Josef Mysliveček (ook als Misliwecek, Misliweczek, Mislivecek of Mysliweczek bekend, maar ook met de voornaam Joseph of Giuseppe) (Kampa, een wijk van Praag, 9 maart 1737 – Rome, 4 februari 1781) was een Boheems componist. Mysliveček was de zoon van een molenaar. Hij en zijn tweelingbroer Joachim werden opgeleid eerst bij de Dominicanen aan de Saint-Gallus-Kerk te Praag en vermoedelijk aan het Jezuïeten-Gymnasium in het Clementinum. In de muzieklexica en eveneens in de werken over de operageschiedenis vindt men over hem in het algemeen uitsluitend korte bijdragen als betrof het een zogenaamde Kleinmeester, een term die voor de werken van Mysliveček gecorrigeerd zal moeten worden.
Levensloop Opleiding tot ongekende vermaardheid Mysliveček studeerde vanaf 1744 samen met zijn broer filosofie en literatuur aan de Karelsuniversiteit Praag. In 1753 moest hij wegens het gebrek aan academisch succes de universiteit verlaten. In mei 1758 werd hij samen met zijn broer molenaar in het bedrijf van zijn vader en in 1761 werden zij meester-molenaar. Josef zag af van zijn erfdeel en richtte zich vanaf dat moment op de muziek. Hij kreeg compositieles van de zogenoemde Boheemse Händel Franz Johann Habermann (1706-1783) en orgelonderwijs bij Josef Ferdinand Norbert Seger; het daarvoor nodige geld verdiende hij als violist.
In 1763 werden zijn zes symfonieën, die hij voor Vincenz Graaf von Waldstein geschreven had, in Neurenberg bij Johann Ulrich Haffner gepubliceerd. Deze symfonieën dragen de namen van de maanden januari tot en met juni. Op 5 november 1763 reisde hij naar Venetië om zang en compositie bij Giovanni Battista Pescetti (ca.1704-ca.1766) te studeren en zich met het schrijven van opera's bezig te houden. Omdat zijn naam voor Italianen niet uit te spreken was, werd hij aldaar als Il Boemo ("de Bohemer") of Il Venatorino ("het Jagertje").
Italiaans "wonder" In 1764 kreeg hij een "scrittura", een operaopdracht, voor het theater in Parma en zijn Medea oogstte een spontaan succes. In 1765 volgde zijn opera Semiramide, die in Bergamo in première ging. Ondanks grote concurrentie van bekende Italiaanse componisten werden hem vele nieuwe operaopdrachten gegeven. Na ontvangst van een opdracht in december 1766 ging de opera Il Bellerofonte al op 20 januari 1767 in Napels in première met bekende solisten als de tenor Anton Raaf (1714-1797) en de sopraan Caterina Gabrielli ("La Gabrielli"). Het succes van dit werk bracht hem een nieuwe opdracht: voor het hof van Napels schreef hij Farnace, een opera met een triomfaal succes. Hij werd in één klap in heel Italië bekend en daarmee de meestverdienende Italiaanse operacomponist van zijn tijd. Overal vierde men hem als «Il divino Boemo» (de goddelijke Boheem) en noemde hem «Mysliveček veneziano» (de Venetiaanse Mysliveček).
Tussen 1767 en 1779 schreef hij rond de 30 opera's voor alle bekende operahuizen en theaters in Italië, met name in Venetië, Milaan, Florence, Rome, Turijn en Pavia. Zijn bekendheid verbreidde zich in heel Europa. 18 van zijn opera's werden gekopieerd voor het hof in Portugal; in Parijs, Amsterdam en Londen werden zijn werken gedrukt, wat in de 18e eeuw niet vanzelfsprekend was. In 1768 was hij in Praag, in 1769 in Venetië, Padua en Florence. Wolfgang Amadeus Mozart, met wie hij een vriendschappelijke relatie kreeg, heeft hij voor het eerst in 1770 in Bologna ontmoet en nog eens op 15 mei 1771 in Milaan (zie ook Mozart in Italië). In 1771 ontving hij in Bologna de titel van "accademico filarmonico".
In 1772 reisde hij naar aanleiding van een operaopdracht naar Wenen. Hier leerde hij Charles Burney kennen, met wie hij ook naar München reisde. In 1773 was Mysliveček weer in Italië, waar hij opnieuw Mozart trof. Op 4 november 1773 dirigeerde hij de uitvoering van de opera Orfeo ed Euridice van Christoph Willibald Gluck.
Bedroevende finale Aan het eind van het jaar 1773 was hij wederom in München om zijn opera Erifile uit te voeren, maar dit was geen succes. De componist gaf als commentaar dat hij "uitsluitend onder de Italiaanse zon geïnspireerd werd". In 1774 bewerkte hij Glucks opera Orfeo ed Euridice voor de hofopera te Napels door aria's van Johann Christian Bach en eigen werk toe te voegen. Zijn laatste grote successen waren de uitvoeringen van zijn opera Ezio alsook zijn oratorium Abramo ed Isacco in 1777 te München. Maar hij moest het ziekenhuis in, waar hij bezoek kreeg van Mozart. Hij deed - zonder succes - een poging Mozart een opdracht voor een Italiaanse opera te bezorgen.
Na Myslivečeks terugkomst in Italië begon zijn ster te dalen. In 1779 mislukte zijn opera Armida en ook de volgende opera's hadden geen succes meer. Vanaf 1775 waren de eerste symptomen van syfilis bij hem herkenbaar. Deze ziekte was de oorzaak van een aangezichtsverlamming (Facialisparese) en een pijnlijke operatie kwam hem op een betreurenswaardig verlies van zijn neus te staan. Verder kwamen er financiële problemen bij. Als zieke man trok Mysliveček zich terug in Rome, waar hij in 1781 in armoede overleed. Sir Brady, een vriend en vroegere leerling vanuit Engeland, liet hem begraven in de kerk San Lorenzo in Lucina, waar zijn graf tot heden te zien is.
Muzikaal werk Slechts een klein gedeelte van zijn hele oeuvre is intussen door moderne studioproducties voor ons weer toegankelijk. Naast zijn vele opera's omvat zijn werklijst vijf oratoria, een Laudate Dominum, meerdere wereldlijke cantates, negen vioolconcerten, vier pianoconcerten alsook solowerk voor piano, een celloconcert, een reeks orkestdivertimenti, symfonieën en ouvertures, zes strijkkwartetten, blaasoctetten. Qua klank staan zijn composities naast de vroege werken van Mozart en bevatten qua vorm vele gemeenzaamheden met de werken van de zogenoemde Mannheimer Schule.
Composities Werken voor orkest Symfonieën 1762: Symfonie C majeur 1764: Zes symfonieën a quattro (D majeur, G majeur, C majeur, F majeur, g mineur, D majeur), op. 1 1769: Drie symfonieën (D majeur, Es majeur, Bes majeur = ouverture tot "Il tronfi di Celia") voor 1770 Drie symfonieën (F majeur, D majeur, G majeur) 1771: Zes symfonieën à 8 (D majeur = ouverture tot "Semiramide", G majeur, C majeur, F majeur, Bes majeur, Es majeur) voor 1771 Zes symfonieën a 8 (D majeur, F majeur, A majeur = ouverture tot "Alceste e Fileno", C majeur, G majeur = ouverture tot "Il parnaso confuso", D majeur) om 1771 Symfonie in D majeur om 1771 Symfonie in Es majeur om 1771 Drie symfonieën (F majeur, D majeur, C majeur) om 1771 Symfonie in D majeur om 1775 Zes symfonieën (G majeur, Es majeur, A majeur, E majeur, D majeur, Bes majeur) (Deze werken zijn ook als kwartetten bekend en overlevert) 1776/1777: Zes symfonieën (D majeur, Bes majeur, G majeur, Es majeur, C majeur, F majeur [spoorloos verdwenen]) om 1778 Zes symfonieën (D majeur, F majeur, Bes majeur, Es majeur, G majeur, C majeur) Zes symfonieën da orchestra (D majeur = ouverture tot "Antigona", G majeur = ouverture tot "Ezio" (1775), D majeur = ouverture tot "Il Demofoonte" (1775), Bes majeur = ouverture tot "Artaserse", D majeur = ouverture tot "Il Demetrio" (1773), D majeur = ouverture tot "Adriano in Siria") Symfonie D majeur = ouverture tot "La Calliroe" Symfonie C majeur Twee symfonieën (F majeur, G majeur) Symfonie F majeur Symfonie D majeur
Concerten voor instrumenten en orkest om 1769 Concert in D majeur, voor viool en orkest om 1772 Zes concerten (E majeur, A majeur, F majeur, Bes majeur, D majeur, G majeur = Pastorale), voor viool en orkest om 1772 Concert in C majeur, voor viool en orkest voor 1775 Concert in C majeur, voor viool en orkest (ook als concert voor cello en orkest bekend) om 1774/1776 resp. 1777/1778 Zes concertoni, voor 2 klarinetten, 2 hoorns, fagot (solo) en strijkers (tot een concert in Es majeur spoorloos verdwenen) Concert in Bes majeur, voor violone en orkest (niet compleet behouden) Concert in C majeur, voor cello en orkest (Bewerking van een vioolconcert) Concert in D majeur, voor dwarsfluit en orkest Twee concerten (Bes majeur, F majeur), voor klavecimbel en orkest
Ouverturen 1772: Zes ouverturen (C majeur, A majeur, F majeur, D majeur, Bes majeur, G majeur) Ouverturen (D majeur, F majeur)
Missen, oratoria en andere kerkmuziek 1769: Il Tobia, oratorium 1770: Il pellegrini al sepolcro, oratorium 1771: Adamo ed Eva, oratorium 1771: Betulia liberata, oratorium 1771: Veni sponsa Christi in g mineur om 1771 Giuseppe risconosciuto, oratorium 1772: Paerum elegans D majeur om 1772 Beatus Bernardy in Bes majeur om 1772 Mis in D majeur 1773: La Passione di Nostro Signore Gesù Cristo, oratorium 1775: La liberazione d’Israel, oratorium 1776/1777: Isacco figura del redentore, oratorium om 1777 Litanie in D majeur Ave splendus caeli in G majeur Laudate Dominum in F majeur Requiem in Es majeur Salve Regina in F majeur
Cantates om 1765 Il parnasso confuso 1768: Narciso al fonte 1768: Cantata per S.E. Marino Cavalli 1769: Cantata pro omni solenitate voor 1770 Alceste e Fileno 1774: L’Elfrida 1777: Enea negl’elisi ovvero Il tempio dell’eternita om 1779 Armida Zes cantates a 3 voci Ebbi non ti smarrir La tempesta Drie nocturnes
Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1764 Medea 1764, Parma 1766 Semiramide 3 bedrijven 1766, Bergamo Pietro Metastasio 1766-1767 Il Bellerofonte 3 bedrijven 20 januari 1767, Napels, Teatro San Carlo Giovanni Bonecchi 1767 Farnace 3 bedrijven 4 april 1767, Napels, Teatro San Carlo Antonio Mario Lucchini 1767 Il trionfo di Clelia 3 bedrijven 26 december 1767, Turijn, Teatro Regio di Torino Pietro Metastasio 1769 Il Demofoonte 3 bedrijven Carnaval 1769, Venetië, Teatro San Benedetto Pietro Metastasio 1769 Ipermestra 3 bedijven 28 maart 1769, Florence, Teatro della Pergola Pietro Metastasio 1770 La Nitteti 3 bedrijven Carnaval 1770, Bologna Pietro Metastasio 1770 Motezuma 3 bedrijven 23 januari 1771, Florence, Teatro della Pergola Vittorio Amedeo Cigna-Santi 1771 Il gran Tamerlano 3 bedrijven 26 december 1771, Milaan, Teatro Regio Ducal Agostino Piovene 1772 Il Demetrio 3 bedrijven 25 januari 1773, Pavia, Teatro Nuovo Pietro Metastasio 1773 Romolo ed Ersilia 3 bedrijven 13 augustus 1773, Napels, Teatro San Carlo Pietro Metastasio 1773 Antigona 3 bedrijven 1773, Turijn, Teatro Regio di Torino Gaetano Roccaforte 1773 La clemenza di Tito 3 bedrijven 26 december 1773, Venetië Pietro Metastasio 1774 Atide 3 bedrijven Fiera del Santo, 1774, Padua Tomaso Stanzani 1774 Artaserse 3 bedrijven 13 augustus 1774, Napels, Teatro San Carlo Pietro Metastasio 1774 Il Demofoonte 3 bedrijven 20 januari 1775, Napels, Teatro San Carlo Pietro Metastasio 1775 Ezio 3 bedrijven 5 juni 1775, Napels, Teatro San Carlo Pietro Metastasio 1776 Adriano in Siria 3 bedrijven herfst 1776, Florence, Teatro Cocomero Pietro Metastasio 1777 Ezio 3 bedrijven 1777, München Pietro Metastasio 1778 La Calliroe 3 bedrijven 30 mei 1778, Napels, Teatro San Carlo Matteo Verazi 1778 L'Olimpiade 3 bedrijven 4 november 1778, Napels, Teatro San Carlo Pietro Metastasio om 1778 Theoderich und Elisa (melodrama) voor 1785, Donaueschingen 1779 La Circe 3 bedrijven Fiesta d'ascensione 1779, Venetië, Teatro San Benedetto Domenico Perelli 1779 Il Demetrio 3 bedrijven 13 augustus 1779, Napels, Teatro San Carlo Pietro Metastasio 1779 Armida 3 bedrijven 26 december 1779, Milaan, Teatro alla Scala Giovanni Ambrogio Migliavacca 1780 Medonte 3 bedrijven carnaval 1780, Rome, Teatro Argentina Giovanni de Gamerra 1780 Antigono 3 bedrijven lente 1780, Rome, Teatro delle Dame Pietro Metastasio
Kamermuziek 1760: Vijf sonates, voor viool en piano 1767: Zes sinfonia concertanti o sia Quintetti (Bes majeur, E majeur, G majeur, A majeur, D majeur, C majeur), met 2 hoorns ad libitum, op. 2 1768-1769: Zes strijkkwartetten (A majeur, F majeur, Bes majeur, G majeur, Es majeur, C majeur), op. 3 om 1773 Zes strijkkwintetten (G majeur, Es majeur, C majeur, A majeur, F majeur, Bes majeur)