De wonderen van Jezus zijn de veronderstelde bovennatuurlijke verrichtingen van Jezus, die worden beschreven in de evangeliën, enkele apocriefen van het Nieuwe Testament en de Koran. Christelijke schrijvers hebben door de eeuwen heen de wonderen die in de vier evangeliën aan Jezus worden toegeschreven geanalyseerd. Vaak wordt aan elk wonder een bijzonder leerstuk verbonden dat overeenkomt met Jezus' boodschap.Craig A. Evans (2001): Jesus and his contemporaries, , pag. 6-7 thumb|Wonderbaarlijke visvangst door Jacob Jordaens

Soorten wonderen Jezus' wonderen kunnen in vier groepen onderverdeeld worden: genezingen, exorcisme, opwekkingen uit de dood en beheersing van de natuur.John Clowes, The Miracles of Jesus Christ, J. Gleave, Manchester, UK, 1817, ook Google books H. van der Loos onderscheidt enerzijds wonderen die mensen betreffen en anderzijds wonderen waarin de natuur beheerst wordt: bijvoorbeeld als Jezus over het water loopt.Marcus 6:45-52 In de eerste categorie zijn er genezingen van een ziekte – bijvoorbeeld de genezing van de blinde van BethsaïdaMarcus 8:22-26 – exorcismen en opwekkingen van de doden.H. van der Loos (1965): The Miracles of Jesus, E. J. Brill Press, Leiden Een gemeenschappelijk kenmerk van de wonderen van Jezus in de evangeliën is dat hij deze belangeloos verrichtte.Craig Blomberg en David Wenham (1986): The Miracles of Jesus, , pag. 197 thumb|Rafaël: Wonderbaarlijke visvangst, 1515

Er worden ook wonderen beschreven die aan Jezus zelf voltrokken werden, zoals de gedaanteverandering van Jezus en de dood en herrijzenis van Jezus.Karl Barth: Church dogmatics , pag. 478 Deze worden niet als wonder van Jezus beschouwd.

Motieven Volgens de synoptische evangeliën (Marcus, Matteüs en Lucas) weigerde Jezus wonderbaarlijke tekenen te geven van zijn gezag.Marcus 8:11-12, Matteüs 16:1-4, 12:38-40, Lucas 11:29-30. Genoemd in: Funk, Robert W., Roy W. Hoover, en het Jesus Seminar. The five gospels. Harper, San Francisco, 1993. p. 72-73. Toch geloven christenen dat Jezus' wonderbaarlijke genezingen een vervulling waren van profetieën van Jesaja en beschouwen zij mede om die reden Jezus als de Messias die in het Oude Testament voorspeld wordt.Zie Lucas 7:18-21Robert W. Funk, Roy W. Hoover, and the Jesus Seminar (1993): The five gospels, Harper, San Francisco, pag. 301

Volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk verrichtte Jezus wonderen om de volgende redenen:

Interpretatie Hedendaags christendom Veel theologen zien de wonderen van Jezus op grond van onderzoek als symbolische en mythologische verhalen, net als de vrijzinnige protestanten.Graham H. Twelftree, Jesus, the miracle worker: a historical & theological study p. 19Gary R. Habermas, 1996 The historical Jesus: ancient evidence for the life of Christ page 60religioustolerance.org R.C. Symes: Jesus' miracles and religious myth. Geraadpleegd op 15 september 2019.Albert Schweitzer: The Quest of the Historical Jesus/Geschichte der Leben-Jesu-Forschung, 1906 Maar volgens het Amerikaanse Jesus Seminar zijn ten minste enkele genezingen door Jezus aannemelijk.Robert W. Funk and the Jesus Seminar: The acts of Jesus: the search for the authentic deeds of Jesus. HarperSanFrancisco. 1998. p. 566.

Recente wonderen De Rooms-Katholieke Kerk heeft een lange traditie om wonderen te erkennen. De procedure van de heiligverklaring vereist een wonder dat is verricht op voorspraak van de overleden kandidaat-heilige tot wie gebeden wordt. Het wonder bestaat uit een onverklaarbare genezing en wordt voor de RK-kerk getoetst door een commissie van artsen.

Aan de Poolse rabbijn Yisroel ben Eliezer (de Besht, 1698-1760) werden honderden vreemdsoortige wonderen toegeschreven in het boek Shivḥei ha-Besht (1814-1815). Recent worden wonderen toegeschreven aan reeds overleden of nog levende personen, bijvoorbeeld aan Menachem Mendel Schneersohn, Moeder Teresa, Paus Johannes Paulus II, Thomas Lee Osborn, Jan Zijlstra en Jomanda.

Niet-religieuze interpretatie De Schotse filosoof David Hume publiceerde een invloedrijk essay over wonderen in zijn An Enquiry Concerning Human Understanding (1748), waarin hij betoogde dat geen enkel bewijs voor wonderen de mogelijkheid weerlegde dat degene die het wonder beschreef zichzelf en anderen misleidde:

Bart Ehrman stelt dat juist de aanname van de universaliteit van de natuurwetten wetenschap mogelijk maakt, terwijl wonderen per definitie indruisen tegen de manier waarop de natuur gewoonlijk werkt. Hierdoor is het voor historici in beginsel onmogelijk de verhalen over Jezus' wonderen te bevestigen of weerspreken.Ehrman, Bart D., Jesus, Interrupted, HarperCollins, 2009,

Historische context Geloof in wonderen was wijdverbreid in de klassieke oudheid. Goden en halfgoden als Heracles (Hercules), Asclepius (een Griekse arts die een god werd) en Isis uit Egypte genazen volgens het volksgeloof zieken en verrichtten opwekkingen uit de dood.Wendy Cotter, Miracles in Greco-Roman antiquity: a sourcebook, Routledge, 1999, p. 11-12. Tevens was de gedachte wijdverbreid dat sterfelijke mensen deze wonderen konden verrichten, als ze maar voldoende beroemd en deugdzaam waren. Over filosofen als Pythagoras en Empedocles deden mythen de ronde dat ze stormen op zee bedwongen en ziekten verdreven: ze werden gezien als goden.Wendy Cotter, Miracles in Greco-Roman antiquity: a sourcebook, Routledge, 1999, p. 37-38Wendy Cotter, Miracles in Greco-Roman antiquity: a sourcebook, Routledge, 1999, p. 50-53 De verrichtingen van Apollonius van Tyana (2 n.Chr - ca. 98 n.Chr.) waren zo beroemd en leken zo op die van Jezus, dat de platonicus Porphyrios, een tegenstander van de christenen uit de derde eeuw, ze aanhaalde om aan te tonen dat Christus niet origineel was en ook niet goddelijk. (Eusebius van Caesarea pleitte tegen dit argument.)Everett Ferguson, Michael P. McHugh, Frederick W. Norris, Encyclopedia of early Christianity, Volume 1, p. 804

Jodendom Ook in het antieke Jodendom was geloof in wonderen normaal. Het kunnen verrichten van wonderen leidde echter niet tot een verhoogde status, zoals (de) Messias of Zoon van God.E.P. Sanders (1993): The historical figure of Jesus, hoofdstuk 10 Miracles, pag. 132-168 Flavius Josephus beweerde dat de Joden de wijsheid van Salomo hadden geërfd en hen in staat stelde tot genezingen en exorcisme.Flavius Josephus: Oude geschiedenis van de Joden, 8.46-49 Het geloof dat deze twee zaken samenhingen, was algemeen: ziekte werd veroorzaakt door boze geesten (demonen), dus als die werden uitgeworpen, leidde dat tot genezing.Morton Smith (1978): Jezus the Magician, pag. 9

In de Hebreeuwse Bijbel worden diverse wonderen genoemd die Mozes verrichtte en wordt verteld dat de profeten Elia en Elisa mensen van melaatsheid (in Nieuwe Bijbelvertaling: huidvraat) hadden genezen en doden hadden opgewekt.1 Koningen 17:17-24; 2 Koningen 4:32-37; 13:21

De rabbijnse literatuur vermeldt vier wonderdoeners uit de periode van de Tweede Tempel, van wie er twee uit Galilea kwamen. Beiden waren arm. Abba Hilkia bad om regen in een tijd van droogte. Rabbi Hanina ben Dosam leefde een generatie na Jezus (stierf circa 65). Men hoorde over hem een hemelse stem. Het vermogen wonderen te doen, werd toegeschreven aan de bijzondere relatie die deze mannen met God hadden.David Flusser (1997, 2007): The Sage from Galilee, Eerdmans, pag. 97

Vroege christendom Justinus de Martelaar merkte op dat Jezus' genezingen leken op de wonderen die aan Asclepius werden toegeschreven.Justinus de Martelaar: Eerste Apologie, hoofdstuk 22, zie CCel.org: vertaling door Richardson Lucianus van Samosata beschreef de werkwijze van exorcisten die de boze geest bevroegen, bedreigden en met een bevel uitdreven.Lucianus van Samosata: Φιλοψευδής Φιλοψευδής ἢ Ἀπιστῶν (Philopseudes sive Incredulus, Leugenminnaar), 16Commentaar bij Marcus 1:34 door Michael Turton

Vergelijking van de wonderen in de vier evangeliën Aantal Het aantal wonderen is afhankelijk van hoe ze geteld worden. Bij de opwekking van de dochter van Jaïrus wordt bijvoorbeeld zowel een vrouw genezen als een kind uit de dood opgewekt, maar de gebeurtenissen worden samen vermeld. De vermelding dat het kind 12 jaar oud was en de vrouw al 12 jaar ziek leidde tot verschillende interpretaties. Bovennatuurlijke gebeurtenissen als de annunciatie, voorafgaand aan Jezus' werkzame periode en gebeurtenissen na afloop van Jezus' opstanding, worden meestal niet tot de wonderen gerekend, evenmin als de toepassing van bovennatuurlijke kennis van de vrouw bij de bron.Johannes 4:4-26Warren W. Wiersbe 1995 Classic Sermons on the Miracles of Jesus John Clowes, 1817, The Miracles of Jesus Christ J. Gleave, Manchester, UKH. Van der Loos, 1965 The Miracles of Jesus, E. J. Brill Press, Netherlands

Niet altijd is het duidelijk of sommige wonderen dubbel vermeld worden, zoals de genezing van de dienaar van de centurio. Mattheüs 8:5-13 en Lucas 7:1-10 vermelden hoe Jezus op afstand de dienaar van een Romeinse centurio genas, terwijl Johannes 4:46-54 een soortgelijke gebeurtenis te Kafarnaüm noemt, waar het om de zoon van een hoveling gaat.

Het enige wonder dat alle vier de evangeliën vermelden is de spijziging van de vijfduizend.Matteüs 14:13-21, Marcus 6:31-34, Lucas 9:10-17 en Johannes 6:5-15

De drie synoptische evangeliën (Matteüs, Marcus en Lucas) hebben 14 wonderen gemeen, Marcus en Lucas 15, Matteüs en Marcus 19, en Matteüs en Lucas 15.

Johannes vermeldt zeven wonderen (met de opstanding en de wonderbare visvangst daarna negen), die tekenen genoemd en waarvan er vijf alleen bij hem staan. Ze lopen van het veranderen van water in wijn aan het begin van Jezus' werkzaamheid tot aan de opwekking van Lazarus uit de dood aan het einde.Johannes 2:1-11 water wordt wijn; 4:46-54 de zoon van de overste; 5:1-18 lamme bij het bad van Bethesda; 6:1-14 spijziging van de 5000; 6:16-21 Jezus gaande over het meer; 9:1-41 de genezing van een blindgeborene; 11:1-44 opwekking van Lazarus; Tenney, Merrill C., John the Gospel of Belief; Eerdmans 1948, 1976. Naast de zeven tekenen worden in hoofdstuk 20 de opstanding en in hoofdstuk 21 de wonderbare visvangst beschreven.Harris, Stephen L., Understanding the Bible, Palo Alto: Mayfield. 1985. "John" p. 302-310 Johannes zegt: "Jezus heeft nog veel meer gedaan: als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken die dan geschreven moesten worden."Johannes 21:25

Tabel De onderstaande tabel geeft de wonderen met hun benaming, type en plaats in het Nieuwe Testament en analogie/parallel buiten het Nieuwe Testament. Vele wonderen komen overeen of vertonen parallellen met wonderen van Elia en Elisa, die in het Oude Testament vermeld worden. De typen zijn als volgt afgekort: G = genezing, N = natuurbeheersing, O = opwekking uit de dood en U = uitdrijving van een boze geest. De evangeliën staan in de kolommen van de tabel bij benadering in historische volgorde: Marcus het eerst, Johannes het laatst, Mattheüs en Lucas die veel aan Marcus ontlenen in het midden. Jezus was als wonderdoener vooral een genezer: ongeveer de helft van de wonderen betreft een genezing.