| align="center" colspan="2" bgcolor=#EAEAEA|Germanicus |- | align="center" colspan="2" |px |- | align="center" colspan="2" | Buste van Germanicus(14-19 na Chr.), Musée Saint-Raymond (Toulouse) |- | valign="top"|Geboortedatum || valign="top"|24 mei 16/15 v.Chr.Voor zijn geboortejaar, zie: , Drusus Caesar and the Adoptions of A.D. 4, in Latomus 25 (1966), pp. 227-244 (suggereert 16 v.Chr.), , Germanicus and Drusus Caesar, in Latomus 26 (1967), pp. 413-435 (verdedigt 15 v.Chr.). |- | valign="top"|Sterfdatum || valign="top"|10 oktober 19 na Chr. |- | valign="top"|Functie || valign="top"|veldheer |- | valign="top"|Dynastie || valign="top"|Julisch-Claudische dynastie |- | align="center" colspan="2" bgcolor=#EAEAEA|Persoonlijke gegevens |- | valign="top"|Naam geboorte || valign="top"|Nero Claudius Drusus ofTiberius Claudius NeroVoor zijn geboortenaam, zie: , The Early Name of the Emperor Claudius, in AAntHung 29 (1981), p. 368. |- | valign="top"|Naam na adoptie || valign="top"|Germanicus Julius Caesar of Caius Julius Caesar Germanicus |- | valign="top"|Zoon van || valign="top"|Nero Claudius DrususAntonia minor |- | valign="top"|Adoptiezoon van || Tiberius Julius Caesar Augustus |- | valign="top"|Kleinzoon van || valign="top"|Marcus AntoniusOctaviaTiberius Claudius NeroLivia |- | valign="top"|Vader van || valign="top"| -Nero Julius Caesar-Drusus Julius Caesar-"Caligula"-Agrippina de Jongere-Julia Drusilla-Julia Livilla |- | valign="top"|Gehuwd in 5 n.Chr. met || Agrippina de Oudere |- | valign="top"|Broer van || valign="top"|ClaudiusLivilla |- | valign="top"|Schoonzoon van: || valign="top"|Marcus Vipsanius AgrippaJulia Caesaris maior |- | valign="top"|Zwager van: || valign="top"|DrususJulia |- | valign="top"|Grootvader van: (posthumus) || valign="top"|Nero |- | valign="top"|Oom van: (posthumus) || valign="top"|Britannicus e.a. |} Germanicus Caesar, meestal kortweg Germanicus (15 v.Chr. – 19 na Chr.) was tijdens het principaat onder Augustus en zijn opvolger Tiberius een vooraanstaand Romeins veldheer uit het Julisch-Claudische huis.
Germanicus was de zoon van Nero Claudius Drusus en Antonia minor, een dochter van Marcus Antonius. Augustus was zijn grootoom: diens zuster Octavia Thurina minor was zijn grootmoeder langs moederszijde. Door twee opeenvolgende adopties (Tiberius door Augustus, Germanicus door Tiberius) mocht hij Augustus later zijn grootvader noemen. Hij huwde met een (werkelijke) kleindochter van Augustus, Agrippina maior. Caligula was zijn zoon, Claudius zijn broer, en Nero, de laatste keizer van het Julisch-Claudische huis, was zijn kleinzoon.
Afkomst Germanicus was als zoon van Nero Claudius Drusus een telg uit het Claudische huis, zijn moeder was Antonia minor, een dochter van Marcus Antonius. Zijn voornaam bij zijn geboorte is onbekend (waarschijnlijk Nero), maar toen zijn vader in 9 v.Chr. overleed en postuum de bijnaam (agnomen) Germanicus kreeg, erfde Germanicus deze als voornaam. Via moederszijde was hij een telg uit het Julische huis.Suetonius, Vita divi Claudi 1.3, Cassius Dio, LV 2.3.In het jaar 4 v.Chr. werd hij geadopteerd als zoon van de latere keizer Tiberius en werd zo tweede in de lijn voor de opvolging van Augustus. Zijn moeder zou nooit hertrouwen, maar intrekken bij haar schoonmoeder Livia.Valerius Maximus, IV 3 § 3, Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XVIII 180.
Doorgaans wordt de zoon alleen Germanicus genoemd en zijn vader Drusus of Drusus maior. Drusus minor was de zoon van keizer Tiberius. Germanicus broer, die bij geboorte Tiberius Claudius Drusus heette, zou later bekend worden als keizer Claudius I.
Germanicus is vooral bekend als een kundig krijgsheer en een bijzonder populair politicus in de tijd van Tiberius. Het was vooral aan hem te danken dat er na de nederlaag van Varus in het Teutoburgerwoud weer orde en rust terugkeerde aan de grens met Germanië.Tacitus, Ann. I 31.2. Hij streed tegen de Chatti en Cherusken tot aan de kust met de Noordzee.
Carrière In 7 n. Chr. werd hij een van de twee quaestores Augusti en kreeg hij de opdracht om als propraetor in Illyricum een opstand van de Mazaei, een Dalmatische stam, neer te slaan. In 9 n.Chr. (het jaar van de Slag bij het Teutoburgerwoud) kreeg hij de rang van praetor, in 11 n.Chr. werd hij aangesteld als propraetor over Germanië. In 12 n.Chr. werd hij benoemd tot consul.
Oppergezag over de exercitus Germanicus (troepen in Germanië) (13-17) thumb|left|150px|Germanicus als veldheer (Vaticaanse musea).Het oppergezag over de Germaanse legers komt in 13 n.Chr. in handen van Germanicus. Hij is door de Senaat bekleed met een imperium proconsulare, waardoor hij het gezag heeft over de beide legati Augusti pro praetore en hun respectievelijke legers. De legati handelen in feite in naam van de princeps die zijn imperium over hen dan weer heeft afgestaan aan Germanicus, de ex-consul ordinarius. Deze heeft zich in 13 al eens laten uitroepen – zij het dan wel tezamen met Tiberius en Augustus - als imperator bello Germanico.
Census in Gallia en Augustus' overlijden In de zomer van 14 bereidt hij een census (vermogensschatting/burgerlijst/volkstelling) voor in Gallia Belgica, waarvoor hij in het bezit is van een imperium cum consulare (d.w.z. hij is bevelhebber van de legioenen). Augustus en Tiberius Julius Caesar Augustus ronden in de rest van Gallië de census af met een lustrum (zoenoffer)., The roman censors. A study on social structure, Helsinki, 1963; , art. Census (II), in NP2 (1997), klm. 1059 - 1060; , art. Germanicus (2), in NP4 (1998), klm. 963 - 966. Daarna reist Tiberius terug naar Illyricum maar hij wordt teruggeroepen wanneer Augustus onwel wordt in de buurt van Nola. Of Tiberius Augustus nog levend te zien krijgt, is niet met zekerheid geweten. Hij komt vermoedelijk rond 19 augustus aan en zal waarschijnlijk een dode Augustus hebben aangetroffen, tezamen met zijn grootmoeder Livia.
Opstanden onder de legioenen in Germanië (14) Wanneer Germanicus op 27 augustus de dood van zijn grootvader Augustus verneemt en er eind augustus, begin september opstanden losbreken onder de legioenen van het exercitus Germanicus inferior, moet hij zelf gaan ingrijpen.Velleius Paterculus, II 125, Suet., Tiberius 25.1-2, Cassius Dio, LVII 4-6, Tacitus, Ann. I 31-49. Hij wordt door de soldaten begroet met de kreet Heil Germanicus en ze laten hem duidelijk merken dat ze hem de hoogste macht aanbieden, d.w.z. de opvolging van Augustus.
Hij moet echter, uit eigen kas, enorm veel concessies doen aan de soldaten, ondanks zijn imperium, dat het recht heeft om over leven en dood te beslissen. De milites eisen 1 denarius per dag, ontslag na 16 jaar dienst en ontslag voor allen die er al twintig jaar op hebben zitten. Tevens wordt geklaagd over de wreedheid van centurio’s en de kosten voor het afkopen van corveediensten. Sommigen pakken zijn hand, alsof ze hem willen kussen, maar steken in plaats daarvan zijn hand in hun mond, om hem te laten voelen dat ze geen tanden meer hebben. Als uiteindelijk de meeste troepen loyaal blijken te zijn, dreigt hij de minderheid met een gewapend ingrijpen, tenzij men de oproerkraaiers zelf vermoordt. Dit gebeurt dan ook prompt.
Tiberius heeft intussen in de Senaatszitting van 17 september een imperium maior voor Germanicus gevraagd, wat hem toestaat 12 lictoren (lijfwacht) als erewacht mee te nemen − dit is het aantal voor een consul. Zijn eigen zoon − Drusus − krijgt geen imperium daar hij als consul designatus het volgend jaar er één zal ontvangen.Hoewel de twee jongemannen vriendschappelijk met elkaar lijken te zijn omgegaan, moest Tiberius altijd oppassen het evenwicht tussen beiden te bewaren daar zowel de gens Claudia als de gens Julia op zijn vingers keken dat hij het lid van hun gens niet minder eer gaf dan die van de andere gens.
Eerste veldtocht in Germanië (14) Datzelfde jaar trekt Germanicus met twee legioenen langs de weg die Tiberius eerder had gevolgd door het Caesia Silva (het Häserwald) naar het gebied van de Marsen. Deze worden verrast nadat ze een feest met overvloedige maaltijden en drank gevierd hadden. De hele bevolking in het gebied wordt uitgemoord, vrouwen, kinderen noch grijsaards worden gespaard en over een gebied van vijftig mijl in de omtrek worden grote verwoestingen aangericht. Op de terugweg naar winterkamp worden ze in de bossen aangevallen door Bructeri, Tubanten en Usipeten maar deze worden, na een oproep van Germanicus aan zijn legioenen om de smaad van de opstand uit te wissen, afgeslagen, opgejaagd en afgemaakt.Tacitus, Ann. I 50-52.
Tweede veldtocht in Germanië (15) In het jaar 15 verneemt Germanicus van een tweespalt binnen de Cherusken tussen opstandelingenleider Arminius en de pro-Romeinse Segestes. Arminius had de dochter van Segestes geschaakt, en Germanicus maakte gebruik van de situatie door een actie tegen de Chatten te beginnen. De Chatten waren via een huwelijk van een koningsdochter met Flavus, een broer van Arminius, met de Cherusken verbonden. Voor de actie stelt Germanicus vier legioenen, vijfduizend man hulptroepen en een aantal haastig geformeerde troepen uit Opper- en Neder-Germanië onder bevel van Caecina en trekt zelf met vier legioenen en het dubbele aantal bondgenoten op. Door het lage water in de Rijn, kan hij snel oprukken, met lichtbepakte troepen. De Chatten verwachten hem niet en worden compleet verrast. Net als het vorige jaar wordt iedereen die zich op grond van leeftijd of geslacht niet kan verweren, vermoord. Ook steekt hij Mattium, de hoofdstad van dat volk, in brand. Mattium lag bij Fritzlar in de deelstaat Hessen. De Cherusken denken erover om de Chatten bij te staan, maar Caecina heeft hen hiervan afgeschrikt door nu eens hier dan weer daar met wapengeweld te dreigen. Segestes wordt belegerd door zijn stamgenoten en stuurt een gezantschap, waaronder zijn eigen zoon Segimundus, naar Germanicus met een verzoek om hulp. Germanicus ontzet Segestes en belooft hem, zijn kinderen en verwanten een veilige woonplaats. Tacitus suggereert door de woorden die hij de woedende Arminius in zijn mond legt, dat zijn vrouw zwanger is.Tacitus, Ann. I 56-57.
Door deze ontvoering komt niet alleen Arminius, maar alle omringende stammen in het geweer. Inguiomerus, de oom van Arminius, die bij de Romeinen van oudsher aanzien geniet, wordt erdoor bewogen partij te kiezen. Om te voorkomen dat de Germanen het initiatief grijpen, laat Germanicus Pedus door het gebied van de Friezen trekken, Caecina oprukken door het gebied van de Bructeren (tussen Eems en Lippe), en zelf trekt hij 'over de meren' (d.i. over het huidige IJsselmeer en (waarschijnlijk) de Overijsselse Vecht) richting de Eemsmonding. Het hele gebied tussen Ems en Lippe wordt platgebrand. Lucius Stertinius vindt hierbij de aquila, de legioensadelaar van het 19e legioen terug.
Daarna gaat Germanicus naar de plek waar Varus zijn nederlaag leed. Veteranen en voormalige krijgsgevangenen wijzen hem waar commandanten zijn gesneuveld, waar de aquila was geroofd en waar Varus ten slotte was gesneuveld. Hij richt een grafheuvel op waarin de stoffelijke resten worden begraven en zet de achtervolging op Arminius in. Deze trekt zich terug in de Venen (Große Moor), en lokt de troepen van Germanicus in de val. Germanicus breekt de achtervolging af. Het is laat in het jaar. Varus is nog ongewroken.