Charlotte Elisabeth (ook Charlotta Elisabeth) van der Lith (Den Haag, 19 november 1700 – Paramaribo, 5 augustus 1753De weduwe Duvoisin is op 5 augustus 1753 overleden en werd op 6 augustus op fort Zeelandia begraven- zie link digitaal duplicaat 'Oud Archief Suriname' aantekening gouvernementssecretarie, inventaris nr. 6, scan 231.) was een Nederlandse domineesdochter. Zij was getrouwd met drie gouverneurs-generaal van Suriname. Door haar huwelijken werd zij de eigenaresse van twee plantages, die zij zelfstandig exploiteerde. Zij is bekend geworden door haar rol in het Surinaamse verzet tegen het bewind van gouverneur-generaal Jan Jacob Mauricius.

Jeugd Charlotte van der Lith was de dochter van Diederich (Thierry) van der Lith (1660-1723) en Elisabeth Baldina Helvetius (geb. 1679). Haar vader was afkomstig uit Bremen.Zie het lemma over Diderik van der Lith in het Biographisch Woordenboek der Nederlanden. Hij was hoogleraar filosofie in Frankfurt an der Oder geweest en was in 1697 predikant geworden van de Hoogduitse (lutherse) gemeente in Den Haag. Vanaf 1715 was hij daar tevens curator van de Latijnse scholen. De moeder van Charlotte was een dochter van de arts Johan Frederik Helvetius (1630-1709) en diens vrouw Johanna Pels (1643-1709).Volgens sommige bronnen was Johan Frederik Helvetius de arts van de Staten-Generaal en de Prins van Oranje, maar bewijzen hiervoor ontbreken. Wel droeg hij in 1676 zijn hoofdwerk Microscopium physiognomiae medicum op aan prins Willem III. Johan Frederiks zoon (Charlottes oom) Adriaan Engelhart (Fr. Jean Adrien) Helvetius (1662-1727) vestigde zich in 1688 in Parijs. Hij werd de hofarts van Filips van Orléans en verdiende een vermogen met een patent op de Braziliaanse ipecacuanha-wortel als medicijn tegen buikloop en dysenterie. Zijn zoon (Charlottes neef) Jean Claude Adrien Helvetius (1685-1755) was médecin ordinaire van Lodewijk XV en premier médecin van Maria Leszczynska. Diens zoon (Charlottes achterneef) Claude Adrien Helvetius (1715-1771) publiceerde in 1758 het spraakmakende filosofische werk De l'Esprit. Zie o.a. Albert Keim, Helvétius, sa vie et son oeuvre, Parijs 1907 (blz. 1-9), de betreffende lemma's over Helvetius in het NNBW.

Het gezin Van der Lith woonde aan het Noordeinde in Den Haag en moet in redelijke welstand geleefd hebben. Op 21 november 1700 waren de gezant en de geheimraad van Frederik van Pruisen in Den Haag aanwezig bij de doop van Charlotte. De geheimraad Wolfgang von Schmettau en zijn vrouw Charlotte von Fuchs waren haar peetouders.De gezant was mogelijk Simeon Gabriel von Bondeli (1658-1734), die van 18 juli 1700 tot 11 november 1701 extraordinaris envoyé van Pruisen in Den Haag was. Von Schmettau wordt in het Digitaal Vrouwenlexicon aangeduid als "baron von Smetlau", maar Wolfgang von Schmettau (1648-1711) werd pas op 20 augustus 1701 als Reichsfreiherr opgenomen in de adelstand. Hij was een Pruisisch diplomaat, die van 1690 tot 1698 als extraordinaris envoyé in Den Haag had gewerkt, daarna naar Polen was gegaan en vanaf 1701 tot aan zijn dood in 1711 weer in de Republiek werkte als minister plenipotentiaris van Pruisen. De zes kinderen die hij en zijn vrouw Charlotte Freiin von Fuchs († 1735) tussen 1690 en 1704 hebben gekregen, zijn allen (mogelijk door Charlottes vader) gedoopt in de Hoogduitse Kerk in Den Haag. Zie Schutte (1983), nr. 375 (344-47) en nr. 377 (349-50). Charlotte had een broer en drie zussen. Haar broer Wolff Johann Friderich (1698-1699) en zus Johanna Frederica (1702-1705) zijn jong overleden. Haar zus Philippina Amelia (1704-1732) is ongehuwd in Suriname gestorven. Haar jongste zus Geertruida Lucia Anna (1710-1763) is op 12 januari 1734 in Arnhem getrouwd met Gideon de Graaff en had kinderen.

Op 25 september 1722 meldde Charlotte zich met een attestatie uit Den Haag bij de gereformeerde gemeente in Paramaribo. Hoe en wanneer Charlotte precies in Suriname terecht is gekomen, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk is zij met Hendrick Temming en zijn vrouw Machteld van Wouw naar Suriname meegereisd als de gouvernante van hun dochter Catharina Eleonora (8 juni 1714 – Stockholm, 3 februari 1749).

Huwelijken Charlotte van der Lith is vijf keer getrouwd en werd vijf keer weduwe. Haar echtgenoten waren: Hendrick Temming (1724-1727), Carel Emilius Henry de Cheussess (1729-1734), Johan Raye van Breukelerwaard (1737-1737), Antoine Audra (1742-1744) en Bartholomeus Louis Duvoisin (1748-1751). Haar eerste drie echtgenoten waren gouverneur-generaal van Suriname. Haar laatste twee echtgenoten waren predikant.

Hendrick Temming Sergeant-majoor Hendrick TemmingDit schijnt de correcte schrijfwijze van zijn naam te zijn. Ten onrechte wordt hij soms betiteld als Mr. en vaak worden zijn voor- en achternaam als Hendrik en Temminck geschreven. Zie hierover Dentz (1943), nr. 16 (346). (Arnhem, ca. 1675 – Paramaribo, 17 september 1727 ) werd op 10 oktober 1721 benoemd tot gouverneur-generaal van Suriname. Op 1 maart 1722 aanvaardde hij in Paramaribo het ambt. Niet lang daarna moet zijn vrouw Machteld van Wouw zijn overleden, want op 19 december 1724 hertrouwde hij als weduwnaar in Paramaribo met Charlotte van der Lith. Op 8 november 1726 werd in Paramaribo hun dochter Johanna Baldina geboren.Johanna Baldina Temming trouwde op 25 april 1745 in Den Haag met Etienne Couderc, die later raad van Politie en Criminele Justitie in Suriname werd. Na zijn dood op 17 juli 1774 keerde Johanna Baldina terug naar Nederland, waar zij op 10 april 1775 in Amsterdam is overleden. Zie Van Sijpesteijn (1858, 41) en het grootboek van de kerk van Paramaribo in het Nationaal Archief (begraafakte Etienne Couderc en overlijdensbericht Johanna Baldina Temming). Het geluk was maar van korte duur, want Temming overleed tien maanden na de geboorte van zijn dochter. Aan het begin van zijn gouverneurschap had hij van de Sociëteit van Suriname een terrein bij de Parnassusberg aan de Boven-Suriname gekocht, waar hij de plantage Berg en Dal liet aanleggen. Toen hij het terrein in 1723 uitbreidde, zette hij het koopcontract op naam van zijn dochter Catharina Eleonora en "Mejuffrouw" Charlotte Elisabeth van der Lith. Na zijn dood zette Charlotte de aanleg en de exploitatie van de plantage alleen voort. Aanvankelijk huurde zij het deel van de plantage dat Catharina Eleonora geërfd had, maar in 1737 kocht zij haar stiefdochter uit.

Carel Emilius Henry de Cheussess Na het overlijden van Temming kreeg Charlotte toestemming van de directeuren van de Sociëteit van Suriname om in het gouvernementshuis aan het Plein te blijven wonen. Daar leerde zij op 9 november 1728 Carel Emilius Henry de Cheusses (Kopenhagen, 13 december 1702 – Paramaribo, 1 februari 1734) kennen. Carel Emilius, sinds 1726 kapitein der infanterie, was op 26 juli 1728 benoemd tot opvolger van Temming als gouverneur-generaal. Mogelijk was het liefde op het eerste gezicht, want al op 1 januari 1729 gingen Charlotte en Carel Emilius in ondertrouw. Hun huwelijk vond op 17 juli 1729 plaats in Paramaribo. Op 26 september 1731 werd op de plantage Berg en Dal hun dochter Henriëtte Maria geboren.Henriette Maria de Cheusses (Paramaribo, 26 september 1731 – Kassel, 17 maart 1763) trouwde in 1753 in Den Haag met de baron Philipp von Lindau, een kamerheer van de prins van Hessen-Kassel. Ook dit huwelijk was geen lang leven beschoren. Tweeënhalf jaar na de geboorte van zijn dochter overleed Carel Emilius. Hij werd als gouverneur-generaal opgevolgd door zijn broer Jacob Alexander.Carel Emilius en Jacob Alexander (Henry is de geslachtsnaam) waren de zoons van Vincent Gidéon Henry, Marquis de Cheusses (1664-1754) en diens vrouw Henriette Lucretia van Aerssen van Sommelsdijck (geb. 1678). Vincent Gidéon was een uit Frankrijk afkomstige luitenant-generaal in Deense dienst. Henriette Lucretia was de dochter van Cornelis van Aerssen, Heer van Sommelsdijck, die op 21 mei 1683 een van de oprichters van de Sociëteit van Suriname was geweest. Hij had bij die oprichting beloofd om zelf als onbezoldigd gouverneur naar de kolonie te gaan, mits zijn opvolgers bij voorkeur uit zijn meerderjarige nakomelingen zouden worden gekozen. Dat werd hem contractueel toegezegd. Volgens Van Sijpesteijn (1858, 43) is het "meer dan waarschijnlijk" dat de broers De Cheusses hun benoeming aan deze toezegging te danken hebben gehad. Zie voor de geslachtsnaam Henry: Bijlsma (1919, 266).

Charlottes stiefdochter Catharina Eleonora Temming was in 1729 op vijftienjarige leeftijd teruggekeerd naar Nederland. Daar had zij Jacob Alexander Henry de Cheusses (Kopenhagen, 14 januari 1704 – Paramaribo, 26 januari 1735) leren kennen. Jacob Alexander was, net als zijn broer Carel Emilius, kapitein der infanterie. Op 9 juli 1734 was hij benoemd tot opvolger van zijn overleden broer als gouverneur-generaal. Twee dagen later waren hij en Catharina Eleonora in Den Haag in het huwelijk getreden. Op 11 december 1734 nam zijn bewind in Suriname een aanvang. Dat bewind was echter maar van korte duur, want hij overleed anderhalve maand later aan dysenterie. Zijn zwangere weduwe bleef met haar stiefmoeder achter in het gouvernementshuis. Daar werd op 2 juni 1735 postuum de naar haar vader vernoemde Jakobina Henrietta Alexandrina geboren. Erg goed schijnt de verstandhouding tussen de twee weduwen De Cheusses niet geweest te zijn.Aldus het lemma over Charlotte van der Lith in het Digitaal Vrouwenlexicon. Zie ook Bijlage III van Van Sijpesteijn (1858). Op 20 juli 1735 vertrokken Catharina Eleonora en haar zeven weken oude dochter uit Suriname naar Europa, waar zij introkken bij Catharina Eleonora's schoonvader in Celle.Catharina Eleonora Temming hertrouwde op 26 januari 1738 met de Zweedse baron Joachim von Düben (1708-1786), met wie zij zeven kinderen kreeg. Haar dochter Jakobina Henrietta Alexandrina de Cheusses trouwde op 2 augustus 1752 in Celle met de Zweedse graaf en luitenant-generaal Johan Sparre af Södeborg (1715-1791). Zie nrs. 114 en 115 in de kwartierstaat van Gustave Foucheé, 7de Duc d'Otrante op de website van José Verheecke.

Johan Raye van Breukelerwaard