thumb|upright=1.7|Een kaart van wereldeconomieën naar grootte van het bbp (nominaal) in US dollar, Wereldbank, 2014 Het bruto binnenlands product (bbp) en bruto regionaal product (brp) zijn de totale toegevoegde waardes van alle in een land of regio geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar). Meestal wordt met dit begrip het bruto binnenlands product tegen marktprijzen bedoeld.

Samenstelling Het bruto binnenlands product bestaat uit: De productie van consumptiegoederen en kapitaalgoederen (zowel uitbreidings- als vervangingsinvesteringen) door de particuliere sector. De productie van consumptiegoederen en kapitaalgoederen door de overheid (meestal samengevat met de term overheidsbestedingen). Dit is niet hetzelfde als overheidsuitgaven. Bij bestedingen staat productie tegenover de betaling; overheidsuitgaven is een breder begrip, het gaat hier om overheidsbestedingen én overdrachtsinkomens. De productie van consumptiegoederen en kapitaalgoederen voor het buitenland (de uitvoer ofwel export). Omdat voor de productie van goederen ook goederen uit het buitenland nodig zijn dient van de uitvoerwaarde de invoerwaarde (importwaarde) te worden afgetrokken. Het zo verkregen saldo wordt vaak het saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans genoemd. Strikt genomen is dit niet juist. Het gaat hier alleen om het saldo van de goederen- en dienstenrekeningen. Zowel het saldo van de uit het buitenland ontvangen en aan het buitenland betaalde primaire inkomens als het saldo van de van het buitenland ontvangen en aan het buitenland betaalde inkomensoverdrachten worden buiten beschouwing gelaten.

Berekening De grootte van het bbp kan op drie manieren worden berekend: De objectieve methode: optelling van de in een land gerealiseerde toegevoegde waarden. De subjectieve methode: optelling van alle primaire inkomens in een land. De bestedingsmethode: de bestedingen van alle gezinnen, de bedrijven en de overheid bij de binnenlandse ondernemingen. De termen 'objectief' en 'subjectief' hebben hier een specifieke betekenis. Objectief betekent hier 'goederen' ('objecten') en subjectief 'personen' ('subjecten').

Een ander woord voor productie is de toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde van een bedrijf wordt berekend door: omzet − (ingekochte grond- en hulpstoffen).

Echter, de manier van de toegevoegde waarde berekenen bij een bedrijf is niet toepasbaar bij de overheid. Voor veel overheidsdiensten bestaat geen prijs; het leger en de politie hebben geen omzet en er is geen marktprijs voor veiligheid op straat. Er is toch een afspraak gemaakt om de toegevoegde waarde van de overheid te berekenen: de optelling van alle ambtenarensalarissen. Hieruit volgt de som van ambtenarensalarissen en alle toegevoegde waardes van bedrijven is het bbp.

Hieronder een cijfervoorbeeld met de drie berekeningsmethoden voor Nederland. De bedragen hebben betrekking op het jaar 2015. OmschrijvingCBS Opbouw binnenlands product (bbp), geraadpleegd op 25 mei 2020 2015 Vanuit de productie / objectieve methode: Output tegen basisprijzen1339Intermediair verbruik –718Toegevoegde waarde in basisprijzen621Saldo productgebonden belastingen/subsidies69bbp690Vanuit de inkomensvorming / subjectieve methode: Beloning van werknemers 330Belastingen op productie en invoer minus subsidies71Bruto exploitatieoverschot289bbp690Vanuit de bestedingen / bestedingsmethode: Consumptieve bestedingen huishoudens311Idem overheid 172Bruto investeringen (inclusief mutatie voorraden)156Uitvoer van goederen en diensten570Idem invoer –519bbp690 Worden de afschrijvingen van het bbp afgetrokken, dan resulteert het netto binnenlands product (nbp).

Afgeleide termen Bruto binnenlands product tegen marktprijzen of tegen factorkosten Als bij het bbp geen verdere vermelding staat, wordt het bbp tegen marktprijzen bedoeld. Om aan te geven welk deel uiteindelijk als primair inkomen bij de verschaffers van productiefactoren terechtkomt, wordt het bbp tegen factorkosten gebruikt. Dit vindt men door van het bbp tegen marktprijzen het bedrag aan kostprijsverhogende belastingen af te trekken en het bedrag aan (verkoopprijs) verlagende subsidies op te tellen. Eigenlijk is de term kostprijsverhogende belastingen onjuist. Het gaat hier om de invoerrechten, accijnzen en btw. Deze verhogen niet de kostprijs, maar de verkoopprijs.

Bruto nationaal inkomen Dit is het bruto binnenlands product, plus de door de inwoners van het eigen land in het buitenland verdiende primaire inkomens, minus de door buitenlanders in het betreffende land verdiende primaire inkomens. Samengevat betekent 'binnenlands' hier verdiend/geproduceerd binnen de landsgrenzen en 'nationaal' verdiend/geproduceerd door de staatsburgers van een land.

Netto binnenlands product Dit is het bruto binnenlands product, minus de door de particuliere sector en de overheid gedane afschrijvingen ter financiering van vervangingsinvesteringen. Deze term is minder gebruikelijk omdat per land de regels met betrekking tot afschrijvingen verschillen. Internationale vergelijking wordt hierdoor moeilijker. Netto heeft hier dus de bijzondere betekenis van exclusief afschrijvingen.

Bruto binnenlands product per capita/per hoofd van de bevolking Dit is het bbp van een land gedeeld door het aantal inwoners van dat land.

Reëel bruto binnenlands product Dit is het (nominaal) bbp gecorrigeerd voor de inflatie. Men vindt de groei van het reële bbp door het indexcijfer van het nominaal bbp te delen door het prijsindexcijfer. Deze uitkomst geeft de groei van de koopkracht (gemeten in eigen valuta) weer ten opzichte van het basisjaar dat voor de beide indexcijfers is genomen.

Bruto binnenlands product in ppp-dollars Hierbij staat 'ppp' voor purchasing power parity, ofwel koopkrachtpariteit. De bedragen worden hierbij aangepast rekening houdend met koopkrachtverschillen tussen landen.

Bruto wereldproduct/wereld-bbp Het bruto wereldproduct, ook wel wereld-bbp genoemd, is het bruto nationaal inkomen van alle landen van de wereld samen. Het is gelijk aan het totale bruto binnenlands product van alle landen ter wereld. Het wereld-bbp bedroeg in 2021 ruim 96.100 miljard dollar.

Geschiedenis Het bruto binnenlands product is het eerst ontwikkeld en berekend door Simon Kuznets, toen het Amerikaans Congres hem in 1932 vroeg het Amerikaans nationaal inkomen van de afgelopen vier jaar te meten. Hij produceerde een jaar later de eerste bbp-bedragen.The Economist, 30 april 2016, Briefing Measuring economies, bladzijde 21. Dit om de Grote Depressie, die merkbaar werd vanaf 1929, te becijferen. Hij kreeg in 1971 voor deze prestatie de Nobelprijs.

In Groot-Brittannië heeft Colin Clark, een staatsambtenaar, statistieken verzameld over het Brits nationaal inkomen sinds de jaren twintig. In 1940 pleitte de Britse econoom John Maynard Keynes voor meer gedetailleerde bedragen over de capaciteit van Groot-Brittannië voor de productie van wapens, tanks en vliegtuigen in verband met de oorlogsinspanningen. Hij legde de moderne definitie voor het bruto binnenlands product vast. In tegenstelling tot Kuznets, die staatsuitgaven als een kostenpost voor de private sector beschouwde, beschouwde Keynes de oorlogsuitgaven als productie die de economie doet groeien. In oorlogstijd werden de bbp-bedragen vooral gebruikt voor het beheer van de productie voor de oorlog.The Economist, 30 april 2016, Briefing Measuring economies, bladzijde 22. Na de oorlog worden de bedragen gebruikt voor het aansturen van de economische cyclus door de vraag te reguleren volgens Keynes' ideeën.

Om naoorlogse steun te krijgen van het Marshallplan-programma moesten de betrokken landen hun bbp-bedragen leveren. De Verenigde Naties hebben Richard Stone, een Keynes-aanhanger, gevraagd een standaard sjabloon te maken voor bbp-bedragen, geschikt voor alle landen van de VN. Hiermee konden de bbp-bedragen van alle landen met elkaar vergeleken worden en om de basis te vormen voor diverse internationale verdeelsleutels in bijdragen, subsidies en stemrechten.

Aan de berekenmethodiek is in de loop van de jaren veel gesleuteld. In de jaren vijftig maakte de productie van de goederensector (Engels: manufacturing) nog een derde deel uit van de Britse economie, terwijl het tegenwoordig maar een tiende deel hiervan vertegenwoordigt. Met de groei van de dienstensector werd meer aandacht besteed aan het meten van deze sector. Voor de publieke sector (staatsdiensten) waar de meeste diensten gratis zijn, werden de kosten als productiekosten opgevoerd. In sommige publieke sectoren wordt nu gepoogd de productie rechtstreeks te meten, zoals het aantal uitgereikte diploma‘s voor scholen.

Bij de waardebepaling van nieuwe producten wordt in principe de reservatieprijs gebruikt (wat de consumenten bereid zijn te betalen). De keuzehoeveelheid en de kwaliteitsverbeteringen voor de consument zijn lastig te becijferen. Het aantal tv-kanalen en beschikbare voedselkeuzes is gaandeweg flink gegroeid, maar men is in het algemeen niet méér tv gaan kijken of meer gaan eten. De extra keuzes zijn echter wel een kwaliteitsverbetering. In principe worden diensten waarvoor niet betaald wordt – zoals mantelzorg, vrijwilligerswerk of vrije informatiebronnen zoals Wikipedia – niet meegerekend, ondanks dat ze van zichzelf veel inherente waarde kunnen hebben. Soms kan indirect boekhoudkundig een waarde herleid worden. Een zoekopdracht met Google Search is op het eerste gezicht gratis voor de consument, hoewel die indirect betaalt met het leveren van persoonlijke informatie, waarvoor adverteerders op hun beurt wel willen betalen. De advertentieomzet van Google wordt dan weer wel opgenomen in de statistieken. Hetzelfde gebeurt voor commerciële televisie.

Internationale afspraken Het bbp van Nederland wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de nationale rekeningen. Bij de berekening van het bbp worden internationale richtlijnen gevolgd om ervoor te zorgen dat landen op eenzelfde wijze hun economie meten: System of National Accounts 1993System of National Accounts 1993 (SNA 1993; UN, EU, IMF, OECD, World Bank) European System of National and Regional Accounts 1995European System of National and Regional Accounts 1995 (ESA 1995; Eurostat) (in het Internet Archive)

Herberekening op basis van ESR2010 in 2014 In 2014 werd een revisie van de nationale rekeningen doorgevoerd op basis van nieuwe internationale methoden die zijn vastgelegd in het Europees Systeem van Rekeningen (ESR2010), dat weer volledig is gebaseerd op het nieuwe System of National Accounts van de Verenigde Naties (SNA2008).CBS Revisie nationale rekeningen, 6 maart 2014, geraadpleegd op 8 maart 2014 Het doorvoeren van de nieuwe richtlijnen uit het ESR is verplicht voor alle lidstaten van de Europese Unie. De belangrijkste wijzigingen zijn met deze revisie dat uitgaven aan Onderzoek & Ontwikkeling (R&D) plus een aantal militaire uitgaven voortaan tot de investeringen worden gerekend en dat software die organisaties voor eigen gebruik hebben ontwikkeld tegen marktprijzen wordt gewaardeerd en niet meer tegen de kostprijs. Tot slot wordt de bijdrage van illegale en niet-formele (buiten de belasting gehouden) activiteiten aan de economie ook opgenomen. Bijvoorbeeld: Prostitutie is in sommige landen verboden en is bij andere landen een legale activiteit. De omzet wordt door allerlei veronderstellingen geschat (waaronder het condoomgebruik).archive www.ons.gov.uk, inclusion of illegal drugs and prostitution in the uk national accounts, may 2014