right|250px miniatuur|Sunbeam Talbot in Turkije in 1973 Sunbeam is een Brits automerk, aanvankelijk geproduceerd door het gelijknamige bedrijf. Na de Tweede Wereldoorlog werden dankzij de goede naam nog volop Sunbeamvoertuigen geproduceerd, maar die hadden met het oorspronkelijke bedrijf in Wolverhampton niets meer te maken.

Bedrijfsnamen van de autotak 1859-1887: John Marston, Paul Street, Wolverhampton - eigenaar: John Marston (Vertinnerij, Japanning fabriek) 1899-1905: John Marston Ltd, Moorfield Works, Wolverhampton - eigenaar: John Marston (auto's) 1905-1920: The Sunbeam Motor Car Company Ltd, Moorfield Works, Wolverhampton - eigenaar: Familie Marston (auto's) 1920-1935: The Sunbeam Motor Car Company Ltd, Moorfield Works, Wolverhampton - eigenaar: STD Group (auto's en van 1928 tot 1930 bussen) 1931-1934: Sunbeam Commercial Vehicles - eigenaar: STD group (trolleybussen) 1934-1935: Sunbeam Commercial Vehicles Ltd. - eigenaar: STD group (trolleybussen) 1935-1948: Sunbeam Commercial Vehicles Ltd.- eigenaar: Rootes Group (trolleybussen) 1935-1967: The Sunbeam Motor Car Company Ltd, Moorfield Works, Wolverhampton - eigenaar: Rootes Group (auto's) 1948-1949: Sunbeam Trolleybus Company - eigenaar: Brockhouse Group (trolleybussen) 1949-1965: Sunbeam Trolleybus Company - eigenaar: Guy Motors (trolleybussen) 1967-1979: The Sunbeam Motor Car Company Ltd - eigenaar: Chrysler (auto's)

Voorgeschiedenis Sunbeam kwam voort uit de vertinnerij en "Japanware"-fabriek van John Marston, die hij al in 1859 had opgericht. Japanware was lakwerk van verschillende, vaak huishoudelijke artikelen, die voorzien werden van een donkere onderlaag en vele kleurrijke motieven. Het was voortgekomen uit het Japans lakwerk en in de 18e eeuw populair geworden in Engeland. John Marston was een perfectionist. Hij eiste volledige inzet van zijn werknemers, en alleen de hoogste kwaliteit was goed genoeg. Marstons fabriek was uiteindelijk de grootste producent van Japanware in Engeland, maar rond 1885 begon de populariteit van het product te dalen. De Marston familie bestond uit enthousiaste fietsers, die vaak grote tochten ondernamen, waarbij de heren fietsen en driewielers bereden en de dames in rijtuigen volgden. John Marston zelf werd door zijn zoon Charles beschreven als een "Champion Tricyclist".

Geschiedenis Jaren tachtig van de 19e eeuw Sunbeam-fietsen Het was dan ook niet verwonderlijk dat het bedrijf overschakelde op de productie van fietsen, die voorzien werden van de "japanning"-laktechniek. In 1887 bouwde William Newill, een voorman uit de fabriek, een speciale fiets voor John met een kort en laag frame, omdat John nogal korte benen had. Deze was zwart/goud gelakt en waarschijnlijk gaf deze fiets de doorslag voor John om de productie op te starten. Het verhaal gaat dat Johns vrouw Ellen de zon in de glanzende lak zag weerspiegelen en zo de naam "The Sunbeam" bedacht. Deze naam werd in 1888 geregistreerd. In hetzelfde jaar werd de fabriek in Paul Street in Wolverhampton omgedoopt tot "Sunbeamland". Newill werd partner in het bedrijf. Marston wilde aanvankelijk alleen driewielers produceren, maar de uitvinding van John Starleys veiligheidsfiets maakte deze tot een grote rage, waardoor hij op zijn plan terugkwam en "gewone" fietsen ging produceren.

Jaren negentig van de 19e eeuw Eerste prototype In de laten jaren negentig overtuigde John Marstons rechterhand Thomas Cureton Marston ervan dat de productie van automobielen winstgevend zou kunnen zijn. Men begon in 1899 te werken aan een eerste prototype in een leegstaand koetshuis aan Upper Villiers Street. Het werd gebouwd door Henry Dinsdale, die ervaring had opgedaan bij Wearwell, en zijn assistent Harry Wood. Het werd een conventioneel tweezitterontwerp met een staande 4pk-eencilindermotor met waterkoeling, twee versnellingen, riemaandrijving, massieve banden en helmstokbesturing. De meeste onderdelen werden in de Sunbeamlandfabriek geproduceerd. Vrienden raadden John Marston, inmiddels 63 jaar oud, af zich in het "autoavontuur" te storten, maar hij zette toch door. Toen het prototype klaar was reden Dinsdale en Cureton een proefrit met een snelheid van 14 mijl per uur. Deze snelheid hielden ze stil voor Marston.

Jaren nul

Begin van de autoproductie Sunbeam-Mabley In 1900 werd een tweede, identieke auto gebouwd. Deze werd tentoongesteld op de National Show in Crystal Palace. Een gelijksoortige auto werd in kleine aantallen geproduceerd en aangeboden met een vloeistofgekoelde 6- en een 8pk-Forman-tweecilinder-boxermotor. Deze vierzitter had al een stuurwiel, drie versnellingen én een achteruitversnelling, kettingaandrijving naar de achterwielen en houten wielen met Clipper-Michelin banden. Tijdens de National Show stelde Maxwell Maberley-Smith een bijzondere automobiel voor. Hij had vier wielen, maar deze stonden in een ruitvorm: vóór en achter, links en rechts. De motor was boven het voorwiel gemonteerd, maar dreef de zijwielen aan. Voor Sunbeam was ook dit een manier om de automarkt te betreden en daarmee was de Sunbeam-Mabley een feit. Deze "rijdende sofa" had banken die in verschillende richtingen keken, maar de chauffeur en de passagiers zaten bijna allemaal dwars op de rijrichting. De auto had een vloeistofgekoelde 2¾pk-326cc-eencilinder De Dion-Boutonmotor. De besturing geschiedde op het voor- én het achterwiel met een helmstok. Er waren wel al luchtbanden toegepast en de aangedreven wielen hadden trommelremmen. In een werkplaats in Sunbeamland werkten in 1902 en 1903 ongeveer 50 man aan de productie. Ze bouwden ongeveer 130 Sunbeam-Mableys.

In 1901 werd een nieuwe Sunbeamauto voorgesteld op de Edinburgh Show en de National Show. Deze had ook een 6pk-motor, maar was een "Panhard"-type auto, met een carrosserie die was gebouwd door de koetsenbouwer Forder uit Wolverhampton. Er waren veel ingekochte onderdelen gebruikt en de auto werd door de pers goed ontvangen. In dat jaar werd een stuk land aan Upper Villiers Street aangekocht, naast de Villiers Engineering Company. Die was al eigendom van Sunbeam; er werden toen nog fietsonderdelen geproduceerd. Het oude koetshuis op dit landgoed werd de nieuwe autofabriek. Het werd uitgebreid met een machineschuur. De machines werden aangedreven door riemen die door schachten in de muur van buurman Villiers kwamen.

In 1902 wonnen de Sunbeamauto's een gouden medaille in hun eerste betrouwbaarheidsrit, de 100 mijl lange Liverpool Reliability Competition. In November werd aan de London to Oxford Anniversary Run deelgenomen, waar een diploma werd verkregen, dat uitgebreide verslaggeving in de pers kreeg. Ook de deelname aan de London to Glasgow Trial in 1903 leidde tot een goede pers.

10/12HP, "The Silent Sunbeam" In 1902 kwam Thomas Charles Pullinger als bedrijfsleider naar de autofabriek. Hij had al enkele jaren op de ontwerpafdelingen van Darracq en andere Franse autofabrieken gewerkt. Op zijn aandringen werden Berliet-chassis met een 10/12pk-motor ingekocht, waar een Sunbeam carrosserie op werd gemonteerd. Na enige tijd werden steeds minder Berliet-onderdelen ingekocht en werd de auto steeds meer "Sunbeam". Het 10/12HP model werd in december 1903 gepresenteerd op de Mondial de l'Automobile in Parijs. De auto had een vloeistofgekoelde 2,4 liter-viercilinderlijnmotor, die was opgebouwd uit een aluminium carter waarop twee gescheiden cilinderblokken stonden met elk twee cilinders. Hij had vier versnellingen vooruit, één achteruit en kettingaandrijving. De "Little Oil Bath" oliebadkettingkast, die ook al bij de Sunbeamfietsen werd toegepast, was ook bij de 10/12HP gebruikt, waardoor er altijd voldoende smering was. In die tijd was de 1400 km lange rit van Land's End (uiterste zuidwesten van Engeland) naar John o' Groats (uiterste noordoosten van Schotland) een populaire test voor de betrouwbaarheid van voertuigen, en ook de 10/12HP werd in 1904 in deze test ingezet. Er werden er in totaal ongeveer 76 geproduceerd. Lady Colin Campbell schreef in het blad "World" over de 10/12HP: "She runs as smoothly and as silently as a silken thread drawn off a reel". De bijnaam "Silent Sunbeam" was daarmee geboren.

Eerste motorfietsen en radiateurs In 1903 en 1904 vonden de eerste experimenten met gemotoriseerde fietsen plaats. Waarschijnlijk gebeurde dit door Motosacoche motoren in Sunbeam fietsframes te monteren. John Marston was geen groot voorstander van deze gemotoriseerde fietsen, en toen een werknemer met een van de prototypes verongelukte verbood hij de verdere ontwikkeling ervan. In 1906 begon John Marston Ltd. ook radiateurs voor auto's te produceren.

16/18HP In 1904 verliet Thomas Charles Pullinger Sunbeam om bij Humber in dienst te treden. Hij werd vervangen door Angus Shaw. In hetzelfde jaar werd het 16/18HP model gepresenteerd. Dit model had een 3,6 liter zescilindermotor. Deze auto verkocht zo goed dat het nodig werd de werkplaats uit te breiden om aan de vraag te kunnen voldoen. Er werd een tekenkamer opgezet en er werd aan Villiers Street druk gebouwd. Vanwege de financiële druk die dit veroorzaakte werd besloten de autoproductie in een apart bedrijf onder te brengen. In oktober verscheen de eerste Sunbeam met een dynamo en een accu voor de elektrische verlichting en begon men met de ontwikkeling van het 12/14HP-model.

The Sunbeam Motor Car Company In 1905 werd "The Sunbeam Motor Car Company Ltd." opgericht met een startkapitaal van £ 40.000. De auto's werden gebouwd in de Moorfield Works en John Moorfield werd voorzitter van de raad van bestuur. Onderdelen, waaronder radiateurs, werden geproduceerd in fabrieken in Owen Road, Temple Street en Ablow Street. De eerste directeuren waren John Marston, zijn schoonzoon Edward Deansley, Sam Bayliss (van Bayliss, Jones and Bayliss, een smederij en metaalbedrijf dat vooral bekend was van hekwerk), Thomas Cureton, Henry Bath en Herbert Dignasse. De fietsen- en radiateurproductie bleef bij John Marston Ltd.

12HP Eveneens in 1905 werd de 12HP geïntroduceerd. Deze had een 2,66 liter viercilindermotor. Er werden ongeveer 172 exemplaren geproduceerd. Het standaard model kostte £ 451, 10 s en de Landaulette kostte £ 451, 10 s. Het chassis kon ook los gekocht worden voor £ 400. In die tijd was dat vrij gebruikelijk. Hierdoor konden carrosseriebouwers, in die tijd vaak nog voormalige koetsbouwers, zelf een carrosserie maken. Daardoor zijn heel wat auto's van bekende producenten, ook Sunbeams, onder andere koetswerken verborgen. Sunbeam zou nog lang op deze manier produceren.

16/20HP In 1906 ontwierp Angus Shaw een prototype van de later zeer succesvolle 16/20HP. Samen met Fred Eastmead, die de ervaring al met de 10/12HP had opgedaan, reed hij het prototype van Land's End naar John o'Groats én terug zonder de motor af te zetten. Het kale chassis kostte £ 480, de complete auto (een vijfzitter) kostte £ 530 en de Landaulette kostte £ 640. Er werden al vlug 10 auto's per week geproduceerd, tot een totaal van ca. 400.

Moorfield Works en 25/30HP In 1906 werd een groot stuk land aan Upper Villiers Street aangekocht en werd begonnen met de bouw van de Moorfield Works. In 1907 liep de autoproductie terug. Van het 25/30HP model dat in dat jaar verscheen werden slechts 11 stuks verkocht. Dit was dan ook een dure auto, met een 5,1 liter zescilindermotor die zoals gebruikelijk in drie versies geleverd werd: het rijdende chassis voor £ 750, een vijfzitter Limousine voor £ 800 en een Landaulette voor £ 920. Er kon een spoel- of een magneetontsteking worden gemonteerd.

20HP en 35HP