De geschiedenis van Zuid-Korea begint officieel met de vestiging van de staat op 15 augustus 1948.
Onder Amerikaans bestuur thumb|300px|Yeo Woon-Hyung (helemaal rechts) samen met de commissie die bestond uit Amerikanen en Sovjets. Vanaf 1910 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Korea bezet door de Japanners. In 1945, na afloop van de oorlog, werd Korea door de Verenigde Naties in twee stukken gedeeld. De grens liep langs de 38e breedtegraad noord. Het noordelijk deel viel onder het voorlopige bestuur van de Sovjet-Unie, terwijl het zuidelijk deel onder Amerikaanse zeggenschap kwam te staan. Deze grens moest dienen als voorlopige grens totdat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie en China een betrouwbare regering hadden geïnstalleerd. Deze plannen werden in februari 1945 door de verschillende mogendheden op de Jaltaconferentie besproken.
Na de overgave van Japan landden op 8 september 1945 Amerikaanse troepen op Incheon en stelden een voorlopig militair bestuur in onder leiding van luitenant-generaal John R. Hodge. Een jaar later trad er een tijdelijke regering aan onder leiding van Kim Kyu-shik en Syngman Rhee. Er werd besloten het gezag van de Voorlopige Regering van de Republiek Korea af te wijzen. Deze regering zetelde in China en werd beschouwd als een verlengstuk van de communisten aldaar.
Het land zelf werd in deze tijd opgeschrikt door politieke en economische chaos als gevolg van de Japanse bezetting. Het Amerikaanse militaire apparaat was niet voldoende voorbereid. Tegelijkertijd kwamen er grote vluchtelingenstromen vanuit het noorden naar het zuiden die bijdroegen aan een verder destabiliserende situatie.
In december 1945 vond er een conferentie plaats in Moskou tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Er werd een commissie gevormd die later ook bijeen kwam in Seoul, maar deze commissie kwam niet tot een besluit. In september 1947 besloten de Verenigde Staten het probleem voor te leggen aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Die nam daarop een resolutie aan waarin stond dat er verkiezingen moesten worden gehouden onder het toezicht van de VN. Noord-Korea wees deze beslissing af en daarom werden er alleen in Zuid-Korea verkiezingen gehouden.
Na de verkiezingen werd een grondwet aangenomen. Daarin stond onder andere dat er indirecte verkiezingen zouden worden gehouden om telkens voor een periode van 4 jaar een president te kiezen. Syngman Rhee werd in juli 1948 gekozen als de eerste president. Hij riep op 15 augustus 1948 de Republiek Korea (Zuid-Korea) uit.
Eerste Republiek thumb|300px|Syngman Rhee, de eerste president van Zuid-Korea samen met de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur. In reactie op de onafhankelijkheid van Zuid-Korea werd op 9 september 1948 de Democratische Volksrepubliek van Korea (Noord-Korea) uitgeroepen met aan het hoofd Kim Il-sung. De Verenigde Naties erkenden in resolutie 195 echter alleen Zuid-Korea als de wettelijke voortzetting van Korea. Noord-Korea kende een communistisch karakter. Er werd veel privébezit geconfisqueerd door de staat. Ook veel faciliteiten en fabrieken die voorheen aan pro-Japanse groepen hadden toebehoord werden staatseigendom. In Zuid-Korea werd in juni 1949 ook een grote hervormingswet doorgevoerd. De grotere landeigenaren moesten veel van hun land afstaan.
Zuid-Korea onderhield nauwe banden met de Verenigde Staten uit vrees voor Noord-Korea en Japan, hoewel de betrekkingen met dit laatste land langzaam beter werden. Intussen stroomde Amerikaanse hulp binnen. Qua omvang was deze bijna gelijk aan het bruto binnenlands product. De nieuwe regering nam ook veel gebruiken van de Amerikaanse militaire regering over, waaronder de onderdrukking van links-extreme groepen. In 1948 werden militaire opstanden in Jeju, Suncheon en Yeosu neergeslagen.
Het belangrijkste doel van de regering van Rhee was vooral een vereniging van het noorden met het zuiden, zo nodig zou dit kunnen met militaire steun van de Verenigde Staten. De steun was beperkt onder de bevolking. Dit bleek bij de parlementsverkiezingen in mei 1950 toen de meeste zetels naar onafhankelijke kandidaten gingen.
Het Noord-Koreaanse leger viel op 25 juli 1950 Zuid-Korea binnen. Dit was het begin van de Koreaanse Oorlog. Onder leiding van de Verenigde Staten en onder de vlag van de Verenigde Naties werd er een coalitie gevormd die bestond uit 16 staten, waaronder Nederland. De Noord-Koreanen kregen vanaf 1951 steun van China, dat onverwacht meer dan een miljoen mannen stuurde onder het mom van vrijwilligheid.van der Veen. p. 185 Rond juli 1951 lagen de fronten ongeveer weer langs dezelfde lijn als op het moment dat de oorlog uitbrak. Omstreeks die tijd begonnen de onderhandelingen. Deze kwamen pas op 27 juli 1953 tot een goed einde. Er werd besloten een demilitaire zone te vormen. Officieel zijn Noord-Korea en Zuid-Korea tot vandaag de dag in oorlog met elkaar. De Zuid-Koreaanse regering keerde op 15 augustus 1953 terug vanuit Busan naar Seoul.
Zuid-Korea maakte hierna roerige jaren door onder het autocratische bewind van Rhee. Hij had er veel voor over om aan de macht te blijven en voerde grondwetswijzigingen door waardoor de president voortaan direct gekozen zou worden en hij uitgezonderd werd van de regel dat een president maximaal 8 jaar in functie mocht blijven. Om dit te bereiken moest hij wel de staat van beleg uitroepen en verschillende demonstranten en parlementsleden van de oppositie arresteren. De leider van de oppositie werd geëxecuteerd op de beschuldiging dat hij een Noord-Koreaanse spion was.
In 1958 werd een Nationale Veiligheidswet aangenomen waardoor de regering haar controle vergrootte over de verschillende regeringsniveaus. Deze maatregelen leidde tot veel woede onder de bevolking, maar Rhee won toch in maart 1960 nog de presidentsverkiezingen. Op verkiezingsnacht gingen er in de stad Masan tal van studenten en burgers de straat op. De demonstraties werden in eerste instantie neergeslagen door de lokale politie, maar toen het dode lichaam van een student drijvend in de haven werd aangetroffen sloegen de rellen over naar de rest van het land.
Op 19 april werden er op verschillende universiteiten en scholen in Seoul demonstraties gehouden. Het protest sloeg over naar de straat. Deze gebeurtenis kwam bekend te staan als de Aprilrevolutie. De overheid riep de noodtoestand uit en het leger vuurde op de menigte. Na een escalatie van de protesten trad de regering van Rhee op 26 april af.
Na de protesten werd er een tijdelijke regering gevormd onder leiding van Heo Jeong, tot dan toe minister van Buitenlandse Zaken. Er werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven voor 29 juli 1960. Deze werden gewonnen door de Democratische Partij, tot dan toe de grootste oppositiepartij. Er werd een nieuwe grondwet opgesteld, waarvan de president slechts in naam het hoofd zou zijn. De werkelijke macht kwam te liggen bij het parlement. Het parlement koos Yun Bo-seon als president en Chang Myon als premier.
Tweede Republiek In de Tweede Republiek was er sprake van een opleving bij (linkse) groepen en individuen die onder de Eerste Republiek werden onderdrukt. Er kwamen veel nieuwe vakbonden van de grond en er werden veel demonstraties gehouden. Onder publieke druk van het linkse kamp werden veel militairen en politiefunctionarissen onder verdenking gesteld vanwege betrokkenheid bij antidemocratische activiteiten en corruptie. Meer dan 40.000, waaronder 2.200 regeringsfunctionarissen en 4.000 politiemannen, werden verdacht.
Op economische gebied had Zuid-Korea het zwaar. De hwan, de nationale munt, verloor de helft van haar waarde tussen het najaar van 1960 en het voorjaar van 1961. Door de regering werd er een vijfjarenplan opgesteld voor de ontwikkeling van de economie, maar zij kwam er niet meer aan toe dat uit te voeren, omdat ze werd afgezet door middel van een militaire coup. Deze coup werd geleid door majoor-generaal Park Chung-hee, die op 16 mei 1961 de macht greep. Park was een van de militaire leiders die ontevreden was met de depolitisering van het militaire apparaat. Hij vond de maatregelen niet ver genoeg gaan en was bang dat het land zou vervallen in een communistische staat. Daarom besloot Park zelf het recht in eigen hand te nemen.
Het parlement werd ontbonden en militaire officieren werden vervangen door volksfunctionarissen. Met het doel om de oppositie in de gaten te houden werd de Koreaanse Centrale Inlichtingendienst in juni 1961 opgericht met Kim Jong-pil, een familielid van Park, aan het hoofd. In december 1962 hield de junta een referendum voor het – opnieuw – instellen van een presidentieel stelsel. 78 procent van de kiezers stemde daar mee in. Park had aanvankelijk beloofd zich niet verkiesbaar te stellen, maar deed dat uiteindelijk wel. Hij was de presidentskandidaat voor de nieuw gevormde Democratische Republikeinse Partij (DRP) en won in 1963 uiteindelijk de verkiezingen met een kleine meerderheid.
Derde Republiek thumb|300px|Park Chung-hee in 1964. De Derde Republiek werd begonnen met de aankondiging van een economisch vijfjarenplan, waarin de economie van Zuid-Korea zou worden omgevormd tot een die op de export was gericht. De nadruk kwam nu te liggen op zelfredzaamheid, economische ontwikkeling, modernisering en industrialisatie. Er werd veel geld aangetrokken uit Japan en de Verenigde Staten. Verschillende bedrijven werkten met de overheid samen en konden tegen een lage rente geld lenen en kregen belastingvoordelen. De economie van Zuid-Korea begon nu in snel tempo te groeien; tussen 1961 en 1979 zou het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking ruimschoots vertienvoudigen, van 130 naar 1500 dollar.van der Veen. p. 189
De relatie met Japan werd genormaliseerd in het Koreaans-Japanse verdrag dat in juni 1965 werd gesloten. Japan beloofde goedkope leningen en compensatie voor de oorlogsschade, maar bood in het verdrag niet zijn excuses aan. Dit leidde tot veel protesten door het hele land. De banden met de Verenigde Staten bleven nauw. Het land kreeg nog steeds veel hulp. De Verenigde Staten sloten in 1965 een Status of forces-akkoord, waardoor Amerika een grote legermacht in Zuid-Korea mocht stationeren. De Koreanen raakten ook betrokken bij de Vietnamoorlog en stuurde in totaal 300.000 soldaten naar Vietnam die zij aan zij vochten met de Amerikanen en de Zuid-Vietnamese troepen.
Een nieuwe snelweg, de Gyeongbu-autoweg verbond Seoul met het zuidoostelijke deel van het land, waaronder de havens van Incheon en Busan. Ondanks de snelle economische groei verbeterde de levensstandaard van veel arbeiders en boeren maar weinig. Dit kwam doordat de lonen laag werden gehouden om de export aantrekkelijk te houden. Dit leidde tot veel protest op het platteland. In 1971 werd er een plan in het leven geroepen om de landbouw te moderniseren en de kloof tussen het stads- en plattelandsleven te verkleinen.
Volgens de grondwet mocht een president maximaal twee termijnen in functie blijven. In 1969 werd door het parlement een amendement op de grondwet aangenomen waardoor Park zich toch verkiesbaar kon stellen voor zijn derde termijn. Dit leidde tot grote protesten, maar Park werd in 1971 toch gekozen tot president. Bij de parlementsverkiezingen behaalden de oppositiepartijen echter een meerderheid, waardoor zij de grondwet konden wijzigen. Park voelde zich bedreigd en riep op 6 december 1971 de noodtoestand uit.
Op internationaal niveau waren de spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie intussen afgenomen, met name door de Nixon-doctrine. Hierdoor kwam Park voor een dilemma te staan, omdat die zijn regime vooral gebaseerd op het feit dat het bescherming zou bieden tegen de communisten. In juli 1972 kondigde de regering aan dat er gesprekken zouden volgen met Noord-Korea over hereniging. Deze gesprekken liepen op niets uit en op 17 oktober 1972 werd de staat van beleg afgeroepen.
Vierde Republiek