thumb|Historica Caroline Drieënhuizen over de verschillende perspectieven om naar het Nederlands koloniaal verleden te kijken – Universiteit van Nederland Nederlands-Indië (Maleis: , oude spelling: Nederlandsch-Indië) was vanaf 1816 tot de overdracht in 1949 de officieel gebruikte benaming voor de kolonie van Nederland die uiteindelijk het huidige Indonesië omvatte. De basis voor de kolonie Nederlands-Indië werd vanaf 1602 gelegd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). In 1795 werd de VOC overgenomen door de Nederlandse staat. In de negentiende en twintigste eeuw veroverde het Nederlandse koloniale leger het veruit overgrote deel van wat uiteindelijk Indonesië is gaan heten.
Om de oorlogen te bekostigen werd de lokale bevolking verplicht om voor de Nederlandse staat commerciële exportproducten – zoals koffie en suiker – te produceren, wat hongersnoden onder de lokale bevolking tot gevolg had. Dit zogenoemde cultuurstelsel was rond 1850 goed voor een derde van de Nederlandse staatsinkomsten. Het uiteindelijk veroverde gebied omvatte honderden volkeren met elk een eigen taal, cultuur en etniciteit. Pas in de jaren twintig van de twintigste eeuw had Nederland het hele gebied van wat nu Indonesië is onder controle en kwam de immigratie van Nederlanders om in de kolonie te werken goed op gang. De kortstondige maatschappij die daaruit ontstond kenmerkte zich onder meer door raciale tegenstellingen met een Europese bovenlaag van mannen, en hun, vaak inheemse, vrouwen en Indische Nederlanders. Daaronder een kleine lokale middenlaag, waaronder ook een Chinees-Indische minderheid en daaronder de overgrote meerderheid van boeren en arbeiders van een aan slavernij en lijfeigene grenzende onderklasse. In de grotere steden en op Java groeide het bewustzijn van een eigen nationale identiteit van de inheemse bevolking, en daarmee de roep om zelfbestuur.
Tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werden alle Nederlanders geïnterneerd. Het Indonesische nationalisme werd door de Japanners gestimuleerd en direct na de capitulatie van Japan riep de nationalistische leider Soekarno op 17 augustus 1945 de Indonesische Republiek uit.
Nederland bouwde vervolgens tot midden 1947 een troepenmacht op van bijna tweehonderdduizend man. De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog kenmerkte zich door het extreme geweld van Nederlandse zijde en kostte honderdduizenden burgers, tienduizenden republikeinse en een paar duizend Nederlandse militairen het leven. Met name tijdens het begin van de Indonesische revolutie waren Indische Nederlanders en andere Nederlandse burgers, alsook Indisch-Chinezen, slachtoffer van geweldsuitbarstingen.
Op 27 december 1949 zag Nederland zich gedwongen door druk van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten om de onafhankelijkheid van Indonesië te erkennen. Hiermee was Indonesië het eerste Aziatische land dat zich vrij had gemaakt uit kolonisatie, en kwam aan de Nederlandse aanwezigheid in driekwart van Nederlands-Indië een einde. Hierop volgde de repatriëring van Indische Nederlanders, en de ontbinding van het koloniale leger, waaruit de Nederlands-Indische en Molukse gemeenschap in Nederland is ontstaan. In 1962 werd Nieuw-Guinea – het laatste Nederlandse gebied in de Indische Archipel – overgedragen aan Indonesië.
Etymologie De naam Nederlands-Indië kwam bij de VOC al in de jaren 1620-1622 voor, toen nog als Nederlandsch-India. De naam Nederlandsch-Indië werd echter pas officieel op 19 augustus 1816. De kolonie werd ook wel aangeduid als Nederlands Oost-Indië en informeel als de Oost, om verwarring te voorkomen met de koloniën in Nederlands West-Indië. Andere namen zijn Achter-Indië,Onderscheid werd gemaakt in Voor-Indië (India, Bangladesh, Pakistan en Nederlands Voor-Indië) en Achter-Indië (het vasteland van Zuidoost-Azië en de Indonesische en Filipijnse archipel) de Gordel van Smaragd en Insulinde. De verschillende termen worden vaak door elkaar gebruikt.
De geschiedenis van Nederlands-Indië in perspectief Het ontstaan en de hele geschiedenis van de kolonie is verbonden met veel belangrijke ontwikkelingen in de wereldgeschiedenis. De eerste contacten waren een uitvloeisel van de Europese ontdekkingsreizen in de 16e eeuw. Deze leidden tot de overname en monopolisering van de Aziatisch-Europese handel door Europese handelsmaatschappijen. Voortdurende verhoging van de beheersing van deze handelsmaatschappijen leidde vervolgens tot het kolonialisme en imperialisme van Europese mogendheden in de 18e en 19e eeuw. In de koloniën ontstonden nationalistische en onafhankelijkheidsbewegingen in de 20e eeuw. Door de uitschakeling van de Europese hegemonie door Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen deze bewegingen een sterke impuls. Door angst voor communistische revoluties, greep vervolgens de Verenigde Staten in om zowel onafhankelijkheid te steunen, of te onderdrukken. In dat laatste geval steunde de Sovjet-Unie tijdens de Koude oorlog de onafhankelijkheidsstrijd.
Ontstaan van de kolonie Voor de Nederlanders De Indische Archipel maakte al sinds de oudheid onderdeel uit van Aziatische handelsroutes en de Aziatisch-Europese specerijenhandel. Vanuit verschillende eilanden werd handel gedreven tot aan Afrika toe. Er was veel uitwisseling van handel en kennis en migratie met het gehele gebied van Zuidoost-Azië, van China tot aan het huidige Somalië. Migratie vanuit India, vanaf de 2e eeuw voor onze jaartelling tot de 12e eeuw leidde tot het ontstaan van verschillende hindoeïstische koninkrijken.
Vanaf de 13e eeuw verspreidde de islam zich vanuit Sumatra waardoor vele vorsten zich tot het islamitisch geloof bekeerden. Op de vele eilanden heersten vorstendommen, stadstaten en sultanaten, die zich met onderlinge en overzeese handel en binnenlandse landbouw bezig hielden. Het hindoeïstische koninkrijk Majapahit ontstond op oostelijk Java in de late 13e eeuw en heerste op haar hoogtepunt over het grootste gedeelte van het huidige Indonesie met handel tot aan Madagaskar.
Aan het begin van de 16e eeuw werd het overvleugeld door opkomende islamitische havensteden in Noord-Java en het sultanaat Malakka. Het gehele gebied kenmerkt zich door vele variaties in cultuur en taal, maar door de langdurige onderlinge contacten werd het Maleis de lingua franca. Uiteindelijk vestigde de islam zich op de vele eilanden, gemengd met hindoeïstische en boeddhistische elementen. Op het eiland Bali bleef het hindoeïsme dominant onder de vele koninkrijken die op het eiland heersten.
Belangrijke staten ontstonden in de 16e eeuw, zoals het sultanaat Banten, op Java en Sumatra, sultanaat Mataram en stadstaat Surabaya op Java en sultanaat Atjeh op Sumatra en sultanaat Brunei op Borneo. Op andere eilanden, zoals Celebes of Sulawesi, en de Molukken heersten vele lokale islamitische vorstendommen die via handel sterk met elkaar verbonden waren. De contacten met Europa verliepen via vele tussenstations, over de handelsroutes over zee via India naar Egypte en vanaf daar vooral via Venetië naar de rest van Europa.
De Portugezen waren de eersten die om de Kaap de Goede Hoop voeren en in 1498 Zuidoost-Azië bereikten. In 1511 veroverden ze de stad Malakka, een belangrijk handelsknooppunt. Hier leerden ze de herkomst van de specerijen kennen, de specerijen-eilanden van de Molukken waarna de Portugezen zelf naar de Molukken reisden. In 1522 legden de Portugezen voor het eerst contact met het sultanaat Bantam, wat een belangrijk handelsknooppunt was, en vervolgens met heel Java, tot aan Japan. Gedurende de hele 16e eeuw stichtte Portugal een heel Rijk van handelsposten en forten langs de gehele Afrikaanse kust, Zuid-Amerika en Azië, om bestaande handelsroutes over te nemen en te starten met de trans-Atlantische slavenhandel. Ondertussen had Portugal een unie met Spanje gevormd en was dus ook in oorlog met de Nederlanden.
VOC-periode In 1596 bereikten vier Hollandse koopvaardijschepen met aan boord opperkoopman Cornelis de Houtman voor het eerst de Indische archipel. Tussen 1594 en 1602 ontstonden er in de Nederlanden verscheidene zogeheten voorcompagnieën die handel begonnen te drijven op Azië, met name in specerijen. Deze werden in 1602 samengevoegd tot de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), een handelsonderneming maar ook vooral een oorlogs- en kapervloot. Deze onderneming verkreeg bij haar oprichting het Nederlandse monopolie om ten oosten van de Kaap de Goede Hoop en ten westen van de Straat Magellaan zeehandel te drijven. De compagnie kreeg ook de taak Portugal en Spanje, waarmee de Nederlandse republiek in oorlog was, zoveel mogelijk te bevechten.
In 1603 voer onder Steven van der Hagen de eerste volledig uitgeruste VOC-oorlogsvloot naar de Indische Archipel uit. Ze gingen daar direct het conflict aan om de specerijenhandel in de Molukken, met zowel de reeds lang aanwezige Portugezen als ook de Engelsen. Op de zuid-Molukse Banda-eilanden, de enige plek ter wereld waar nootmuskaat en foelie werd verbouwd, vestigde de VOC haar gezag met bruut geweld. In 1621 werd een opstand neergeslagen waarna vervolgens vrijwel alle 15.000 bewoners werden uitgemoord door de VOC onder leiding van Jan Pieterszoon Coen. De enkele overlevenden bracht Coen naar Java, waarna hij op de ontvolkte eilanden de eerste moderne slavernij plantages inrichtte.
Vanwege het belang van de Molukken werd op het eiland Ternate het hoofdkwartier van de VOC, fort Oranje, gevestigd. Voor de VOC was het voornaamste doel in deze jaren om de Spanjaarden en Portugezen te bevechten, hun schepen te kapen en goederen te stelen en hun forten te veroveren. Om toch zoveel mogelijk te verdienen werden er vele nederzettingen gesticht of veroverd op de Portugezen langs de gehele handelsroute in Afrika, Brazilie, India en Zuidoost-Azië en economische mogelijkheden verkend. Binnen en buiten de Indonesische archipel werden een groot aantal handelsposten, zogeheten factorijen opgezet. Om de handel beter te organiseren, besloot Coen om een meer centrale hoofdplaats in te stellen waar ter plaatse de geïnstalleerde gouverneur-generaal en raad van Indië zetelde. thumb|Het kasteel van Batavia, gezien vanaf West Kali Besar. (Andries Beeckman, circa 1656-58) Hiertoe werd het sultanaat Bantam binnengevallen op Java en de hoofdstad Jayakarta verwoest. Op de resten werd de nieuwe hoofdplaats van de VOC Batavia gebouwd, het huidige Jakarta. Gedurende de 17e eeuw vestigde de VOC vanuit Batavia haar gezag over Java en veroverde en monopoliseerde de Aziatisch handelsroutes van de Portugezen. De VOC had overal grote moeite om kostendekkend te opereren, met name omdat er in Azië geen markt was voor Europese producten. Pepercontracten met Atjeh, Palembang en Jambi op Noord-Sumatra moesten met zilver worden betaald. Vanuit het gehele gebied waar de zeehandel plaatsvond werden slaven meegevoerd om voor de VOC te werken op bijvoorbeeld suikerplantages rond Batavia en de scheepswerkplaats bij Batavia. Van de Indische Archipel kwamen slaven eerst van de Molukken, later vooral Balinezen.
thumb|Kaart van Nederlands-Indië door William Dampier, 1697
thumb|Huis van de gouverneur-generaal binnen het kasteel van Batavia
Na uitschakeling van de Portugezen en Spanjaarden in de Nederlanden en verovering van hun aziatische handelsposten en routes, volgden vele conflicten met Engeland, ook in Azië. Vanaf 1740 concentreerde de Nederlanden zich op de Indische Archipel. Sterke immenging in opvolgingskwestie van Javaanse koninkrijken leiden tot de onderwerping van grote delen van Java aan de VOC. De VOC leed echter onder verstarring en corruptie en had te maken met hevige concurrentie van Frankrijk en Groot-Brittannië.