thumb|Het Vlaams Parlement in Brussel Het artikel politieke geschiedenis van Vlaanderen geeft een overzicht van de politieke situatie binnen het huidige territorium van de Belgische deelstaat Vlaanderen.

Geschiedenis thumb|Leefgebied van de verschillende stammen der Belgae. thumb|De Romeinse provincie Gallia Belgica rond 395 n.Chr. thumb|Topografische kaart van het Graafschap Vlaanderen aan het einde van de 14e eeuw. thumb|Bourgondische gebieden en toevoegingen vanaf 1465 thumb|Kaart van de Zeventien Provinciën met in rood de lijn de van de scheiding tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden thumb|Oostenrijkse Nederlanden thumb|Het Verenigd Koninkrijk en zijn provincies in 1815. Merk de provinciegrenzen van Luik, Namen en Luxemburg op; deze werden later gewijzigd. thumb|België. thumb|Drie Gewesten: het Vlaams (geel), Waals (rood) en Brussel-Hoofdstad (blauw) thumb|Drie Gemeenschappen: de Vlaamse (geel), de Franse (rood) en de Duitstalige (blauw)

Neolithicum

De oorspronkelijke bewoners van wat nu Vlaanderen is waren de Belgae, een verzamelnaam voor de verschillende stammen die het gebied bewoonden. De Menapiërs en Morini woonden in de kuststreek, de Nerviërs en de Atuatuci in Centraal-Vlaanderen en de Eburonen ten slotte in de Maasvallei. Volgens Caesar waren de Belgen van Germaanse afkomstCommentarii de Bello Gallico boek 2, IV., tegenwoordig gaat men er echter van uit dat ze een mengeling waren van Germanen en Kelten.

Gallo-Romeinse periode

Omstreeks 57 v.Chr. komen de eerste Romeinen naar onze streken, ten gevolge van de nederlaag van de Oude Belgen in de slag aan de Sabis. Het daaropvolgende oorlogsseizoen wijdde Caesar aan de vernietiging van de Eburonen, waarvoor hij Atuatuca als uitvalsbasis nam.Caes., D.B.G., VI 29.4-44 Hij verklaarde de stam vogelvrij en iedereen mocht mee komen plunderen en moorden. De Eburonen waren gevlucht naar de meest ontoegankelijke uithoeken van het Belgisch territorium: het Ardennerwoud, de Peel ("aaneengesloten moerassen") en de delta van Maas en Rijn ("op eilanden die door de getijden worden gevormd"). Velen ontvluchtten Gallië.Caes., D.B.G., VI 31.5 Ongetwijfeld heeft de bevolking onder de represailles zwaar te lijden gehad, maar het is onwaarschijnlijk dat de Eburonen volledig uitgeroeid werden. Uit de archeologie en de toponymie blijkt dat alleszins niet. Later vinden we in het gebied van de Eburonen: de Frisiavones (aan de Schelde ?), de Texuandri (Kempen ?)De tekst van Plinius Maior († 79 n.Chr.) waarin deze volkeren voor het eerst zijn genoemd (Naturalis Historia, IV.100 en 106), is niet altijd even duidelijk. Texuandri (ook: Texandri, Toxandri, Taxandri) blijkt in elk geval een verzamelnaam te zijn geweest: zij droegen verschillende (stam)namen. Texuandri wordt in verband gebracht met het Gotisch taíhswa - rechts, wat de betekenis "rechtermensen" oplevert; rechts werd in overdrachtelijke zin gebruikt voor zuid, misschien west., de Tungri (Haspengouw), Rond 100 na Chr. startte de romanisering, hierbij vermengde de oorspronkelijke bevolking zich met de immigranten en Romeinse soldaten. Ook de aristocratie paste zich aan de Romeinse levenswijze aan en kreeg burgerrechten. De macht van de druïde werd sterk ingeperkt en de Keltische goden werden geromaniseerd.

Frankische periode

Omstreeks 260 vonden de eerste invallen van de Salische Franken plaats en omstreeks 290 was het gebied in hun handen en belaagden zij de Romeinse scheepvaart met piraterij. Ondanks enkele veldtochten onder leiding van de keizers Constantijn en Julianus werd Rome gedwongen een verbond te sluiten met de Saliërs en ze tot bondgenoten (foederati) te maken. In ruil kregen de Saliërs het huidige Vlaanderen (en Nederland beneden de rivieren) in bezit. Hoewel ze aanvankelijk geen eenheid vormden, werden ze omstreeks 450 verenigd onder de dynastie der Merovingers, genoemd naar koning Merovech. Omstreeks 450 verkeerden de Salische Franken op goede voet met de Romeinse Generaal Aetius. Als bondgenoten hebben zij in 451 aan de zijde van Aetius meegestreden tegen de Hunnen en hun bondgenoten de Gepiden tijdens de Slag op de Catalaunische Velden.

Middeleeuwen

Na de dood van Lodewijk de Vrome in 843 werd het rijk verdeeld onder zijn drie zonen met het Verdrag van Verdun. Hierbij vormde onder ander de Schelde de grens tussen West- en Midden-Francië (Lotharingen) Met uitzondering van het latere graafschap Vlaanderen behoorde het huidige Vlaanderen dus tot Neder-Lotharingen. Rond deze periode vonden ook de roof- en veroveringstochten van de Noormannen plaats. Hierdoor kalfde de centrale macht af en wonnen de steden aan macht. Dit resulteerde omstreeks 1050 in een periode van economische groei. Als reactie hierop werden er graven aangesteld, om de gouwen te besturen. Zo ontstonden het graafschap Vlaanderen en de hertogdommen Brabant en Limburg. Later kwamen deze gebieden, omstreeks de veertiende eeuw in Bourgondische handen. Dit was aanvankelijk eerder een personele unie waarbij elke provincie autonoom bleef en zijn eigen landsheerlijkheid bezat. Filips de Goede slaagde erin een centraal bestuur op te zetten, dat door zijn zoon Karel de Stoute werd verder gezet. Dit en generaties lang samenleven had invloed op de integratie binnen het Bourgondische rijk en een supranationaal gevoel tot gevolg. De periode eindigde in 1482 toen de regering overging naar de Spaanse handen.

Ancien régime

Vrij snel breken er onrusten uit en de Noordelijke Nederlanden slagen erin hun onafhankelijk uit te roepen. De Zuidelijke Nederlanden, waaronder Vlaanderen, bleven onder Spaans bewind. Tijdens deze Spaanse periode vindt een massale (deels gedwongen) emigratie plaats van honderdduizenden protestanten. De meesten trokken naar Amsterdam en de Noord-Nederlandse provincies. Ze droegen daar bij tot de Hollandse Gouden Eeuw. Zo vinden we verschillende zuidelijke vluchtelingen bij de redacteurs van de Statenbijbel, wat een factor was bij de invloed van het Zuid-Brabants op de Nederlandse taal. De etnische kern van de huidige Vlaamse bevolking bestaat uit de achtergebleven Nederlandstalige bevolkingsgroepen in de 17 provinciën (de toenmalige Nederlanden) die overwegend katholiek en onder Spaanse heerschappij bleven tot in de 17e eeuw.

Tijdens de Spaanse Successieoorlog waren de Zuidelijke Nederlanden in handen van Nederlandse troepen gekomen. Toch werden de beide Nederlanden niet herenigd, want met de Vrede van Utrecht van 1713 werden zij aan de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg toegewezen. Ondanks dat het Habsburgse rijk een zeer gecentraliseerde staat was, behielden de Oostenrijkse Nederlanden, zoals het gebied voortaan genoemd zou worden, een grote autonomie. Dit betekende een heropleving van de handel en bijgevolg de migratie van koopmannen tussen de belangrijkste steden van Vlaanderen en het Oostenrijkse Rijk.

Franse periode

Nadat 40.000 man Franse troepen, waaronder 2500 vluchtelingen uit de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik, in november 1792 (Slag bij Jemappes) een eerste maal waren binnengevallen en na vier maanden verdreven werden (Tweede Slag bij Neerwinden), behaalden de Franse revolutionaire troepen in juni 1794 met de Slag bij Fleurus een definitieve overwinning op de Habsburgse monarchie. Het inlijven en plunderen van België door een antiklerikale republiek, vuurden het patriottisme, eerder in 1790 opgevlamd tijdens de korte periode van de Verenigde Nederlandse Staten, opnieuw aan. Daarentegen ging er van het langdurig en verzoenend bewind van Napoleon Bonaparte vanaf 1799 een assimilerende kracht uit. Aan het einde van zijn regering droegen zijn conflict met de Katholieke Kerk, zijn nederlagen en de economische crisis weer bij tot de versterking van een nationaal bewustzijn bij de elite.

Nederlandse periode

In dit bewustzijn was het provinciale element nu op de achtergrond gedrongen. Het Franse woord Belgique had sinds de Brabantse Revolutie het woord Nederlanden verdrongen (feitelijk betekent het hetzelfde). De publieke opinie eiste het behoud van de Belgische eenheid, en legde er zich bij neer dat dit gebeurde binnen het bestuurlijk tweeledige Verenigd Koninkrijk (der Nederlanden) die werden opgericht in 1815. Deze unificatie was slechts van korte duur want in 1830 komt het tot schermutselingen en wordt de onafhankelijkheid van België uitgeroepen.

Moderne Tijd

Gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw werd de politiek in Vlaanderen -grotendeels onder het 'unitaire, Belgische bewind'- gedomineerd door de christelijke, socialistische en liberale partijen (toen CVP, BSP en PVV). (Tijdens de jaren zestig en zeventig zijn deze vroegere unitaristische partijen opgesplitst in aparte Vlaamse, Franstalige en enkele Duitstalige partijen). Deze drie waren sterk verbonden met aanverwante syndicale en sociale organisaties. Men spreekt voor die conglomeraten over de 'zuilen'. Ze bestaan ook langs Franstalige kant. De zuilen slaagden erin om in de twintigste eeuw hun stempel te drukken op het politieke en maatschappelijke bestel in Vlaanderen (en België). Dat leidde tot een samenleving waarin sociaal overleg altijd een grote rol heeft gespeeld. Ook in het Vlaanderen van vandaag worden heel wat politieke beslissingen voorafgegaan door al dan niet bindend overleg tussen sociale bewegingen, vakbonden, mutualiteiten, werkgeversorganisaties en overheid. Dat heeft geleid tot een samenleving met een vrije markt, gekoppeld aan sterke sociale bescherming. Een systeem dat ook een hoge welvaart creëerde voor de grote meerderheid van de Vlamingen. De verzuiling had echter ook kwalijke gevolgen. Politieke benoemingen in overheidsdiensten waren schering en inslag. Dat leidde tot een log overheidsapparaat dat niet altijd even adequaat was. Vandaag de dag is de verzuiling alvast in Vlaanderen heel sterk teruggedrongen. Het Vlaamse overheidsapparaat scoort doorgaans vrij hoog in internationale studies. Politieke benoemingen zijn fel verminderd.

Ontvoogding en autonomiestreven

Het Belgische federalisme vertoont enerzijds unitaire kenmerken (gewesten zijn - nog steeds - grotendeels financieel afhankelijk van de federale fiscus) en anderzijds confederalistische kenmerken (politici moeten zich - steeds meer - tot een uitsluitend Vlaams of Franstalig kiespubliek richten). Vanaf de jaren 1960 groeide de opinie binnen de politieke elite dat de tweeledige maatschappelijke structuur van België geen unitaire politieke structuur meer verdraagt. België werd daarom steeds verder gedecentraliseerd in vijf staatshervormingen (1970, 1980, 1988-89, 1993 en 2001-2003), om officieel in 1993 een echte bondsstaat te worden, met het bipolair federalisme als staatsvorm. Dit federalisme, met als architect Wilfried Martens, loodgieter Jean-Luc Dehaene, federalist Hugo Schiltz, regionalist Guy Spitaels en de liberale politicus Jean Gol kenmerkt zich door verschillende overheidslagen, elk met eigen verkozen volksvertegenwoordiging en regering: Federaal De federale overheid is bevoegd voor defensie, buitenlandse zaken, economische en monetaire unie, pensioenen, ziekteverzekering ... heeft het federaal parlement als wetgevende macht en de federale regering als uitvoerende macht. Drie Gewesten Vlaams Gewest (olijfgroen), Waals Gewest (rood), Brussels Hoofdstedelijk Gewest (blauw). De gewesten zijn bevoegd voor aan het grondgebied gerelateerde materies: ruimtelijke ordening, milieu, landbouw, huisvesting, energie, werkgelegenheid, openbare werken en vervoer, economie en buitenlandse handel, toezicht op gemeenten en provincies en ontwikkelingssamenwerking. Elk gewest heeft een parlement als wetgevende macht en een regering als uitvoerende macht.