De Ojibweg zijn een volk van inheemse Amerikanen. Zij worden ook wel Ojibwe, Anishinaabe, Anishinaabeg, Anishinaabe-Ojibwe of Chippewa genoemd.

De Ojibweg vormen na de Dineh (Navajo) en de Ahniyvwiya (Cherokee) de grootste groep inheemse Amerikanen in Noord-Amerika. Tijdens de periode van de eerste contacten met de Europeanen waren ze zelfs het talrijkste volk ten noorden van Mexico. In Canada vormen de Ojibweg de grootste inheemse bevolkingsgroep als de Anishininiwag (Oji-Cree: een Anishinaabe-volk met Cree- en Ojibweg-bloed in de aderen) en Métis (afstammelingen van Ojibweg en Franse, Engelse en Schotse Canadezen) worden meegerekend. Meer dan 100.000 Ojibweg, onderverdeeld in circa 40 groepen, wonen in de Verenigde Staten. Het aantal van 100.000 valt aanmerkelijk hoger uit als de niet door de federale overheid erkende Ojibweg worden meegeteld. De meeste Ojibweg in de VS leven in de buurt van de Grote Meren; een relatief klein aantal woont in de staten Montana, North Dakota, Kansas en Oklahoma. Meer dan 76.000 Ojibweg wonen, onderverdeeld in ca. 70 groepen, in Canada, in grote meerderheid in de provincie Ontario. Ook dit aantal zou aanmerkelijk hoger kunnen zijn aangezien relatief veel Ojibweg in Canada gemengd bloed hebben en bij veel volkstellingen niet zijn meegeteld.

In de Verenigde Staten leven veel Ojibweg tegenwoordig in reservaten (reservations) en bezitten ze officieel de status van tribe; in Canada, waar men in plaats van tribes van bands en First Nations spreekt, leven ze in reserves. Veel tribes in de VS zijn onderverdeeld in bands en/of communities.

Het gebied waar de Ojibweg in leven, Anishinaabewaki of Anishinaabe Aki, strekt zich uit van Michigan, Wisconsin, Minnesota, Illinois, Ohio, North Dakota en Montana in de Verenigde Staten tot diep in Canada, in de provincies Quebec, Ontario, Manitoba, Saskatchewan, Alberta en Brits-Columbia. Tussen 800 en 1400 n. Chr. (wanneer precies is niet zeker), waarschijnlijk na anderhalf- tot drieduizend jarenlange omzwervingen vanuit het Noord-Atlantische kustgebied, kwamen de Ojibweg terecht in het Grote Merendistrict, waarna door de eeuwen heen relatief veel groepen zich met elkaar hebben vermengd, zowel onderling als met de Odaawag, Cree en Fransen. Sinds de 19e eeuw leven er ook relatief kleine groepen Ojibweg in de staten Kansas en Oklahoma. Hier worden ze meestal aangeduid als Chippewa of Chippewa Munsee. In 1916 kwam tot slot een kleine groep Ojibweg via Turtle Mountain terecht bij de Bear Paw Mountains in Centraal-Montana, waar ze nu samen met een groep Nêhiyawak (Plains Cree) uit Canada een reservaat bewonen; hier vormen ze als Chippewa-Cree een tribe van ca. 2500 leden.

Ojibwemowin, de taal van de Ojibweg, behoort tot de Algonkische talen, die de grootste (sub)taalgroep in Noord-Amerika vormen; de taal zelf behoort tot de vier grootste talen ten noorden van de Rio Grande.

De Ojibweg uit het Grote Merengebied en het Canadees Schild staan vooral bekend om hun kano's en wilderijstteelt, en hun Midewigaanan of "medicijnhuizen", die centraal staan in het filosofische, religieuze en educatieve leven. De Ojibwe-naam voor dit waarschijnlijk al duizenden jaren oude genootschap is Midewiwin of Midewin. De Ojibweg zijn ook het enige inheemse volk dat ooit de machtige Haudenosaunee (Irokezen) heeft verslagen, en de Dakota-natie (Sioux) uit haar oorspronkelijke gebied heeft verjaagd. Verder heeft de Ojibwetaal het landschap in de VS en Canada met talloze poëtisch klinkende namen verrijkt, en is hun bawaajige nagwaagan of dromenvanger ('dreamcatcher') een van de meest herkenbare en universeel tot de verbeelding sprekende symbolen van onze moderne tijd geworden. thumb|Een dorp bij Sault Ste. Marie in 1846, Paul Kane

Naam N.B.: De namen die in dit artikel voor de Ojibweg gebruikt worden, zijn afwisselend Ojibweg en Anishinaabe-Ojibweg; in beide gevallen wordt hetzelfde volk bedoeld. Wanneer van Anishinaabe-Ojibweg gesproken wordt, is dit om de speciale Anishinaabe-identiteit te benadrukken, iets waar de Ojibweg van oudsher zeer aan hechten. Dat in dit artikel in de regel van Ojibwe(g) wordt gesproken is een bewuste keuze: de benaming Anishinaabe(g) refereert namelijk niet exclusief aan dit volk, maar maakt evengoed deel uit van de culturele identiteit van verwante volkeren zoals de Anishininiwak, Bodéwadmik, Odaawaag, Mamaceqtaw, Omàmiwininiwak en Lenni-Lenape.

Van oudsher beschouwen de Ojibweg zichzelf niet als een afzonderlijk volk. Dit gold vooral voordat men in contact met de Europeanen kwam. Voor zover de identiteit van de Ojibwe het plaatselijke oversteeg, voelde hij zich eerder deel van een meerdere volken omspannende Anishinaabe-identiteit. Het besef deel uit te maken van één grote (proto-)natie, namelijk die van de Algonkisch-sprekende Anishinaabeg, en de wetenschap tot een bepaalde Anishinaabe-totemclan te horen, waren essentiëler dan een duidelijk gemarkeerd cultureel en politiek onderscheid tussen bijvoorbeeld Ojibwe, Anishinini, Bodewadmi, Odaawaa of Algonkin. Hoewel de huidige politiek-economische realiteit en de juridische status van de Ojibwe-populaties in de Verenigde Staten en Canada oppervlakkig gezien anders zouden doen vermoeden, is het besef onderdeel te zijn van een groter cultureel geheel nog altijd zeer levendig aanwezig bij de meeste Ojibweg.

Om bovenstaande reden is de naam die de Ojibweg (enkelvoud: Ojibwe) van oudsher voor zichzelf gebruiken Anishinaabe (meervoud Anishinaabeg); dit wordt tegenwoordig vaak verbasterd tot Shinaab, of in de volksmond: 'Shinnob' (meervoud: Shinnobs). Volgens andere spellingmethodes dan die sinds kort als de officiële geldt, wordt Anishinaabe ook wel geschreven als Anishnabe, Anishnawbe, Anishnabec, Anishnawbec, Anićinabwi of Anićinapec. Dit betekent: "Spontane Mensen", dat wil zeggen "Zij die uit het niets zijn ontstaan", wat verwijst naar het traditionele geloof dat de eerste twee voorouders van de Ojibweg, voordat Giizhigookwe (de "Luchtvrouw") ze op de rug van een grote Mikinaak (bijtschildpad) of Mishiikenh (modderschildpad) plaatste, in de lucht zijn verwekt, dus niet uit iets tastbaars als aarde, vuur of rots.Johnston, Basil.1990. Ojibway Heritage. University of Nebrasaka Press. Pag.15 (De schildpad is een metaforisch begrip dat naar het Noord-Amerikaanse continent verwijst.) Soms wordt de naam uitgesproken als Nishnaabe; de Ojibweg uit Noord-Ontario schrijven dit als Nishnawbe. De Ojibweg uit Michigan en Wisconsin noemen hun verwanten uit Canada soms Mishtawayawininiwag (de naam van een band uit Ontario). Verder worden de Ojibweg die op het schiereiland van Ontario leven, wel Misi-zaagiwininiwag (Volk van de Grote Riviermonding) genoemd; door de Fransen verbasterd tot Mississauga.

Bungee is de naam die de Ojibweg die in het begin van de 19e eeuw de hoogvlakten ('plains') van Montana, North Dakota, Manitoba en Saskatchewan begonnen te bevolken, van de Anglo-Canadezen kregen. Bungee is een verbastering van het Ojibwe-woord Bangii, wat 'een klein beetje' betekent, een verwijzing naar het vele Franse (mestiezen)bloed (Métis-bloed) dat dit volk door de aderen stroomt. De Ojibweg uit Manitoba, Saskatchewan, en British Columbia die door de Fransen Saulteaux (spreek uit: SOO-TOO) werden genoemd, gebruiken overigens bij voorkeur voor zichzelf de term Nakawēk (afgeleid van Nakawininiwak).

De Anishininiwag (ook wel Oji-Cree, Woodland Cree of Severn Ojibwe genaamd) uit het merengebied van Manitoba en het bovenste stroomgebied van de Severnrivier in Noord-Ontario, beschouwen zichzelf in de eerste plaats als Anishinaabeg. Het volk is ontstaan uit vermenging van Cree- en Ojibwebloed, en worden door sommigen als een opzichzelfstaande natie beschouwd. Officieel maken ze dan ook geen deel uit van de Ojibweg; toch beschouwen sommigen hen als een subdivisie van de Ojibwe-natie. Tot slot wordt het volk dat al bijna duizend jaar aan de noordzijde van het Nipissingmeer in Oost-Ontario leeft (nummer 25 op de kaart), N’Biissing of Nipissing (‘Volk van het Kleine Water’) genoemd. Een naam die ze voor zichzelf en hun buren, Omàmiwininiwak (Algonkin) gebruiken, is Odishkwaagamiig: 'Aan het Eind van het Meer'. Zij stammen gedeeltelijk af van de Omàmiwininiwak en worden door sommigen beschouwd als de voorouders van de Ojibweg van het Grote Merengebied. Net als het Anishinini-volk uit het hoge noorden en de Misi-zaagiwininiwag uit het zuiden, ziet de Nipissing First Nation zichzelf als een afzonderlijke natie, maar beschouwen anderen hen enerzijds als onderdeel van de Odishkwaagamiig, en anderzijds als een ‘sub-natie’ van de Ojibwe Anishinaabeg.

De naam Ojibweg (enkelvoud: Ojibwe) kregen de Anishinaabeg van de door de hen omringende Algonkische volkeren, en werd door de Anglo-Amerikanen verbasterd tot Chippewa; niet te verwarren met de Chipewyan, een Athabaskisch sprekend volk uit Noord-Canada. De term Chippewa wordt nog altijd gebruikt voor die groepen die in reservaten leven in Kansas, Oklahoma, Montana, Minnesota, Wisconsin en op het noordelijke schiereiland van Michigan. Over de precieze herkomst en betekenis van het woord Ojibwe bestaat geen eensluidende verklaring; het zou afgeleid kunnen zijn van Ozhibii’iweg, wat “zij die aantekeningen bewaren van een visioen” betekent, naar hun gewoonte om hun visioenen, gezangen en geschiedenis in berkenbast te kerven en als rotstekeningen achter te laten op rotswanden langs oevers van meren.

thumb|450px|Overzichtskaart van Anishinaabe Aki (Anishinaabewaki), het land van de Ojibweg in de VS en Canada zoals dat er sinds 1800 uitziet. De cultuur van de Ojibweg is hier onderverdeeld in een zuidoostelijke, zuidwestelijke, noordelijke en 'plains' cultuur. In het noorden van Ontario, in de streek tussen Lake Nipigong en de zuidelijke oevers van James Bay, ligt Nishnawbe Aski, het land waarop 49 naties van Cree, Anishininiwag (Oji-Cree) en noordelijke Ojibweg leven. Links ervan, rondom het Winnipegmeer en Lake of the Woods in de Canadese provincies Manitoba en Ontario, leven als onderdeel van de noordelijke Ojibwecultuur de Nakawēk (Winnipeg Saulteaux). Nog weer verder naar links, in Manitoba, Saskatchewan, Montana en North Dakota, leven eveneens groepen Nakawēk, ook wel Bungee, Saulteaux of Plains Ojibwa genoemd. Bron: jaawanart.com sieraden en achtergrond-verhalen over de Ojibwe-cultuur.

Andere bronnen (met name Canadese Ojibwe-schrijver en cultureel historicus Basil Johnston) menen dat Ojibwe afstamt van een Cree-woord dat "Zij die stotteren" betekent, omdat zij vonden dat hun buren een vreemde uitspraak van het Algonkisch hadden. Weer andere bronnenJanet E. Chute. The Encyclopedia of Canada's Peoples/Aboriginals: Algonquians/ Eastern Woodlands beweren dat het is afgeleid van een woord dat "Stem van de Kraanvogel" betekent; een verwijzing naar hun belangrijkste totemclandier. De overheersende wetenschappelijke mening is echter nog altijd dat Ojibweg is afgeleid van het Algonkische woord Ojiibwabweg dat “zij die koken totdat het samentrekt” betekent, wat refereert aan de Ojibwe-methode om door gebruik van vuur hun mocassins waterdicht te maken. (Toch is ook niet helemaal uit te sluiten dat deze uitdrukking refereert aan het (veronderstelde) feit dat de Ojibweg hun gevangengenomen vijanden soms boven een vuur roosterden.)

De term Chippewa wordt nog altijd in de Verenigde Staten officieel gehanteerd. Hoewel in Canada de schrijfwijzen Ojibwa en Ojibway nog altijd gemeengoed zijn, verdient – fonetisch gezien – Ojibwe de voorkeur (meervoud: Ojibweg). Tegenwoordig is bij de Ojibweg/Chippewa zelf, ongeacht aan welke kant van de grens ze leven, een duidelijke voorkeur merkbaar voor de benaming Anishinaabe(g) of Nishnaabe(g).

Lijst van de Anishinaabe-Ojibweg en hun onderverdeling in culturele regio’s:

Noordelijke Ojibweg Noordoostelijke Ojibweg Ojibweg: centraal Noord-Ontario. Taal: Ojibwemowin ᐅᒋᐺᒧᐎᓐ Noordwestelijke Ojibweg Nakawēk (Eastern Saulteaux): Noordwest-Ontario en zuidwest-Manitoba. Taal: Ojibwemowin ᐅᒋᐺᒧᐎᓐ/Northwestern Ojibwa