Jaap en de bonenstaak is de Nederlandstalige titel van een sprookje van een onbekende auteur. In Nederland hanteert men de titel Jaap, Jacob, Sjaak of Sjakie en de bonenstaak, in België heet de hoofdpersoon veelal Jaak. Het verhaal is ongebruikelijk omdat de held, hoewel volwassen, in sommige versies aan het einde niet trouwt maar naar zijn moeder terugkeert. Deze bijzonderheid komt slechts in een klein aantal andere verhalen voor, bijvoorbeeld in sommige varianten van het Russische verhaal Vasilisa de Schone.
Het verhaal komt meer dan waarschijnlijk vanuit Engeland, waar het Jack and the beanstalk heet. Jack and the beanstalk is een van de bekendste volksverhalen en is tot op de dag van vandaag wereldwijd in vele verschillende vormen bewerkt.
Verhaal
Jaap is de zoon van een arme boerin wiens gebrek aan intelligentie zijn moeder, die weduwe is, vaak tot wanhoop drijft. Op een dag verkoopt Jaap hun laatste koe in ruil voor het zaad van bonen. Zijn moeder is boos over de slechte ruil en werpt het zaad door het raam naar buiten.
De volgende dag staat er naast het huis ineens een bonenstaak die tot aan de hemel reikt. Jaap beklimt de staak en komt uit in een andere wereld waar een reus in een kasteel woont. Jaap ontmoet de vrouw van de reus. Volgens haar eet haar man kinderen, dus Jaap moet voor hem oppassen. Zo zingt de reus:
Ting-tang-tongetje Ik ruik een sappig jongetje! Is hij levend, is hij dood, Ik smeer hem vrolijk op mijn brood!
of
Fee! Fie! Foe! Fum! Ik ruik mensenvlees Levend of dood Ik maal zijn botten fijn en maak er brood van.
De vrouw van de reus helpt Jaap en maakt haar man wijs dat hij zich vergist in de geur. Ze heeft de jongen in de oven verstopt. Jaap ontdekt dat de reus enorm veel gouden muntstukken heeft. Nadat hij er enkele heeft gestolen als de reus slaapt, keert hij terug naar huis. Zijn moeder is uiteraard blij, maar na een tijd is het geld op (ze verkwisten het geld).
Jaap klimt nogmaals naar boven en steelt ditmaal, opnieuw met hulp van de vrouw van de reus, een kip (in sommige varianten een gans) die gouden eieren legt. De financiële problemen zijn nu voorbij, maar de moeder is innerlijk nog ongelukkig.
Vervolgens keert Jaap, die zich verveelt, terug naar het kasteel en hij verstopt zich deze keer niet met behulp van de vrouw van de reus. Hij kruipt ook niet in de oven zoals de vorige keren, maar verstopt zich in een pot. Hij steelt ditmaal een magische harp waarvan de muziek iedereen blij maakt. Tijdens de afdaling slaat de harp alarm, want de harp wil niet gestolen worden. De reus hoort dit en achtervolgt Jaap.
Jaap is eerder beneden en hakt met een bijl de bonenstaak om. De reus valt te pletter en overlijdt op de grond.
Afbeeldingen thumb|De reus valt naar beneden als de bonenstaak is omgehakt met de bijl, The book of fables and folk stories, 1919 Er zijn veel afbeeldingen verschenen sinds het verhaal in druk wordt uitgegeven.
Geschiedenis Er is weinig bekend over de oorsprong van het sprookje. Waarschijnlijk ontstond het verhaal al voor het jaar 1700 en werd het lange tijd mondeling doorverteld van generatie op generatie. In sommige versies gaat het om een reus, in andere versies gaat het om een oger. In de meest gangbare versie van het verhaal is de reus naamloos maar in veel kinderboeken, films en toneelstukken wordt hij Blunderbore (soms Thunderdell) genoemd. In de Engelse versie ruikt de reus vaak het bloed van een Engelsman in het rijmpje.
Volgens onderzoekers van Durham University en de Universidade Nova de Lisboa zou het verhaaltype waartoe het Jack-verhaal behoort (AT 328; De jongen steelt de schat van de reus) een Proto-Indo-Europese (PIE) oorsprong kunnen hebben. Hetzelfde verhaal heeft ook Proto-Indo-Iraanse varianten en daarom denken sommige onderzoekers dat het verhaal millennia geleden is ontstaan (4500 v.Chr. tot 2500 v.Chr.).Comparative phylogenetic analyses uncover the ancient roots of Indo-European folktales
Verschillende versies thumb|Een versie van het verhaal waarin zijn beide ouders leven en Jack een gans ruilt voor een bonenstaak, The Fairies Up-To-Date, 1923 Volgens het boek The Oxford Companion to Fairy Tales zijn er verschillende verhalen over Jack.The Oxford Companion to Fairy Tales pag 172, 266-268 Er wordt vaak gezegd dat het verhaal simpelweg over een dief en moordenaar gaat. Men vond in Engeland een publicatie uit 1708 met het verhaal "Jack and the giants" (Jack en de reuzen). In 1711 publiceerde een zekere J. White uit Newcastle "The history of Jack and the giants" (Het verhaal over Jaap en de reuzen). In 1734 verscheen een gelijkaardig verhaal: "The Story of Jack Spriggins and the Enchanted Bean" (Jack Spriggins en de betoverde boon). Er is geen moraal aangezien de jongen profiteert van het stelen van en uiteindelijk het doden van een man. Henry Cole, die publiceerde onder het pseudoniem Felix Summerly, populariseerde deze versie van het verhaal in The Home Treasury (1845).
In "The History of Mother Twaddle, and the Marvellous Atchievements of Her Son Jack" uit 1807 is het een versie in verzen die aanzienlijk verschilt van de bekende versie: een dienstmeisje leidt Jack naar het huis van de reus en geeft hem bier om hem in slaap te brengen. Zodra de reus slaapt, onthoofdt Jack hem. Vervolgens trouwt hij met het dienstmeisje en brengt hij zijn moeder naar zich toe.
left|thumb|Jack ontmoet een fee die hem vertelt dat alle rijkdom in het land hem toebehoord omdat de reus zijn vader heeft beroofd en gedood Een andere versie komt ook uit 1807 en werd als The History of Jack and the Bean-Stalk gepubliceerd door Benjamin Tabart, een uitgever in Londen. Tabart zei dat hij niet wist wie de schrijver was, maar beweerde wel het originele manuscript te bezitten, hoewel dat twijfelachtig is. Meer dan waarschijnlijk had hij wel een versie van het verhaal, maar niet de originele. In Tabarts gemoraliseerde versie legt een fee aan Jack uit dat de reus zijn vader had beroofd en vermoord, waarmee Jacks daden als vergelding worden gerechtvaardigd (Andrew Lang volgt deze versie in het Red Fairy Book uit 1890).
Het herschreven verhaal dat door Joseph Jacobs werd gepubliceerd in zijn English Fairy Tales (1890) geeft geen expliciete rechtvaardiging omdat die er ook niet was in de versie die hij als kind had gehoord. Maar het heeft een subtiele vergeldende ondertoon door te verwijzen naar de eerdere maaltijden van de reus (namelijk gestolen ossen en jonge kinderen). Jacobs' versie wordt tegenwoordig het meest herdrukt en wordt beschouwd als dichter bij de mondelinge versies dan die van Tabart, omdat de moraliserende toon ontbreekt. Veel moderne interpretaties hebben Tabart gevolgd en de reus tot een schurk gemaakt die kleinere mensen terroriseert en van hen steelt, zodat Jack een legitieme protagonist wordt.
De gebroeders Grimm trokken een analogie tussen dit verhaal en een Duits sprookje, "De duivel met de drie gouden haren". De moeder of grootmoeder van de duivel gedraagt zich net als de vrouw van de reus, een vrouwelijke figuur die het kind beschermt tegen de boze mannelijke figuur. In Perraults versie van het sprookje Klein Duimpje (1697) komt de vrouw van de reus Kleine Duimpje en zijn broers ook te hulp. Iona en Peter Opie (The Classic Fairy Tales, 1974) zagen daarentegen parallellen met het sprookje "De dorsvlegel uit de hemel" van de gebroeders Grimm.
Proto-Indo-Europese varianten thumb|Een variant op Von dem Schönen und vom Drakos in The Pink Fairy Book (1897): The Dragon Outwitted Varianten zijn het Italiaanse Tridicinu (Dertiende; Tridicinu is ook de naam van verhaaltype ATU 328 in de Italiaanse index van magische verhalen) en het Griekse sprookje dat als Von dem Schönen und vom Drakos werd opgenomen door Johann Georg von Hahn in zijn Griechische und Albanesische Märchen. Corvetto is een Napolitaanse variant, Le Géant Goulaffre is een Bretonse variant en in het Samisch bestaat een variant over een Stallo.
Het Griekse sprookje verteld over een knappe jongen die door zijn jaloerse broer aan een boom wordt vastgebonden en een passerende gebochelde herder wijs maakt dat hij hierdoor een rechte rug krijgt. Hij wordt losgemaakt door de gebochelde (die zijn plek inneemt aan de boom) en haalt kattekwaad uit, waarna de koning hem wil doden. Alleen als hij het vliegende paard van een draak naar de koning brengt, zal hij de jongen gratie geven. Dit lukt maar de koning komt met de nieuwe opdracht een deken van de draak in handen te krijgen. De jongen wordt door de draak vastgebonden en zal de volgende dag als voedsel worden opgediend. Hij weet echter de vrouw van de draak te doden en in de oven te gooien en komt met de deken naar de koning. Die wil dan de draak zelf, waarna de jongen de draak met een list in een kist kan opsluiten en naar de koning brengt. Hij mag dan trouwen met de koningsdochter en wordt de nieuwe koning van het land.
In het Italiaanse verhaaltype, een traditioneel Siciliaans sprookje opgetekend door de folklorist Giuseppe Pitrè, zoeken dertien broers hun toevlucht in het huis van een reus die dreigt hen te verslinden, maar ze ontsnappen naar een kasteel. Het verhaal volgt de jongste van dertien broers. Hoewel zijn oudere broers jaloers op hem zijn, overleeft hij allerlei beproevingen dankzij zijn scherpe verstand. Het is een klassiek voorbeeld van de "slimme jongste zoon"-vertelling, vergelijkbaar met Klein Duimpje. De oudere broers van de held liegen echter tegen de koning dat hun broertje zonder problemen terug kan keren naar het hol van de reus om voorwerpen (meestal drie) te stelen en uiteindelijk de reus zelf mee te nemen. De jongen steelt een deken en een paard. Bij het derde bezoek, waarbij de jongen een kussen moet stelen, grijpt de reus de jongen. Om Tridicinu te straffen voor zijn drie misdaden sluit de reus hem op in een ton en mest hem vet om hem op te eten. Om de paar dagen voelt de reus aan Tridicinu's vinger om te meten hoe dik de jongen wordt (net zoals de heks in Hans en Grietje). Hij fopt de reus met een muizenstaart en later met onderdeel van een spinnewiel, maar op een ander moment voelt de reus toch de echte dikte van zijn dikke vinger en wil hem laten bereiden door zijn vrouw. Het lukt Tridicinu om de vrouw in de oven te gooien en hij dient haar benen op als feestmaal en hij legt haar bovenlichaam in bed, met touwen aan haar hoofd en handen, bedekt met een deken. Zelf ontsnapt hij met het kussen. De koning wil dan de reus zelf in handen krijgen en Tridicinu bestelt een zeer sterke kist en vermomt zich als monnik. Bij de reus thuis doet hij alsof hij op jacht is naar de boosaardige Tridicinu om hem in de kist te vangen. De monnik vraagt de reus om de sterkte van de kist te testen, waardoor de reus erin klimt. De jongen brengt de reus naar de koning, die de reus gevangen zet, die hem beloont met alle rijkdom en eer van het koninkrijk.
thumb|left|In The Allies Fairy Book (1916) wordt uitgebeeld hoe Jack een reus in een gat lokt voor St Michael's Mount in het verhaal Jack the Giant-killer.