegeven in de film Celebration at Big Sur. Het viertal speelde ook op het Altamont Free Concert, dat door geweld werd overschaduwd. Op verzoek van de bandleden werden opnamen van hun optreden weggelaten uit de documentaire Gimme shelter (1970).
In de laatste week van september 1969 verongelukte Christine Hinton, de vriendin van Crosby, die hierdoor erg ontdaan was. Hij was, net als de drie anderen, een regelmatig gebruiker van cocaïne, maar zocht nu heimelijk zijn toevlucht tot heroine.McDonough 2003, p. 324 en 403.Rogan 2001, p. 216-217. Er waren bovendien problemen op relationeel vlak: Stills had kort tevoren met Judy Collins gebroken en ook Nash' relatie met Joni Mitchell liep stuk.
Vanaf oktober 1969 begonnen de opnames voor het tweede album en het eerste met Young, genaamd Déjà vu dat in maart 1970 in de winkels lag. De liedjes op dit album zijn door eerdergenoemde omstandigheden een stuk donkerder dan die op het eerste album.Nash 2013, p. 173. Young leverde aan deze plaat een beperkte bijdrage; op vier nummers was hij niet te horen. Van het album verschenen drie hitsingles.
Déjà vu was het eerste album dat verscheen in Atlantic Records' SD-7200 "superstar"-lijn, die speciaal in het leven geroepen was voor de topartiesten van het platenlabel. De volgende albums van CSN(&Y) werden ook onder dit sublabel uitgebracht, evenals albums van bijvoorbeeld Yes, Led Zeppelin en Aretha Franklin.
Na enige tijd begon Stills zich te ergeren aan Greg Reeves. De bassist gedroeg zich vreemd; hij gaf zich bijvoorbeeld ineens uit voor medicijnman. Bovendien liet Reeves zich op zijn bas volledig gaan, speelde nooit tweemaal hetzelfde en wilde dat de groep ook zijn liedjes vertolkte. Ondanks het feit dat Young het wel met Reeves kon vinden, ontsloeg Stills de bassist in april 1970 en verving hem door Calvin "Fuzzy" Samuels.Zimmer en Diltz, p. 124