Een reactionair is iemand die vanuit politieke overtuiging een situatie uit het verleden wil herstellen. De politieke houding van een reactionair is altijd een reactie op ontwikkelingen die als schadelijk gezien worden.

Oorsprong en duiding begrip Reactionair stamt van het Franse réactionnaire, een woord uit het begin van de 19e eeuw. Het was de eerste term die gebruikt werd om de tegenstanders van de Franse Revolutie mee aan te duiden, de latere term was conservatief, van conservateur. In het parlementair woordgebruik in Frankrijk waren in die tijd rechts en reactionair gelijkwaardige termen voor de monarchistische stroming.

Een reactionair wordt wel als extreem conservatief omschreven, maar in tegenstelling tot een gematigd conservatief streeft hij niet naar het in stand houden van de politieke status quo maar streeft actief naar een terugkeer van een situatie uit het verleden. De term wordt specifiek gebruikt als aanduiding voor tegenstanders van vooruitgang en revolutionaire omwentelingen; in de revolutionaire context betekent reactionair hetzelfde als contrarevolutionair.

Klassieke 19e-eeuwse reactionairen idealiseerden ofwel het feodalisme ofwel de latere periode van voor de Industriële en Franse revoluties, met hun agrarische economie, landadel die de maatschappij domineerde, geregeerd door een koning en met de kerk als moreel centrum. De eerste reactionairen waren dus voor de aristocratie, terwijl latere reactionairen de conservatieve bourgeoisie prefereerden. In deze context zijn reactionairen tegen democratie en parlementarisme.

Vandaag gebruiken personen, politici en groepen de term vaak met een negatieve connotatie: ze duiden er die personen, politici en groepen mee aan die maatschappelijke ontwikkelingen willen terugdraaien die in de ogen van de eersten positief zijn.

De betekenis van reactionair in verschillende contexten In marxistische zin wordt reactionair met een negatieve connotatie gebruikt om aanhangers van het feodalisme, het kapitalisme of het fascisme mee aan te duiden. Feodalisten en fascisten worden als het meest reactionair beschouwd, terwijl linkse kapitalisten als het minst reactionair gelden.

Verschillende groeperingen gebruiken reactionair om zichzelf mee te beschrijven; het gaat daarbij om mensen die strikte gehoorzaamheid en onderwerping eisen aan een god of aan diverse sociale structuren die zij als onveranderlijk beschouwen, zoals de sociale hiërarchie, Lex naturae, de vermeende oorspronkelijke wetten van de staat en loyaliteit aan de stam.

De term reactie duikt op in het Europa van de Franse Revolutie, wanneer conservatieve en vooral rooms-katholieke krachten zich organiseren om de veranderingen die op gang gebracht waren door de revolutie te bestrijden en om de autoriteit van de kerk en de vorst te behouden. De Reactie was speciaal gekant tegen de meest radicale revolutionairen zoals de jakobijnen.

In de context van de 19e-eeuwse Europese politiek bestond de reactionaire klasse uit de rooms-katholieke hiërarchie, de aristocratie, koninklijke families, royalisten en verder iedereen die voor de monarchie en de bemoeienis van de Rooms-Katholieke Kerk met de regering was. In Frankrijk werden de voorstanders van de terugkeer van de erven van het Huis Bourbon legitimistische reactionairen genoemd. Tijdens de Derde Republiek waren de monarchisten de reactionaire groepering van die tijd, hoewel ze later met de veel mildere term Conservatieven aangeduid werden. De term werd ook in protestantse staten gebruikt om tegenstanders van het modernisme mee aan te duiden.

In de 20e eeuw werd de term vaak gebruikt om de tegenstanders van de socialistische en communistische revolutie mee aan te duiden, zoals het witte leger dat de bolsjewieken bestreed na de Oktoberrevolutie. De term werd ook gebruikt voor autoritaire, anticommunistische regimes zoals Vichy-Frankrijk, het Spanje onder Francisco Franco of het Portugal onder António Salazar. Franco was een reactionair in de gebruikelijke zin van het woord; hij verdedigde de autoriteit van de Rooms-Katholieke Kerk en de macht van de Spaanse staat tegen de linkse democratischgezinden en wilde Spanjes politiek laten terugkeren naar een autoritair regime na een democratische transitieperiode.

De Europese Reactie De Reactie ontstond in Europa als een antwoord op de Franse Revolutie die in meerdere of mindere mate het gedachtegoed van de Verlichting belichaamde. Na de terechtstelling van de Franse koning Lodewijk XVI riepen de revolutionairen op tot een wereldwijde opstand tegen alle monarchieën, een opstand die geleid zal worden door de Franse legers. Daarnaast hadden de revolutionairen al precedenten gezet in het ondermijnen (of zelfs compleet vernietigen) van de aristocratische macht door de confiscatie van landgoederen. In 1789 werd er onder de liberale monarchisten al beslag gelegd op een deel van de enorme landerijen van de kerk en de aristocratie; in 1793 werd dit proces voortgezet met de inbeslagname van landgoederen van veroordeelde edellieden en ten slotte experimenteerden de egalitaristen van de samenzwering van François-Noël Babeuf met het afschaffen van landeigendom in sommige delen van Frankrijk. De revolutionaire strijdkreet Liberté, Egalité, Fraternité was geen holle frase, maar de kern van de verlichtingsfilosofie: de idealen van secularisatie, egalitarisme, klasseloosheid en democratie brachten de massa's op de barricaden.

De Franse Revolutie was een politieke en sociale revolutie, ze was politiek in de zin dat de staatsvorm veranderd werd van een absolute monarchie naar een democratische republiek en ze was sociaal in de zin dat ze streefde naar een reformatie van de maatschappij wat betreft religie, onderwijs en wetgeving.

De Thermidoriaanse Reactie De Thermidoriaanse Reactie was een beweging binnen de revolutie die gekant was tegen de excessen van de jakobijnen. Op 27 juli 1794 (de 9e Thermidor van jaar II van de revolutionaire kalender) was Maximilien Robespierre's Schrikbewind ten einde.

Het afzetten van Robespierre was het signaal voor de Nationale Conventie om het Welzijnscomité te herevalueren. Hierop werden de jakobijnen onderdrukt, de gevangenissen werden leeggehaald en het Comité werd alle macht ontnomen. Na de executie van 104 aanhangers van Robespierre stopte de Thermidoriaanse Reactie met het guillotineren van vermeende contrarevolutionairen en sloeg zij een middenkoers tussen monarchisten en radicalen in die een periode van relatieve welstand inluidde.

De herstelde monarchie Na het Congres van Wenen sloten de vorsten van Rusland, Pruisen en Oostenrijk een Heilige Alliantie, een soort van collectieve verzekering tegen revolutie en Bonapartisme, geïnspireerd door tsaar Alexander I van Rusland. Deze Reactie werd echter voorbijgestreefd door een beweging in Frankrijk zelf, toen na de tweede val van Napoleon de Restauratie plaatsvond en de Bourbon-dynastie opnieuw geïnstalleerd werd; deze keer als constitutionele monarchie met een verkozen lagerhuis, de Kamer van Gedeputeerden. De toegang was beperkt tot mannen van minstens veertig jaar, wat betekende dat ze minstens vijftien jaar van hun leven onder het ancien régime geleefd hadden. Niettemin was koning Lodewijk XVIII bezorgd dat er een weerspannig parlement zou ontstaan. Hij was bijzonder verheugd toen bleek dat de ulta-royalisten ofwel Ultra's de verkiezingen gewonnen hadden; hij verklaarde dat hij een Chambre Introuvable, een onvindbaar parlement, gevonden had. Later bekoelde zijn enthousiasme toen bleek dat de Ultra's toch iets te ultra waren voor een vorst als hij.

De Verklaring van Saint Ouen was de wegvoorbereider van de Restauratie; nadat de toekomstige Lodewijk XVIII geland was in Frankrijk verklaarde hij onder meer dat de landerijen van de gevluchte aristocratie die door de Republiek geveild waren niet geconfisqueerd zouden worden, noch dat er restitutie voor zou worden gegeven; dat de napoleontische Code civil van wetten in stand zou blijven; dat de onderscheiding Legioen van Eer die aan Napoleongetrouwen was verstrekt met inbegrip van haar sociale functie behouden zou blijven en dat de wijzigingen die Napoleon in het onderwijs had doorgevoerd, vooral de universiteit van Parijs, ook in stand zouden worden gehouden. Het was nu juist het verlangen om al deze zaken tot hun stand van voor de revolutie terug te brengen dat de reactionairen vooral karakteriseerde; en veel van de Ultra's deelden dit verlangen.

Voor de Franse Revolutie was de enige manier om een grondwetswijziging door te voeren het refereren aan oude juridische documenten die zodanig geïnterpreteerd konden worden dat ze overeenstemden met het voorstel tot wijziging; al het nieuwe moest uitgedrukt worden als een rechtmatige opleving van iets ouds dat voorbijgegaan en vergeten was. Op deze manier was het ook eenvoudig voor de verarmde adel om zich opnieuw van rijkdom te voorzien; in de 18e eeuw greep deze verarmde adel, die onder vergelijkbare omstandigheden als de boeren leefde, elke kans aan die de antieke feodale wetgeving bood: de banne bijvoorbeeld hield in dat boeren hun graan alleen mochten laten malen in de molen van hun heer. In de Staten Generaal van 1789 verwachtte de adel dan ook om het uitbreiden van deze praktijken tot de volle mogelijkheden die de wet bood te kunnen doordrukken en was geschokt toen de Franse Revolutie de gewone burgerij de jacht toestond; een privilege dat men voorheen altijd en overal voor de adel had weten te waarborgen.

Het gevolg van dit alles was dat de Chambre Introuvable na de Restauratie van de Bourbons niet alleen begon met het herstellen van de situatie zoals die was tijdens de periode absolute monarchie, maar nog verder teruggreep tot de tijd waarin de aristocratie nog een sociale klasse met werkelijke macht was. Hierin ligt tevens het duidelijkste onderscheid tussen een reactionair en een conservatief; een conservatief zou de verbeteringen door de revolutie geaccepteerd hebben en een complete omkeer afgewezen hebben.

Latere Franse koningen hadden vergelijkbare problemen met hun parlementen. De revoluties van 1830 en 1848 gaven aan dat het volk een democratische republiek wilde.

De contrarevolutionaire filosofen In de nadagen van de Franse Revolutie was Frankrijk constant in oproer door de verdeeldheid tussen de krachten van de Restauratie aan de rechterkant en de revolutionairen aan de linkerkant van het politieke spectrum. In deze situatie stonden de kerkelijke filosofen Joseph de Maistre, Louis de Bonald, Juan Donoso Cortes en François René de Chateaubriand op, wier oplossing voor het conflict bestond uit herstel van de voormalige absolute monarchie en herinstallatie van de Rooms-Katholieke Kerk als de staatskerk. Dit ontwikkelt zich tot een zich herhalend patroon in het gedachtegoed van de Franse reactionairen die verlangen naar een pre-revolutionaire gouden eeuw en twee eeuwen aan verandering na de revolutie ongedaan willen maken (zie ook: Action Française).

De Maistre thumb|Joseph de Maistre De Maistre werd bekend als de filosoof van de Reactie tijdens de Restauratie; zijn geschriften waren een gezaghebbende bron van reactionair gedachtegoed. Hij zag de menselijke aard als negatief en verwierp de principes van de Franse Revolutie en haar politieke en sociale instituties, omdat ze stamden uit de Verlichting die hij als anti-christelijk zag. Volgens De Maistre schiep God en niet een sociaal contract de staat; orde en stabiliteit waren de belangrijkste waarden die slechts bereikt konden worden door gehoorzaamheid aan een absolute monarchie en de Rooms-Katholieke Kerk; wetgeving was de verwezenlijking van gebruiken en tradities en niet van de wensen van het volk. Hij verdedigde de autoritaire regering als een hiërarchische sociale orde gebaseerd op natuurlijke ongelijkheid. In het boek L'Examen de la philosophie de Bacon viel hij Francis Bacon's materialisme aan.

De Bonald