Johannes Bernardus Tielrooy (Texel, 7 oktober 1886 - Amsterdam, 17 augustus 1953) was hoogleraar Franse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en speelde vanaf 1915 als publicist een rol in het Nederlandse culturele leven.

Leven Tielrooy is geboren op Texel, maar opgegroeid in Amsterdam, alwaar hij na de driejarige HBS de tweejarige Openbare Handelsschool bezocht. Dit was een landelijk bekende school, gericht op de handel, en waar zeer veel aandacht aan de moderne talen (Nederlands, Frans, Duits en Engels) werd besteed. Een van Tielrooy's medeleerlingen hier was Willem DreesZie hoofdstuk 2 uit J.H. Gaemers: De rode wethouder: de jaren 1886-1840. Ook Jacques Presser heeft deze opleiding gevolgd, en prees ook het goede taalonderwijs. Een andere oud-leerling was de hoogleraar Spaans, C.F.A. van Dam, die op deze school voor het eerst kennis maakte met de Spaanse taal, zie zijn levenbericht, geschreven door H. Houwens Post. Gearchiveerd op 29 oktober 2013.. In 1904 vertrok hij naar Parijs, voor hem de hoofdstad der wereldZo betitelt hij deze stad in zijn artikel Op bezoek bij Georges Duhamel, De Amsterdammer, 7 februari 1920., om daar twee jaar bij een bank te werken. Zijn interesse voor het Frans en de Franse literatuur is in die periode gestimuleerd, onder andere door de colleges die hij er aan de Sorbonne volgde. Terug in Nederland werkte hij nog twee jaar bij een bank, behaalde eind 1909 het MO Staathuishoudkunde, en werd daarna leraar StaathuishoudkundeZie het voorwoord in: Fransch Woordenboek door K.R. Gallas, tweede druk, tweede deel: Nederlandsch-Fransch, (1911): De heer J. B. Tielrooy, leeraar in de Staathuishoudkunde en het Fransch, heeft (...) mij dikwijls uitstekende aanwijzingen gegeven waar het handels- of beurstermen betrof, ook hem mijn dank!. en Frans. In deze periode verwierf hij ook kennis van het Latijn en Grieks, en van 1912-1914 liep hij in Amsterdam college Frans bij Gustave CohenDe Fransman Gustave Cohen (1879-1958) was van 1912-1919 hoogleraar Frans te Amsterdam en is oprichter van het Maison Descartes.. Tielrooy was toen voorzitter van de Cercle français de l'UniversitéVermeld door Gustave Cohen in zijn bijdrage aan het Congrès international pour l'extension et la culture de la langue française gehouden te Gent, 1913. Zie http://ia601409.us.archive.org/3/items/compterendu00conguoft/compterendu00conguoft.pdf., een groep studenten die de Franse literatuur verder onder de aandracht wilde brengen. In 1914 behaalde hij de akte MO B Frans, waarna hij als leraar uitsluitend nog Frans gaf, eerst kortstondig aan de School voor Vocale en Dramatische kunst te Amsterdam, daarna gedurende vijf jaar in Alkmaar: aan de cadettenschoolHier had ook een van Tielrooys leermeesters, K.R. Gallas, voor de klas gestaan, en de HBS (1915-1919).

De eerste helft van 1920 reisde hij als correspondent voor de Telegraaf door Frankrijk (waar hij onder anderen Georges Duhamel en Henri Barbusse bezocht), Griekenland en Turkije. Na zijn terugkeer werd hij leraar in Haarlem (1920-1926). Gedurende deze jaren is hij gepromoveerd (1923) met een Franstalig proefschrift over de Nederlandse criticus Conrad Busken HuetDit was tevens een promotie aan de Sorbonne, zie het Album Academicum van de Universiteit van Amsterdam. Gearchiveerd op 4 maart 2016.. Ook bouwt hij in deze tijd zijn internationale contacten verder uit: in 1922 wordt hij voor het eerst uitgenodigd voor de "Décades de Pontigny"Deze Décades, internationale ontmoetingen van intellectuelen, georganiseerd door Paul Desjardins, begonnen in 1910, zijn gestopt ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, hervat in 1922, en hebben het volgehouden tot aan de Tweede Wereldoorlog, 1939. Tielrooy was ook iaanwezig in 1923.. "Een internationale bijeenkomst van intellectuelen" is de titel van het artikel dat hij hieraan wijdt. Hij ontmoet hier Europese intellectuelen en vooraanstaande Franse schrijvers (meest behorend tot de groep van de Nouvelle Revue Française). In 1923 interviewt hij Henry de MontherlantZie Fransche Litteratuur van onze dagen, Deel I, blz 199.; in 1925 heeft hij zijn eerste ontmoeting met Paul Valéry.

In mei 1926 vertrekt hij met vrouw en kindOp 23 maart 1916 was hij getrouwd met Jacoba de Gruyter; op 14 oktober 1918 was hun dochter Henriëtte geboren. Op 18 april 1939 zou dit huwelijk ontbonden worden; een jaar later (1 april 1940) hertrouwde Tielrooy met Henriëtte Rosalie (Hetty) Bottenheim. Zijn eerste vrouw publiceerde in 1932 Kabar Anghinn, impressions de Java et de Bali en in 1936 een leerboek Frans: Marianne ou le français par enchantement. Zijn tweede vrouw vertaalde François Mauriacs roman La Pharisienne onder de titel Een voortreffelijke vrouw. naar Nederlands-Indië om daar tot 1932 als leraar Frans actief te zijnHij doceerde achtereenvolgens aan de H.B.S. te Soerabaja (3 jaar), het Bataafs Lyceum in Weltevreden (1 jaar), en de Algemene Middelbare School te Bandoeng (2 jaar).. Hij heeft zich hier onder andere beziggehouden met de lokale schilderkunstDe neerslag hiervan vindt men in het artikel Indië in de schilder- en tekenkunst, opgenomen in Beschouwingen en Fantasieën, blz. 177-186.; hij was redacteur van De Stuw ('Orgaan der Vereeniging tot bevordering van de maatschappelijke en staatkundige ontwikkeling van Nederlands-Indië'), en hij is hier begonnen met de voorbereiding voor zijn boek over Chateaubriand. Op zijn terugreis uit Nederlands-IndiëBegin juli 1932 reisde hij af via Singapore., via Noord-Amerika, vond hij in een Canadees museum een nog onuitgegeven brief van ChateaubriandChateaubriand had in zijn jonge jaren een reis door de Verenigde Staten van Amerika en Canada gemaakt..

Na zijn terugkeer in Nederland was hij van 1932-1933 leraar aan het gymnasium te Haarlem, het jaar daarop aan het Barlaeus Gymnasium te Amsterdam (alwaar Willem Frederik Hermans een van zijn leerlingen wasZie Hans van Straten: Hermans. Zijn tijd, zijn werk, zijn leven, blz. 51.), waarna hij in 1934 aan het gymnasium te Zwolle is benoemd, en tegelijk privaatdocent aan de Universiteit van Leiden werd. Hij trad nu meer maatschappelijk op de voorgrond. Ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog was hij lid van het comité "Hulp aan Spanje" (waarvan zijn collega-romanist Marius Valkhoff voorzitter was)Zie Jaap Jan Flinterman: De CPN en de solidariteitsbeweging met de Spaanse republiek in Nederland (1936-1939). Verder was hij een van de ondertekenaren van de beginselverklaring van het Comité van waakzaamheid. In 1938 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Op 29 januari 1940 hield hij voor de Franse radio een rede, waarin hij verklaarde dat de Nederlandse regering misschien wel neutraal was, maar het Nederlandse volk niet; dat stond aan de kant van Engeland en FrankrijkDe Nederlandse vertaling van deze redevoering verscheen onder de titel De positie van Nederland in januari 1940 in de bundel Beschouwingen en Fantasieën.. Hiermee had hij volgens de toenmalige minister van buitenlandse zaken, Van Kleffens, het Nederlandse aanzien in Duitsland grote schade berokkendPeter Jan Knegtmans: Een kwetsbaar centrum van de geest: de Universiteit van Amsterdam tussen 1935-1950.. Op 30 januari 1942 is Tielrooy opgepakt, samen met 80 andere Amsterdammers, en de volgende dag naar het concentratiekamp Amersfoort getransporteerd, waar hij bijna drie maanden verbleef, samen met onder andere de historicus Jan Romein en de jurist Henk HoetinkZie: P.B.M. Blaas: Henk Hoetink. 1900-1963, een intellectuele biografie (2010), blz. 142; en Annie Romein: Omzien in verwondering, II..

Meteen na de oorlog werd Tielrooy weer aan de Universiteit van Amsterdam aangesteld, eerst als buitengewoon hoogleraar (7 mei 1945 - 8 mei 1946), daarna als gewoon hoogleraar Franse taal- en letterkunde. Hij was lid van de Eereraad voor de Letterkunde, de commissie die het gedrag van Nederlandse schrijvers in de oorlog moest beoordelen. Verder was hij betrokken bij de oprichting van het Humanistisch VerbondZie Peter Derkx: H.J. Pos, 1898-1955: Objectief en partijdig, blz 348,350,362.. Zijn standpunt hierbij was dat er voor Christenen geen plaats was in dit Humanistisch Verbond, omdat Christendom en Humanisme onverenigbaar zijnZie Peter Derkx: Humanisme, zinvol leven en nooit meer ‘ouder worden’, blz. 57, alwaar Tielrooy geciteerd wordt: "Geen enkel lidmaat van een op christelijke dogma's gebouwde kerk behoort, indien hij niet met zichzelf in tegenspraak wil komen, zich humanist te noemen.".

Volgens zijn leerling Sem Dresden heeft Tielrooy de laatste jaren van zijn leven lichamelijk en geestelijk geledenHet psychische en physieke lijden, dat hem de laatste jaren ten deel viel, dreef Tielrooy meer dan vroeger ooit het geval was geweest naar zich zelf toe. Uit de levensbeschrijving voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Ook Anthonie Donker rept van de verlichting voor zijn lijden die Tielrooy een half jaar voor zijn dood aan de Rivièra zochtTielrooy's gedachtenwereld in: Verkenningen in het land der literatuur, blz. XII..

Na zijn dood werd Tielrooy in de Figaro Littéraire van 12 Sep. 1953 herdacht door zijn vriend Georges Duhamel, onder de titel: Avec Johannes Tielrooy, la France perd un grand ami Figaro Littéraire: Avec Johannes Tielrooy, la France perd un grand ami . Een vertaling van dit stuk werd geplaatst in Critisch bulletin (20e jaargang, september 1953), onder de titel: Georges Duhamel: Frankrijk verloor een groot vriend: Johannes Tielrooy.

Tielrooy was Officier de l'instruction publique (1939), Eredoctor aan de Universiteit van Straatsburg (1951) en Ridder in het Legioen van Eer (1949).

Werk Tielrooy publiceerde talloze artikelen in diverse tijdschriften en kranten, zoals De Gids, Critisch Bulletin, De Groene Amsterdammer (hier redigeerde hij jarenlang de rubriek Nieuwe Fransche Boeken), De Stem, NRC en was redacteur van Elseviers Maandschrift en van Apollo. Maandschrift voor literatuur en beeldende kunsten. Een deel van deze artikelen is later gebundeldHij schreef ook enkele artikelen in Franse tijdschriften, onder andere over Marcel Proust, Jacques Rivière en de filosoof Alain..

Begonnen als publicist, is Tielrooy zich bijna altijd tot een groot publiek blijven richten. Sem Dresden wijst erop dat er bij Tielrooy geen verschil bestond tussen de hoogleraar en de mens: er was geen scheiding tussen de onderwerpen waarmee hij zich als hoogleraar "objectief en wetenschappelijk" bezighield, en hetgeen hem als mens bezighieldVerkenningen in het Land der literatuur, blz. XXII..

Hij trad dus niet zozeer naar buiten als vakspecialist, maar als een geëngageerde, en goed ingevoerde lezer. Hij zegt zelfVoorrede uit Beschouwingen en Fantasieën. dat hij altijd de behoefte heeft gehad zich er in belangrijke strijdvragen rekenschap van te geven, waar hij zelf stond. Dit verklaart het persoonlijke van veel van zijn stukken. Al komen zijn waardeoordelen niet altijd overeen met die van het nageslacht, Tielrooy's werk blijft een uitstekende gids voor de Franse literatuur van voor de Tweede Wereldoorlog. Hij laat niet alleen zijn persoonlijke voorkeuren spreken, maar beargumenteert deze ook. Men leest bij hem de reacties van een tijdgenoot, die zegt dat hij veel te danken heeft aan de Franse literatuur: hun literatuur, die mij zoveel genot en leering verschaft heeftVoorwoord in Fransche litteratuur van onze dagen I..