Manuel Luis Quezon (Baler, 19 augustus 1878 – Saranac Lake, 1 augustus 1944) was een Filipijnse staatsman en de eerste president van het Gemenebest van de Filipijnen.

Quezon vocht tijdens de Filipijns-Amerikaanse Oorlog aan de zijde van generaal Emilio Aguinaldo voor de onafhankelijkheid van de Filipijnen. Na de overgave van Aguinaldo in 1901 rondde hij zijn studie rechten af en werkte hij eerst als advocaat en vervolgens als openbaar aanklager. In 1905 begon hij zijn politieke carrière als gouverneur van zijn geboorteprovincie Tayabas. Twee jaar later werd hij gekozen in de Filipijnse Assemblee. Tussen 1909 en 1916 was Quezon een van de twee Filipijnse afgevaardigden in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Hij speelde in die hoedanigheid een grote rol bij de totstandkoming van de Jones Law, waarin de Filipijnen onafhankelijkheid werd beloofd. Direct na de goedkeuring van deze wet keerde hij terug naar de Filipijnen, waar hij werd gekozen tot president van de nieuw opgerichte Filipijnse Senaat. Vanaf 1922, toen hij president werd van de dominerende Nacionalista Party, was hij de onbetwiste leider van de Filipijnse politiek. In 1934 kregen de Filipijnen door veranderde politieke omstandigheden in de Verenigde Staten, en na intensief lobbywerk door Quezon, een veel grotere mate van autonomie toegekend. Bovendien zouden de Filipijnen binnen tien jaar onafhankelijk worden. Quezon werd daarop in 1935 gekozen tot president van het Gemenebest van de Filipijnen. In 1941 werd hij, kort voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in de Filipijnen, herkozen voor een tweede termijn. Na de Japanse invasie vluchtte Quezon naar de VS, waar hij een regering in ballingschap formeerde. Quezon overleed in 1944, kort voor de herovering van de Filipijnen door Amerikaanse troepen.

Vroege levensloop en carrière Jeugdjaren Manuel Quezon werd op 19 augustus 1878 geboren in Baler, in die dagen een klein en afgelegen dorpje in de provincie Tayabas, het huidige Quezon. Manuel was de eerste zoon van Maria Dolores Molina en Lucio Quezon. Zijn vader was een mestizo, afkomstig uit Manilla. Hij diende als sergeant in het Spaanse leger en vestigde zich nadien in Baler. Daar werd hij al snel aangesteld als onderwijzer van de jongens op de lagere school. Op dezelfde school werkte ook Maria Dolores als onderwijzeres van de meisjes. Zij was net als Lucio van half-Spaanse afkomst en afkomstig uit Baler. Toen ze elkaar leerden kennen was ze al weduwe, met kinderen uit dat eerdere huwelijk. De Quezons stonden door hun half-Spaanse achtergrond en door het feit dat ze naast de drie Spanjaarden in het dorp de enigen waren die Spaans konden spreken, in hoog aanzien in het dorp. Nadat Manuel in eerste instantie was onderwezen door zijn moeder, ging Manuel op zevenjarige leeftijd in de leer bij Fr. Fernandez, de Spaanse priester in Baler. Door hem werd hij onderwezen in religie, geografie, geschiedenis en Latijn.

Studietijd thumb|Het colegio de San Juan de Letran rond de tijd dat Quezon er studeerde In 1889 ging Quezon studeren aan het Colegio de San Juan de Letran in Manilla. Het eerste jaar verbleef hij in het franciscaanse convent, waar bij als dienstjongen van dezelfde Spaanse priester zijn verblijf en onderhoud verdiende. Nadat Fr. Fernandez het klooster verlaten had voor een nieuwe missiepost op het Filipijnse platteland, verbleef hij korte tijd bij een neef van zijn vader. Toen hem dit niet beviel, mocht hij van zijn ouders op de campus van het college wonen, ondanks het feit dat de kosten daarvoor voor hen eigenlijk niet te betalen waren. Na vijf jaar studeren behaalde hij in februari 1894 summa cum laude zijn Bachelor of Arts-diploma.

Toen Quezon kort na zijn afstuderen terugkeerde in Baler, bleek zijn moeder doodziek. Korte tijd later overleed zij aan de gevolgen van tuberculose. Hoewel hij van plan was geweest snel terug te keren naar Manilla voor een studie rechten, bleef hij daarop nog enige tijd in Baler, om daar zijn vader bij te staan. In deze periode raakte Quezon in problemen, nadat hij een Spaanse korporaal had neergeslagen bij een conflict. Hij werd vastgezet en pas na twee weken weer vrijgelaten, nadat zijn vader de Spaanse militaire gouverneur had overtuigd van zijn onschuld. Bovendien had zijn vader moeten beloven dat hij zich in Manilla niet zou aansluiten bij verzetsbewegingen tegen de Spaanse kolonisators. (1946), p.21

Nog datzelfde jaar begon Quezon aan zijn studie rechten aan de University of Santo Tomas (UST). Tegelijk met Quezon begonnen ook onder meer Sergio Osmeña en Vicente Madrigal aan hun studie rechten aan de universiteit. In zijn eerste jaar woonde hij zonder betaling op het internaat van de UST in ruil voor het geven van bijles aan andere studenten. Nadat hij echter de huisregels had overtreden in zijn tweede jaar, en daarop van het internaat werd weggestuurd, verbleef hij nadien in een studentenhuis in Intramuros. Toen in 1896 de Filipijnse revolutie uitbrak, studeerde Quezon, in tegenstelling tot diverse van zijn studiegenoten, gewoon door. Hij zelf verklaarde later in zijn autobiografie dat dit te maken had met de belofte die zijn vader twee jaar daarvoor aan de gouverneur in Baler had gedaan. In 1898 brak de Spaans-Amerikaanse Oorlog uit en werd Manilla met hulp van Filipijnse troepen onder leiding van generaal Emilio Aguinaldo op de Spanjaarden veroverd.

Filipijns-Amerikaanse Oorlog Nadat Manilla op 13 augustus 1898 was ingenomen door de Amerikanen, vertrok Quezon naar zijn geboortedorp Baler. Eenmaal terug hoorde hij dat zijn vader en broer korte tijd daarvoor waren beroofd en om het leven gebracht. Toen kort daarop de Filipijns-Amerikaanse Oorlog uitbrak, besloot Quezon zich aan te sluiten bij de troepen van Aguinaldo. Door enkele succesvolle missies promoveerde hij in korte tijd tot majoor. Nadat hij eerst in de staf van Aguinaldo in Tarlac gediend had, werd hij later op eigen verzoek naar het front gestuurd. Hij diende onder generaal Tomas Mascardo, eerst in de provincie Pampanga en later in Bataan. Daar werd hij begin 1901 getroffen door malaria. Toen Aguinaldo op 23 maart 1901 gevangengenomen werd door de Amerikanen, stuurde generaal Mascardo de zieke Quezon vanuit Bataan terug naar Manilla om dit nieuws te verifiëren en om Aguinaldo te vragen wat Mascardo moest doen. Hij zou dan bovendien kunnen herstellen van zijn ziekte. Quezon slaagde erin om Aguinaldo te spreken in het Malacañang Palace, waar hij vastgehouden werd. Aguinaldo liet bij die gelegenheid Mascardo weten, dat hij zelf moest bepalen wat te doen. Daarop gaf ook Mascardo zich, op 15 mei 1901, over aan de Amerikanen. Quezon zelf bleef na zijn missie in Manilla en werd korte tijd later gearresteerd. Na zes maanden gevangen te hebben gezeten, werd hij zonder veroordeling weer vrijgelaten. Omdat hij in die tijd helemaal blut was, ging hij op zoek naar werk. Hij kreeg echter een zenuwinzinking en moest worden opgenomen in het ziekenhuis van San Juan de Dios. Later werd hij thuis opgevangen door een van zijn artsen, die hij nog kende uit zijn tijd op het Colegio de San Juan de Letran. Na zijn herstel werkte Quezon enige tijd als boekhouder.

Advocaat en openbaar aanklager Inmiddels was het onderwijssysteem in de Filipijnen door de Amerikanen aangepast. Een bachelordiploma rechten vereiste nu drie jaar studie en aangezien Quezon reeds drie jaar rechten had gestudeerd, kon hij in april 1903 direct deelnemen aan het toelatingsexamen voor de Filipijnse balie. Hij slaagde, met het op drie na beste resultaat van dat jaar, en werd kort daarna aangenomen bij het advocatenkantoor van Francisco Ortigas. Al enkele maanden later begon hij echter zijn eigen praktijk. In oktober 1903 verplaatste hij zijn praktijk naar de provincie Tayabas. Daar maakte hij in korte tijd naam als advocaat. Zo won hij onder andere, zeer tegen de verwachting in, een zaak waarbij een burgemeester was aangeklaagd door de meest invloedrijke familie van Tayabas. Eind 1903 werd Quezon gevraagd voor de functie van fiscal (openbaar aanklager) van de naburige provincie Mindoro. Hoewel de functie inhoudelijk en financieel niet erg aantrekkelijk was, besloot Quezon haar desondanks te aanvaarden. Hij was er inmiddels van overtuigd geraakt dat samenwerking met de Amerikanen uiteindelijk zou leiden naar Filipijnse onafhankelijkheid en zag de baan als een goede opstap naar meer. Al na zes maanden in Mindoro volgde een promotie naar de positie van openbaar aanklager van Tayabas. In die periode maakte hij naam met een zaak tegen een Amerikaanse advocaat, een zekere heer Berry, die 25 Filipijnse gevangenen op een misleidende manier onroerende zaken afhandig had gemaakt. Quezon won de geruchtmakende rechtszaak uiteindelijk tegen de verwachting in.

Koloniale politieke carrière Gouverneur van Tayabas In 1905 besloot Quezon de politiek in te gaan. De Berry-zaak had zijn populariteit onder zijn landgenoten goed gedaan, maar om dit te verifiëren deed hij op 15 januari 1905 eerst mee aan de verkiezingen voor de provinciale raad van Tayabas. Na zijn succesvolle verkiezing in de raad, nam hij een maand later weer ontslag om kort daarop mee te doen aan de verkiezingen voor het gouverneurschap van de provincie. De gouverneursverkiezingen waren in die tijd nog geen directe verkiezingen. De kandidaat die de meeste stadsraadsleden achter zich wist te krijgen werd tot winnaar uitgeroepen. Pas na enkele dagen discussiëren bereikten deze kiesmannen een beslissing. Quezon werd ondanks protesten van zijn tegenstanders uitgeroepen tot winnaar. Als gouverneur was hij bijzonder actief en bouwde hij een reputatie op als onbevreesd leider van de provincie Tayabas. Zo bezocht hij gedurende zijn termijn alle barrios (dorpen) in de provincie en leidde hij soms persoonlijk de expedities tegen de bandieten, die in die dagen de Filipijnen onveilig maakten, onder het mom van een voortgezette Filipijnse revolutie.

Lid Filipijnse Assemblee thumb|Gouverneur-generaal Taft spreekt de Filipijnse Assemblee toe bij de inaugurele sessie (1907) Twee jaar later vonden in de Filipijnen de eerste parlementsverkiezingen plaats. Quezon stelde zich namens de Nacionalista Party met succes kandidaat voor een zetel in de Filipijnse Assemblee. Zijn partij behaalde een grote overwinning. Partijgenoot en voormalig studiegenoot Sergio Osmeña werd gekozen tot voorzitter van de Assemblee en Quezon werd gekozen tot majority leader. In het parlement kwam Quezon direct in botsing met de Amerikaanse regering toen in Amerikaanse Congres een wet in behandeling werd genomen, die vrij handelsverkeer tussen de Verenigde Staten en de Filipijnen zou bewerkstelligen. Quezon was hierop tegen, omdat het de Filipijnen te afhankelijk zou maken van de Amerikaanse markt. De Filipijnse Assemblee was het in grote meerderheid met hem eens. Aan het einde van zijn periode in de Assemblee maakte hij tevens zijn eerste buitenlandse reis. Nadat hij eerst in Rusland naar een navigatiecongres was geweest, reisde hij via Berlijn, Parijs en Londen naar New York, waar hij een ontmoeting had met de Amerikaanse president Theodore Roosevelt. Die verzekerde hem in hun gesprek dat de Verenigde Staten de Filipijnen uiteindelijk de onafhankelijkheid zouden geven. Hoewel Roosevelt de uitspraak later ontkende, leverde het Quezon een warm onthaal in zijn vaderland op.

Resident Commissioner