right|250px Sunbeam is een Brits motorfietsmerk, geproduceerd door het gelijknamige bedrijf.

Bedrijfsnamen In de loop der jaren wisselde de fietsen- en motorfietsentak van Sunbeam, net als veel andere merken, regelmatig van eigenaar: 1859-1887: John Marston, Paul Street, Wolverhampton - eigenaar: John Marston (fietsen) 1898-1902: Villiers Cycle Components - eigenaar: John Martson (fietsonderdelen) 1887-1919: John Marston Ltd, Sunbeamland, Wolverhampton - eigenaar: John Marston (fietsen en motorfietsen) 1919-1926: John Marston Ltd, Sunbeamland, Wolverhampton - eigenaar: Nobel Industries Ltd (fietsen en motorfietsen) 1926-1937: John Marston Ltd, Sunbeamland, Wolverhampton - eigenaar: Imperial Chemical Industries (fietsen en motorfietsen) 1937-1943: Sunbeam Bicycles Ltd, Woolwich - eigenaar: Associated Motor Cycles (fietsen) 1937-1943: Sunbeam Motor Cycles Ltd, Woolwich - eigenaar: Associated Motor Cycles (motorfietsen) 1943-1964: Sunbeam Bicycles Ltd, Woolwich - eigenaar: BSA groep (fietsen) 1943-1964: Sunbeam Motor Cycles Ltd, Woolwich - eigenaar: BSA groep (motorfietsen)

Voorgeschiedenis Sunbeam kwam voort uit de vertinnerij en "Japanware" fabriek van John Marston, die hij al in 1859 had opgericht. Japanware was lakwerk van verschillende, vaak huishoudelijke artikelen, die voorzien werden van een donkere onderlaag en vele kleurrijke motieven. Het was voortgekomen uit het Japans lakwerk en in de 18e eeuw populair geworden in Engeland. John Marston was een perfectionist. Hij eiste volledige inzet van zijn werknemers, en alleen de hoogste kwaliteit was goed genoeg. Marstons fabriek was uiteindelijk de grootste producent van Japanware in Engeland, maar rond 1885 begon de populariteit van het product te dalen. De hele Marston-familie bestond uit enthousiaste fietsers, die vaak grote tochten ondernamen, waarbij de heren fietsen en driewielers bereden en de dames in rijtuigen volgden. John Marston zelf werd door zijn zoon Charles beschreven als een "Champion Tricyclist".

Geschiedenis Jaren tachtig van de 19e eeuw Sunbeam fietsen Het was dan ook niet verwonderlijk dat het bedrijf overschakelde op de productie van fietsen, die voorzien werden van de "japanning" laktechniek. In 1887 bouwde William Newill, een voorman uit de fabriek, een speciale fiets voor John met een kort en laag frame, omdat John nogal korte benen had. Deze was zwart/goud gelakt en waarschijnlijk gaf deze fiets de doorslag voor John om de productie op te starten. Het verhaal gaat dat Johns vrouw Ellen de zon in de glanzende lak zag weerspiegelen en zo de naam "The Sunbeam" bedacht. Deze naam werd in 1888 geregistreerd. In hetzelfde jaar werd de fabriek in Paul Street in Wolverhampton omgedoopt tot "Sunbeamland". Newill werd partner in het bedrijf. Marston wilde aanvankelijk alleen driewielers produceren, maar de uitvinding van John Starleys veiligheidsfiets maakte deze tot een grote rage, waardoor hij op zijn plan terugkwam en "gewone" fietsen ging produceren.

Jaren negentig van de 19e eeuw Sunbeam auto's In de late jaren negentig overtuigde John Marstons rechterhand Thomas Cureton Marston ervan dat de productie van automobielen winstgevend zou kunnen zijn. Voor het hoofdartikel hierover zie Sunbeam (auto).

Jaren nul Eerste motorfietsen en radiateurs In 1903 en 1904 vonden de eerste experimenten met gemotoriseerde fietsen plaats. Waarschijnlijk gebeurde dit door Motosacoche motoren in Sunbeam fietsframes te monteren. In 1903 patenteerde James Morgan, een werknemer van Sunbeam, zijn "Little Oil Bath", een gesloten oliebadkettingkast waarin de ketting in een oliebad liep. Waarschijnlijk was deze oliebadkast de reden dat Sunbeam - met uitzondering van enkele machines voor het Franse leger - nooit motorfietsen met riemaandrijving produceerde. John Marston was waarschijnlijk geen groot voorstander van deze gemotoriseerde fietsen, en toen een werknemer met een van de prototypes verongelukte verbood hij de verdere ontwikkeling ervan. In 1906 begon Marston naast fietsen ook radiateurs voor auto's te produceren.

Jaren tien

In de jaren tien vonden juist in Wolverhampton grote ontwikkelingen op motorfietsgebied plaats, vooral door de gebroeders Stevens in hun fabriek in Retreat Street, vlak bij Sunbeamland. Zij waren druk bezig hun inbouwmotoren te produceren en leverden deze aan merken als Clyno en Wearwell. Zelfs de gebroeders Werner, patenthouders van de in het frame gebouwde motor, gebruikten inmiddels Stevens inbouwmotoren. John Marston zag in dat er wel degelijk toekomst zat in de gemotoriseerde tweewielers en gaf John Greenwood, die al voor Rover en JAP had gewerkt, rond 1911 opdracht een Sunbeam motorfiets te ontwikkelen. Het bedrijfje van de gebroeders Stevens was eigenlijk te klein en geld voor nieuwe investeringen was altijd welkom. Daarom liet Harry Stevens zich door Greenwood inhuren om aan de eerste Sunbeam mee te werken.

2¾ HP Harry Stevens bouwde een 349 cc 2¾ pk eencilinder zijklepmotor met twee versnellingen. John Greenwood bracht kleine modificaties aan, waaronder de toepassing van de gepatenteerde oliebadkast en in 1912 ging de machine in productie. Ze werd verkocht als "The Gentleman's Motorcycle", een naam die de hoge kwaliteitsstandaard moest benadrukken. In 1913 werden kleine wijzigingen aangebracht, zoals de zwart/gouden lak die nog uit het "Japanning" tijdperk stamde en die het merk nog lang zou toepassen.

6 HP en 3½ HP In juni 1913 verscheen een tweede model, dat werd aangedreven door een 771 cc 6 pk JAP V-twin. In september volgde een model dat uiterlijk gelijk was aan de 2¾ pk, maar 499 cc mat en 3½ pk leverde. Deze 3½ HP zou wellicht de beroemdste Sunbeam worden. Ook deze machine werd verkocht als "The Gentleman's Motorcycle", maar kreeg al snel een tweede bijnaam: "Rolls Royce of Singles". In 1913 legde het bedrijf zich al op bescheiden schaal toe op de motorsport, waarbij werknemers als John Greenwood, Tommy de la Hay en de later bekende coureur Howard R. Davies diverse medailles wonnen. Ook privérijders zetten Sunbeam machines in en in de zomer van 1913 werden drie bergen "beklommen": Snowdon in juni, Ben Nevis in juli en de berg Tosari op Java in het najaar.

Gloria zijspancombinaties In de jaren tien werden motorfietsen vaak gepresenteerd als zijspantrekker. Clyno en AJS en produceerden ze al volop. Sunbeam bleef niet achter en liet vanaf 1914 zijspannen produceren bij Gloria. Ze werden verkocht als "Sunbeam Gloria 1" en "Sunbeam Gloria 2". Gloria 1 werd aan de 3½ HP gemonteerd, en Gloria 2 aan de 6 HP. In dat jaar werden deze motorfietsen ook weer licht gemodificeerd. Tommy de la Hay en John Greenwood wonnen met de 6 HP machines gouden medailles in de "Midland Reliability Trial", een betrouwbaarheidsrit. Charlie Nokes, Joe Dudley en Vernon Dudley wonnen prijzen met de 3½ HP motorfietsen. Howard R. Davies werd gedeeld tweede in de Senior TT, waar Sunbeam ook de teamprijs won.

3½ HP en 6 HP militaire motorfietsen Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kreeg Sunbeam net als andere merken opdrachten van het War Office. De 3½ HP en de 6 HP werden aanvankelijk in khaki gespoten, maar kregen als verwijzing naar de bedrijfskleuren zwarte biezen met de merknaam in gouden letters. Voor het Franse leger werden enkele 3½ HP machines geproduceerd, de enige Sunbeams die ooit met riemaandrijving gebouwd werden. Toen vanaf 1915 de JAP motoren schaars werden omdat ook dit bedrijf oorlogsproductie draaide, werd een AKD 795 cc V-twin die eveneens 6 pk leverde ingebouwd. Net als AJS, BSA en Norton leverde ook Sunbeam legermotoren aan het Russische leger, maar Sunbeams werden ook door Italië aangeschaft.

Number 1 en Number 2 zijspannen Rond 1915 trok Charles Hayward in een klein deel van de Sunbeamland fabriek en begon daar met de productie van zijspannen. Vanaf dat moment werden ook de Sunbeam motorfietsen van deze zijspannen voorzien. De nummering werd niet gewijzigd, maar uiteraard verviel wel de naam "Gloria".

4 HP In 1915 ging Sunbeam, ondanks de oorlogsinspanningen, door met de populaire heuvelklimwedstrijden. George Dance, later bekend door zijn "Dance knee grips", won met een nieuw ontwikkelde 4 HP de "Style Cop hill climb".

8 HP De 8 HP was een zijspancombinatie die speciaal voor het Russische leger werd ontwikkeld. Deze zware machine had een gepantserd zijspan waarop een machinegeweer was gemonteerd en ze werd aangedreven door een 996 cc MAG V-twin. Er was een grote brandstoftank met drie compartimenten gemonteerd. Het zijspan werd ook als "ambulance" uitgevoerd en er was zelfs een dubbeldekker versie. De 4 HP én de 3½ HP werden in verbeterde versie aan het Franse leger geleverd, opnieuw met de riemaandrijving die kennelijk de voorkeur van de Fransen genoot.

Radiateurs Op 3 november 1916 verbood het "Ministry of Munitions" de productie van civiele voertuigen, waardoor Sunbeam uitsluitend afhankelijk werd van militaire opdrachten. Om werk te behouden schakelde men daarom gedeeltelijk over op de productie van radiateurs voor auto's en vliegtuigen, waaraan grote behoefte bestond. Vanaf 1918 kwamen er weer JAP motoren beschikbaar, waardoor de 8 HP MAG motorblokken weer vervangen werden. Daardoor kregen de militaire zijspancombinaties 10 cm meer bodemvrijheid. De gepantserde 8 HP versies met machinegeweer bleken niet succesvol in het gevecht en de contracten voor deze machines werden beëindigd.

(Familie)tragedies Voor de Marston familie werd 1918 een rampjaar. Roland Marston, derde zoon van John en Ellen en beoogd opvolger van zijn vader, overleed vroeg in het jaar. John Marston kwam deze klap niet te boven en overleed daags na de begrafenis. Zes weken later overleed ook moeder Ellen. Ook voor veel werknemers van Sunbeam was 1918 geen gelukkig jaar. Vooral zij die als soldaat gevochten hadden en terugkeerden na de wapenstilstand van november 1918 konden voorlopig niet aan het werk, omdat hun plaatsen intussen bezet waren en de productie terugliep omdat alle militaire contracten onmiddellijk werden beëindigd.

Nobel Industries Ltd. John Marston's oudste zoon Charles had al in 1898 zijn eigen bedrijf Villiers opgezet en dit bedrijf groeide snel. Hij verkocht John Marston Ltd. aan een consortium van munitieproducenten die goed aan de oorlog verdiend hadden en een goede investering voor het verdiende kapitaal zochten. Thomas Cureton, voormalig rechterhand van John Marston, werd voorzitter van de raad van bestuur, maar overleed na korte tijd en werd vervangen door Sidney Bowers. In 1919 werd het consortium overgenomen door Nobel Industries Ltd.

3½ HP Sporting Model en Standard Model De civiele productie werd weer opgestart met modellen uit de catalogus van 1916 en nieuwe "burger" versies van de oorlogsmodellen 3½ HP, 4 HP en 8 HP. Er verscheen ook een nieuw 3½ HP "Sporting Model" dat vrijwel identiek was aan de 3½ HP oorlogsmachine. Er kwam ook een 3½ HP Standard Model, voor dezelfde prijs. De 8 HP JAP werd uiteraard als zijspantrekker geïntroduceerd. Na de oorlog was de inflatie tamelijk hoog, waardoor de machines snel duurder werden. Desondanks waren Sunbeam motorfietsen populair en verkochten ze goed. De 3½ HP modellen kostten in 1919 95 Guineas, in 1921 echter al 171 guineas, voor veel mensen een jaarsalaris.

Jaren twintig

De jaren twintig zouden voor het merk Sunbeam bekend worden als de "Golden Years". De motorfietsen stonden kwalitatief op een hoog peil, en hoewel ze aanvankelijk zeer duur waren, werden ze toch zeer gewild. In 1920 ontwikkelde Sunbeam een aantal nieuwe modellen, waarbij vooral de bladgeveerde voorvorken opvielen, die lange tijd typerend voor de Sunbeam motorfietsen zouden zijn. De 3½ HP kreeg trommelremmen en grotere koelribben. De wielen werden uitwisselbaar, wat vooral interessant was voor zijspanrijders, die een reservewiel konden meenemen. Het wedstrijdteam won voor het eerst de TT van Man: Tommy de la Hay won de Senior TT. W.R. Brown werd derde en George Dance reed de snelste ronde.

3½ HP Semi-Sporting en Sporting Solo Sunbeam T.T.