John Bell Hood (Owingsville, Kentucky 1 juni Eicher, p. 302; Warner, p. 142; Handbook of Texas Online.1831 of 29 juni Jones, p. 213; McMurry, p. 5; About North Georgia. Gearchiveerd op 2008-10-11 in de Wayback Machine; JohnBellHood.org website. 29 juni is de datum die op zijn grafzerk vermeld staat. 1831- New Orleans, Louisiana 30 augustus 1879) was een beroepsmilitair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was hij een generaal in het Zuidelijke leger. Hood was een bekwame maar agressieve commandant.

Vroege jaren thumb|left|Hoods geboortehuis Hood werd geboren in Owingsville, Kentucky. Hij was de zoon van Dokter John Wills Hood (1798-1852) en Theodosia French Hood (1801–1886). McMurry, pp. 2, 205. In zijn memoires schreef hij dat al zijn voorouders van Engelse oorsprong waren, maar uit later onderzoek bleek dat hij ook Nederlandse voorouders had uit New York. Hood was de neef van de latere Zuidelijke generaal-majoor G. W. Smith en van het federaal parlementslid Richard French.Eicher, p. 302; McMurry, p. 6. McMurry, p. 10. Hoewel zijn vader geen groot voorstander was, kon Hood dankzij French aan de United States Military Academy in West Point gaan studeren. Hij studeerde af in 1853 als 44ste in een klas van 52 kadetten. In zijn laatste jaar werd hij bijna uit de academie gezet wegens wangedrag. McMurry, p. 9. Tijdens zijn studententijd en ook later, bij vrienden, werd hij aangesproken als "Sam".Sword, p. 6. Onder zijn klasgenoten bevonden zich James B. McPherson en John M. Schofield .Hij kreeg les van George Henry Thomas. Deze drie mannen zouden tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog generaals in het Noordelijke leger worden. En tussen 1852 en 1855 was de superintendent of schooldirecteur van het instituut gebrevetteerd kolonel Robert E. Lee, zijn latere bevelhebber aan het oostelijke front.McMurry, p. 10.

Hood kreeg een aanstelling als gebrevetteerd tweede luitenant in het 4th U.S. Infantry. Hij diende in Fort Jones in Californië en werd later overgeplaatst naar de 2nd U.S. Cavalry in Texas waar kolonel Albert Sidney Johnston zijn bevelhebber was.McMurry, pp. 15–16. Terwijl hij op 20 juli 1857 op patrouille was, werd hij geraakt door een pijl in zijn linkerhand door een Comanche.Eicher, p. 302; Handbook of Texas Online. Hood werd in augustus 1858 bevorderd tot eerste luitenant. Niettegenstaande zijn bescheiden rangorde na het afstuderen in West Point, kreeg Hood in 1860 het voorstel om cavalerie-instructeur te worden aan de militaire academie. Hij sloeg dit aanbod af. Hij was veel liever bij zijn regiment in actieve dienst.McMurry, p. 21.

Amerikaanse Burgeroorlog De Texasbrigade Toen hem het nieuws bereikte van de Aanval op Fort Sumter nam Hood ontslag uit het U.S. Army. Zijn thuisstaat Kentucky koos voor neutraliteit in het conflict. Daarom besliste Hood om dienst te nemen in een regiment uit Texas als kapitein bij de cavalerie.Eicher, p. 303. Hij werd al snel bevorderd tot majoor en naar de cavalerie in Virginia gestuurd die onder leiding stond van brigadegeneraal John B. Magruder. Hood en zijn eenheid wonnen een eerste keer tijdens de Schermutseling bij Cedar Lane op 12 juli 1861. Ze namen 12 soldaten van het 7th New York Regiment of Volunteers en twee deserteurs van Fort Monroe gevangen. Ze kregen lof van Lee en Magruder.Official Records, Series I, Volume II, pp. 297–298Freeman, 121 Op 30 september werd Hood bevorderd tot kolonel van het 4th Texas Infantry Regiment.

Op 20 februari 1862 kreeg Hood het bevel over een brigade die voornamelijk uit regimenten uit Texas bestond. Daarom zou het al snel de Texas Brigade genoemd worden. Deze brigade werd in herfst van 1861 geformeerd onder leiding van de voormalige U.S. senator Louis T. Wigfall. Hij nam kort nadien ontslag om in het Zuidelijke congres te gaan zetelen. Op 26 maart 1862 werd Hood bevorderd tot brigadegeneraal. Met zijn brigade nam hij deel aan de Schiereilandveldtocht als onderdeel van het Army of Northern Virginia. Hood maakte naam als een agressieve en bekwame brigadecommandant. Hij leidde zijn troepen persoonlijk in de strijd en zijn brigade kreeg al snel een elitestatus binnen het leger. Tijdens de Slag bij Eltham's Landing slaagden zijn soldaten erin om een Noordelijke amfibische landing te weerstaan.Sears, p. 86. De Texasbrigade werd tijdens de Slag bij Seven Pines in reserve gehouden.McMurry, pp. 40–41. Tijdens de Slag bij Gaines' Mill op 27 juni 1862 ging Hood zijn manschappen voor in een aanval die de Noordelijke slaglinie brak. Het was een van de meest succesvolle Zuidelijke acties tijdens de Zevendagenslag. Hood kwam zonder schrammetje uit de strijd, maar 400 soldaten en de meeste van zijn officieren uit de Texas Brigade waar gesneuveld of gewond. Toen hij de restanten van zijn eenheid zag, brak hij in tranen uit en leed hij onder het verlies van zoveel goede soldaten. Toen generaal-majoor Stonewall Jackson de Noordelijke stellingen inspecteerde zei hij: "De mannen die deze stelling hebben ingenomen, zijn waarlijk echte soldaten."McMurry, p. 51; Sears, p. 243.

Toen generaal-majoor William H.C. Whiting op 26 juli 1862 op ziekteverlof werd gestuurd, nam Hood het bevel over zijn divisie over. De divisie werd ondergebracht bij het korps van luitenant-generaal James Longstreet. Bij Seven Pines bestond de divisie nog uit vijf brigades. Door verschillende reorganisaties werd de slagkracht van de divisie gereduceerd tot twee brigades, namelijk de Texas Brigade en een brigade van regimenten uit Mississippi. Deze laatste stond onder leiding van kolonel Evander M. Law. Voor de Veldtocht in noordelijk Virginia werd de brigade van brigadegeneraal Nathan "Shanks" Evans toegevoegd aan Hoods divisie. Evans was technisch gezien zijn meerdere omdat hij al langer brigadegeneraal was. Tijdens de Tweede Slag bij Bull Run voerde Hood en zijn manschappen een aanval uit op de Noordelijke linkerflank waardoor de Noordelijken zich moesten terugtrekken. Opnieuw verloor Hood veel soldaten. Zijn twee brigades telden meer dan 1.000 slachtoffers en nog eens 500 in de toegevoegde brigade van Evans.McMurry, pp. 52, 55.

Terwijl de Zuidelijken de Noordelijken achtervolgden na de slag ontstond er een meningsverschil tussen Evans en Hood over ambulances. Evans plaatste Hood onder arrest, maar generaal Robert E. Lee kwam tussenbeide. Net voor de Slag bij South Mountain in de Marylandveldtocht was Hood nog in de achterhoede onder virtueel arrest. Toen Lee de Texasbrigade voorbij reed, riepen de soldaten "Geef ons Hood terug!" Lee liet Hood vrij, ondanks het feit dat Hood zich niet wou verontschuldigen bij Evans.McMurry, pp. 56–57.

Tijdens de Slag bij Antietam kwam Hoods divisie Stonewall Jackson korps versterken op de Zuidelijke linkerflank. Samen slaagden ze erin om een aanval van het Noordelijke I Corps in de West Woods af te slaan. Ook een tweede aanval van het Noordelijke XII Corps kon gestopt worden. Toen generaal Lee de avond na de slag vroeg waar Hoods divisie was, antwoordde hij:"Ze liggen daar in het veld waar u ze gestuurd hebt. Mijn divisie is vrijwel volledig weggevaagd." Meer dan de helft van zijn 2.000 soldaten waren gedood of gewond. Onder de indruk van zijn vechtlust en inzet werd Hood door Jackson voorgedragen ter promotie tot generaal-majoor. Dit werd officieel op 10 oktober 1862.McMurry, pp. 58–59; Eicher, p. 303. In december zag Hoods divisie weinig actie. Tijdens de Slag bij Fredericksburg stonden zijn mannen in het rustige centrum opgesteld tussen die van Longstreet en Jackson. In de lente van 1863 miste Hood net de Slag bij Chancellorsville omdat het First Corps van Longstreet gedetacheerd was naar Suffolk, Virginia. Toen Hood vernam dat Jackson kort na de slag overleed aan zijn verwondingen en een longontsteking, rouwde hij om een man waarvoor hij zowel persoonlijk en militair een sterke bewondering had.McMurry, pp. 65–66, 69–71; John Bell Hood, p. 52; Dyer, p. 177.

Gettysburg In de late avond van 1 juli 1863 arriveerde Longstreets korps op het slagveld van Gettysburg. Lee plande een aanval op de Noordelijke stellingen voor de volgende dag waarbij Longstreets korps de vijandelijke linkerflank zou aanvallen via de Emmitsburg Road. Hood was niet gelukkig met deze opdracht omdat hij over moeilijk terrein zou moeten oprukken. Het terrein lag bezaaid met grote keien en rotsblokken en stond bekend als Devil's Den. Hood stelde voor om rond de Noordelijke linkerflank te trekken, voorbij [Big] Round Top, om de vijand in hun achterhoede aan te vallen. Longstreet weigerde hierop in te gaan waarbij het verwees naar de orders van Lee. Na verschillende pogingen gaf Hood het op. Om 16.00u ging zijn divisie tot de aanval over. Door verschillende factoren week de opmars af naar links waarbij ze uiteindelijk op de Noordelijke eenheden bij Little Round Top botsten. Bij het begin van de aanval werd Hood geraakt in zijn linkerarm door een granaatscherf. Zijn arm zou niet geamputeerd worden, alhoewel hij later zijn arm vrijwel niet meer kon gebruiken. Brigadegeneraal Evander M. Law verving Hood en nam het bevel van de divisie op zich. Door deze wissel en de onduidelijkheid voor Law over de bevelen werd de kracht en richting van de aanval verder verstrooid. Dit zou een grote invloed hebben op het uiteindelijke resultaat van de veldslag.Pfanz, pp. 164–173; McMurry, p. 75. Hood herstelde van zijn verwondingen in Richmond, Virginia. Hij nam deel aan het society leven en werd vermeld in het dagboek van Mary Boykin Chesnut. Tijdens zijn herstel had hij zijn zinnen gezet op Sally Buchanan Preston, een jonge dame uit South Carolina. Ze hadden elkaar in maart 1863 ontmoet toen hij op doorreis was. Ze had zijn hart gestolen. Toen hij kon terugkeren naar zijn eenheid vroeg hij haar ten huwelijk. Hij kreeg echter geen eenduidig antwoord.Woodworth, p. 268.

Chickamauga Ondertussen had het Army of Tennessee, onder leiding van generaal Braxton Bragg, aan het westelijke front de nodige moeilijkheden gekend. Lee stuurde twee divisies van Longstreets korps ter versterking naar Tennessee. Op 18 september sloot Hood zich opnieuw aan bij zijn divisie aan de Chickamauga Creek.McMurry, pp. 76–77. Bragg liet Hood een mini-korps vormen waarbij zijn twee divisies samengevoegd werden met een brigade van brigadegeneraal Bushrod Johnsons divisie. Tijdens de Slag bij Chickamauga verdreef zijn strijdmacht een Noordelijke brigade, onder leiding van kolonel Robert Minty, van Reed's Bridge. Hun aanval werd pas gestopt door geweervuur van John T. Wilders eenheid bij de Alexander’s Bridge.John Bell Hood, p. 61; Official Records, Series I, Volume XXX, Part 1, p. 605 De Zuidelijke trokken zich terug om te hergroeperen voor de volgende dag.

In de namiddag van 19 september sloegen Hoods soldaten een aanval af van generaal-majoor Jefferson C. DavisOfficial Records, Series I, Volume XXX, Part 1, pp. 498, 529 Hij rukte dan verder op om de eenheid van brigadegeneraal Henry D. Clayton bij te staan langs de Lafayette Road.Official Records, Series I, Volume XXX, Part 2, p. 455 Rond deze tijd was ook luitenant-generaal Longstreet op het strijdtoneel verschenen. Samen vormden ze een deel van de Zuidelijke linkerflank.Official Records, Series I, Volume XXX, Part 2, p. 17