thumb|300px|Uitzicht over de Eemsmonding bij Delfzijl
De Eemsmonding of het Eems-Dollard estuarium is het gebied waar de Eems uitmondt in de Waddenzee en Noordzee, op de grens van Nederland en Duitsland. Het vormt de benedenloop van de rivier Eems en omvat tevens het gebied van de zeeboezem Dollard en de vaargeulen richting zee. Van de getijdenstroom in de Eemsmonding is ongeveer een derde afkomstig uit de Eems, twee derde uit de Dollard.
Het is een brakwatergetijdenlandschap waar zoet en zoutwater samenkomen, met kwelders, slikken, zandbanken en open water. Eb en vloed zijn stroomopwaarts werkzaam tot voorbij Leer en Papenburg, waar bij Herbrum een stuw in de rivier is gebouwd. Om overstromingsrisico's in het achterland te beperken is bij Gandersum het Emssperrwerk gebouwd, een stormvloedkering die tevens gesloten kan worden ten behoeve van het scheepvaartverkeer.
Het grootste deel van het gebied (met uitzondering van de vaargeul) behoort sinds 2009 tot het UNESCO-Werelderfgoed Waddenzee.
De souvereiniteit over het Eems-Dollard estuarium is omstreden. Nederland en Duitsland verschilden eeuwenlang van mening over het verloop van de zeegrens door de Eems in de monding van de Dollard. Dit geschil staat bekend als de Eems-Dollardkwestie. Nederland beroept zich op het internationale recht (de Thalweg-doctrine), de Bondsrepubliek stelt dat het gebied langdurig en ongestoord door haar rechtsvoorgangers is gebruikt. Op grond van het Eems-Dollardverdrag uit 1960 en daaruit volgende regelingen wordt het gebied bestuurd als een soort condominium.Harry H.G. Post, ‘Dutch-German Boundary Relations in the Eems-Dollard (Ems-Dollart) Estuary: An Implicit Condominium?’, in: Matteo Nicolini, Francesco Palermo en Enrico Milano (red.), Law, Territory and Conflict Resolution, Leiden 2016, p. 346–361. Het is echter verdeeld in zones, waarvoor de afzonderlijke (deel)staten verantwoordelijk zijn. Het hele territorium is zo'n 60 km lang en enkele kilometers breed.
Geografie thumb|300px|Kaart van de Eemsmonding (zie onder)
Bij de Duitse havenstad Emden mondt de Beneden Eems uit in de Dollard. De vaargeul langs de haven – het Emder Fahrwasser – is gescheiden van het eigenlijke Dollardgebied door een kunstmatige strekdam. Dit is de Geisedam (oftewel het Geise-Trennwerk of -Leitwerk), genoemd naar de zandbank .
Vanaf Emden stroomt de rivier via verschillende geulen naar de Noordzee. Bij Delfzijl liggen de geulen Oostfriese Gaatje (vroeger ook Oostfriesche Gat) en de Bocht van Watum. Tussen beide geulen liggen de zandplaten Hond en Paap. Ten westen van de Bocht van Watum ligt het broedvogeleiland Stern.
Ter hoogte van de Eemshaven splitst de Eemsmonding zich in twee zee-armen. De oostelijke heet de Oostereems en stroomt tussen de waddeneilanden Juist en Borkum naar de Noordzee. De westelijke is de Westereems die gebruikt wordt als hoofdvaarwater en bestaat uit verschillende geulen die tussen de waddeneilanden Borkum en Rottumeroog uitmonden in de Noordzee. De Westereems bestaat – vanuit zuid naar noord gezien – uit de geulen Groote Gat en Emder Vaarwater, vervolgens de Bocht van Watum en het Oostfriese Gaatje met de Gaatjebocht (Duits: Gatjebogen), dan Doekegat en Eemshorngat, Oude Westereems en , en voorbij Rottumeroog en Borkum geulen Huibertgat, Westereems en . Daartussen liggen de zandplaten Geisesteert, Hond en Paap, Doekegatplaat, Eemshorn (Duits: Emshörn), Meeuwenstaart, Ballonplaat en Huibertplaat.
Aan de Eemsmonding liggen verschillende havens, te weten stroomafwaarts in de richting van de kust de Haven van Emden, de Oosterhornhaven, de Farmsumerhaven, de Haven van Delfzijl, de Eemshaven en de haven van Borkum. Plannen voor een Dollardhaven tegenover Emden werden in 1988 afgeblazen.
Aan de Nederlandse kant komen de rivieren en kanalen Westerwoldse Aa, Afwateringskanaal van Fiemel, Termunterzijldiep, Eemskanaal, Oude Eemskanaal en Spijksterriet (met Groote Tjariet) uit in de Eems. Aan de Duitse zijde zijn dat Borßumer Kanal, , en . +Waterlopen en zandplaten (cursief) in het Eems-DollardgebiedNederlandReikwijdte van het Eems-DollardverdragDuitslandGronden van de Lauwers en SchildgrondenHuibertgatBallonplaat en HuibertplaatWestereems (D)Riffgat en Horsbornzand en Uithuizerwad Oude WestereemsMeeuwenstaartRandzelEemshaven Doekegat en Robbenplaat (NL)Emshörn (D) en DoekegatplaatEmshörngat (D)Pilsumer Watt en EmshörnwattHaven van DelfzijlBocht van WatumHond en PaapOostfriese Gaatje en GaatjebochtOosterhoekGroote Gat (= Monding van de Dollard)GeisesteertEmder vaarwaterKnockster WattGroote Gat (NL)Beneden Eems (D)Dollardboezem (NL)Het hele Dollardgebied, met inbegrip van geulen, zandbanken, slikken en kwelders valt onder de regie van het Eems-Dollardverdrag.N.B.: Waterlopen en zandplaten waar geen landaanduiding staat vermeld, worden door beide landen geclaimd.
Geschiedenis De Beneden Eems slingerde aanvankelijk door het huidige havengebied van Emden, vlak langs het toenmalige stadscentrum. Door het inbreken van de Dollard ontstond er in 1509 een directe verbinding tussen de Beneden Eems en de Eemsmonding via de Frische Ems, waarbij het schiereiland Nesserland werd afgesneden van zijn Groningse achterland. Daardoor werd het voor de stad Emden lastiger om het stapelrecht af te dwingen en de voorbijvaart tegen te gaan. Met de aanleg van het Nesserlander Hoofd, een palissadenwand van Pogum naar het eiland Nesserland, probeerde men vanaf 1581 de oude rivierloop in stand te houden – een poging die in 1631 werd opgegeven. Het eiland werd na de stormvloed van 1825 ontruimd.
De inbraak van de Dollard en de geleidelijke verschuiving van de Waddeneilanden naar het oosten veroorzaakten ingrijpende veranderingen in het hele systeem. Aanvankelijk hadden vooral de dorpen aan beide Eemsoevers onder de toegenomen getjdenmassa's te lijden. De hoofdstroom van de rivier slingerde via de Bocht van Watum naar het Eemshorngat en vandaar naar de Westereems. Geleidelijk werden het Oostfriese Gaatje (Oster Gatje), Doekegat, (vroeger: Blinde Gat) en Huibertgat breder en dieper. In het mondingsgebied van de Buiteneems vormden zich nieuwe zandplaten als Huibertplaat en Meeuwenstaart, terwijl het Reiderzand bij Emden verloren ging. Een tijdlang dreigde de Westereems te verzanden, waarom grotere schepen in de 18e eeuw soms een route via de Oostereems namen. De dynamiek was telkens het grootst aan de zeekant, zodat we daar de drijvende krachten kunnen vermoeden.Arend W. Lang, Untersuchung zum Gestaltungswandel des Emsmündungstrichters von der Mitte des 16. Jahrhunderts bis zum Beginn des 20. Jahrhunderts, Bremen-Horn 1954.Kurt Schubert, 'Ems und Jade', in: Die Küste, afl. 19 (1970), p. 29-67, aldaar p. 32-50.
Sinds het einde van 19e eeuw wordt de hoofdstroom van de rivier gevormd door het Oostfriese Gaatje, Doekegat, Randselgat en de Westereems, die sterker met elkaar verbonden zijn geraakt.Wulff Niebuhr, 'Über die neuere Entwicklung der Außenems und ihre vermutlichen Ursachen', in: Die Küste, afl. 1 (1952), p. 43-62, aldaar p. 54-55. Vgl. Gerard M.W. Acda, Op de deining van de wetenschap. Leven en werk van Gustaaf Frederik Tydeman (1858-1939), zeeofficier en hydrograaf, diss. Leiden 2019, p. 99-102 (Hydrografie van de Eemsmonding). De Bocht van Watum (rond 1800 nog 16 tot 18 m diep) slibde sinds de 19e eeuw grotendeels dicht, doordat de zandbanken Hond en Paap naar het zuidwesten zijn opgeschoven. Tot het eind van de 19e eeuw stroomde het meeste Dollardwater langs de Nederlandse kust, nu minder dan een derde; alleen kleinere schepen kunnen via deze route varen. De zandbank Eemshorn (Duits: Emshörn) – ooit verbonden aan de wadsokkel bij Uithuizen – heeft zich daarentegen naar het noordoosten verplaatst. Het Eemshorngat – dat zich in de 19e eeuw door deze oude zandbank boorde – is inmiddels niet meer relevant voor de scheepvaart. De Doekegatplaat (een restant van de Eemshorn) wordt nog altijd als Nederlandse grondgebied beschouwd, hoewel hij nu aan de overzijde van de vaargeul ligt. De verbinding met de Oostereems is eveneens grotendeels verzand. Volgens 20e-eeuwse auteurs waren deze veranderingen niet zozeer het gevolg van infrastructurele werken, maar zouden ze terug te voeren zijn op natuurlijke processen die al eeuwenlang plaats vonden. Wel zullen het uitbaggeren van het Oostfriese Gaatje en de Gaatjebocht in 1901, de bouw van de Geisedam vanaf 1870 en de aanleg van de Eemshaven rond 1970 deze tendenzen hebben versterkt.
De meander door het stadsgebied van Emden is in de 17e en 18e eeuw grotendeels dichtgeslibd. De Beneden Eems verplaatste zich naar het zuiden, zodat hier vanaf 1854 nieuw land kon worden gewonnen. In 1905 werd het toekomstige havengebied van de stad bedijkt en opgehoogd met baggerslib. Daarop volgde de bouw van de Große Seeschleuse in de jaren 1907 tot 1913. Tenslotte werd tussen 1911 en 1923 de zeedijk doorgetrokken, waarna het voormalige waddengebied van Larrelt en Wybelsum eveneens met baggerslib werd opgehoogd. Het oostelijke deel van dit gebied werd bestemd voor industrie, net een deel van de , waar zich achter de in 1935 voltooide Leitdamm Knock een nieuwe polder vormde.
In 1968 besloten Provinciale Staten van Groningen tot aanleg van de Eemshaven op het Uithuizerwad en (het grootste deel van) de Robbenplaat. Deze haven was bedoeld voor schepen tot 40.000, later 70.000 ton BRT. De eerste fase werd in 1973 voltooid. Om voldoende diepte te kunnen bereiken, staken de havenhoofden uit tot aan het Doekegat, dat in het door Duitsland geclaimde gebied ligt. Plannen voor een buitendijks Dollardkanaal met een sluis bij de Punt van Reide werden daarentegen in 1974 door de Nederlandse regering afgeblazen.
Grote onrust ontstond door de plannen van de stad Emden voor aanleg van een buitendijkse , in de jaren 70. Het Emder vaarwater zou daarvoor aan twee kanten worden afgesloten met zeesluizen, zodat een besloten havenbekken voor schepen tot 100.000 ton draagvermogen zou ontstaan, aan de zuidkant begrensd door de Geisedam, die inmiddels aanmerkelijk was opgehoogd. De hoofdstroom van de Beneden Eems zou tegelijkertijd via de Dollard worden omgeleid. Vanwege de hoge kosten werd de werkzaamheden aanvankelijk uitgesteld. De Waddenvereniging, Natuurmonumenten en andere milieuorganisaties maakten bezwaar en ook de havensteden Bremen en Hamburg verklaarden zich tegen het plan. Hoewel de Duitse regering hiervoor via het Kooperationsvertrag Ems-Dollart in 1984 overeenstemming met Nederland bereikte, aarzelde de Eerste Kamer het verdrag te ratificeren. Het megaproject werd daarna in 1989 afgeblazen. Financiële argumenten gaven vermoedelijk de doorslag. Ook het grootschalige Vorhafen-Projekt, dat voorzag in nieuwe havenfaciliteiten bij de Rysumer Nacken werd in 1994 vanwege de hoge kosten opgegeven. Nieuwe plannen uit de jaren 2010 tot 2014 bleven in de beginfase steken.
Slibproblematiek Het Eems-Dollardgebied heeft ernstig te lijden onder troebel water (hyperturbidity) en ophoping van vloeibaar slik (fluid mud) in het brakwatermilieu. Dit heeft ernstige gevolgen voor de scheepvaart, de visserij en de lokale ecologie, omdat het gebrek aan zonlicht de algengroei – de basis van de voedselketen – blokkeert. Zo heeft zich op de bodem van de Beneden Eems inmiddels een sliblaag van enkele meters gevormd. Er is hier weinig bodemleven overgebleven. Ook in de Dollard heeft men hoge slibconcentraties gemeten (tot 160 mg/l). Het verdwijnen van schelpdierbanken en zeegrasvelden wordt vooral aan het troebele water geweten.