De periode Egypte onder Vrije Officieren en Nasser is in de geschiedenis van Egypte de periode van 1952 tot 1970, na de periode van Egypte onder Britse overheersing.

Staatsgreep Vrije Officieren thumb|links|Van links naar rechts de Vrije Officieren Abdel Latif Boghdadi, Gamal Abdel Nasser, Salah Salem en Abdel Hakim Amer Op 23 juli 1952 pleegde een groep van zo'n driehonderd jonge Egyptische legerofficieren een vrijwel geweldloze staatsgreep. Deze "Vrije Officieren" (zoals zij genoemd werden) bezetten 's nachts alle strategische posities in Caïro, en vertelden koning Faroek dat zijn bewind ten einde was. Faroek vroeg de Amerikanen en Britten om de coup te stoppen, maar die weigerden. Op 26 juli escorteerden de Officieren Faroek naar de haven van Alexandrië en zonden hem per jacht naar de Italiaanse Rivièra, en daarmee was de koning feitelijk afgezet.Perry (2004), pag. 89-90. Formeel bleef de monarchie nog voortbestaan tot 1953, met zuigeling Foead II op de troon onder een regentschap van Officieren.

Tot 1954 bewezen de Vrije Officieren lippendienst aan de democratie en vrije verkiezingen. Ze lieten Egypte aanvankelijk in naam regeren door burgerregeringen, echter met de Revolutionary Command Council (RCC) van de Vrije Officieren op de achtergrond die de ministers adviezen gaf, in feite vaak decreten. Begin augustus 1952 maakten textielarbeiders in Kafr el-Dawwar bij Alexandrië, geleid door communisten, oproer, naar hun eigen zeggen in naam van "de revolutie van het volk". Ze bezetten de fabriek en staken die deels in brand. Het bewind greep keihard in, doodde acht arbeiders, nam de oproerleiders gevangen en gaf twee van hen de doodstraf. In september kondigden de Vrije Officieren landhervorming af: niemand mocht meer dan tweehonderd feddans (= 84 hectare) akkerland hebben. Land van ex-koning Faroek en zijn grote familie werd geconfisqueerd en verdeeld onder landloze boeren, die er wel voor moesten betalen.

In december 1952 werd het parlement ontbonden, en iets later werden de politieke partijen verboden. De Moslimbroeders echter mochten, mede dankzij hun goede contacten met Vrije Officier Anwar al-Sadat, doorgaan met hun programma te propageren. De oudste van de Vrije Officieren, generaal Mohammed Naguib, was vanaf het begin de woordvoerder en werd in juni 1953 de eerste president en premier en RCC-voorzitter, waarmee formeel een einde kwam aan het koninkrijk dat in 1922 was opgetuigd. Naguib was voorstander van een pluriform staatsbestel waarin RCC met Wafd, Moslimbroeders en communisten zou dingen naar de gunst van de Egyptenaren.

Opkomst Nasser De werkelijke leider van de Vrije Officieren was echter vanaf het begin luitenant-kolonelRang ‘luitenant-kolonel’ volgens Panayiotis J. Vatikiotis - Nasser and His Generation. Editie 1978, Croom Helm Ltd, London (pag. 36) en Nieuw Israelitisch Weekblad, 17 april 1953 (pag. 2). Gearchiveerd op 27 juni 2023. Gamal Abdel Nasser. Hij wilde geen pluriform bestel, de macht moest volgens hem bij de RCC liggen. Geleidelijk namen RCC-leden de ministersposten over van burgers; Nasser werd in 1953 minister van Binnenlandse Zaken. Een vriend van Nasser, Abd al-Hakim Amir, en diens assistent zuiverden het leger van Nassers politieke tegenstanders. Dit verontrustte de Moslimbroeders die er in januari 1954 tegen protesteerden. Dit leidde tot een stevige vechtpartij met aanhangers van Nasser georganiseerd in de Liberation Rally waarbij gewonden vielen. Daarop verbood de RCC de Moslimbroederschap.Hier spreken deskundigen elkaar tegen: Goldschmidt (2004) p. 112 stelt dat de RCC de Moslimbroederschap verbood “prompt” na de protesten en vechtpartij in januari 1954; Sayyid Marsot (2007) p. 129-130 stelt (althans suggereert) dat de Broederschap pas werd verboden na de aanslag van oktober 1954.

Machtsgreep Nasser, verhouding met Moslimbroederschap In juli 1954 kwamen Egypte en Groot-Brittannië na moeizame onderhandelingen overeen dat binnen twintig maanden alle Britse troepen de Suezkanaal-zone zouden verlaten. In oktober werd de overeenkomst geratificeerd. Terwijl president Naguib die zomer in Soedan was mobiliseerde Nasser steun van de Vrije Officieren, de strijdkrachten en de vakbondsleiders, en overtuigde hen dat Naguib de revolutie bedreigde.

Een week na het verdrag met Groot-Brittannië,Goldschmidt (2004) pag. 104-154 nog in oktober 1954, werd tijdens een speech in Alexandrië een moordaanslag op Nasser gepleegd, volgens sommige auteursGoldschmidt (2004) pag. 116 ; Perry (2004), pag. 92 door een Moslimbroeder, volgens een andere auteurSayyid Marsot (2007), pag 129-130 mogelijk georganiseerd door de Moslimbroeders. Motieven had de Moslimbroederschap in ieder geval wel voor zo’n daad: de Broederschap veroordeelde de zojuist gesloten overeenkomst met Groot-Brittannië;Perry (2004), pag. 92 ook hadden de Broeders de Vrije Officieren geholpen om aan de macht te komen en verwachtten ze nu een aandeel in de staatsmacht die de Officieren hun nu echter weigerden. Nasser moet gevreesd hebben dat de Broederschap, eenmaal nauw betrokken bij het landsbestuur, met haar enorme machtsbasis onder het volk kans zou zien om hem uit zijn positie te verdrijven. Diverse samenzweerders werden na de moordaanslag ter dood veroordeeld,, en de Broederschap werd verboden. Nasser probeerde jarenlang de Broederschap geheel te vernietigen. De Broederschap ging ondergronds, maar begon enkele jaren later weer openlijk werkzaam te zijn, en was nog even sterk als ze geweest was. De Moslimbroederschap zou Nasser echter nooit meer in zijn positie bedreigen.Deze alinea (met betrekking tot Nasser, moordaanslag, Moslimbroederschap) is gebaseerd op Sayyid Marsot (2007) tenzij anders aangegeven

In april 1955 nam Nasser het premierschap over, ontdeed het kabinet van Naguibs sympathisanten, trok beloftes van verkiezingen in, gooide de steunpilaren van Naguib achter de tralies of het land uit, en was daarmee dictator geworden.

Regering Nasser Suez-oorlog

Spanningen met Israël Egypte trainde Palestijnse fedayin (zelfopofferingsstrijders) in Gaza voor gewapende invallen in Israël. Israël voerde daarom in 1955 verschillende strafexpedities uit in de Gazastrook, waarbij ruim honderd Egyptische soldaten en politieagenten omkwamen. Mede door die fedayintrainingen, en door radiopropaganda gericht op Arabische landen, ontwikkelde Egypte zich tot centrum van Arabisch nationalisme, en Nasser tot held van de Arabieren. In 1953 sloot Egypte de toegang tot de Golf van Akaba, die door Egyptes territoriale wateren liep, voor alle scheepvaart naar Israël, met als argument dat Eilat volgens de in maart 1949 met Egypte gesloten wapenstilstandsovereenkomst in Arabisch gebied zou liggen. Israël dreigde meermalen militair te zullen ingrijpen als de blokkade niet opgeheven werd.

Egypte, dat in 1948 verslagen was toen het Israël aanviel, ervoer zijn oostelijke buurstaat als een bedreiging. Egypte was wel veel groter, maar slecht bewapend. In 1950 hadden de VS, Frankrijk en Engeland in de Tripartite Declaration verklaard de wapenverkopen aan Israël en zijn Arabische buurlanden te beperken en er een balans in aan te brengen. Nasser besloot dat het voordelig was zich als "ongebonden land" neutraal te gaan opstellen tussen het Westen en het communistische blok. In september 1955 kocht hij voor tweehonderd miljoen dollar aan wapens van Tsjecho-Slowakije. Frankrijk was al in 1953 een geheime samenwerking met Israël in de wapenontwikkeling begonnen en versnelde in 1955 de leveranties. De Arabisch-Israëlische wapenwedloop was een feit. thumb|left|Nasser verkondigt de nationalisatie van het Suezkanaal op een massabijeenkomst (filmpje van Universal Newsreel van 30 juli 1956)

Aswandam; stijgende welvaart Sinds de machtsovername in 1952 hadden de Vrije Officieren plannen voor een hoge Aswandam, die de regulering van het Nijlwater sterk zou verbeteren, en dus de irrigatie en de landbouw bevorderen en de levensstandaard verhogen. In 1955 probeerde Egypte de benodigde 1 miljard dollar te lenen bij Wereldbank, de Verenigde Staten en Engeland. De Amerikaanse regering werd echter bezorgd over de linkse en, volgens hen, dus ‘communistische’ neigingen van Nasser, en het Amerikaanse Congres werd bezorgd over Egyptische concurrentie op de katoenmarkt en groeiende vijandigheid tussen Egypte en Israël. Het Congres blokkeerde op 18 juli 1956 de lening. Daarop bood in 1958 de Sovjet-Unie aan de eerste fase van de Aswandam te zullen financieren. Inmiddels stegen sinds 1952 de inkomens van Egyptenaren, en huisvesting en onderwijs en medische zorg verbeterden. De V.S. leverden financiële steun, maar zouden daar in juni 1967 mee stoppen.

Nationalisatie Suezkanaal Op 26 juli 1956 nationaliseerde Nasser, mede om fondsen te verwerven voor de Aswandam, demonstratief het Suezkanaal, dat formeel eigendom was van de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez met vooral Franse en Britse aandeelhouders.Hellema (1990), pag. 23-28. Dit was een slag in het gezicht van de eens zo trotse Europese koloniale imperia Frankrijk en Groot-Brittannië. De Britten zagen de nationalisatie als onaanvaardbare aanval op de Britse belangen en bedreiging van de positie van Groot-Brittannië in de wereld. Frankrijk beschouwde Nasser als steunpilaar van de verzetsbeweging in Algerije die sinds 1954 een bloedige oorlog met Frankrijk voerde, en was na deze nationalisatie uit op volledige politieke liquidatie van Nasser. Britten en Fransen waren razend en dreigden met oorlog. Dit sloot aan bij de negatieve stemming jegens Nasser bij zionisten en Israël wegens de Egyptische bewapening, radiopropaganda, fedayin-steun en de blokkade van de Golf van Akaba die nu uitgebreid werd met een blokkade van het Suez-kanaal.

Aanval door drie landen Op 22 oktober 1956 maakten Frankrijk, Groot-Brittannië en Israël in het geheim afspraken voor een militaire interventie in Egypte,Hellema (1990), pagina's 29-36. het Protocol van Sèvres. In overeenstemming met die afspraken vielen op 29 oktober Israëlische troepen op drie plaatsen de Sinaï-woestijn binnen en trokken ook de Gazastrook in. Heel het Sinaïschiereiland werd binnen honderd uur veroverd. Volgens de afspraken eisten de Britse en Franse regeringen de volgende dag gezamenlijk dat zowel Israël als Egypte zich zouden terugtrekken tot tien mijlGoldschmidt zegt: Egypte moest zich terugtrekken tot tien mijl westelijk van het kanaal. Hellema zegt: Israël en Egypte moesten zich terugtrekken tot tien kilometer oostelijk respectievelijk westelijk van het kanaal. oostelijk respectievelijk westelijk van het Suezkanaal. Dit zou betekenen dat Egypte het Suezkanaal zou moeten prijsgeven en een ander deel van zijn grondgebied, namelijk het schiereiland Sinaï, door Israël bezet zou blijven. Zoals de drie landen in hun afspraken voorzien hadden, weigerde Nasser dit, waarop de Britten de Egyptische steden Caïro, Alexandrië, de vliegvelden en de kanaalzone bombardeerden; een Frans-Britse armada stoomde op in de Middellandse Zee. Op 6 november begonnen landingen in de kanaalsector.

De grootmachten V.S. en Sovjet-Unie keerden zich echter ondubbelzinnig tegen deze drievoudige agressie. President Eisenhower veroordeelde de Britse aanval en eiste Israëlische terugtrekking. De Russische premier Boelganin dreigde Londen, Parijs en Tel Aviv te bombarderen. Ook India, Pakistan en Canada keerden zich tegen de politiek van Londen. Daarop staakte het Verenigd Koninkrijk de aanval. Onder zware druk van de V.S. trok Israël zich na een week of acht terug. De VN plaatste de vredesmacht UNEF (UN Emergency Force) in Gaza en de Sinaï. Egypte beloofde, overigens zonder formeel verdrag, het gebied te demilitariseren, vrije doorvaart toe te staan en alle terroristische activiteiten te verhinderen.