Het Witteveenkader is in Nederland een begrip bij de heffing van belasting. Het bepaalt hoeveel er jaarlijks voor de opbouw van een pensioen maximaal mag worden afgetrokken bij de aangifte voor de inkomstenbelasting. Op die manier bouwt men een pensioen op zonder dat men daar bij de inleg van de premie al belasting over heeft betaald. De ingelegde pensioenpremie, het pensioenvermogen, is bovendien gedurende de hele periode van inleg vrijgesteld van belastingheffing in Box 3 en kan zo belastingvrij aangroeien. Het betalen van inkomstenbelasting wordt naar later doorgeschoven. Dat is gunstig voor betrokkene, want bij de uitbetaling van het pensioen komt de belastingplichtige voor het merendeel in aanmerking voor een lager belastingtarief.https://web.archive.org/web/20130922110406/http://cormol.wordpress.com/2012/12/29/werkelijke-staatsschuld-2012-2014/ Het gaat dus om de politieke begrenzing van de fiscale facilitering van de pensioenopbouw.de overheid gebruikt de term "fiscale facilitering" in plaats van "fiscale faciliëring".

Het later belasten van het pensioen en het eerder aftrekbaar maken van de pensioenpremies wordt de zogenaamde omkeerregel(ing) genoemd.Een potentiële variant hiervan is het met handhaving van de omkeerregel actuarieel neutraal vervroegen van de belastingheffing op pensioenen door middel van een eenmalige of periodieke voorheffing. DNB is hier echter niet voor. Door de omkeerregel is de fiscale claim op de pensioenen anno 2019 al groter dan de staatsschuld.Rapport Rabobank 2015 Nederland: aanzienlijke belastingclaim op pensioenvermogen

Invoering en naamgeving Het kader is ingevoerd met de Wet van 29 april 1999 houdende aanpassing van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Coördinatiewet Sociale Verzekering en in samenhang daarmee enige andere wetten naar aanleiding van de voorstellen van de werkgroep Fiscale behandeling pensioenen (Wet fiscale behandeling van pensioenen).Staatsblad 211 van 1999, officiëlebekendmakingen.nl Op 1 september 1995 is het rapport "Fiscale behandeling pensioenen" door de staatssecretaris van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer aangeboden.Tweede Kamer, vergaderjaar 1994-1995, 24 328, 1 Bij beschikking van 13 oktober 1994 was de werkgroep ingesteld, waarbij Dirk Witteveen tot voorzitter werd benoemd. Het Witteveenkader is genoemd naar deze voorzitter. De werkgroep heeft in 1995 39 aanbevelingen opgesteld op basis waarvan het wetsvoorstel is geformuleerd.Eerste Kamer, vergaderjaar 1998-1999, 26 020, nr. 104.Stemming Eerste Kamer Het gaat voornamelijk om een aanvulling van de Wet op de loonbelasting 1964 waarbij de aftrekbaarheid van pensioenpremie wordt begrensd. Op 1 juni 1999 werd het Witteveenkader in de belastingwetten geïmplementeerd.https://web.archive.org/web/20141006164654/http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20Aanpassing%20pensioenregelingen%20Witteveenkader%20120804.htm

Fiscale begrenzing Door het Witteveenkader loopt de staat jaarlijks circa 19 miljard euro belastingopbrengst "mis" in Box 1.Hiermee is de pensioenpremieaftrek groter dan de hypotheekrenteaftrek.FD 15 mei 2014 PensioenspecialFD 15 mei 2014: Wat doet dat voor het begrotingstekort? In 2013 werd 41 mrd aan pensioenpremie geheven, meldt het ministerie van Financiën. Die worden afgetrokken tegen gemiddeld 46% aan belasting. Als dat niet meer mag, zou dat 19 mrd opleveren. De pensioenen die worden uitgekeerd belopen 36 mrd. Het belastingvrij maken daarvan kost 10,3 mrd. Het aflossen van de staatsschuld verlaagt de rentelasten. Voor 2014 zijn die geraamd op toevallig hetzelfde bedrag: 8,7 mrd (bij 2,2% rente). Bij elkaar levert dit een jaarlijkse besparing op van 17 mrd, oftewel 2,8% van het bruto binnenlands product. Nederland is daarmee ineens het beste jongetje in de Europese klas: geen staatsschuld en een sluitende begroting. Bovendien over dit collectief opgebouwde pensioenvermogen van 1220 miljard euro (eind 2014) ook jaarlijks 14 miljard euro belastingopbrengst in Box 3. Door in tegenstelling met Luxemburg de pensioenpremies aftrekbaar te stellen in box 1 en de pensioenvermogens niet te belasten in box 3, is jaarlijks 31 miljard euro minder belasting verschuldigd.http://media.leidenuniv.nl/legacy/kpg-2003-06.pdfZie ook een rapport van het CPB uit 1998: http://www.cpb.nl/publicatie/fiscale-behandeling-van-pensioenbesparingen-discussiehttp://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/macro-economie/publicaties/artikelen/archief/2007/2007-2348-wm.htmhttp://www.mejudice.nl/artikel/791/nederland-puissant-rijk-maar-gierig-als-een-oude-vrek In totaal loopt de Nederlandse staat jaarlijks binnen dit kader dus elk jaar dit bedrag aan belastingen "mis" in vergelijking met andere Europese landen. De belastingopbrengsten in Box 3 zijn voor eeuwig verspeeld. De belastingopbrengsten in Box 1 komen gemiddeld circa 25 jaar later slechts gedeeltelijk terug met een lager belastingtarief en een lagere koopkracht.Hoogte pensioenuitkeringen 1997-2011Discussiestuk van Cor Mol over de omkeerregeling

Door deze gunstige fiscale omstandigheden zijn de Nederlandse collectieve pensioenbesparingen de hoogste ter wereld geworden. Eind 2011 bedroegen die 138% van het bruto binnenlands product./www.telegraaf.nl Duitsland beschikte over 5,5%, wat daar een veel te grote nadruk legt op de eerste pensioenpijler, maar dat systeem is wel weer gunstig voor de actuele belastingopbrengsten.

Het totale collectieve pensioenvermogen nam in 2012 toe met 134 miljard tot 1007 miljard euro. De toename van de staatsschuld was slechts 23 miljard euro.www.telegraaf.nl In die 134 miljard zit een latente belastingclaim en claim premie zorgverzekeringswet van circa 40 miljard. Het decennialange exportoverschot en de pensioenfondsen maken Nederland puissant rijk.https://web.archive.org/web/20131205050356/http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/statistisch-nieuwsbericht/dnb293347.jsp

Op 10 juni 2013 was er een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer.verslag Tijdens dit gesprek beloofde professor Swank van DNB een document met de voor en tegens van het naar voren halen van de uitgestelde belastinginkomsten op pensioenaanspraken.Brief professor Swank DNBMotivatie kamerlid Dijkgraaf "De heer Dijkgraaf (SGP): Natuurlijk is het zoals de heer Swank zegt, maar «staatsschuld» is ook «toekomstige problemen die we hebben». Je zou erover kunnen nadenken om die tegen elkaar weg te strepen, want dan hoef je in de toekomst ook minder rente te betalen op de staatsschuld en heb je meer zekerheid. Ik zeg niet dat dit de oplossing is, maar ik zou wel geïnteresseerd zijn in de visie van de Nederlandsche Bank zodra daarover nagedacht is. "

In de Eerste Kamer zei staatssecretaris Eric Wiebes het in mei 2014 zo:

"Wij blijven ook wereldkampioen in het naar achteren schuiven van belastinginkomsten. Met de latente belastinginkomsten op de huidige pensioenpot hebben we het zomaar over 400 miljard latente belastinginkomsten die we naar de toekomst hebben geschoven. Dat is drie keer onze aardgasbel die er nog over is." Verslag Eerste Kamer

In januari 2015 pleitte DNB om het premiepercentage voor de hogere inkomens te beperken.https://web.archive.org/web/20150125034019/http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2015/dnb317517.jsp AFM pleitte in dezelfde maand om fiscaal begunstigd pensioen betalen te verplichten voor zzp'ers.https://web.archive.org/web/20150120122431/http://www.afm.nl/nl/consumenten/actueel/nieuws/2015/jan/visie-pensioen.aspx In februari 2015 nam DNB stelling tegen het verplicht fiscaal gefaciliteerd sparen voor het pensioen en de fiscale prikkel op eigenwoningschuld. De balansen van de huishoudens zouden onnodig lang zijn geworden.20 februari 2015 DNB:"Economie gebaat bij minder fiscale prikkels tot sparen en lenen"

Parameters In het Witteveenkader zijn er de volgende parameters:

de pensioenrichtleeftijd; deze is sinds 2018 68 jaar (Wet op de loonbelasting 1964, art. 18a, 6e lid) de minimum-franchise het jaarlijkse maximale opbouwpercentage sinds 2015 is:1,657% voor eindloonregelingen en 2,15% voor middelloonregelingen

De opbouw van de aanvullende oudedagsvoorziening wordt actief fiscaal begeleid. Het gaat daarbij om een geïntegreerde fiscale behandeling van de oudedagsvoorzieningen, waarbij de opbouw van deze voorzieningen in onderlinge samenhang aan één fiscaal maximum is verbonden.

Geschiedenis In de Wet op de loonbelasting 1964 was weliswaar gedefinieerd wat onder pensioen moest worden verstaan, maar tijden veranderden en de arbeidsmobiliteit nam toe. Er werd steeds vaker van werkgever gewisseld en dat had consequenties voor het pensioen. Door de toenemende individualisering ontstond een groeiende behoefte aan flexibele arbeidsvoorwaarden, waardoor ook de pensioenregelingen moesten worden aangepast. Daarbij ontstond het gevaar van onduidelijkheid als gevolg van een verschillende interpretatie van maatschappelijke ontwikkelingen en opvattingen. De commissie heeft de grote mate van flexibiliteit in de pensioenregelingen beschreven, waarbij een deel van de arbeidsbeloning in - fiscaal toegestane - variaties kon worden gebruikt voor de opbouw van een oudedags- en nabestaandenpensioen.

Op 10 juni 2011 heeft minister Kamp met de sociale partners een overeenkomst gesloten, waarmee de voorbereiding is gedaan voor nieuwe wetgeving waarin de risico's van de uitbetaling van de pensioenen - in strijd met het Witteveenkader - voornamelijk bij de werknemers zullen kunnen worden ondergebracht.

Aanhangig is geweest in de Wetsvoorstel verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW een verlaging per 1 januari 2013 van de maximale opbouwpercentages van 2% naar 1,75% voor eindloonregelingen en van 2,25% naar 2% voor middelloonregelingen (deze percentages staan in artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964).

Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd Naar aanleiding van het Begrotingsakkoord 2013 is er de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met stapsgewijze verhoging en koppeling aan de stijging van de levensverwachting van de pensioenleeftijd (Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd).

Naast een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd behelst deze wet wijzigingen in het Witteveenkader. De pensioenrichtleeftijd, daarvoor 65 jaar, is per 1 januari 2014 verhoogd naar 67 jaar. Voor de toekomst is deze pensioenrichtleeftijd op vergelijkbare wijze als de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Een verhoging van de pensioenrichtleeftijd vindt, anders dan bij de AOW-leeftijd, steeds plaats in stappen van een jaar, steeds 10 jaar voorafgaande aan het tijdstip waarvoor is geraamd dat de macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd weer met een jaar is gestegen.

Daarnaast zijn en worden de maximumopbouwpercentages voor middelloonregelingen en eindloonregelingen aangepast. Per 1 januari 2014 zijn de maximale opbouwpercentages voor ouderdomspensioen verlaagd van 2% naar 1,9% voor eindloonregelingen en van 2,25% naar 2,15% voor middelloonregelingen. Het gaat daarbij om het opgebouwde pensioen plus een evenredig deel van de AOW-uitkering voor een gehuwde. Het toegestane opbouwpercentage bij het middelloonsysteem is hoger dan bij het eindloonsysteem omdat het gemiddeld tijdens de carrière genoten loon in het algemeen lager is dan het laatst genoten loon. Het gaat hier om de percentages op basis van aanvang van het pensioen op de pensioenrichtleeftijd.